Vroegboekkorting bij hu openair villages & campings

De Italiaanse droom – een eigen olijfboomgaard in Italië

In De Italiaanse droom van Jo Thomas staat Ruthies leven op z’n kop als haar spontane bod op een Italiaanse olijfboomgaard opeens wordt geaccepteerd. Heerlijk leesvoer dat je meevoert naar het zomerse zuiden van Italië!

Een eigen olijfboomgaard in Zuid-Italië

Als Ruthie wakker wordt na een wijnovergoten avond met vriendinnen, wacht haar naast een kater een verrassing: ze heeft in haar dronken bui een bod gedaan op een Italiaanse boerderij… en het bod wordt geaccepteerd!

Ruthie heeft net een nare relatiebreuk achter de rug en slaapt tijdelijk bij haar moeder op de bank. Misschien is deze nieuwe uitdaging wel precies wat ze nodig heeft.

Vol goede moed arriveert ze in Zuid-Italië, maar een vervallen olijfboomgaard runnen blijkt nog niet zo eenvoudig en haar temperamentvolle buurman Marco en zijn familie maken het er niet makkelijker op. Het leven kan veranderen met een enkele muisklik maar liefde, vriendschap en olijven hebben tijd nodig om te groeien. Kan Ruthie haar verleden achter zich laten en la dolce vita vinden?

Lees alvast een fragment uit De Italiaanse droom

‘Ik kijk naar de geit die over de binnenplaats marcheert alsof hij een paleiswachter is bij Buckingham Palace, en vraag me af of ik te veel hooi op mijn vork heb genomen.

‘Route bepalen! Route bepalen!’ schreeuwt het enige gezelschap dat ik tijdens deze hele reis heb gehad nog steeds. Haar stem snerpt in mijn oren als een tandartsboor. Ik zet haar resoluut uit, met voldoening, voor ik de motor van mijn kleine Ford Ka afzet.

De ruitenwissers piepen klagend en de voorruit is bijna onmiddellijk een witte muur van water, zoals de nepregen in een goedkope film. Behalve dat dit niet nep is, maar helemaal echt, herinner ik mezelf, terwijl het water luidruchtig op het dak van de auto trommelt.

Ik haal diep adem. Het hoost al sinds ik Bari achter me liet, de uitgestrekte haven boven in de hak van Italië, waar ik kort ben gestopt voor wat essentiële aankopen bij IKEA en om te lunchen. Nog iets wat ik niet had verwacht, afgezien van de geit: stortregen tijdens een Zuid-Italiaanse zomer.

Ik staar uit het raam en trek mijn lichtgewicht vest dichter om me heen. Een verzameling zilveren armbanden rinkelt aan mijn pols en ik kijk omlaag naar het Rolling Stones-T-shirt, waar ik een naveltruitje van gemaakt heb, en mijn afgeknipte spijkerbroek vol verfspatten. Ik ben beslist te dun gekleed. Ik gris mijn favoriete vintage leren jack van de stoel naast me, trek hem aan en ril. Een regenpak en laarzen zouden beter passen.

Ik haal nog een keer diep adem, trek aan de handgreep en duw de deur open, de hoosbui in. Ik stap uit, scherm mijn ogen af met mijn hand en ril nogmaals terwijl ik naar de envelop in mijn hand kijk.

De regen geselt het papier, waardoor de inkt uitloopt en ik mijn ogen steeds moet dichtknijpen tegen de stortvloed. De geit kijkt mijn kant op en ik weet zeker dat ik hem hoor grinniken.

Met een hand boven mijn ogen, probeer ik het huis voor me te bekijken. Dan kijk ik achter me, naar de lange oprijlaan vol kuilen, die ik net heb getrotseerd. Ik kan de grote stenen pilaren en het roodmetalen hek bij de ingang nauwelijks meer zien. Ik prop de envelop terug in mijn zak en haal een uitgeprinte foto van het huis tevoorschijn.

De foto is binnen een paar seconden papier-maché, die uit elkaar valt en landt op de natte stenen aan mijn voeten. Als ik niet opschiet, zal hetzelfde gebeuren met mijn canvas instappers. Dit moet het juiste huis zijn; er is hier in de buurt niets wat erop lijkt.

Ik ben op de route hierheen wel langs een paar huisjes gekomen. De smalle weg leidde me omhoog, omlaag en alsmaar rond en rond, als een kermisattractie, met af en toe een gat in de weg voor een beetje extra spanning.

Sommige huizen hadden gewelfde daken. Andere waren moderner en hadden een plat dak. Hier en daar zag ik ook een paar vervallen trulli: smalle, ronde huizen met een kegelvormig dak, als bosjes wilde paddenstoelen.

Maar ik ben niet op zoek naar een trullo. Het huis voor me ziet eruit alsof het van een filmset komt. Het is oud, verweerd, vaalroze en groot, veel groter dan ik me had voorgesteld. Aan deze weg staat niets wat erop lijkt. Dit moet het zijn.

Ik houd mijn hand op tegen de hoosbui en vraag me half af of er straks een sprinkhanenplaag komt. Misschien is dit een teken… Ik onderdruk de gekke gedachte, net als de herinnering aan mijn moeders wanhopige voicemailberichten en Eds afkeurende e-mails.

Mijn T-shirt plakt aan mijn huid en de regen loopt door mijn korte haar, over mijn gezicht en langs mijn neuspiercing, als een kleine waterval. Het heeft nu geen zin meer om in de kofferbak te graven naar mijn regenjas, dus ik gooi mijn lavendelkleurige leren tas over mijn schouder en vraag me af waar ik aan ben begonnen.

Ik zou weer in de auto kunnen stappen, hier zo snel mogelijk vandaan kunnen rijden en Ed kunnen e-mailen dat hij de hele tijd gelijk had gehad: ik ben een sukkel, impulsief en onverantwoordelijk.

Aan de andere kant ben ik in ieder geval niet saai en vastgeroest. Ik kan maar één kant op: vooruit! Ik buig mijn hoofd, klem mijn tas dichter tegen me aan en ren in de richting van de veranda, die bijna bezwijkt onder een woekerende en verwaarloosde bougainville.

Met mijn kin op mijn borst zie ik een grote kuil in het pad die ik ontwijk, glibberend en glijdend over de versleten kinderkopjes. Ik ben nu verontrustend dicht bij de geit, die er inmiddels nukkig uitziet en de voordeur barricadeert. Dit is mijn ergste nachtmerrie.

‘Mwèèh,’ mekkert de geit en ik schrik. God, wat was dat hard. Ik staar de geit aan en hij staart terug. Hij heeft twee verschillende kleuren ogen: één is angstaanjagend geel, de ander blauw.

Voor het eerst sinds weken weet ik niet wat ik moet doen. Waakgeiten stonden niet op mijn lijst met essentiële informatie. Ik vraag me af of ‘ksst’ in het Italiaans hetzelfde betekent als in het Engels. Het kwam volgens mij niet voor in mijn avondcursus. Maar ik moet iets doen. Ik sta hier te bevriezen.

‘Ksst, ksst!’ zeg ik en ik zwaai achteruitdeinzend met mijn armen in de richting van de geit. Ik wil niet dat hij op me afkomt met zijn hoorns, die er puntig en scherp uitzien. In Tooting heb je geen geiten die de weg naar je voordeur versperren. Af en toe een dronkenlap misschien, maar die leken toch makkelijker te overwinnen dan dit.

‘Ksst, ksst!’ probeer ik weer, dit keer met grotere armbewegingen. De geit verstrakt, schijnbaar even nerveus als ik, maar hij verlaat zijn post bij de grote donkerhouten deur niet. De reis van drie dagen door Frankrijk en Italië, met tussenstops op parkeerplaatsen voor een hazenslaapje en met als enige gezelschap een irritante, vage navigatiestem, was niets vergeleken met deze situatie.’

Lees verder in

De Italiaanse droom | Jo Thomas | vertaald door Charlotte Bakker | ISBN 9789049201975 | € 17,99 | uitgeverij Boekerij | bestel De Italiaanse droom bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book en als luisterboek)

Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *