Ga op pad met onze City Walks!

Dorsoduro – de levendigste wijk van Venetië

Na een weekendje Rome zijn we weer terug in Venetië en wel in de wijk Dorsoduro. De wijk is vernoemd naar de zandbank die precies op deze plek uit het water van de lagune omhoog stak, en die door de inwoners van andere delen van de stad dorso duro, harde rug, werd genoemd. Toen bleek dat de zandbank maar zelden onder water liep, waren de eerste nederzettingen al snel een feit – en was Venetië een wijk rijker.

Dorsoduro-Venetië-levendige-wijk (3)

Dorsoduro is in de loop der tijd uitgegroeid tot een van de meest kunstzinnige wijken van de stad. Niet alleen vind je hier twee grote musea, het Guggenheim en de Gallerie dell’Accademia (waarover later deze week meer), het is tevens de universiteitsbuurt van de stad, hetgeen voor een levendige, gezellige sfeer zorgt. Zo ontdekten wij vlak voordat we naar Rome vertrokken het meest bijzondere culinaire adresje van de stad…

Campo Santa Margherita vormt het middelpunt van de universiteitswijk. Overdag vind je er een aantal marktkraampjes, veelal met vers gevangen vis. Oude mannetjes wisselen de laatste buurtnieuwtjes uit; bouwvakkers verstoren de rust met hun luidkeels geschreeuwde aanwijzingen en gezang.

Campo-Margherita-Venetië

Op zoek naar een tentje voor de lunch besloten we deze bouwvakkers maar eens te volgen – in Italië zie je tijdens de lunch nergens lunchtrommeltjes met gesmeerde boterhammen en een beker melk.

Het was echter wel een zaak van lange adem: de bouwvakkers discussieerden net zo lang over waar ze zouden gaan lunchen als over de dikte van de muren die ze aan het herstellen waren. De een had zin in verse vis, de ander wilde liever een stevige soep en weer een derde weigerde verder dan een paar meter te lopen omdat hij de avond ervoor te lang had doorgehaald. Uiteindelijk werd de knoop doorgehakt en verdwenen ze een voor een door een kleine, donkere deuropening die we nog niet eerder hadden opgemerkt.

We volgden hen op een afstandje en kwamen in een kleine ruimte, ongeveer zo groot als een Nederlandse huiskamer. Op ons voorzichtige ‘Buongiorno’ volgde een warm onthaal, alsof we bij vrienden die we lang niet hadden gezien te gast waren. We werden naar een tafeltje gewenkt en binnen de kortste keren stond er een karaf wijn op tafel. De ober, die zo te zien tevens eigenaar, gastheer, kok, sommelier en afwasser was, vertelde ons dat hij iets heel lekkers op tafel kwam zetten, als we er tenminste geen bezwaar tegen hadden hetzelfde als de bouwvakkers te eten.

Na de discussie buiten gevolgd te hebben, durfden we hier wel op te vertrouwen, hetgeen ons een waarderende blik van de gastheer opleverde. Hij snelde de keuken in om na enkele minuten weer te voorschijn te komen met dampende borden soep en warme, gevlochten broodjes. De bouwvakkers stortten zich vol overgave op de goedgevulde zuppa, met allerlei soorten bonen, en slurpten enorme lepels vol naar binnen. Wij volgden hun voorbeeld (weliswaar zonder te slurpen).

Na de laatste hap kwam de breed glimlachende ober als een duveltje uit een doosje de lege borden verwisselen voor volle: ditmaal met gnocchi in tomatensaus. We keken elkaar even verbaasd aan; die soep was voor een Nederlandse lunch al aardig veel geweest. We wilden de vriendelijke man echter niet voor het hoofd stoten en aten dapper ons bordje gnocchi leeg, hetgeen natuurlijk ook niet echt een straf was. Net als de soep waren de gnocchi die ochtend vast versgemaakt, en de tomatensaus zo te proeven ook.

Toen de ober-kok-gastheer ons ook nog een groot bord vol vis voorschotelde, moesten we echter de hulp inroepen van de bouwvakkers – die daar uiteraard geen enkel probleem mee hadden. Toen ze hoorden dat we uit Amsterdam kwamen, wilden ze meteen horen hoe dat nu bij ons geregeld was, de strijd tegen het water. Hadden wij ook allemaal lieslaarzen in de kast voor het geval de stad onder water zou stromen? En ging er echt een metro rijden tussen de palen die midden in het water stonden?

Na enige nuancering van onze kant en de belofte voor ons vertrek naar Nederland nog eens te komen lunchen, volgde de grootste verrassing: de rekening, met potlood op een klein papieren vodje gekriebeld, bedroeg niet meer dan 11 euro. We betaalden en werden vriendelijk uitgezwaaid door de bouwvakkers en de eigenaar, die inmiddels ook was aangeschoven en zich de wijn goed liet smaken. De naam van het restaurantje was nergens te vinden, maar als je tegen lunchtijd een bankje op de Campo Santa Margherita opzoekt, zie je de vriendelijke eigenaar vast even naar buiten komen om zijn gasten te ontvangen. Kan niet missen!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *