Ga op pad met onze City Walks!

Venetië: stedelijk museum of moderne stad?

Hoe mooi en sprookjesachtig Venetië ook is, zeker in de winter, je kunt je tijdens een bezoek aan La Serenissima niet onttrekken aan de problemen waarmee de stad te kampen heeft. Eergisteren schreef ik al over acqua alta, het hoge water dat de stad zo nu en dan overspoelt. Maar de stad heeft ook zwaar te leiden onder het toerisme, hoe dubbel dat misschien ook klinkt.

Ruim twintig jaar geleden maakte men zich al zorgen over de grote gevolgen van het massatoerisme voor de stad en haar gebouwen. Zo schrijft Christian Bec in zijn Geschiedenis van Venetië: ‘Zelfs wanneer men geen Venetiaan is (en dus toerist in Venetië) kan men niet anders dan de aan het toerisme en vooral aan het massatoerisme te wijten vernielingen aan de kaak stellen. In 1977 werden er in de stad viereneenhalf miljoen toeristen geteld en in 1988 meer dan zes miljoen. De laatste zondag van het carnaval van 1984 (in 1979 werd het carnaval weer op gang gebracht) kwamen er meer dan 140.000 mensen naar het centrum.

Wat te zeggen van die duizenden bezoekers die voor één dag toestromen en in hordes tussen de Brug der Zuchten, het Dogenpaleis en de Rialtobrug lopen? Wat hebben ze gezien (of liever gefotografeerd) van de stad behalve dat wat wordt afgebeeld op ansichtkaarten die ze samen met strohoeden, ‘gondeliers’-T-shirts en wansmakelijke ‘souvenirs’ kopen in de alomtegenwoordige winkeltjes? Moet men die toestroom reguleren of verbieden? De maatregel is voorgesteld, maar om zijn weinig democratische karakter waarschijnlijk niet uitvoerbaar.

Venetië is evenwel ook een cultureel centrum van hoog internationaal niveau, dankzij de universiteit, de academies en de uit privé-initiatief voortkomende instellingen: de Fondazione Giorgio Cini op het eiland San Giorgio Maggiore (met zijn instituten voor historisch, kunsthistorisch en musicologisch onderzoek), de literaire prijs Campiello (gesubsidieerd door de Venetiaanse industriëlen) en het door Fiat opgerichte centrum in het Palazzo Grassi, waar tentoonstellingen van heel hoog niveau kunnen worden bewonderd.

Ten slotte heeft de stad de hoogste concentratie van musea in Italië: Accademia, Correr, Querini-Stampalia, Ca’ Rezzonico, de kerkschat van de San Marco, het Museum voor Moderne Kunst (Ca’ Pescaro), Palazzo Fortuny, het Guggenheim…’ En dan spreekt Bec nog niet eens over de Biënnale of het Filmfestival, die voor nog eens een extra toestroom aan bezoekers zorgen. Het dilemma dat in de jaren tachtig al de kop opstak, Venetië als stedelijk museum of als moderne stad, is nu misschien wel actueler dan ooit. Wordt het centrum van Venetië een soort Efteling, of blijft de stad eerst en voor alles een levende stad, die de inwoners op de eerste plaats zet en juist dankzij hen leeft?

In zijn Venetiaanse vignetten schreef Cees Nooteboom een prachtig stuk over dit dilemma: ‘Het gebeurt onherroepelijk. Je hebt de hele dag door de Accademia gezworven, je hebt een vierkante kilometer beschilderd doek gezien, het is de vierde, de zesde of de achtste dag en je hebt het gevoel dat je tegen een machtige stroom van goden, koningen, profeten, martelaars, monniken, maagden, monsters bent opgezwommen, dat je voortdurend met Ovidius, Hesiodus, het Oude en Nieuwe Testament onderweg geweest bent, dat de Levens der Heiligen, de christelijke en heidense iconografie je achtervolgen, het rad van Catharina, de pijlen van Sebastiaan, de gevleugelde sandalen van Hermes, de helm van Mars en alle stenen, gouden, porfieren, marmeren, ivoren leeuwen het op je gemunt hebben.

Fresco’s, tapisserieën, grafmonumenten, alles is geladen met betekenis, verwijst naar echte of verzonnen gebeurtenissen, legers van zeegoden, putti, pausen, sultans, condottieri, admiraal die allemaal je aandacht willen. Ze suizen langs de plafonds, kijken je aan met hun geschilderde, geweven, getekende, gebeeldhouwde ogen. Soms zie je dezelfde heilige meermalen op één dag, in een gotische, Byzantijnse, barokke of klassieke vermomming, want mythes zijn machtig en de helden passen zich aan, renaissance of rococo, het kan ze niets schelen, als je maar kijkt, als hun essentie maar intact blijft. Ooit waren ze ingehuurd om de macht van hun meesters uit te drukken in een tijd dat iedereen wist wat ze voorstelden.

Deugd, Dood of Dageraad, Oorlog, Openbaring, Vrijheid, ze speelden hun rol in de allegorieën die ze was opgedragen, ze herdachten belijders en kerkvaders, veldheren en bankiers, nu trekken er andere legers voorbij, die van de toeristen die hun beeldtaal niet meer verstaan, niet meer weten wat ze betekenen of betekend hebben, alleen hun schoonheid is gebleven, het genie van de meester die ze gemaakt heeft, en zo staan ze daar, een volk van stenen gasten, wuivend vanaf de façades van kerken, vooroverleunend uit de trompe-l’oeils van de palazzi, de kinderen van Tiepolo en Fumiani scherend door het luchtruim, en weer wordt de heilige Julianus onthoofd, weer wiegt de madonna haar kind, weer vecht Perseus met de Medusa en spreekt Alexander met Diogenes.

De reiziger wijkt terug voor al dat geweld, even wil hij niets meer, op een stenen bank aan de oever zitten, kijken hoe een kuifduiker in het brakke, groenige water naar een prooi zoekt, kijken naar de beweging van het water zelf, in zijn eigen armen knijpen om zeker te weten of hij zelf niet gebeeldhouwd of geschilderd is. Zou het kunnen zijn, denkt hij, dat er in Venetie meer madonna’s zijn dan levende vrouwen? Zou iemand weten hoeveel geschilderde, gebeeldhouwde, in ivoor gesneden, in zilver gedreven Venetianen er eigenlijk zijn?

En stel je voor, denkt hij, maar dat komt alleen maar omdat hij zo moe is, dat ze ooit een keer allemaal tegelijk in opstand kwamen, hun lijsten, nissen, predella’s, voetstukken, tapijten, dakranden verlieten om de Japanners, de Amerikanen, de Duitsers uit hun gondels te jagen, de restaurants te bezetten en met hun zwaarden en schilden, hun purperen mantels en kronen, drietanden en vleugels eindelijk het loon van tien eeuwen trouwe dienst op te eisen?’

Tja, ik vrees dat dat uiteindelijk toch weer een grote aantrekkingskracht op de toeristen zal hebben. Al dat moois verdient het immers ook bekeken en bestudeerd te kunnen worden – al moet het waarschijnlijk in de nabije toekomst wat voorzichtiger om al die schatten ook voor de generaties na ons veilig te stellen en van Venetië geen Efteling of spookstad te maken. Vediamo…

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *