Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Het parcours van de Giro d’Italia 2023 – van Abruzzo naar Rome

Op zaterdag 6 mei gaat de Giro d’Italia 2023 van start met een tijdrit van ruim achttien kilometer in de regio Abruzzo. Drie weken later, op zondag 28 mei, finishen de renners in Rome, na een schitterende tocht langs verschillende pareltjes in de laars.

In deze blog nemen we je mee langs alle etappes van het parcours, waarbij we steeds een of meer highlights op de route uitlichten. Zo kun je je eigen Giro d’Italia samenstellen, al dan niet op de fiets. Andiamo?!

Etappe 1 – langs de Costa dei Trabocchi in Abruzzo

De eerste dag van de Giro volgen de renners meteen een mooi parcours dat je ook zelf makkelijk kunt fietsen, zelfs zonder ervaring. De route van Fossacesia Marina naar Ortona volgt namelijk bijna helemaal de Via Verde (‘groene weg’) langs de Costa dei Trabocchi.

Aangezien het fietspad hier is aangelegd op de plek van een voormalig treinspoor, is het grotendeels vlak. Dit stukje fietspad maakt deel uit van de Ciclovia Adriatica, een fietspad dat van Trieste (in de noordoostelijke regio Friuli-Venezia Giulia) langs de Adriatische kust helemaal naar het zuiden loopt, tot Santa Maria di Leuca (in Puglia, de hak van de laars).

Het fietspad is nog niet helemaal af, maar het stuk langs de kust van Abruzzo is wel helemaal voltooid. Een van de indrukwekkendste onderdelen van de Ciclovia Adriatica is de Ponte del Mare, die de rivier Pescara overspant. Met een lengte van vierhonderdzesenzestig meter is dit de langste fiets-voetgangersbrug van Italië.

De renners van de Giro volgen een van de mooiste stukjes van dit fietspad, de Costa dei Trabocchi. Dit stukje kustlijn dankt zijn naam aan de trabocchi, houten vissersinstallaties met enorme ‘antennes’ of ‘armen’ die netten in zee laten zakken om te kunnen vissen.

Aangenomen wordt dat hun uitvinding is ontstaan uit angst om zich op de open zee te begeven om te vissen. Het was veiliger en rustiger om dat te doen vanaf een stabiel platform, door een houten loopbrug verbonden met het vasteland.

Etappe 2 – van Teramo naar San Salvo

Ook de tweede etappe wordt gereden in de regio Abruzzo. De renners starten in Teramo om via Tortoreto (waar de opvallende klokkentoren al eeuwenlang de tijd meet), Roseto degli Abruzzi en Silvi naar Pescara te rijden.

Van daaruit gaat de route naar Chieti, een van de oudste steden van Abruzzo. De stad zou volgens de overlevering zijn gesticht door Achilles, die de stad Teate doopte, als eerbetoon aan zijn moeder, Thetis.

Via Francavilla al Mare en Ortona trappen de renners naar Vasto, voor ze in San Salvo over de finish fietsen. Vasto is een van de mooiste steden van Abruzzo. Het is een heerlijke plek om rond te dwalen. Vooral in de wijk Guasto Gisone, rond de Santa Maria Maggiore, vind je sfeervolle straatjes en piazza’s.

Het historisch centrum ligt op een honderdvierenveertig meter hoog plateau, dus je wordt hier en daar opeens verrast door een prachtig uitzicht over de Adriatische Zee en Marina di Vasto, met de haven en brede zandstranden.

In deze blog nemen we je mee naar Vasto én Chieti en tippen we de mooiste plekken van beide steden.

Etappe 3 – van Vasto naar Melfi

De derde etappe is meer dan tweehonderd kilometer lang en brengt de renners van Abruzzo via Molise en Puglia naar Basilicata.

In Molise trappen ze door Termoli. Vast niet door Borgo Vecchio, het oude vissersdorpje met kleurrijke huizen, mooie doorkijkjes op zee, wapperende was en Mariabeeldjes, maar dat moet je wel echt bezoeken als je niet op tijd hoeft te finishen. Je kunt eindeloos door dit doolhof van kleine straatjes dwalen, die je uiteindelijk naar het Piazza Duomo leiden.

In de Borgo Vecchio vind je veel smalle steegjes. Een van die steegjes zou zelfs het smalste steegje van Italië zijn, a rejecelle in het lokale dialect, met een breedte van slechts vierendertig centimeter.

Nu vinden meer plaatsen in Italië dat ze dat record verdienen (Città della Pieve en Civitella del Tronto bijvoorbeeld) en wij hadden onze meetlat niet bij ons, dus of het klopt wat de inwoners van Termoli beweren weten we niet, maar smal is het!

Veel weidser wordt het uitzicht als de renners zuidwaarts fietsen, naar de lagune van Lesina, in het noordelijkste puntje van Puglia (dat overigens op ongeveer dezelfde hoogte ligt als Rome – Puglia is echt heel uitgestrekt).

De tweeëntwintig kilometer lange lagune strekt zich uit in het noordelijkste puntje van het Parco Nazionale di Gargano. Het is een barrière tussen land en zee, waardoor het Bosco Isola, de strook land tussen lagune en zee, een schitterend en uniek duingebied is.

Lesina zelf is ook zeker een bezoekje waard. In deze blog delen we tips voor dit onbekende(re) plaatsje in Puglia; in dit artikel vind je een aantal culinaire tips.

Via Foggia trekt de Giro naar Ascoli Satriano, nog zo’n onbekend plaatsje in Puglia. Het ligt in het binnenland, onder de rook van Lucera en Foggia.

Het historisch centrum is een doolhof van smalle steegjes met her en der verrassende vergezichten door de ligging op een heuvel. Als je deze heuvel trotseert, ontdek je hoeveel historische schatten Ascoli Satriano in petto heeft (en waarvan we in deze blog alvast een voorproefje geven).

De finish ligt in nog een andere regio, in Basilicata, bij Melfi, met een kasteel met acht torens waarin nu een archeologisch museum is gevestigd , met de sarcofaag van Rapolla als meesterstuk.

Etappe 4 – van Venosa naar Lago Laceno

Op dinsdag 9 mei is de start in het vlak bij Melfi gelegen Venosa, de geboorteplaats van Horatius. Venosa is een van de borghi più belli van Basilicata. Je vindt dit dorpje aan de voet van de Monte Vulture, een uitgedoofde vulkaan.

Als je niet snel richting finish hoeft, kun je hier proeven van de bijzondere Aglianico-wijn. Elk jaar in september vieren de inwoners van Venosa het Aglianica Wine Festival, met proeverijen, kooklessen en andere evenementen.

Maar ook in andere maanden valt er genoeg te genieten in Venosa. Niet gek in een stadje dat vernoemd zou zijn naar de godin van de liefde, Venus. Al zou de naam volgens anderen veel meer te maken hebben met de wijnstokken, die ook vroeger al in grote hoeveelheden rondom het stadje te vinden waren.

Bezoek het Castello di Pirro del Balzo, dat is gebouwd op de resten van een oude kathedraal en waarin nu het Nationaal Archeologisch Museum huist, de Chiesa del Purgatorio (‘kerk van het vagevuur’) en de Fontana di Messer Oto.

De Abbazia della Santissima Trinità is echter het mooist. Ooit was dit de grootste abdij van Basilicata. Norman Douglas beschrijft deze abdij ook al in zijn boek Old Calabria (1915): ‘de grootste architectonische schoonheid van de stad is de Abbazia della Trinità, nu in verval…’

Vergeet ook het Parco Archeologico di Venosa niet, met veel overblijfselen uit de Romeinse tijd, waaronder resten van een amfitheater, privéhuizen en de thermen. Hier vind je ook een huis dat wordt toegeschreven aan Horatius, maar of de dichter hier echt heeft gewoond, staat niet onomstootbaar vast.

Om nieuwe energie op te doen, verwen je jezelf tussen de culturele bezoeken door met een bord strascinati, verse pasta met tomatensaus en geraspte ricotta, of met tagliatelle met kikkererwten, de twee meest beroemde lokale gerechten.

De renners trekken vervolgens verder door voor ons onbekend gebied, over de Passo delle Crocelle en de Colle Molella naar de finish bij het Lago Laceno, in de regio Campanië. ’s Winters is dit een populair wintersportgebied, maar als de renners aankomen is het hopelijk volop lente!

Etappe 5 – van Atripalda naar Salerno

Kenden we bij de vorige etappe de vertrekplaats goed, van de etappe van woensdag 10 mei kennen we vooral de finish. De renners vertrekken vanuit Atripalda, vlak bij Avellino.

Van daaruit trekken ze door het binnenland van Campanië, waarbij ze onder meer door Eboli rijden. Dit plaatsje ken je wellicht wel van het boek van Carlo Levi, Christus kwam niet verder dan Eboli.

In 1935 werd arts, auteur en schilder Carlo Levi naar het ‘Siberië van Italië’ verbannen – in het onherbergzame gebied ten zuiden van Napels – wegens antifascistische activiteiten. Hij genoot er een beperkte bewegingsvrijheid, maar werd vanwege zijn beroep door de notabelen als een der hunnen gezien.

De gewone dorpelingen hoopten vooral dat Levi hen medische zorg zou kunnen bieden. Op basis van zijn dagboek beschrijft Carlo Levi op aangrijpende en ook geestige wijze de beslommeringen in een verarmd, achtergebleven, maar desondanks herkenbaar Italiaans dorp.

Het boek is tegelijkertijd een vlammend pamflet tegen de verwaarlozing van het zuiden door de Italiaanse overheid en een ontroerend, poëtisch eerbetoon aan de kracht en schoonheid van de streek en haar eenvoudig levende bewoners.

Dit spraakmakende boek – in 1978 verfilmd door Francisco Rosi – moet je als Italiëliefhebber zeker lezen. In deze blog delen we alvast een fragment.

Een volgende bekende plek op de route is Battipaglia. Hier vind je namelijk een heus museum voor mozzarella. Battipaglia is namelijk, het kloppend hart van het gebied dat bekend staat om de productie van buffelmozzarella.

Masseria La Morella en de vereniging Feudo Don Alfrè sloegen de handen ineen om in een zeventiende-eeuwse masseria een museum te creëren waarin je alles leert over het houden van buffels en het maken van buffelmozzarella.

Je bewondert er niet alleen meer dan vijfduizend historische foto’s, documenten en gebruiksvoorwerpen, maar bekijkt tijdens een rondleiding ook de buffelstallen, de kaasmakerij, de kaas- en boterkelder. Je kunt ook een workshop boeken waarbij je zelf kaas leert maken.

Via deze link vind je alle details voor je bezoek en kun je ook meteen een rondleiding (met eventueel een workshop) reserveren.

De finish van de vijfde etappe ligt in Salerno, een heerlijke havenstad waar we je virtueel al vaak mee naartoe namen, om te genieten van de schitterende uitzichten tijdens een prinselijke wandelroute, de kleurrijke street art, de heerlijke pizza’s en de prachtige Duomo (met een nóg mooiere crypte).

Via deze link vind je al onze tips voor Salerno, vanwaar je – zowel te voet als per fiets – ook makkelijk naar Vietri sul Mare kunt, een van de kleurrijkste plaatsjes aan de Amalfikust.

Etappe 6 – Napels en de Vesuvius

De zesde etappe is een veelbelovende rit, zeker qua mooie uitzichten onderweg. De renners rijden vanuit Napels naar de Vesuvius, om vervolgens in een boog om de vulkaan heen te trappen. Ze gaan dus niet omhoog, zodat de steile klim ze bespaard blijft.

Als je er zelf bent, moet je eigenlijk wel de krater van de vulkaan zien. Het Parco Nazionale del Vesuvio, waarin de Vesuvius ligt, is wel een beschermd natuurgebied, waardoor je de vulkaan niet zomaar kunt beklimmen.

Daarvoor heb je een toegangskaartje nodig, dat je direct kunt reserveren bij een transfer met de Vesuvio Express van/naar station Ercolano Scavi. Deze transfer kunnen we echt aanraden, want zelf omhoog rijden en vervolgens van de parkeerplaats naar de ingang lopen is geen pretje.

Extra leuk: langs de weg omhoog zie je een aantal kunstwerken, die samen de openluchtexpositie Creator Vesevo vormen. Het grote beeld op de rotonde aan het begin van de weg is gemaakt door de Nederlandse kunstenaar Mark Brusse.

Het heet Listening with the eyes – en dat is precies wat je tijdens je bezoek aan de Vesuvius zou moeten doen. Geef je ogen goed de kost en laat het vulkaanlandschap én het uitzicht over de Golf van Napels op je inwerken, want deze combinatie is echt uniek.

Bij de ingang (op duizend meter hoogte) laat je je kaartje zien en kun je een wandelstok meenemen voor de route naar de Gran Cono, de grote krater, op 1281 meter hoogte.

Na het rondje Vesuvius fietsen de renners via Pompeï – de stad die door de Vesuvius werd verzwolgen – naar de Amalfikust.

De eerste parel aan deze adembenemende kustlijn die de renners aandoen is Ravello, met de prachtige tuinen van Villa Cimbrone (met het Terrazza dell’Infinito) en Villa Rufolo (met het beroemde uitzicht over zee, met de twee kerktorens en de parasolden).

Er volgt in rap tempo nog veel meer moois, met na Amalfi ook Praiano (een van de minder bekende plaatsjes aan de Amalfikust) en Positano.

Dit laatste plaatsje ligt als een kleurrijk palet tegen de rotsen. Het stadje aan de Amalfikust werd door Paul Klee omschreven als ‘de enige plek ter wereld met een verticale in plaats van een horizontale basis’.

Je krijgt er inderdaad het vermoeden dat er geen andere weg is dan die omhoog. Buiten de brede boulevard langs de kust wachten steile steegjes en ontelbaar veel trappetjes. De vrolijk geschilderde huisjes lijken tegen de rotsen te zijn geplakt.

Via Sant’Agata sui Due Golfi zetten de renners koers naar Sorrento, om van daaruit via Vico Equense (met Villa Ketty, het paradijsje waar wij altijd graag logeren) naar Castellammare di Stabia te fietsen.

In deze blog nemen we je mee naar het Museo Archeologico di Stabia én naar drie villa’s uit de tijd van het Romeinse Stabiae die je hier kunt bewonderen: Villa San Marco, Villa Arianna en de villa die bekend staat als het Secondo Complesso.

Op weg naar de finish in Napels komen de renners ook nog langs Torre Annunziata, waar je de prachtige Villa di Poppaea vindt, met kleurrijke fresco’s van vogeltjes, vijgen, fonteinen en zelfs een taart die er levensecht uit ziet.

Veel moderner zijn de muurschilderingen van Jorit Agoch, een wereldberoemde street artist met Napolitaans-Nederlandse roots, in de wijk San Giovanni a Teduccio, waar de renners weer op Napolitaanse bodem zijn.

Je ziet onder meer een levensgrote Maradona. Wellicht herken je de stijl van San Gennaro in het centrum van Napels, die ook van Jorits hand is.

Hopelijk wacht na de finish in Napels een authentieke pizza margherita. Of zouden de renners meer trekken hebben in pizza fritta?

Etappe 7 – van Capua naar de Gran Sasso

Op vrijdag 12 mei rijden de renners een van de twee langste etappes van de Giro d’Italia, met dik tweehonderd kilometer die ook nog eens grotendeels bergopwaarts lopen.

De renners vertrekken in Capua, een naam die je wellicht wel eens hebt gehoord. Hoewel dit plaatsje, net ten noorden van Caserta, nu niet meer zo op de kaart staat, was het in de Romeinse tijd na Rome de grootste stad van het rijk.

Na het Colosseum was het Amfitheater van Capua het grootste theater van het Romeinse rijk. Er konden ongeveer veertigduizend toeschouwers plaatsnemen rondom de arena.

Spartacus wist vanuit de gladiatorenschool van Capua te ontsnappen en een opstand te ontketenen. Of de renners zijn voorbeeld volgen en hier al weten te ontsnappen, is nog maar de vraag, want er wachten veel hoogtemeters.

De Giro passeert de grens van de regio’s Campanië en Molise en rijdt in deze kleine regio eerst door Venafro, dat ook wel ‘de toegangspoort tot Molise’ wordt genoemd.

De route gaat bijna langs de Abbazia di San Vincenzo al Volturno, een van de mooiste plekken van Molise, met een bijzondere crypte.

Na de grensovergang naar de regio Abruzzo trappen de renners naar Castel di Sangro. Helaas mogen ze niet even afstappen voor een bezoek aan Reale, het driesterrenrestaurant van chef-kok Niko Romito, een van de beroemdste Italiaanse chefs.

Zouden ze wel tijd hebben voor een pitstop bij ALT – Stazione del Gusto (aan de Strada Statale 17 in Castel di Sangro)? Dit is Romito’s interpretatie van een wegrestaurant, met op het menu zijn befaamde bomba’s (gevulde gefrituurde ‘deegbommetjes’).

Niko’s vader maakte ze al in de jaren zeventig in zijn eigen pasticceria. Niko deed jarenlang onderzoek naar kneed-, rijs- en baktechnieken en perfectioneerde het recept. Het resultaat: heerlijke, lichte bomba’s die bij ALT – Stazione del Gusto in zowel zoete als hartige varianten te bestellen zijn.

De renners hebben in elk geval flink wat energie nodig, want de route slingert naar Roccaraso, op een hoogte van ruim twaalfhonderd meter. In de winter is Roccaraso het favoriete skioord van veel Napolitanen, maar de renners finishen in het groen.

Via Sulmona – stad van de confetti – en Popoli zetten de Giro-deelnemers koers naar Calascio, met prachtig uitzicht op de Rocca di Calascio.

Na Santo Stefano di Sessanio, een van de borghi più belli d’Italia, de mooiste dorpjes van Italië, wacht een flinke klim naar Campo Imperatore op de Gran Sasso, een hoogvlakte die vaak wordt vergeleken met Tibet of Nieuw-Zeeland, maar dan gewoon in hartje Italië!

Etappe 8 – van Terni naar Fossombrone

Op zaterdag 13 mei, als de renners al een week Italië in de benen hebben, vertrekt de Giro vanuit Terni (Umbrië), de stad van San Valentino. Deze Valentino was een jonge Romeinse bisschop die, ondanks het feit dat hij dagenlang werd gemarteld, weigerde om zijn geloof op te geven.

De bisschop stierf op 14 februari 269. Op de dag voor zijn executie zou hij een afscheidsbriefje hebben geschreven voor de dochter van een medegevangene op wie hij verliefd was geworden. Hij ondertekende het briefje met de woorden del tuo Valentino, ‘van jouw Valentijn’.

Hier zou onze traditie om Valentijnskaarten te ondertekenen met ‘je Valentijn’ op zijn gebaseerd. Na zijn dood werden de overblijfselen van Valentino teruggebracht naar Terni, waar ze werden begraven op een begraafplaats even buiten de stadsmuren. Later werd op deze plek een basiliek gebouwd, de San Valentino.

Aan de zuidkant van het centrum staat de Duomo, maar de kerk die van buiten het mooist is, is de Sant’Alò, die waarschijnlijk gebouwd is op de plek van een Romeinse tempel. De buitenkant van de kerk wordt gesierd door Romeinse beelden; binnen vind je mooie fresco’s.

Veel moderner is de lichtgevende obelisk Lancia di Luce (aan de Corso del Popolo) van kunstenaar Arnaldo Pomodoro.

Ook bij de volgende bestemming op de route, Spoleto, bewonder je een prachtige kerk, de Duomo, met een aantal prachtige fresco’s van Filippo Lippi, die hier ook begraven ligt.

In Trevi speelt het groene goud de hoofdrol. Niet voor niets luidt de bijnaam van het dorpje la regina degli ulivi, de koningin van de olijven. De olijfolie die hier wordt geproduceerd is dan ook van uitzonderlijk goede kwaliteit; het is zelfs een van de beste van Italië.

Via Foligno, Nocera Umbra en Gualdo Tadino stevenen de renners af op de Passo della Scheggia, op ruim zeshonderd meter hoogte, tussen de Centrale en de Noordelijke Apennijnen, om vervolgens de grens met de regio Le Marche over te steken.

Op de route in Le Marche prijkt allereerst Cagli. Al heb je maar even tijd om dit plaatsje te bezoeken, ga er écht even heen, al is het alleen maar om de Chiesa di San Domenico te bekijken, en dan met name de vertederende Madonna op het fresco in de Cappella Tiranni.

Na Acqualagna – dat ook wel il capitale del tartufo wordt genoemd, ‘de hoofdstad van de truffel’ – wacht een wonder der natuur: de Gola del Furlo, de Furlo-kloof. Hier kronkelt de rivier Candigliano tussen de indrukwekkende kalkstenen rotsen om uiteindelijk bij het plaatsje Calmazzo in de Metauro uit te komen.

Furlo komt van het Latijnse forulum wat ‘klein gat’ betekent, maar klein is de kloof allerminst: het is een indrukwekkend wonder der natuur. De kloof maakt deel uit van het Riserva Naturale Statale della Gola del Furlo, een uniek natuurreservaat van 3600 hectare groot, waar onder meer de plaatsen Acqualagna, Cagli, Fermignano, Fossombrone en Urbino deel van uitmaken.

Fossombrone is de finish van deze achtste Girodag, maar de renners moeten eerst nog de Monte delle Cesane en de Muro dei Cappuccini zien te bedwingen. Forza!

Etappe 9 – van Savignano del Rubicone naar Cesena

Op zondag 14 mei rijden de renners hun tweede tijdrit. Het is de langste en vlakste van de in totaal drie tijdritten deze Giro.

Het parcours is ruim dertig kilometer lang en gaat grotendeels over vlakke wegen, zonder veel bochtenwerk en zonder bekende bezienswaardigheden.

De start is in Savignano del Rubicone, dat tot 1933 nog Savignano nel Romagna heette. Mussolini was degene die het plaatsje zijn nieuwe naam gaf en die ook het riviertje dat door het dorp stroomt voortaan aanduidde als de Rubicone. Het is echter niet duidelijk of het deze rivier is die Julius Caesar in 49 voor Christus overstak.

Van daaruit fietsen ze via onder meer Bellaria, San Mauro Pascoli, Sala, Cella en Montaletto naar Cesena. Voor ons nog onbekend gebied, al kennen we wel de pareltjes aan de kust, zoals Cesenatico – met een monument voor wielrenner Marco Pantani – en Rimini (waar met name de wijk Borgo San Giuliano een aanrader is).

Etappe 10 – van Scandiano naar Viareggio

Na een rustdag stappen de renners op dinsdag 16 mei weer op de fiets. De start is in Scandiano, iets ten zuidwesten van Modena. Het eerste deel van de route, door het groen van Emilia-Romagna, moeten wij ook nog eens afleggen.

Bij de Passo delle Radici gaan de renners de grens met Toscane over (als wij de Giro hadden uitgestippeld hadden we wellicht gekozen voor de iets zuidelijker gelegen Giro del Diavolo) om koers te zetten naar Castiglione di Garfagnana en Castelnuovo di Garfagnana.

De Garfagnana ligt op de plek waar de blikken van de Apennijnen en de Alpi Apuani elkaar kruisen. Dit noordelijke stukje Toscane – groen, ruig en ongerept – wordt ook wel la terra di lupi e briganti, het gebied van de wolven en de bandieten, genoemd.

Het is de perfecte plek voor een actieve vakantie, met activiteiten als canyoning, hiken en mountainbiken, maar je kunt er ook heerlijk eten (dit adresje in Castelnuovo di Garfagnana is echt een aanrader).

Via Monteperpoli trekt de Giro-karavaan naar Borgo a Mozzano, met de Ponte del Diavolo, ‘de brug van de duivel’. Deze Ponte della Maddalena, zoals de brug officieel heet, werd rond 1100 in opdracht van Matilde di Canossa gebouwd.

De brug was een inspiratiebron voor Dante; hij zou model hebben gestaan voor de rotsbrug die de Italiaanse dichter in de achtste kring van Inferno beschrijft.

De bijnaam Ponte del Diavolo heeft de brug echter niet aan Dante te danken. De oorsprong van deze naam gaat verder terug, naar de tijd waarin de brug gebouwd werd, zoals je in deze blog kunt lezen.

Ten noorden van Lucca buigen de renners af naar de Toscaanse kust. Ze snellen door Camaiore naar Lido di Camaiore, met een fijn groot zandstrand én een prachtige pier, die tot ver in zee reikt en die heerlijk is voor een lome passeggiata bij zonsondergang.

Op de achtergrond kleuren de bergtoppen soms nog wit. Nog witter zijn de marmergroeven van Carrara, waar het marmer van de kunstwerken van onder anderen Michelangelo vandaan komt. Als je een keer midden in het marmer wil staan, boek dan een tour door de marmergroeven. Een unieke ervaring!

Proef hier zeker ook van de lokale delicatesse lardo di Colonnata, spek dat op een unieke manier geconserveerd wordt. Nadat het in laagjes is gesneden, wordt het op een bed van zout en peper, knoflook en andere kruiden (rozemarijn, salie, oregano) in een grote marmeren trog gelegd, waarin het spek zes tot tien maanden rijpt.

De finish ligt nét iets ten zuiden van Lido di Camaiore, in Viareggio – niet alleen een bekende kustplaats maar ook ‘de hoofdstad van het carnaval’. In deze blog lees je meer over het kleurrijke carnavalsgebeuren in Viareggio.

Etappe 11 – van Camaiore naar Tortona

Net als de zevende etappe is dit een van de twee langste etappes van de Giro d’Italia. De route voert van Toscane naar Piemonte, grotendeels langs de Ligurische kust. Het vertrek is in Camaiore, waar de renners tijdens de vorige etappe al doorheen fietsten.

Via de Toscaanse badplaatsen Marina di Pietrasanta, Forte dei Marmi, Marina di Massa en Marina di Carrara belandt de Giro in Ligurië, waar de kust nooit ver weg is.

De renners laten pareltjes als Montemarcello, Sarzana, Tellaro en Lerici links liggen, maar als je hier de tijd hebt, moet je zeker bij al deze plekken een stop inlassen (net als voor Portovenere en de beroemde dorpjes van de Cinque Terre).

Vanaf Sestri Levante gaat het parcours weer een stukje langs de kust, om vlak voor Chiavari weer richting noorden te gaan. De Giro volgt de SS225, door de Val Fontanabuona, met dorpjes als Carasco, San Colombano Certenoli en Cicagna.

Na flink trappen steken de renners de grens naar de regio Piemonte over. Een van de plaatsen waar ze op weg naar de finish doorheen fietsen, is Gavi. Een waar wijnwalhalla, zoals je in deze blog kunt lezen.

De finish ligt in Tortona, ten oosten van Alessandria, waar de beroemde Italiaanse wielrenner Fausto Coppi in 1960 overleed.

Etappe 12 – van Bra naar Rivoli

Deze twaalfde etappe is misschien wel de heerlijkste van deze Giro. Niet zozeer omdat de renners na een vlakke etappe weer gaan klimmen, maar vooral vanwege de plaatsen waar ze langskomen en de culinaire lekkernijen die daarmee verbonden zijn.

Dat begint al meteen bij de start in Bra, de geboorteplaats van Slow Food. Hoewel de renners natuurlijk gaan voor snel, sneller snelst, richtte Carlo Petrini in 1986 op de binnenplaats van Osteria Boccondivino Slow Food op, als tegenhanger voor het zich steeds sneller verspreidende fenomeen fastfood.

Van daaruit zetten de renners koers naar Cherasco (beroemd om de kusjes van chocolade) en naar La Morra, dat ook wel de ‘Venus van de Langhe’ wordt genoemd. Het ligt hoog op de top van een heuvel, waardoor je er prachtig uitzicht over het landschap van de Langhe hebt.

In deze blog vind je een aantal tips voor La Morra, waaronder de kleurrijke Cappella del Barolo en een van de Big Benches, die je op je route door de Langhe zeker niet mag missen.

Ook het beroemde Barolo ligt op de route. Je kunt hier natuurlijk proeven van Barolo, maar er is meer. Zo kun je in het imposante Castello Falletti in het plaatsje Barolo naar het Museo del Vino, het wijnmuseum. Precies op deze plek werd een van de eerste Barolo-wijnen gemaakt, een traditie die in het museum mooi wordt geïllustreerd.

Tijdens een unieke ontdekkingstocht naar de Barolo (waarbij je natuurlijk ook mag proeven) krijg je een goede indruk van de geschiedenis van de wijn en word je ingewijd in enkele geheimen van de wijnproductie. Ook leuk is het Museo dei Cavatappi, met een verbazingwekkende verzameling bizarre kurkentrekkers.

Via Monforte d’Alba en Pedaggera trappen de renners naar Alba, de hoofdstad van de Langhe en Unesco’s stad van de gastronomie. Maak hier zeker een culinaire pitstop. Wij strijken graag neer bij Ape Wine Bar (Piazza Risorgimento 3), voor een goed glas wijn en de ravioli al plin, in een salie-botersaus. Verrukkelijk!

Heb je hier langer de tijd dan de Giro-renners, volg dan zeker ook de Strada Romantica delle Langhe e del Roero en de wijnroute door La Terra dei Quattro Vini, ‘het land van de vier wijnen’ (de Barbaresco, de Barbera, de Dolcetto d’Alba en de Moscato d’Asti).

Via Carmagnoli gaat de Giro langs de zuidwestkant van het Parco Naturale di Stupinigi. Het Palazzina di Caccia di Stupinigi – met een beeld van een hert op het dak – ligt zo’n tien kilometer buiten het centrum van Turijn. Het ademt meteen al bij de eerste aanblik koninklijke grandeur.

Het palazzo, dat is ontworpen door Filippo Juvarra, werd vooral gebruikt tijdens de jacht. Als je door de koninklijke kamers struint, snuif je de uitgelaten sfeer op die hier vaak heerste als er een goede buit was binnengehaald.

De volgende bestemming is Rivoli, maar nog niet voor de finish. Eerst wacht er nog een extra rondje over Piemontees grondgebied, met als hoogtepunt het uitzicht op de Sacra di San Michele, een van de meest mysterieuze monumenten van de regio Piemonte.

Deze imposante abdij in het hart van de Val di Susa zou Umberto Eco hebben geïnspireerd voor De naam van de roos. Het is dan ook een fascinerende plek, met een eeuwenoude geschiedenis, zoals je in deze blog kunt lezen.

Etappe 13 – van Borgofranco d’Ivrea naar Crans-Montana

Op vrijdag 19 mei staan bijna tweehonderd kilometers op het programma, met de start op Italiaans en de finish op Zwitsers grondgebied. De renners rijden door de Povlakte noordwaarts, van Piemonte via Valle d’Aosta naar Zwitserland.

De start is in Borgofranco d’Ivrea, net ten noorden van Ivrea, een stad die op de Werelderfgoedlijst van Unesco prijkt vanwege de unieke architectuur.

Al snel steken de renners de grens met Valle d’Aosta over. Een van de eerste plekken die we herkennen op de route, niet ver van de grensovergang, is het imposante negentiende-eeuwse Forte di Bard.

Ook Saint-Vincent kennen we van een eerder bezoek. Dit plaatsje wordt ook wel ‘de Rivièra van de Alpen’ genoemd, aangezien het zo heerlijk beschut ligt. Ondanks de hoogte van vijfhonderdvijfenzeventig meter heerst er hier een mild klimaat.

De wielrenners hebben er geen tijd voor, maar je kunt hier heerlijk ontspannen in de thermen. In 1770 werd hier de Fons Salutis ontdekt, een natuurlijke bron waarvan het water een therapeutische werking heeft.

De Italiaanse dichter Giosuè Carducci kwam hier graag voor een weekje wellness, een voorbeeld dat ook nu nog door velen wordt gevolgd.

De route loopt van Saint-Vincent over een bijna rechte lijn naar Aosta, de stad die ook wel het ‘Rome van het noorden’ wordt genoemd, vanwege de prachtige herinneringen aan de Romeinse tijd: het amfitheater, de Criptoportico Forense en de boog van Augustus. In deze blog lees je meer over de stad Aosta.

De route voert verder naar Etroubles, een van de mooiste dorpjes van de regio Valle d’Aosta. Het dorp is vooral beroemd vanwege de middeleeuwse dorpskern, een waar openluchtmuseum.

Niet alleen vanwege de karakteristieke huisjes, maar vooral dankzij de expositie ‘À Etroubles, avant toi sont passés…’, een permanente kunstgalerie met werken van beroemde kunstenaars waartussen het heerlijk slenteren is.

Ga op onderzoek uit en ontdek de bijzondere beelden en andere kunstwerken, maar duik ook even de kerk in, met schitterende fresco’s uit lang vervlogen tijden.

Via de Colle di Gran San Bernardo rijden de renners naar Zwitsers grondgebied, voor het laatste stuk van deze dertiende etappe.

Etappe 14 – van Sierre naar Cassano Magnago

Na een start op Zwitserse bodem komen de renners via de Simplonpas (Passo del Sempione in het Italiaans) weer op Italiaanse bodem. Iedereen die wel eens in het Italiaans heeft moeten spellen, kent de eerste bekende(re) stad waar de renners doorheen snellen: Domodossola.

Vervolgens gaat het verder langs de linkeroever van het Lago Maggiore, met plaatsjes als Mergozzo, Ferolo, Baveno, Stresa en Arona.

Het Lago Maggiore is, anders dan de naam doet vermoeden, niet het grootste meer van Italië. Ooit was het dat wel, toen het Lago Maggiore en het huidige meer van Mergozzo nog één waren.

Na de vorming van de Piana di Fondotoce werden de twee meren gescheiden en was het Lago Maggiore niet langer het grootste meer van Italië (die eer moest het afstaan aan het Gardameer). In het Italiaans wordt het Lago Maggiore overigens ook wel het Lago Verbano genoemd, naar de oude Romeinse naam Lacus Verbanus.

Deze zijde van het meer is een perfect decor voor een fietstocht. Tussen Verbania Fondotoce en Baveno loopt een prachtig fietspad, dat je ook door het pittoreske Feriolo leidt, een dorpje van vissers en beeldhouwers dat wordt omgeven door prachtige natuur.

Onderweg trap je van het ene adembenemende uitzicht naar het andere: van de hoge, vaak besneeuwde toppen van de Alpen tot het schitterende Lago Maggiore, met de drie parels van eilanden (Isola Bella, Isola Madre en Isola dei Pescatori) die als het ware door het meer omarmd worden.

Vanaf het Lago Maggiore rijden de renners oostwaarts, door voor ons nog onbekend gebied, tot aan de finish in Cassano Magnago, ten noordwesten van Milaan.

Etappe 15 – van Seregno naar Bergamo

Deze etappe is een soort Ronde van Lombardije, met de finish in Bergamo, samen met Brescia de Italiaanse hoofdstad van cultuur dit jaar.

De tocht voert onder meer door het Parco Regionale di Montevecchia e della Valle del Curone en het Parco dei Colli di Bergamo.

Bergamo komt al in zicht als er nog zo’n zestig kilometer moeten worden afgelegd. Er wacht echter nog een klim de Valico di Valcava op. Na het oversteken van de Brembo zetten de renners koers naar de prachtige middeleeuwse bovenstad van Bergamo, de Città Alta, op de niet al te hoge maar wel vrij steile Colle Aperto.

Vervolgens gaan ze in vliegende vaart naar beneden, naar de Città Bassa, het lagere en nieuwere deel van Bergamo, waar we je in deze blog meer over vertellen.

Etappe 16 – van Sabbio Chiese naar Monte Bondone

Na een rustdag stappen de renners op dinsdag 23 mei weer op de fiets voor een etappe van Sabbio Chiese naar het Gardameer om na bijna tweehonderd kilometer te finishen op de Monte Bondone.

De start is in de uitlopers van de Alpen, in het kleine dorp Sabbio Chiese, waarna de renners afdalen naar het Gardameer.

Vanuit Salò gaan ze noordwaarts langs de westelijke oever van het meer, langs plaatsjes als Gardone Riviera, Toscolano Maderno, Gargnano, Limone sul Garda, Riva del Garda en Torbole.

In Gardone Riviera kun je een wandeling maken langs het meer, met onder meer statige oude villa’s en hotels aan de oever.

Tuinliefhebbers brengen een bezoekje aan de Giardino Botanico Heller, op slechts vijf minuten lopen van de haven. Deze botanische tuin is opgeknapt en verfraaid met fonteinen en moderne kunstwerken van de Oostenrijkse kunstenaar André Heller.

Een andere aanrader als je in Gardone bent, is Il Vittoriale degli Italiani. Naast de prachtige villa van de excentrieke dichter Gabriele d’Annunzio, die je kunt bezoeken, vind je hier zijn mausoleum, een openluchttheater en een schitterende tuin.

Op honderdvijftig meter van Il Vittoriale degli Italiani bevindt zich het Museo Il Divino Infante, met een unieke collectie van tweehonderd Italiaanse beelden van het kindje Jezus.

De renners hebben er geen tijd voor, maar wij strijken bij Toscolano Maderno graag neer op het Spiaggia Lido Azzurro, waar het lijkt of je zeelucht inademt. Dit mooie en brede strand is een van de weinige zandstranden langs het Gardameer.

Het modern ingerichte privéstrand wordt omgeven door een goed onderhouden park. Alle comfort is aanwezig: van ligbedden tot strandstoelen, van parasols tot kleedhokjes. Je kunt er zelfs een douche nemen. Er is ook speelgelegenheid voor kinderen en je kunt je honger stillen in de pizzeria. In de buurt van Lido Azzurro vind je tevens een publiek strandje met keitjes.

De Giro gaat verder noordwaarts naar Gargnano, met een klein centro storico dat direct aan het Gardameer ligt. Hier kun je gezellig rondstruinen langs de winkeltjes, gelateria’s en andere lokale ondernemingen. Vanuit de barretjes en restaurants geniet je van het uitzicht over het meer.

Midden in het centro storico staat de San Giacomo. Deze kerk stamt uit de twaalfde eeuw en is de oudste kerk van Gargnano. In het kerkportaal kun je drie veertiende-eeuwse fresco’s bewonderen, met onder meer een afbeelding van San Cristoforo, de beschermheilige van reizigers.

Langs de Limonaia del Pra’ de la Fam – een van de vele citroenkassen aan het Gardameer – en de Monte Cas trappen de renners naar de gehuchtjes Pieve en Campione, hoog boven het meer.

Pieve lijkt wel op een adelaarsnest, vanwaar je prachtig over het Gardameer uit kunt kijken. Je vindt er het beruchte Terrazza del Brivido, het ‘rillingterras’ of ‘griezelterras’ waar je bijna driehonderdvijftig meter loodrecht naar beneden kunt kijken. Dat levert een werkelijk schitterend panorama op – als je tenminste geen last hebt van hoogtevrees!

Limone sul Garda dankt zijn naam aan de citroenen. Vanaf het meer zie je al de overblijfselen van de vele citroenkwekerijen, limonaia’s, die hier vroeger stonden. Ze zijn tegen de rotsen aan gebouwd, zodat ze beschermd worden tegen de noordenwind. Vandaag de dag zijn er nog maar enkele limonaia’s in gebruik, waaronder La Limonaia del Castèl, waar je een kijkje kunt nemen.

Ten noorden van Limone ligt een deel van de Ciclovia del Garda, het wandel- en fietspad richting Riva del Garda dat deel uit moet gaan maken van een honderdveertig kilometer lange fietsroute rondom het Gardameer.

Slechts een deel daarvan is voltooid, dus de Giro moet een andere route naar Riva del Garda nemen (ook omdat de maximale snelheid op de Ciclovia del Garda slechts tien kilometer per uur bedraagt…).

Het noordelijke deel van het Gardameer leent zich uitstekend voor watersporten. Zo gingen wij een keer suppen vanuit Riva del Garda, een heerlijke ervaring!

Een mooie wandel- of fietsroute vanuit Riva is de Strada del Ponale (tien kilometer enkele reis, maar je kunt als je te voet gaat de bus terug nemen). Ook DoGa, een fietsroute van de Dolomieten naar het Gardameer, met de finish in Riva del Garda, is een aanrader.

De laatste plaats aan het Gardameer die de Giro aandoet, is het kleurrijke Torbole, vanwaar de renners noordwaarts rijden, naar het dorpje Bolognano. Daar beginnen ze aan een dertien kilometer lange klim naar de Passo di Santa Barbara, over een smalle weg vol haarspeldbochten.

De route voert door onder meer Bordala en Castellano naar Rovereto. Het prachtige landschap en de weelderige natuur maken van dit deel van Italië een populaire bestemming voor fietsers.

Volg bijvoorbeeld de schitterende Vallagarina-fietsroute, die je in dertig kilometer langs de oevers van de Adige-rivier naar Rovereto brengt, waar je het MART kunt bezichtigen.

Het fietspad loopt nog twintig kilometer door, tussen de wijngaarden en de panoramische vergezichten, naar Avio, waar zich het Castello di Sabbionara bevindt.

De finish van deze etappe ligt op de Monte Bondone, op tweeduizend meter hoogte. Deze berg wordt ook wel de Alpe di Trento genoemd. Je hebt er een waanzinnig uitzicht over onder meer de Brenta Dolomieten.

Etappe 17 – van Pergine Valsugana naar Caorle

Op woensdag 24 mei is de Giro eigenlijk één lange afdaling, waarbij de renners vanuit de bergen door het dal van de Brenta-rivier koers zetten naar de Adriatische Zee.

Vanuit het op ruim vijfhonderd meter hoogte gelegen Pergine Valsugana (iets ten oosten van Trento) trapt het peloton naar Levico Terme. Bij Bassano del Grappa komen de renners in vlakker gebied.

De Brenta stroomt dwars door dit stadje. Over het water loopt de houten overdekte Ponte Vecchio, die ook wel Ponte degli Alpini wordt genoemd. Deze brug werd in 1569 ontworpen door de Italiaanse architect Andrea Palladio, maar is sindsdien al drie keer herbouwd.

Na Bassano wacht het vlakke land van de regio Veneto. De Giro schampt Treviso om vervolgens via Roncade naar de Adriatische kust te rijden. Via Jesolo en Lido di Jesolo gaan de laatste kilometers langs de brede zandstranden, waarna de finish wacht in Caorle, ‘het kleine Venetië’.

Dankzij de kleurrijke huisjes, smalle straatjes, kleine piazza’s én een schitterende lagune doet Caorle je aan Venetië denken. Hier heerst echter nog niet de hectiek die je in Venetië tegenwoordig vaak voelt.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom de wereldberoemde Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway op slag verliefd werd op dit stadje en op de lagune. Ook wij hebben er ons hart verloren. In deze blog delen we een aantal van onze favoriete plekken in Caorle.

Etappe 18 – van Oderzo naar Val di Zoldo

Over deze etappe, die vertrekt in Oderzo en finisht in Val di Zoldo (beide in de regio Veneto), kunnen we je weinig vertellen. Dit stukje Italië is voor ons nog grotendeels onontdekt gebied.

De renners fietsen onder meer via Pian del Cansiglio. Wij toerden eerder op een Vespa door het Foresta di Cansiglio, het thuis van honderden herten. Dit woud was eeuwenlang de voorraadschuur van hout voor de Venetiaanse vloot.

Dichte stukken bos worden afgewisseld met uitgestrekte grasvlaktes. Je kunt er kilometers rijden zonder ook maar iemand tegen te komen, maar op een gegeven moment begin je weer te dalen en kom je steeds vaker langs plukjes huizen.

Via Pieve di Cadore gaat het dan naar Val di Zoldo, dat iets ten zuiden van Cortina d’Ampezzo ligt, in de Dolomieten.

Vanwege de ligging kun je in en rondom Val di Zoldo al vroeg in het voorjaar wandelen. Vanaf ongeveer half mei veranderen de berghellingen langzaam in één grote bloemenzee. Hopelijk zien we dat al terug als de Giro hier op 25 mei finisht!

Etappe 19 – van Longarone naar de Tre Cime di Lavaredo

Een spannende etappe, vanwege de vele hoogtemeters die de renners vandaag voor hun kiezen krijgen.

Na de start in Longarone trappen de wielrenners via Ponte nelle Alpi naar Belluno, waar je heerlijk kunt dwalen, met gigantische bergtoppen op de achtergrond. Om je wegwijs te maken in de stad, zijn er vijf themawandelingen uitgezet. We wandelden ze allemaal en nemen je in dit artikel mee op pad in Belluno.

Dan gaat het langzaam maar zeker omhoog, naar de Passo Campolongo, die ongeveer halverwege de route ligt. Dan begint het echte klimwerk, met de Passo Valparola en de Passo Giau die de renners achter zich laten op weg naar Cortina d’Ampezzo.

Het uitzicht op de kolossale Dolomieten dat je vanuit Cortina hebt is schitterend, maar ook het stadje zelf is erg sfeervol. In 1956 vonden hier de Olympische Winterspelen plaats en daardoor kun je je ’s winters helemaal uitleven in het skigebied dat aan weerzijden van het dorp ligt, met meer dan honderd kilometer aan pistes.

Het decor van de Giro is hopelijk sneeuwvrij, zeker omdat de volgende klim weer een flinke is. Via de Passo Tre Croci zetten de renners koers naar het Lago di Misurina (het grootste meer in de streek Cadore, dat dankzij de schone lucht een heilzame omgeving is voor mensen met astma en andere ademhalingsproblemen) en het Lago d’Antorno.

De Tre Cime di Lavaredo vormen het decor voor een spectaculaire finish. Dit zijn de misschien wel bekendste pieken van de Dolomieten, die ook wel met de Duitse naam de Drei Zinnen worden aangeduid. Erwin neemt je in deze blog mee op een wandeling rond deze indrukwekkende rotsformatie op de grens van de regio’s Trentino-Alto Adige en Veneto.

Etappe 20 – van Tarvisio naar de Monte Santo di Lussari

Deze voorlaatste etappe is heel kort, met bij de finish nog geen negentien kilometer op de teller, maar wel zeer pittig. De tijdrit gaat grotendeels bergopwaarts, met bij de laatste zeven kilometer naar de finish zelfs een stijging van ruim twaalf procent!

De start is in Tarvisio, in de regio Friuli-Venezia Giulia, waar ook de tweehonderdtachtig kilometer lange Ciclovia Alpe Adria Italië binnenkomt. Deze route begint in Salzburg en voert naar het schiereiland Grado, aan de Adriatische kust.

Via Valbruna gaat de klim naar de Monte Santo di Lussari, met op de top een klein heiligdom. Volgens de legende vond een herder hier ooit zijn verloren schapen terug, rondom een dennenbos met daarin een Madonna met kind.

Als herinnering aan dit wonder werd in 1360 een kerk gebouwd, die in de zestiende eeuw werd vervangen door de kerk die je er nu nog altijd kunt bezoeken.

Vanaf de top – die je kunt bereiken via het tien kilometer lange, steile Sentiero del Pellegrino (‘het pad van de pelgrim’) of via de kabelbaan vanuit Camporosso – heb je een prachtig uitzicht over de omgeving.

Etappe 21 – Rome

De allerlaatste etappe van de Giro d’Italia 2023 wordt op zondag 28 mei gereden in Rome. De renners rijden tien rondjes van ruim elf kilometer door de Eeuwige Stad, over precies dezelfde route als tijdens de Giro van 2018.

Zowel de start als de finish liggen op de Via dei Fori Imperiali, tussen het Colosseum en het Vittoriano.

Het parcours slingert door het historisch centrum, langs onder meer het Quirinaal, de Trinità dei Monti (de kerk boven aan de Spaanse Trappen), het Piazza del Popolo, de Corso, het Piazza Venezia en het Circus Maximus. Dat levert vast prachtige beelden op tijdens deze slotetappe!

Het volledige Giro-parcours met plattegrond

Een fijn Nederlandstalig overzicht van het volledige parcours, inclusief Google Maps-kaarten met daarop per parcours de exacte route, vind je op de website van de Touretappe. Ook op de officiële website van de Giro d’Italia is natuurlijk een mooi overzicht te vinden, in een cirkelvorm waar je elke etappe zelf uit kunt lichten.

Rijd je eigen Giro d’Italia!

Rome vormt de schitterende finish van een drie weken durende tour door een aantal schitterende regio’s in Italië. Geniet van alle beelden en laat je inspireren tot een eigen Giro d’Italia!

Benieuwd naar eerdere routes? In 2022 waren dit de etappes op Italiaanse bodem. In 2021 volgde de Giro dit parcours.

Via deze link vind je de route van de Giro in 2020, via deze link volg je de route van de Giro in 2019 en hier lees je meer over de route van de Giro in 2018.

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

8 reacties

  1. Fantastisch artikel over de giro. mooiere reclame over Italië is er niet.
    Als je nu nog niet verliefd bent op dit land , snap ik het niet.
    COMPLIMENTI

  2. Tanti complimenten !con questo article.!!!.

  3. Berthold Meers

    Van een ronde voor wielrenners maken jullie een ronde van bezienswaardigheden op een schitterende wijze. Onmiddellijk zin om naar ons geliefde Italia te vertrekken. Heel wat al gezien maar nog veel meer te ontdekken. Grazie mille

  4. Cornelis Meijer

    Wat een mooie foto’s, en een goed verhaal. Ik woon in dit prachtige land, maar heb nog niet alles gezien, haha! En ……ik ga zeker een etappe zien. Dank aan de redactie. Salutoni.

  5. Goed gemaakt, amanti d’Italia, i miei complimenti! Wat een plezier om het te lezen. Erg leuke inleving bij dit sportevenement in dat goddelijke land.

  6. Hoi! Wij zijn op 28 mei in Rome, zonder te weten dat de afsluiter van de giro daar gaat plaats vinden haha! Wij slapen aan de noordkant van het centrum en zouden die dag dolgraag willen lunchen bij Roscioli Salumeria. Maar die zit precies in het midden van het rondje dat ze maken. Hebben jullie tips hoe je onder of boven de route langs kan komen? Of kan dat überhaupt niet?

    Groetjes!

  7. Ciao Robin,
    dat zou ik even navragen als je reserveert bij Roscioli, zij weten waarschijnlijk wel of, hoe en wanneer ze bereikbaar zijn.

  8. Ja dat dacht ik ook, maar zij geven als antwoord dat lopend het leukste is om door Rome te gaan en dat we vooral de pittoreske straatjes moeten nemen haha dus ze snappen het niet helemaal. Geen idee waar ik het kan vinden ook, dus we gaan het avontuur wel aan op de dag zelf. Thanks in ieder geval :)!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *