Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Pauselijke pracht en praal – de invloed van een paar pauselijke families op het aanzien van Rome

Een wandeling door Rome is een wervelwind van geschiedenis. Op bijna elk plein vechten kerken, palazzi en fonteinen om aandacht. Al deze monumenten samen vertellen de geschiedenis van de Eeuwige Stad, maar als je ze in detail bekijkt, onthullen ze ook veel over de invloed van verschillende pauselijke families op de stad.

Aan het begin van de renaissance krijgt de ene na de andere invloedrijke familie een paus op de troon. Hun absolute macht begint zich steeds grootser in steen te uiten – uiteraard bekroond met het pauselijk wapen, zodat elke Romein wist aan welke paus dit nieuwe stukje grandeur van de stad te danken was.

Jessica laat een aantal pauselijke families de revue passeren, in een virtuele tour langs bekende bezienswaardigheden die hun naam nog altijd (uit)dragen.

Francesco della Rovere – alias Sixtus IV

Sixtus IV – geboren als Francesco della Rovere – was paus van 1471 tot 1584. Als eerste echte renaissancepaus gaf hij een werelds gezicht aan hemelse ideeën. Zo liet hij de Sixtijnse Kapel bouwen, die ook meteen zijn naam kreeg.

Daarnaast liet hij (onder andere) de Santa Maria del Popolo restaureren en bouwde hij een extra brug om de vele pelgrims die met name tijdens de jubeljaren naar Rome stroomden veilig naar de overkant te brengen. Ook deze brug kreeg zijn naam en staat nog altijd op de kaart als de Ponte Sisto.

Giuliano della Rovere – alias paus Julius II

Als kardinaal had hij al een kasteel laten bouwen in Ostia Antica, maar eenmaal op de pauselijke troon – van 1503 tot 1513 – ging Giuliano della Rovere pas echt los. Zijn officiële pauselijke naam was Julius II, maar hij stond in Rome en daarbuiten vooral bekend als il terribile.

Julius II vond het wel welletjes geweest met de positie van Florence als hoofdstad der kunsten en trok er met grof geld alle talent weg. Bramante, Michelangelo en Rafaël werden aan het Vaticaanse kunstteam toegevoegd.

Bramante kreeg de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe Sint-Pietersbasiliek (die pas honderdtwintig jaar later helemaal af zou zijn). Michelangelo moest een megalomaan graf voor Julius maken, dat er in die vorm nooit zou komen, maar Michelangelo’s Mozes schittert toch op Julius’ grafmonument in de San Pietro in Vincoli.

Rafaël mocht de nieuwe pauselijke vertrekken in het Vaticaan decoreren, met als hoogtepunt de School van Athene.

Ook deze paus had een vlotte doorstroom van alle ‘verkeer’ hoog op de agenda staan. De Via Giulia zou de Ponte Sisto moeten verbinden met een nieuw te bouwen brug richting het Vaticaan, zoals je op deze plattegrond kunt zien.

Tijdens Julius’ pontificaat werd op de Esquilijn een legendarische beeldengroep teruggevonden: de Laocoön. Julius II besloot de beeldengroep ten toon te stellen: het begin van de Vaticaanse Musea.

Benieuwd naar meer erfgoed van pausen en andere kopstukken uit de familie Della Rovere? Je herkent het aan het boompje op het wapen; rovere betekent namelijk ‘eik’.

Camillo Borghese – alias Paulus V

Villa Borghese en Galleria Borghese ontbreken op geen enkel Rome-lijstje. Deze – zeker in vergelijking met andere pausen – bescheiden familie heeft nog meer gebouwd. Je herkent veel van hun monumenten aan een draak.

Het prominentst heeft paus Paulus V – alias Camillo Borghese – zijn naam achtergelaten op de Sint-Pieter. Zijn pausdom viel namelijk precies samen met de bouw van de façade van de nieuwe basiliek.

IN HONOREM PRINCIPIS APOST PAVLVS V BVRGHESIVS ROMANVS PONT MAX AN MDCXII PONT VII: ter ere van de prins der apostelen Paulus V Borghese, paus van Rome, 1612, in het zevende jaar van zijn pontificaat, zo staat er in letters van twee meter hoog.

Dat een andere paus honderd jaar eerder het startsein had gegeven voor de bouw van de basiliek is niet in de gevel gebeiteld…

Maffeo Barberini – alias paus Urbanus VIII

De Barberini’s waren een van de machtigste families tijdens de barok. Vooral Maffeo Barberini – die tussen 1623 en 1644 als Urbanus VIII op de pauselijke troon zat – heeft zijn sporen in Rome nagelaten.

Hij was een groot mecenas en liet een zwerm van bijen achter, niet alleen op zijn familiewapen maar soms ook gewoon ‘los’, als decoratie op de fonteinen en monumenten die hij liet bouwen, zoals de Fontana delle Api en de Fontana del Tritone.

Onder zijn bezielende leiding werd Rome verder getransformeerd tot een stad die de grandeur en pracht van de barok ademde. Daarin verwachtte hij van ‘zijn’ kunstenaars het uiterste.

De bijen die over de gedraaide zuilen van het door Bernini ontworpen baldakijn in de Sint-Pieter dwarrelen, zijn misschien wel de mooiste, maar: het was ook precies dit baldakijn waarmee de Barberini paus zichzelf verre van populair maakte.

Hij liet hiervoor namelijk het brons van het Pantheon halen. Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini, sprak Pasquino daarop. ‘Wat de Barbaren niet hebben gedaan, dat deden de Barberini’s wel.’

In het Palazzo Barberini liet hij Bernini en Borromini, de twee grootste architecten van die tijd – en felle concurrenten bovendien, wedijveren om het mooiste trappenhuis. Bernini maakte een hoekig, streng en monumentaal trappenhuis, met dubbele zuilen.

Borromini heeft volgens velen de strijd gewonnen met zijn spiraalvormige trappartij die aan de andere kant van het palazzo elegant naar boven slingert.

Het trappenhuis was slechts een van de vele opdrachten die de paus Bernini gunde. De band tussen de twee zou zo innig zijn geweest, dat Maffeo Barberini (nog als kardinaal) de spiegel voor Bernini heeft vastgehouden toen die zijn David (gemaakt voor kardinaal Scipione Borghese en tegenwoordig te bewonderen in Galleria Borghese) naar zijn eigen gelijkenis wilde modelleren.

Giovanni Battista Pamphilj – alias Innocentius X

Innocentius X, de ‘krankzinnige’ paus die met vrij intense blik door Velázquez is vereeuwigd (dit portret hangt in de Galleria Doria Pamphilj),  wilde juist vanwege de innige connectie tussen Bernini en Barberini niet met Bernini werken en zette vol in op Borromini.

Naast het nieuwe palazzo van de familie Pamphilj, aan het Piazza Navona, tekende Borromini mee aan de barokke Sant’Agnese.

Toen de familie Pamphilj de opdracht voor de fontein op Piazza Navona uitschreef, die bekroond moest worden door de obelisk die gevonden was bij het Circus van Maxentius, lukte het Borromini niet om een creatie te verzinnen.

Bernini was er als de kippen bij. Hij stelde voor de obelisk boven het water te tillen en harkte zo de opdracht alsnog binnen.

Oddone Colonna – alias paus Martinus V

De Colonna-familie heeft eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld in Rome en vestigde zich zelfs eerder dan de hierboven genoemde families in Rome, tussen de antieke resten op de helling van de Quirinaal-heuvel.

Het hoogtepunt van de macht bezat de familie tijdens het pontificaat van Martinus V, van 1417 tot 1431.

Palazzo Colonna herinnert nog altijd aan hun heerschappij. In de nieuwste vleugel van dit palazzo kon aan het begin van de achttiende eeuw de enorme kunstcollectie van de familie worden opgehangen.

De Colonna’s hadden een bijzondere band met de Nederlandse Caspar van Wittel, alias Gaspare Vanvitelli. Dat blijkt nog altijd uit de negenendertig stadsgezichten van de schilder die tot de collectie behoren.

Dat ze pas aan het einde van deze blog de revue passeren, is vooral omdat ze tot in de negentiende eeuw bouwwerken hebben nagelaten in Rome, zoals de Galleria Sciarra.

Deze galerij is tussen het Palazzo Colonna en de Trevifontein gebouwd door een lid van de Sciarra-tak van de Colonna-familie. Oorspronkelijk was het een binnenplaats voor nog een ander palazzo van de Colonna’s, nu is het een van de weinige art nouveau-bouwwerken in het historisch centrum van Rome.

Meer lezen over de machtige families die Rome mede hebben gemaakt tot de stad die je nu nog kunt bewonderen? Een aanrader is het boek The families who made Rome van Anthony MajanLahti.

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *