Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Romeinse sporen – een grote ode aan Rome en een kleine filosofie van de vertraging

We reisden honderden keren naar Rome. Per vliegtuig, per trein, per auto en per bus. Maar geen enkele reis was zo bijzonder als de reis die Willemijn vorig jaar per trein maakte, van de Randstad naar Rome.

Willemijn: ‘Iemand die me dierbaar is, zou graag nog een keer de treinreis naar Rome willen maken die hij in zijn jonge jaren maakte. Kort nadat hij me dat vertelt, blijkt hij ongeneeslijk ziek. Van de treinreis naar Rome komt het niet meer.

Een paar weken na zijn overlijden kreeg ik een klein purperen boekje in handen; een verslag van zijn treinreis naar Rome, in 1966. Het was alsof ik mijn eigen Romereis in handen had – de treinreis die op mijn zestiende mijn leven voorgoed veranderde.

In een poging om een reis te volbrengen die onaf is gebleven, maar ook om een levenslange liefde te begrijpen, stapte ik nog een keer op de trein naar Rome, met het purperen boekje uit 1966 in mijn zak – plus een hele stapel schrijvers en denkers voor wie Rome meer was dan een stad. Over die reis schreef ik Romeinse sporen – een grote ode aan Rome en een kleine filosofie van de vertraging.’

We mogen een fragment uit Romeinse sporen delen én drie lezers trakteren op een exemplaar van dit handzame boekje voor op reis.

La grande bellezza

Amsterdam Centraal Station
(1792 kilometer tot Rome)

‘De zon komt op boven Amsterdam Centraal. Hier stap ik over op de eerste internationale trein, de ICE in de richting van Bazel. Vijfentwintig minuten overstaptijd om van spoor 2 naar spoor 7 te komen; nog nooit in mijn leven was ik ergens zo op tijd voor als voor deze trein.

Ook de ICE vult zich met woon-werkverkeer, al komt er nu wel meer variatie in de talen die om me heen worden gesproken. Ik zoek mijn plek; voor elke etappe van de reis heb ik keurig een stoel gereserveerd.

Toen mij bij dat reserveren de opties werden voorgeschoteld, vinkte ik ‘bij het raam’ en ‘met tafel’ aan. Ik wilde vanzelfsprekend naar buiten kijken om te mijmeren, en voor al mijn voorgenomen lees en schrijfwerk leek een tafel me ook onmisbaar.

In de ICE begrijp ik dat ‘met tafel’ betekent: met z’n vieren aan een tafel. Oké. Geen probleem. Misschien kan ik met iemand een praatje maken, wie weet wat een mooie ontmoetingen mij onderweg te wachten staan.

Als even later de jongen schuin tegenover mij met tergende smakgeluiden een voor een de kleur uit zijn M&M’s begint te zuigen, terwijl de man recht tegenover mij onze gezamenlijke tafel doet verdwijnen onder stapels papieren en een opengeklapte computer, probeer ik me te herinneren of ik voor elke trein ‘met tafel’ heb aangevinkt.

Mijn zin in ontmoetingen is verdwenen. Ik zet mijn cappuccino op het laatste vrije hoekje van de tafel, merk op dat een paar stoelen verderop iemand The Power of Now van Eckhart Tolle zit te lezen en stort me dan zelf ook maar op mijn boek.

Ze zitten niet voor niets allemaal in mijn tas, naast het purperen boekje van H.: de papieren en digitale boeken van bekende schrijvers en denkers die ooit naar Rome reisden of voor wie Italië meer was dan zomaar een land. Ik wil mij op mijn reis laten gidsen door de grootste geesten die in Rome woonden, die Rome zochten of zich door haar begrepen voelden.

Want wat ik doe is natuurlijk niets bijzonders. Toen ik zestien was, reisde ik met de trein naar Rome. Een paar decennia eerder, in 1966, ging H. op zijn Romereis. Sinds mensenheugenis ondernemen mensen steeds weer hun eigen Italiaanse reis.

In de dagen van Goethe werd het de Grand Tour genoemd. In die tijd (vooral in de zeventiende en de achttiende eeuw) was de Romereis met name populair onder jonge, welgestelde burgers. Een studiereis langs de oorsprong van de klassieke kunst werd in die kringen gezien als een onmisbaar onderdeel van de opleiding, de opvoeding en de volwassenwording.

Het hoogtepunt van hun reis was Italië, en hun tocht langs de bakermat van de westerse beschaving culmineerde bij een bezoek aan de ruïnes van Rome. Wat voor al die jongeren (toen nog uitsluitend mannen) een studiereis moest zijn, een kroon op de klassieke opleiding, werd uiteindelijk vaak een emotionele reis vol nieuwe (niet altijd even vrome) ervaringen, verwondering en verbazing.

Wiens woorden je ook leest, het lijkt in de eerste plaats steeds de esthetiek te zijn die schrijvers en denkers trekt, de schoonheid waaraan de natuur in Italië zo onvoorstelbaar rijk is, en die door de kunst zo mogelijk nog wordt overtroffen.

Voor Rachel Cusk deed reizen door Italië denken aan ‘journeying through a painting’. En binnen het schilderij dat Italië is, geldt Rome als het toppunt, la grande bellezza. Maar wat is dan schoonheid? Is het puur esthetisch?

Stendhal verwoordde een heel andere vorm in zijn definitie: ‘Schoonheid is de belofte van geluk.’ Een belofte is van zichzelf onstoffelijk, maar in een stad als Rome ligt ze besloten in het fysieke, het visuele, het concreet tastbare: in de kleur van de stenen, in de schijnbare zachtheid van het perfect gevormde marmer, in de kwetsbare schoonheid van de afgebrokkelde ruïnes, in de hemelse hoogte van de zuilen en Mariabeelden, in de kronkeling van de straten, in de salonachtige weelde van de pleinen en in de toverachtige wijze waarop het licht op alle uren van de dag met dat alles speelt.

Ja, de schoonheid verleidt de reiziger om op Romereis te gaan. Maar het is evengoed de gedachte dat er uit die grande bellezza ook lessen voor het leven gehaald kunnen worden. Dat er, zoals Goethe beweerde, een wijsheid schuilt in de schoonheid waar vooral degene die op het punt staat volwassen te worden ontvankelijk voor is.

Het idee dat je uit Italië ‘zovele schatten niet tot eigen bezit en eigen gebruik’ meeneemt, maar dat ze je ‘gedurende het hele leven als richtsnoer en stimulans zullen dienen’. Dat Rome altijd juist schrijvers en dichters heeft weten te betoveren, kan dan verklaard worden door de filosofische (wezenlijke en blijvende) betekenis van Romes eindeloze lagen geschiedenis, die naar believen kunnen worden afgepeld om tot de essentie – van de stad, van de wereld, van jezelf – te komen.’

Lees verder in

Romeinse sporen | Willemijn van Dijk | ISBN 9789026365553 | € 12,99 | Ambo Anthos Uitgevers | bestel Romeinse sporen bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book) | Romeinse sporen maakt deel uit van de Spoorslag-reeks, kleine maar fijne boeken over treinreizen die je thuis of op het spoor graag gezelschap houden

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

Een reactie

  1. Lidwina Eyckerman

    Nog een jaar en ik ben Tachtig.Te oud om nog intens te reizen. Ik hou van Italie en lees de verslagen van Saskia met veel genoegen. Ik geniet van de fotos .Liefs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *