Ga op pad met onze City Walks!

Venetiaanse straatnamen

Hoewel ik gisteren nog een vrolijk stukje schreef over de charme van het verdwalen in Venetië, waren we het ’s middags, toen we echt niet meer wisten waar we waren en heel graag even naar het hotel wilden, wel zat. Hoewel je inderdaad de mooiste doorkijkjes ziet, de leukste mensen ontmoet en de meest bijzondere bruggetjes passeert, is het wel fijn als je op een bepaald moment iets herkenbaars tegenkomt. Maar helaas…

Moe gewandeld en een beetje verhit bestelden we bij een buurtbarretje een lemon soda. Daarna zouden we dapper de terugtocht aanvaarden, en hopelijk snel een herkenningspunt vinden, zo hadden reisgenoot A. en ik met elkaar afgesproken. Aan de bar vroegen we de barman terloops om ons de goede richting op te wijzen. Maar in plaats van naar de juiste richting buiten, wees hij ons op een dame die aan een tafeltje achterin de krant zat te lezen. Volgens hem wist zij de weg in Venetië en kon ze de weg nog goed uitleggen ook, aangezien ze niet van hier was.

Niet van hier bleek in dit geval een heel groot toeval, want Jonneke Krans, zoals de dame heette, kwam oorspronkelijk ook uit Amsterdam. Ze had het Venetië van het noorden echter een jaar lang ingeruild voor het echte Venetië en genoot daar met volle teugen van. Hoewel het voor haar in het begin ook erg zoeken was, zo gaf ze gelukkig toe.

Jonneke vertelt: ‘Wie Venetië niet kent raakt er makkelijk de weg kwijt, er zijn zoveel smalle stegen en straten dat het soms knap lastig is om de juiste terug te vinden. Een toerist meende vandaag dat hij precies onthouden had waar zijn hotel was, zelfverzekerd zei hij: ‘Het was bij een brug.’Dat helpt in Venetië ongeveer even goed als in Amsterdam…

Gelukkig zijn er een paar basisregels. Venetië is niet per straat genummerd, maar per wijk. Een huisnummer kan daardoor heel hoog zijn, er zijn wijken met 5000, 6000 of 7000 huizen. Wie de naam onthoudt van de wijk, sestiere – Santa Croce, San Polo, Dorsoduro, San Marco, Castello of Cannaregio – en het huisnummer kan op straat al zien of hij in de buurt is. Zo’n 2000 nummers te hoog of te laag? Nog een eindje doorlopen.
Er een dikke 300 nummers vandaan? Dan ben je er al bijna.

Wil je een plek terugvinden, dan heb je meer aan de naam van de sestiere en het huisnummer dan aan de naam van de straat. De straatnamen zijn weliswaar veel ouder dan de nummering, maar ze kunnen verwarrend zijn. Elke wijk heeft bijvoorbeeld haar eigen Calle della Madonna, Straat van de Madonna en je kunt ook in alle zes naar de Calle dei Preti, Straat van de Priester, maar er zijn veel meer namen met het woord priester erin – bijvoorbeeld de Eerste en Tweede Straat van de Priester (Calle Primo e Secondo dei Preti) en de Straat van de Priesters van de Doge (Calle dei Preti detta del Doge). Maar er is geen sestiere met zes gelijke huisnummers, wie die onthoudt komt wel waar hij wezen wil.’

Jonneke besluit een stukje met ons mee te lopen om de weg te wijzen. Gelukkig! We rekenen onze drankjes af en lopen de eerste brug over, een nauwe calle in. Jonneke weet echt alles over Venetië, en ze vertelt dan ook honderduit. ‘Ach, de namen van de straten waar ik doorheen loop! In december woonde ik een tijdje bij de steeg van de vriendenliefde (Calle Amor dei Amici), daarna kon ik ‘s morgens kiezen tussen de steeg van de nieuwe wereld (Calle Mondo Nuovo) en de steeg van het paradijs (Calle dei Paradiso), en nu woon ik op de binnenplaats van de waarzegster (Corte del Strologo).


Venetië telt meer stegen dan straten, zoveel ruimte is er niet op de eilanden dat er plaats is voor brede straten. De meeste verbrede straten dateren uit de tijd van Napoleon, en in splinternieuwe boeken heb ik nog boze opmerkingen gelezen over het verlies aan middeleeuwse huizen dat die verbreding heeft gekost.

De makkelijkste manier om de breedte van een calle, een straat, te meten, vind ik een opgestoken paraplu. Er zijn heel wat calles van één paraplu breed, in andere kunnen twee paraplu’s elkaar passeren mits ze alle twee schuin gehouden worden, maar de meeste calles zijn – schat ik – zo’n drie paraplu’s breed. Er zijn wel calles waar vier of vijf paraplu’s naast elkaar kunnen lopen, maar die zijn in de minderheid.’

Gelukkig hebben we nu geen paraplu nodig, en met Jonneke erbij ook geen plattegrond meer. Nog even en we voelen ons helemaal Venetianen! Wil je zelf ook dat echte Venetiëgevoel krijgen en de stad met een kennersblik bekijken, lees dan Jonnekes weblog Een jaar in Venetië. Daarin laat ze het echte Venetië zien, van het boodschappen doen met zoveel bruggetjes tot het hoge water in de winter, van de katrolwaslijnen tot de verboden plattegronden en flesjes water. Lezen en genieten kan via www.eenjaarinvenetie.nl, actuele informatie over de stad krijg je via Twitter (@jonkrans).

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. Leuk om dit allemaal te lezen, vooral als je met een boek over Venetie bezig bent en een leuke site van Jonneke! Grazie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *