Ga op pad met onze City Walks!

Silvio

Niet alleen de paus loopt er, zoals jullie gisteren konden lezen, graag altijd keurig gekleed bij, ook de andere grote man van Italië, Silvio Berlusconi, doet er alles aan om op elk moment van de dag goed voor de dag te komen. Zeker nu, nu zijn schijnbaar onaantastbare positie fragieler dan ooit lijkt.

Toch weet Berlusconi het Italiaanse volk keer op keer weer voor zich te winnen. Hoe kan dat? Hoe kan hij al zo lang aan de macht zijn, ondanks alle schandalen die hem achtervolgen? In het net verschenen boek Silvio doen Anne Branbergen en Martin Šimek verslag van het jaar waarin ze Berlusconi volgden, van zijn drieënzeventigste tot zijn vierenzeventigste verjaardag. Een jaar waarin hem van alles overkwam: een aardbeving, een escortschandaal, een echtscheiding, een stortvloed aan processen wegens corruptie, banden met de maffia, belastingontduiking en een aanslag op zijn gezicht met een beeldje van de Dom van Milaan.

Een fragment uit het boek, gedateerd 9 december 2009:

‘Silvio Berlusconi komt niet meer naar Rome, de stad van de kerken, de kardinalen en de parlementariërs, waar dealtjes tijdens urenlange lunches in het halfduister van onopvallende, maar uitstekende trattoria’s worden gesloten. Rome, de ventre molle del potere, de weke maag van de macht.
Niets voor een gestaalde Milanees die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zaken wil doen.

Het enige is dat Berlusconi de premier van Italië is. En dat Rome de hoofdstad van Italië is, waar zowel het parlement als de zetel van de premier Palazzo Chigi alsook het presidentiële paleis Quirinale op luttele meters van elkaar in hartje centrum ligt. Plekken waar hij af en toe zijn gezicht zou moeten laten zien.

Berlusconi begon vol goede voornemens. Hij had het bij zijn ambt horende appartement in Palazzo Chigi helemaal opnieuw laten inrichten en stofferen. Hij houdt niet van gebruikte spullen, laat staan dat hij zou moeten slapen op de matras van Il Mortadella, zijn voorganger Romano Prodi. Hij had zijn eigen smaak op het appartement losgelaten. Zo hebben toevallige getuigen op straat bijvoorbeeld een zwarte marmeren buste van keizer Nero Palazzo Chigi zien binnendragen.

Maar toch voelde het nog niet goed. Berlusconi huurde op eigen kosten het piano nobile – de adellijke etage – van Palazzo Grazioli, om de hoek van het balkon van de Duce op het Piazza Venezia. Dat moet hem qua sfeer beter hebben gelegen.

We weten inmiddels allemaal hoe de toiletten van Palazzo Grazioli eruitzien. Zalmroze marmeren balzalen met gedempt licht, vele lampenkapjes, witleren poefs en vergulde ornamenten. De meisjes die daar foto’s met hun mobieltje van zichzelf en elkaar hebben gemaakt – als bewijs dat ze er echt waren geweest – zijn een miniserietje op tv geworden: Lost in WC.

Je hart breekt als je bedenkt dat de meisjes toch nog een souvenirtje wilden hebben van hun avond bij Berlusconi. Ze waren niet gekozen. Want zo waren de regels. Berlusconi koos uit het gezelschap van soms tien, soms twintig meisjes voor hij met de uitverkorene naar de slaapkamer verdween. De andere meisjes werden beleefd door een lakei in de jas geholpen en naar de auto begeleid. Zoef, terug naar het hotel, misschien volgende keer beter – als je nog eens werd gevraagd.

Wat had Berlusconi die ene avond toch stukken beter voor Barbara of Lucia kunnen kiezen, die elkaar stonden te fotograferen op zijn wc, in plaats van Patrizia aan zijn hand mee te voeren naar het bed van Poetin. Patrizia die op zijn vrouw Veronica lijkt. Patrizia met de bandrecorder in haar handtasje. Patrizia die fijntjes beschrijft in haar boek Gradisca, Presidente hoe het een lange, lange nacht werd waarin het hoofd van de premier voornamelijk tussen haar dijen zat. Want ja, Berlusconi is een man die altijd wil dat de gasten het naar hun zin hebben, en dus doet wat alle mannen doen die denken dat dat voor een vrouw de grootste verwennerij is: de warming-up. Maar in zijn geval besloeg het de hele nacht.

Patrizia werd er gek van. Hij is niet te stuiten. En zij kan helemaal niet opgewonden worden van een man die niet de hare is. Dat zegt ze hem ook nog, de volgende ochtend aan het ontbijt, waarbij hij haar stukjes koek en gebak voert.
‘Heb je genoten?’ vraagt Berlusconi, liefdevol brokjes in haar mond stoppend.
‘Nee,’ zegt Patrizia, ‘ik kan alleen genieten van mijn eigen man.’
Hij is teleurgesteld, maar maskeert het knap.

‘Mag ik je een raad geven?’ zegt de man die, gelijk onze eigen Johan Cruijff, iedereen ongevraagd raad geeft: ‘Je moet vaker met jezelf spelen. Jezelf vaker aanraken.’
Door Patrizia’s schuld wil Berlusconi nu ook niet meer naar Palazzo Grazioli. Zijn beddengoed is binnenstebuiten gekeerd, we weten dat er op het bed van Poetin ‘een onwaarschijnlijk zachte witte dons’ lag, heel Italië heeft meegekeken tussen de benen van Patrizia, er is geen lol meer aan.

En zo hangt heel Rome hem de keel uit. In het parlement heeft hij op dit moment ook niets te zoeken, want daar zit Fini op zijn voorzitterstroon. Het spel is in handen van de grammaticaridders en de kommaneukers.’

Weinigen geloofden in 1994 dat zakenman en mediatycoon Silvio Berlusconi zijn op reclameslogans gebaseerde greep naar de macht zou waarmaken, maar voor de ongelovige ogen van de wereld is de rijkste man van Italië de afgelopen twintig jaar zelfs het gezicht ervan geworden. De politieke en maatschappelijke spelregels hebben op hem geen vat – hij dicteert ze immers zelf. Hoe dat precies in zijn werk gaat, wordt nu door Anne Branbergen en Martin Šimek ontrafeld.

 

Anne Branbergen (1965) ging op haar negentiende naar Rome om te studeren, en ging er nooit meer weg. Als Italië-correspondente van o.a. Het Parool, De Morgen, VPRO, HP/De Tijd, Algemeen Dagblad en De Groene volgt ze Berlusconi al sinds zijn politieke opmars in 1994.

Martin Šimek (1948), de Tsjech die in 1968 de communistische dictatuur ontvluchtte, voelt zich sinds 1983 uitstekend thuis in Italië. Niet gehinderd door politiek correcte meningen beschouwt Šimek het fenomeen Berlusconi met de humoristische bril van iemand die nooit in politiek heeft geloofd.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

2 reacties

  1. Dit boek ga ik kopen; zoals zoveel mensen die van Italië houden, ben ook ik iemand die niet kan begrijpen dat er zoveel Italianen achter Berlusconi blijven staan.

  2. Dit boek heb ik nog niet gelezen maar ik heb wel een paar van de laatste artikelen van Anne Branbergen gelezen (De groene Amsterdammer) en goed geluisterd naar wat ze bij Pauw & Witteman (23 november 2010 en 16 februari 2011) en Kunststof TV (28 november 2010) heeft gezegd.

    Nou, het is overduidelijk volgens mijn dat Anne Brenbergen de “berlusconismo” als en louter onderdeel van de “stereotiepe pittoreske grappige Italiaanse extravagantie” beschouwt. Het is ook duidelijk dat een boek over de “stereotiepe pittoreske grappige Italiaanse extravagantie” een winstgevender product kan zijn dan een goed journalistiek onderzoek, vooral als het lekker vrolijk een frivool (en ook door middel van heel weinig maar wel soms verkeerde gegevens) bij tv-programma’s wordt gepromoveerd.

    Als je iets meer over de Italië van de laatste 16 jaar (de laatste 30 zijn ook best interessant, hoor) wilt weten, lees dan maar de ontelbare prima artikelen en boeken (de meerderheid zijn niet vertaald, vermoed ik) van Marco Travaglio, bijvoorbeeld. Er zijn ook veel andere journalisten, schrijvers en intellectuelen in het algemeen (niet alleen Italianen) die daar interessante en scherpe dingen over hebben geschreven. Helaas blijkt Anne Branbergen niet een van die mensen te zijn.

    Sorry voor mijn Nederlands.

    Met vriendelijke groeten,
    Florindo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *