Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Hotel Portofino – Zomer aan de Rivièra

Lees nu Hotel Portofino – Zomer aan de Rivièra, het heerlijke vervolg op het boek Hotel Portofino, dat ook verfilmd werd. De perfecte roman om even mee weg te dromen naar de Italiaanse kust!

Hotel Portofino – Zomer aan de Rivièra neemt je mee naar het Italië van 1927. Voor Hotel Portofino breekt de tweede zomer aan. Het seizoen komt lekker op gang, en het hotel bloeit na de hobbelige beginfase.

Bella is opgelucht dat haar waardeloze echtgenoot Cecil is vertrokken. Haar zoon Lucian komt naar Portofino om haar te helpen met de verbouwing – de kelder wordt omgetoverd tot spa – waar ze vol enthousiasme aan is begonnen. Haar zorgen om zijn rampzalige huwelijk zet ze even opzij.

Maar dan duikt Cecil onverwacht op in Portofino en eist zijn rol op als mede-eigenaar van het hotel en echtgenoot van. Terwijl Bella haar uiterste best doet om alle ballen in de lucht te houden, krijgt het hotel ook nog eens te maken met een anonieme inspectie voor een toonaangevende hotelgids, wat de toekomst van het hotel zal maken of breken.

Lees alvast een fragment

‘De slaapkamer bevond zich op de tweede verdieping en keek uit op de tuin in het midden van het plein. Beide schuiframen stonden open en de gordijnen bewogen licht in de warme bries. Vanuit de aangrenzende badkamer klonk het geluid van klotsend water en Julia’s toonloze geneurie.

De grijze askegel van Cecils sigaret viel uit elkaar op de zijden bedsprei. Geërgerd veegde hij de as weg, die op het kleedje naast het bed viel. De tabaksgeur vermengde zich op aangename wijze met de muskusachtige geur van het schaaltje potpourri dat Julia op haar kaptafel had neergezet om een zekere mufheid in de ka­mer te maskeren.

Ondanks het feit dat dit herenhuis in Belgravia betere tijden had gekend, was het niet te vergelijken met de deprimerende serviceflat waar Cecil Ainsworth nu verplicht woonde. Het huis van de familie Ainsworth was twee jaar geleden verkocht en de volledige opbrengst was in dat vervloekte hotel gepompt. Cecil voelde een scherpe steek van jaloezie toen hij om zich heen keek, maar die verdrong hij snel weer. Hij was hier toch maar mooi, in de echtelijke slaapkamer. Het heiligdom.

Het was in feite Julia’s slaapkamer. Julia’s huis. Andrew, haar man, kwam hier al jaren niet meer. Hij was liever op hun land­goed in Yorkshire en vermeed Londen zo veel mogelijk, hoewel Cecil het interessant vond dat Julia niet alle sporen van manne­lijke aanwezigheid had verwijderd: de ingelijste jachttaferelen en Vanity Fair-karikaturen, de gecapitonneerde lederen stoel die eerder in een tijdschrift voor beeldende kunsten leek thuis te horen, en het lelijke elektrische kacheltje dat voor de open haard op een stapeltje stenen stond.

Misschien had ze nog herinneringen aan Andrews aanwezig­heid nodig terwijl ze haar leven in Londen leidde, dacht Cecil. Misschien was het huwelijk minder een schijnvertoning dan mensen zeiden.

De deur klikte en Julia kwam in een wolk van stoom de badka­mer uit. Ze droeg een witte badjas en had een witte handdoek om haar hoofd gewikkeld. Cecil keek als betoverd toe terwijl ze naar de met chintz bedekte chaise longue tegenover het bed schreed. Met een zucht ging ze zitten en sloeg ze haar lange, nog steeds welgevormde benen over elkaar.

Hun ogen ontmoetten elkaar en er verscheen een glimlach om Julia’s lippen. ‘Je ligt er comfortabel bij,’ zei ze.
‘Het is een comfortabel bed.’ Cecil klopte op de lege plek naast hem. ‘Waarom kom je er niet weer bij liggen?’
Ze wendde haar blik af en verbrak de betovering.

‘Ik heb wat dingen te doen. Als je iets wilt eten zul je het zelf moeten pakken. Ik heb de bedienden vanmiddag vrij gegeven.’
‘Wat aardig van je.’
Julia trok een wenkbrauw op. ‘Je kent me. Ik ben de goedheid zelve.’

Ongeduldig, alsof ze het al eerder van plan was geweest, stond ze op en schoof ze de gordijnen met een gedecideerd gebaar open. Het ochtendlicht viel meedogenloos op haar onopgemaakte ge­zicht en toonde de lijnen op haar voorhoofd en de donkere kringen onder haar ogen.

Als je Julia zo zag zou je nooit denken dat haar schoonheid vroeger alom werd bejubeld. Ze was te mager geworden en haar huid, die ooit stralend was, had een vale teint. Maar Cecil voelde zich aangetrokken tot de herinnering aan hoe ze vroeger was, en toen hij haar de afgelopen zomer in Portofino zag – waar hij haar had uitgenodigd om haar dochter Rose en zijn zoon Lucian aan elkaar te koppelen – verbijsterde het hem hoe diep en hardnekkig die herinnering in hem verankerd zat.

Bella was natuurlijk een heel ander verhaal – langer, met meer rondingen; maar nu helaas buiten bereik, misschien wel voor altijd.

Cecil verbaasde zich soms over de vanzelfsprekende intimiteit die er altijd tussen Julia en hem bestond. Hij schreef het toe aan het feit dat ze elkaar al zo lang kenden, meer dan twintig jaar.

Er waren destijds tientallen mannen verliefd op haar en in de weekeinden wemelde het in de salon van haar ouderlijk huis al­tijd van de aanbidders. Julia plaagde hen en speelde hen tegen elkaar uit, wat haar een zekere reputatie had bezorgd. Gaandeweg was de belangstelling afgenomen en op haar zesentwintigste was ze nog steeds niet getrouwd. Maar toen was Andrew opgedoken en hij had haar gered.

Vanwege ingewikkelde familieomstandigheden was Cecil nooit een mededinger geweest. Maar dat had hem destijds niets kunnen schelen en nu nog steeds niet. De vrijblijvende relatie die ze jarenlang hadden gehad – totdat hij er door zijn huwelijk met Bella toe was gedwongen er een eind aan te maken – beviel hun veel beter. Cecil was ervan overtuigd dat bijna elk huwelijk een onderstroom van bedrog had.

Maar tussen Julia en hem bestond er alleen eerlijkheid en duidelijkheid. Cecil wist hoe hard en kil Julia kon zijn en stemde zijn verwachtingen daarop af. Julia op haar beurt voelde zich aangetrokken tot de deugniet in hem, de opportunist, de proleet. Cecil hoefde zich tegenover Julia nooit te verontschuldigen, want dat deed zij wel voor hem.

Zodra hij met hangende pootjes uit Italië was teruggekeerd had Cecil contact opgenomen met Julia, zogenaamd om het aanstaande huwelijk van Lucian en Rose te bespreken, maar in werkelijkheid met het slinkse voornemen om hun lichamelijke relatie nieuw leven in te blazen. In Portofino had Julia erop gezinspeeld dat ze welwillend tegenover een dergelijk voorstel stond. En Cecil was altijd trots geweest op zijn talent om hints op te pikken.

In eerste instantie hadden ze elkaar getroffen op informele, maar zorgvuldig geplande bijeenkomsten waarvoor ze beiden waren uitgenodigd. Daarna hadden ze een paar keer een hotel­kamer genomen, maar daar had Julia altijd iets op aan te merken gehad. Cecil vermoedde dat dat kwam doordat ze bang was voor ontdekking, hoe klein dat risico ook was, en het bleek trouwens veel aangenamer om de liefde hier in huis te bedrijven. Wie had gedacht dat behoedzaamheid zo’n goed afrodisiacum was?’

Lees verder in

Hotel Portofino – Zomer aan de Rivièra | J.P. O’Connell | ISBN 9789021045634 | € 22,99 | uitgeverij Luitingh-Sijthoff | bestel Hotel Portofino – Zomer aan de Rivièra bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *