Home » Reizen door Italië » Rome » Vijf bijzondere verhalen over het Pantheon
Ga op pad met de Ciao tutti City Walks!

Vijf bijzondere verhalen over het Pantheon

In deze blog delen we vijf bijzondere verhalen over het Pantheon, van de torentjes die dit monumentale gebouw ooit sierden tot de parketvloer die korte tijd op het plein voor de kerk lag. Verrassend, verbazingwekkend maar vooral vermakelijk om te lezen én te vertellen aan je reisgezelschap als je oog in oog staat met deze kolossale koepelkerk.

Saskia: ‘Elk bezoek aan Rome, hoe kort ook, begint voor mij bij het Pantheon. Op deze plek is het gevoel van thuiskomen het sterkst. Hier lijkt het alsof er Romeins bloed door mijn aderen stroom, alsof mijn wortels onder de vloer van dit prachtige monument liggen. Hier hoor ik. Punt.

Zowel Romeinen met wie ik langs het Pantheon slenter als Nederlanders met wie ik de kerk echt bezoek, vragen regelmatig waarom ik me precies op deze plek zo thuis voel. Het is moeilijk om daar een echte oorzaak voor aan te wijzen; het is er gewoon.

Wellicht omdat op deze plek zo ontzettend veel geschiedenis samenkomt. Of misschien voel ik de adem van Romulus hier nog rondwaren. Het Pantheon zou namelijk gebouwd zijn op de plek waar Romulus, de jongen die samen met zijn broertje Remus werd gevoed door de wolvin en de stad Rome stichtte, verdween. Hier, onder de stenen van het Pantheon, dat er toen natuurlijk nog niet stond, zou hij door een onweerswolk zijn weggevaagd.

Of dat waar is, is maar de vraag. Wat wél zeker is, is dat een bezoek aan het Pantheon steevast je verwachtingen overtreft. Het opvallende bouwwerk is een van de best bewaarde monumenten uit de oudheid in Rome.

Het werd rond 125 na Christus voltooid, onder keizer Hadrianus, en staat dus al bijna tweeduizend jaar fier overeind. Dat het Pantheon al die eeuwen in zo’n goede staat heeft weten te overleven, is deels te danken aan het feit dat het in 609 werd omgevormd tot een kerk, maar deels ook aan de sterkte van de bouwconstructie. De grote, ronde binnenruimte die wordt overspannen door een immense koepel weet iedere bezoeker de adem te benemen.

Ooit was de hele binnenzijde van de koepel bedekt met marmer en sierden bronzen platen het dak van het voorportaal. Veel kostbare materialen zijn echter in opdracht van Barberini-paus Urbanus VIII verwijderd en als decoratiemateriaal gebruikt bij het grootste bouwproject van zijn tijd: de Sint-Pieter.

Het overgebleven brons liet hij omsmelten om tachtig kanonnen te laten maken die op de Engelenburcht werden geplaatst. Het leverde hem bij het Romeinse volk een twijfelachtige reputatie op, die mede kenbaar werd gemaakt door de beroemde woorden van Pasquino, een van de sprekende standbeelden in Rome: ‘Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini’ (‘dat wat de barbaren nalieten, deden de Barberini’).

De koepel heeft (aan de binnenzijde) een diameter van bijna vijfenveertig meter – de afstand vanaf de oculus, het gat in de koepel, tot aan de grond is precies even groot. Via de oculus komt er al eeuwen licht en lucht binnen in het Pantheon.

Van beneden gezien lijkt het gat misschien niet zo heel groot, maar de diameter meet in werkelijkheid bijna negen meter. Dat betekent dat vogels wel eens naar binnen kunnen vliegen en ook dat regen gemakkelijk het Pantheon in druppelt. Om dat regenwater weer af te voeren vind je recht onder de oculus kleine gaatjes in de vloertegels.

Naast de indrukwekkende oculus is het mooiste plekje van het Pantheon het graf van de grote en geliefde renaissanceschilder Rafaël (1483-1520). In 1833 werd zijn lichaam in opdracht van paus Gregorius XVI opgegraven en opnieuw begraven in een antieke Romeinse sarcofaag, die je nog altijd kunt zien.

Nog mooier is echter het grafschrift dat Rafaël van een bevriende dichter kreeg: ‘ILLE HIC EST RAPHAEL TIMUIT QUO SOSPITE VINCI RERUM MAGNA PARENS ET MORIENTE MORI’. Oftewel: ‘Hier rust Rafael, tijdens zijn leven vreesde Moeder Natuur door hem overtroffen te worden en toen hij stierf, vreesde ze met hem te sterven.’ Kippenvel!’

Engelen en duivels in en om het Pantheon
We zijn natuurlijk niet de enigen die deze plek zo’n warm hart toedragen. Dat blijkt ook uit de houding van Michelangelo. Die was zo onder de indruk van het architectonische wonder van de koepel, dat deze volgens hem ‘door engelen moest zijn gemaakt’.

Met engelen moet je niet wedijveren, dus Michelangelo besloot de diameter van de koepel die hij moest bouwen, die van de Sint-Pieter, net een beetje minder groot te maken. Een prachtig eerbetoon aan een prachtige plek…

Hoewel Michelangelo de koepel van het Pantheon beschouwde als werk van engelen, doen er ook duivelse verhalen over het Pantheon de ronde. Zo zou het gebouw in eerste instantie helemaal geen oculus hebben gehad. De koepel was volledig dicht – en het Pantheon een donkere plek, waar alleen wat licht via de open deuren naar binnen stroomde.

Pas toen paus Bonifatius IV (608-615) het Pantheon bezocht, nadat dat door Phocas aan de kerk was geschonken, kreeg het gebouw zijn beroemde opening in het dak. Op miraculeuze wijze, want toen Bonifatius omhoog keek en een kruisteken in de lucht maakte, opende het plafond zich in een perfect ronde cirkel.

Uiteraard bestaat er ook een alternatieve versie voor dit verhaal, zoals we van veel Italiaanse monumenten twee bijzondere, conflicterende verhalen kennen. Dat verhaal speelt zich wel af tijdens hetzelfde moment; Bonifatius die het Pantheon zegent.

Zijn kruisteken had echter toen geen gevolgen, pas bij de eerste tonen van het Gloria in Excelsis Deo ontstond er onrust in het gebouw. Alle begraven demonen wilden als de wiedeweerga weg van deze nu christelijke plek, en vochten zich een weg naar boven. Een van de grootste duivels maakte een opening in het plafond waardoor ze konden ontsnappen – zie daar de oculus.

Ook buiten het Pantheon is er nog een duivels verhaal te vertellen. Er was ooit ene Baialardus in de stad, een man met magische krachten. Deze Baialardus wilde een pact met de duivel sluiten. Voordat dit helemaal rond was, kreeg hij echter berouw. Hij bekeerde zich en trok als pelgrim naar Jeruzalem en Santiago de Compostela (volgens het verhaal op één dag, maar dat lijkt me zelfs voor een magiër een beetje te gortig).

Toen hij terugkeerde in Rome en het Pantheon bezocht om te bidden, werd hij voor de deur opgewacht door niemand minder dan de duivel, die de man aan zijn belofte wilde houden. De tovenaar was echter overtuigd van zijn misstap en vluchtte pijlsnel de kerk binnen, waar de duivel hem niet zou volgen. Terwijl Baialardus het ene na het andere gebed afvuurde, liep de duivel woedend rondjes rond de kerk. Toen hij een beetje was afgekoeld, was zijn route zo uitgesleten dat er tot op de dag van vandaag een sleuf te zien is.

Treed echter niet in de voetsporen van de duivel; je weet nooit waar je dat brengt. Baialardus zag dat gelukkig op tijd in, al vertelt het verhaal niet of hij na deze vlucht in het Pantheon ooit nog is lastiggevallen door de duivel of dat deze zijn verlies pakte, na al die rondjes rondom het Pantheon.

De torentjes van het Pantheon
Er zou een Romeins gezegde over het Pantheon in omloop zijn dat als volgt luidt: ‘Wie Rome bezoekt zonder het Pantheon te hebben gezien, keert naar huis terug als een ezel.’ Je bent dus gewaarschuwd…

Over ezels gesproken: heel even had het Pantheon twee torentjes, aan weerszijden van de ingang, die door de Romeinen ook wel ‘ezelsoren’ werden genoemd. Geen compliment voor Bernini, die de torentjes maakte, maar wel een mooi verhaal.

Saskia: ‘Al bladerend door een boek met oude prenten en ansichtkaarten uit Rome stuitte ik op een tekening van Maarten van Heemskerck, met daarop tot mijn grote verbazing het Pantheon met in het midden, precies boven de punt van de fries, een torentje:

Nieuwsgierig ging ik op zoek naar de herkomst van dit inmiddels weer verdwenen torentje, maar veel wijzer werd ik niet. De illustratie van Van Heemskerck is gemaakt rond 1530, maar nergens wordt er naar een voor die tijd gedane aanpassing aan het aanzicht van het Pantheon verwezen. Wel vond ik nog een tweetal andere schetsen en tekeningen waar het torentje in het midden goed op te zien is:

Mijn speurtocht leverde echter wel een ander leuk feit op met betrekking tot de voorgevel van het Pantheon. Bijna een eeuw nadat Van Heemskerck het torentje optekende, gaf Gian Lorenzo Bernini in opdracht van paus Urbanus VIII het Pantheon twee torentjes, aan weerszijden van het portaal. Gelukkig is er nog een groot aantal schetsen en tekeningen terug te vinden van hoe dat eruit heeft gezien:

De torentjes, campanili in het Italiaans, werden door de Romeinse bevolking overigens meestal aangeduid als ‘ezelsoren’, omdat ze zo lelijk waren en totaal niet bij het Pantheon pasten. De paus kreeg veel kritiek te verduren, ook omdat hij eerder nogal wat van het interieur gesloopt had. Zo verdwenen alle bronzen panelen die het plafond sierden. Ze werden omgesmolten en gebruikt om het enorme baldakijn in de Sint-Pieter te kunnen realiseren. Ook de beelden die eerst het dak van het voorportaal sierden, schijnen een zelfde lot te hebben ondergaan.

De torentjes werden in de negentiende eeuw weer verwijderd, waarmee Bernini’s erfenis hoog boven het Piazza della Rotonda verdween. Nog maar weinig mensen weten dat dit Romeinse wonder hier onmiskenbaar had gefaald. Zijn Vierstromenfontein, Apollo en Dafne, de Tritonfontein, het baldakijn in de Sint-Pieter en de zuilengalerij die het Sint-Pietersplein omarmt worden dagelijks door Romeinse gidsen en toeristen bejubeld, maar op het Piazza delle Rotonda staat niemand meer stil bij zijn ‘ezelsoren’.

Kijk de volgende keer als je voor het Pantheon staat eens anders naar de voorgevel en probeer je aan de hand van de afbeeldingen in deze blog voor te stellen hoe die torentjes gestaan zouden hebben.’

Een parketvloer voor het Pantheon
Ook verdwenen is de parketvloer rondom het Pantheon. Lag er dan ooit parket op Piazza della Rotonda? Jazeker; de plaquette op de gevel van nummer 68 herinnert daar nog aan.

Zoals je op een paar van de bovenstaande schetsen misschien kunt zien, werd er lang geleden op Piazza della Rotonda bijna dagelijks een vlees- en vismarkt gehouden. Hoewel de pausen dit niet echt konden waarderen (Pius VII probeerde de markt zelfs actief te verplaatsen), konden ze er weinig tegen uit halen.

Toen de pausen het in Rome even niet voor het zeggen hadden (aangezien de paus in Avignon zat), werd zelfs de voorhal van het Pantheon als marktplaats ingericht. Hier liepen van circa 1310 tot 1431 de kippen rond, die ’s avonds in Romeinse soepen dreven of in zijn geheel werden opgediend.

Het verhaal gaat dat er overigens niet alleen vis, kip en vlees werd verkocht. In februari 1638 zouden twee marktlui die samen een vleeskraam voor het Pantheon runden, door de paus veroordeeld zijn tot een vreselijke martelgang. Ze moesten gevierendeeld, in stukken gesneden en fijngehakt worden.

Dat is even slikken voor ons, maar de paus vond het geheel terecht. De twee marktlui verkochten namelijk een worstsoort die erg populair was, maar die later bleek te worden gemaakt van mensenvlees. Dat kon de paus natuurlijk niet over zijn kant laten gaan en hij verzon een passende straf: beide verkopers moesten zelf tot worst worden verwerkt.

Gelukkig keerde de rust eind negentiende eeuw een beetje weer. In 1847 werd de markt definitief van het plein verbannen. Toch was het voor de burgemeester van Buenos Aires, die in 1906 een bezoek bracht aan Rome, nog altijd te hectisch rondom het monument.

Hij was zeer onder de indruk van het Pantheon, maar wat hij niet begreep, was dat een monument met zoveel belangrijke doden die hier een rustplaats hadden gevonden, midden in de drukte lag. Volgens hem moesten ‘de graven van de eerste Italiaanse koningen in een gewijde stilte gehuld worden’.

Om dat te bewerkstelligen, gaf hij de stad Rome een passend cadeau: een parketvloer voor het Piazza della Rotonda. Het hout uit de Argentijnse regenwouden zou ervoor moeten zorgen dat de rust van de doden niet langer werd verstoord door het verkeerslawaai dat van buitenaf doordrong.

Het hout heeft er helaas niet lang gelegen, maar de Romeinen vertellen je nog altijd graag het verhaal van mensenworst makende marktlui en een schitterende houten vloer.

Een pauselijke schoonmaakactie
De burgemeester van Buenos Aires was overigens niet de enige die zich ergerde aan de drukte rondom het Pantheon. In 1823, het 23ste jaar van zijn pontificaat, had paus Pius VII ineens genoeg van alle drukte en afval die de eetgelegenheden aan het plein voor het Pantheon veroorzaakten.

Hij liet het hele plein schoonvegen, zodat de aanblik van het Pantheon niet meer bezoedeld werd door obers, etende mensen, dronkenlappen en andere ordeverstoorders.

Een plaquette op de gevel van het gebouw recht tegenover de ingang van het Pantheon – dat ondanks Pius’ decreet weer wordt omringd door restaurants – herinnert nog altijd aan zijn schoonmaakactie.

Rozenregen in het Pantheon
De Romeinse brandweer laat elk jaar tijdens de Pinkstermis rozenblaadjes door de oculus (het gat in de koepel) naar beneden dwarrelen, als symbool voor de vurige tongen die de Heilige Geest met Pinksteren op Maria en de Apostelen liet neerdalen. Via deze link lees je een fragment uit een boek van Rosita Steenbeek, die dit feestelijke gebeuren prachtig beschrijft.

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Steun Ciao tutti & Italië!

3 reacties

  1. Haha hele toffe en leuke post ! Zelf ben ik ook een echte italie fanaat, en houdt nog meer van de mythologie en geschiedenis van het land haha. Super mooie en grappige/herkenbare post ! Heel tof om te lezen..

  2. Ik heb genoten, Saskia, van jouw grondige studie omtrent het Pantheon. Met grappige anekdoten en schitterende prenten en foto,s. Puik opzoekwerk.

  3. Grazie Luk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *