Download gratis de Ciao tutti app!

Water in Milaan – van Leonardo da Vinci en de Navigli tot waterspuwende draakjes

Hoewel er geen grote rivier door Milaan stroomt – zoals de Tiber in Rome, de Arno in Florence en Pisa of de Adige in Verona – heeft Milaan toch een heel bijzondere geschiedenis als het op water aankomt.

Inge vertelt je er alles over, in een blog én in een podcast, met in de hoofdrol niet alleen de Navigli, maar ook Leonardo da Vinci, die een grote rol speelde bij het aanleggen van de Milanese waterwegen, en de groene draakjes waar je tijdens je bezoek aan Milaan je dorst kunt lessen.

Water rondom de stad
Inge: ‘Milaan is de tweede stad van Italië, gesticht door de Kelten in 600 voor Christus en later overgenomen door de Romeinen, die het tot hoofdstad van het westelijk deel van het Romeinse Rijk maakten.

Er werd flink gebouwd; er verrezen onder meer een keizerlijk paleis, een theater en amfitheater, een renbaan, thermen… Mediolanum, zoals de stad toen heette, werd een soort Rome in het klein, maar met minstens één groot verschil: het ontbreken van een rivier.

Dit was heel uitzonderlijk, want in die tijd werden steden vooral rondom rivieren aangelegd. Gelukkig was én is er wel heel veel water rondom de stad. Beken, rivieren en natuurlijk de bekende meren: het Lago Maggiore, het Lago di Como en het Lago di Garda.

De twee belangrijkste rivieren die net buiten Milaan stromen, zijn afkomstig van deze meren: de Ticino in het westen stroomt vanaf het Lago Maggiore, de Adda in het oosten vanaf het Comomeer.

Naviglio Grande – het eerste kanaal van Milaan
Aan het einde van de twaalfde eeuw begon men met de aanleg van het Naviglio Grande, het eerste en grootste kanaal van Milaan maar ook het eerste bevaarbare kanaal van Europa.

Met verschillende soorten boten – cagnone, mezzane of borcelli – werden producten als zout, graan, wijn, stoffen, mest en as naar het Lago Maggiore en Locarno gebracht. Op de terugweg brachten de boten bouwmaterialen als marmer, graniet en hout, maar ook wijn, kazen, vis en vee naar Milaan.

In 1386 startte men met de bouw van de Duomo van Milaan. Het was een ambitieus project. De aartsbisschop die opdracht had gegeven voor de bouw van het complex, kon zijn droom helaas niet waarmaken. Het geld was op.

Een jaar na de start van de bouw besloot hertog Giangaleazzo Visconti het heft in handen te nemen. Hij richtte de Veneranda Fabbrica del Duomo op, dat verantwoordelijk was voor de bouw van de Duomo. Ook vandaag de dag zorgt dit bedrijf overigens nog voor het onderhoud van de kathedraal.

Ook besloot Visconti dat de kathedraal met marmer bekleed en gedecoreerd moest worden. Hij bezat een steengroeve in Candoglia, aan het Lago Maggiore. Het marmer zou via het meer, de Ticino en het Naviglio Grande naar het centrum van Milaan vervoerd worden.

Om de reis zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, kregen alle boten die marmer vervoerden de letters A.U.F oftewel Ad Usum Fabricae op de boeg. Over de materialen hoefde geen belasting betaald te worden, waarmee de boten een keer minder hoefden te stoppen. Desondanks duurde de reis toch zo’n zeven dagen.

Naviglio della Martesana & Naviglio Pavese
In de ruim vier eeuwen hierna werden ook het Naviglio della Martesana, dat vanaf de rivier de Adda aan de noordwestzijde de stad in komt, en het Naviglio Pavese, dat Milaan met Pavia verbindt, aangelegd.

Milaan werd daarmee een waterrijke stad die, zoals Stendhal later zei, ‘in verbinding stond met de rest van de wereld’. Er was echter nog wel een probleem dat men moest oplossen: het hoogteverschil tussen de verschillende kanalen, die door middel van de binnenring van Milaan, met elkaar in verbinding stonden. Hiervoor werd de hulp van Leonardo da Vinci ingeroepen, die in Milaan woonde en werkte.

De sluizen van Leonardo da Vinci
Om meer te weten te komen over Da Vinci’s rol in het Milanese watersysteem, kun je een bezoekje brengen aan het Museo Nazionale della Scienza e Tecnologia Leonardo da Vinci, waar eind 2019 de grootste permanente tentoonstelling over Leonardo da Vinci werd geopend. Je luistert hier naar verhalen over zijn leven, ziet zijn schetsen, bewondert modellen en kunt een aantal originele porte vinciane zien.

In de podcast vertelt Claudio Giorgione, curator van de tentoonstelling over Da Vinci, je meer over hoe het Leonardo lukte om water van de ene naar de andere plek te verplaatsen.

Aan de noordzijde van het centrum, vlak bij de moderne wijk Porta Garibaldi, waar onder ander het Bosco Verticale staat, kun je nog een oude, droogstaande, sluis bewonderen. Als je vanaf de Bastioni di Porta Nuova, de voormalige stadsmuren, naar beneden loopt, waan je je even in het Milaan van een paar eeuwen geleden.

De bruisende Navigli
De Navigli zijn gelukkig nog wel (deels) zichtbaar. Vooral het Naviglio Grande staat bekend als een populaire trekpleister, waar je ‘s middags terecht kunt voor een lunch of voor het diner van een aperitivo geniet (in deze blog deelde ik al een aantal van mijn favoriete adresjes).

De kanalen hebben inmiddels ook een recreatieve functie. De kanalen zijn een geliefde bestemming voor fietsers, hardlopers en wandelaars, die vanuit de stad op zoek gaan naar ruimte om hun vrije tijd door te brengen. De roeiclub Canottieri San Cristoforo heeft zelfs roeiers aan de Olympische Spelen geleverd!

Les je dorst bij een draak
Tijdens je bezoek aan Milaan kun je zonder op een terrasje neer te strijken je dorst lessen, dankzij een van de fontanelle. Dit zijn kleine drinkfonteintjes, die net als de nasoni in Rome voor schoon, fris drinkwater zorgen.

Wanneer de eerste fontanella precies is gerealiseerd. is niet helemaal duidelijk, maar het moet ergens aan het einde van de negentiende of begin twintigste eeuw geweest zijn. De toenmalige stadsarchitect Luca Beltrami, die onder meer verantwoordelijk was voor de renovatie van het Castello Sforzesco en het Palazzo Marino, ontwierp een zogenaamde fontanella in brons.

Het water komt uit de mond van het draakje, dat refereert aan de waterspuwers van de gotische Duomo en natuurlijk aan het wapen van de familie Visconti.

De definitieve versie van de fontanella werd rond 1930 gemaakt: een slankere versie van het eerste model, van gietijzer en groen beschilderd. Natuurlijk mag het logo van de Comune di Milano, de gemeente Milaan, niet ontbreken.

Er staan er ongeveer vijfhonderd verspreid over de stad, meestal in parken, pleinen, bij speeltuinen en op kruisingen van belangrijke straten, zoals op het Piazza della Scala, vlak bij het gelijknamige theater en tegenover het stadhuis van Milaan.

Nu denk je wellicht: ‘Wat een verspilling van water!’ Dat is gelukkig niet zo. Het stromende water zorgt er ten eerste voor dat er geen bacteriën kunnen groeien in de mond van de draak of in de waterleidingen. Tegelijkertijd is het water zo continu lekker fris. Zeker tijdens de warme Milanese zomers is dat geen overbodige luxe…

Al het water dat niet wordt geconsumeerd, gaat terug naar de waterzuivering. Het wordt vervolgens gebruikt voor het bewateren van parken en landbouwgrond rondom de stad.

De fontanella heeft overigens behoorlijk wat bijnamen. Vedovelle omdat ze net als een weduwe – vedova in het Italiaans – continu ‘huilt’. Drago verde vanwege de spuitmond in de vorm van een draak en de groene kleur van de fontein. En bar del comune, omdat het water gratis is, net als het Nederlandse gemeentepils.

Overigens is het draakje bij een van de fontanelle in de wijk CityLife vervangen door een konijntje, een giraf of een olifant, met dank aan designer Serena Vestrucci. Maar het water van deze dieren is net zo fris als dat bij il drago!’

Heb je dankzij deze blog en podcast zin gekregen om meer van Milaan te zien en te weten te komen wat Da Vinci in Milaan allemaal nog meer heeft gerealiseerd? Check dan ook onze City Walk in Milaan, waarin niemand minder dan Leonardo da Vinci je samen met Inge door de stad leidt.

Wil je samen met Inge de oude waterwegen te ontdekken en proosten met het frisse water uit de fontanella? Op Milaan met Local vind je meer informatie over alle stadswandelingen die Inge in Milaan organiseert.

met dank aan Paolo Barelli en Max Brux voor een aantal foto’s,
aan het Museo Nazionale della Scienza e Tecnologia Leonardo da Vinci

en aan Laura Pallavicini voor hun bijdrage aan de podcast

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *