Ga op pad met onze City Walks!

De lekkerste adresjes van Trastevere

Op zoek naar de lekkerste adresjes van Trastevere? Wandel dan met Saskia en Carola mee door de straatjes van deze authentieke Romeinse wijk, het liefst in de ochtend, op een lege maag, zodat je overal kunt proeven. Buon appetito!

Hoewel we de weg in Trastevere aardig goed kennen, zijn we benieuwd naar de adresjes waar de locals het liefst komen. Daarom gaan we op pad met Mimmo, onze goedgemutste gids van Eating Italy, die ons samen met Linda & Steve, eigenaren van The Beehive in Rome, hun dochter Viola en een aantal collega-bloggers in vier uur tijd het lekkerste van Trastevere laat proeven.

Gewapend met heel veel trek en met onze notitieboekjes, telefoons en camera in de aanslag om al dat heerlijks met jullie te kunnen delen, beginnen we, zoals elke dag in Rome, meteen dolcissimo. In dit geval betekent dat watertandend voor een vitrine vol lekkernijen die Vera van Pasticceria Trastevere (Via Natale del Grande 49) eerder die ochtend vers gebakken heeft.

Er zijn traditionele beignets, maar ook Napolitaanse sfogliatelle en Siciliaanse cassatine. Allemaal even verleidelijk, maar gelukkig allemaal in hapklare porties zodat we slechts een kleine zoete bodem leggen voor wat nog komen gaat.

Om de hoek waait de geur van pecorino en andere kaas ons al tegemoet voor we de ingang van Antica Caciara ontwaren. Mimmo troont ons mee naar binnen, waar we niet alleen worden verwelkomd door een keur aan kazen, maar ook door de warme glimlach van Roberto, die achter de toonbank staat om zijn vaste klanten (die hij allemaal bij naam kent) te helpen.

Roberto runt Antica Caciara al meer dan vijftig jaar, waarmee hij de traditie voortzet die Roberto’s grootvader Albino in 1900 begon. In die tijd brachten boeren en herder hun kaas, cacio in het Romeinse dialect, naar de kleine winkel in Trastevere, die zijn naam dankt aan dit typisch Romeinse woord.

Roberto en zijn vrouw Anna laten ons maar wat graag proeven van de bijzondere kazen (waaronder de enige echte pecorino romano en romige mozzarella), maar ook de uitgestalde worsten, lardo en prosciutto zijn om van te watertanden. Zelfs de palle di nonno zien er smakelijk uit…

We zouden de hele dag wel in dit Luilekkerland kunnen vertoeven, zeker als Roberto ons met enige regelmaat iets laat proeven, maar we moeten nog meer proeven.

Welgeteld tien stappen verderop wacht een adresje dat we nog niet kenden, maar waar Saskia’s lievelingssnack uit de Italiaanse keuken wordt gemaakt: supplì. Eén hap van deze gefrituurde risottoballetjes en je weet meteen waarom de Romeinen deze lekkernij ook wel supplì al telefono noemen: de gesmolten mozzarella zorgt voor lange kaasdraden, net als bij de vroegere telefoondraden.

Na het proeven van honderden risottoballetjes kan Saskia in elk geval beamen dat ze Venanziano bij I Supplì samen met zijn schoonbroer verrukkelijke supplì frituurt. Zelfs om elf uur ’s ochtends offert ze zich graag op om de overgebleven supplì ook nog soldaat te maken. Je komt immers niet elke dag bij een van de beste supplì-makers in Rome!

Gelukkig is de volgende stop nét ietsje verder lopen dan tien stappen, want ook bij La Norcineria di Iacozzilli (waarbij we weer terug zijn aan de Via Natale del Grande) moet er geproefd worden. Alleen al voor de sappige porchetta (varkensvlees uit het nabij Rome gelegen Ariccia) moet je hier over de drempel stappen. Heerlijk op een broodje of op een stuk pizza bianca.

Dan moeten we – voor we nog meer kunnen proeven – echt even de benen strekken. We maken een rondje over de kleine maar kleurrijke markt op het Piazza San Cosimato. We zien door de winterzon gekuste clementines, bergen artisjokken, mooi generfde cavolo nero (palmkool, een soort boerenkool), kleurrijke kaki’s en pas geplukte peren.

Ook puntarelle ontbreken niet, een langwerpige cichoreisoort met vrij dunne bladeren en een dikke, witte bladbasis. Puntarelle worden rauw gegeten, vaak met een dressing van olijfolie en ansjovis. We zien hoe de marktlui puntarelle schoonmaken en ze in grote bakken met koud water leggen, zodat de groente iets minder bitter wordt en mooi krult.

We nemen bij de kraam van Mimmo’s vrienden Pietro en Concetta sappige sinaasappels en peren mee voor onze stop bij Alimentari Settecento, in een van de vaste marktkraampjes. Giuliana en Emiliano snijden er voor ons wat heerlijke kazen bij.

Terwijl we genieten van dit lekkers én van een heerlijk warm winterzonnetje, vraagt Emiliano ons waarom zijn kraam Settecento heet. We verzinnen van alles, van de eeuw waarin zijn voorouders een kaaswinkel startten tot het aantal kazen dat hij op de plank heeft liggen, maar het antwoord blijkt verrassend anders dan gedacht: zevenhonderd zou een verwijzing zijn naar het aantal ramen rondom het plein.

We hebben helaas geen tijd om dat na te tellen, want onze volgende culinaire stop wacht. We wandelen langs het thuis van de democratische rigatoni naar San Calisto, de beroemdste bar van Trastevere, waar we deze vrolijke oude mannetjes op de gevoelige plaats vastleggen.

Zij gaan zo op huis aan voor de lunch, wij schuiven aan bij Casa Mia in Trastevere voor een proeverij van Romes beroemde pasta’s: amatriciana (met tomatensaus en guanciale, wangspek) en cacio e pepe (met schapenkaas en zwarte peper).

Terwijl de ober met een grote pan pasta aan tafel komt en de borden vol schept, valt Saskia’s oog op een klein souvenir van thuis, volgens de ober ‘een prachtige stad, maar het eten…’ We besluiten onze tweede portie pasta niet in de waagschaal te stellen en stemmen volmondig met hem in.

De zoete afsluiting komt in etappes, met allereerst de heerlijke biscotti van Biscottificio Innocenti, de authentieke koekjesfabriek waar we kind aan huis zijn als we in Rome verblijven. Stefania heeft dit keer citroenkoekjes en brutti ma buoni (‘lelijk maar lekker’) voor ons gebakken.

Terwijl we de koekjes rustig oppeuzelen en foto’s maken van het geweldige interieur en de altijd stralende Stefania, bedenken we hoe bijzonder het eigenlijk is dat er in zo’n grote stad als Rome nog zo’n authentieke adresjes te vinden zijn.

We genieten er elke keer weer van en vonden het eigenlijk altijd vanzelfsprekend, maar nu we de hele ochtend worden begroet door warme, enthousiaste winkeleigenaren, koks en andere culinaire helden, beseffen we hoe bijzonder het eigenlijk is dat we overal zo met open armen worden ontvangen en dat iedereen zijn passie, enthousiasme, culinaire historie én producten trots met ons deelt.

In veel plaatsen is dat zo goed als verdwenen, maar hier in Trastevere kom je het nog overal tegen, of het nu gaat om kaas of koekjes, pasta of prosciutto. En ondanks het feit dat we overal verrukkelijke dingen proeven, is de passie van de winkeleigenaren misschien wel het beste dat Mimmo ons tijdens de tour laat ervaren.

Maar we zijn er nog niet. Voor het tweede deel van de zoete finale schuiven we bij Spirito di Vino, aan de Vicolo dell’Atleta, aan voor een Italiaanse versie van crème brulée en een glaasje vino liquoroso, maar eigenaar Romeo schotelt ons ook nog iets veel interessanters voor. Onder de vloer, in de donkere wijnkelder, wachten eeuwenoude Romeinse resten (volgens Romeo is dit stukje stad meer dan honderd jaar ouder dan het Colosseum).

Tijdens opgravingen vond men hier een beeld van een atleet (vandaar de naam van de steeg), dat nu te zien is in de Vaticaanse Musea. Het is ongeveer drie meter hoog en zou door Michelangelo bestudeerd zijn toen hij aan zijn David werkte. Er is in 1849 ook een paard gevonden, dat een van de vijfentwintig paarden zou zijn uit het in brons vereeuwigde gevolg van Alexander de Grote (het enige dat ooit is teruggevonden). Het paar is nu te bewonderen in de Musei Capitolini, aan de andere kant van de Tiber.

Als je in Trastevere bent, moet je ook – zomer of winter – echt een ijsje halen bij onze favoriete gelateria, waar Mimmo ons ook mee naartoe neemt. We weten meteen waar we heen lopen en al gauw komt inderdaad Fata Morgana in zicht.

Vittorio herkent ons zelfs (dat verklapt waarschijnlijk wel hoe graag en vaak we hier komen), maar desondanks mogen we opnieuw wat foto’s van hem maken terwijl hij breed glimlachend voor iedereen een bakje of een hoorntje vol ijs schept. Wij kiezen de winterse smaken panettone en Fata’s zabaione (met port, rum en koffieboontjes), die we al wandelend oppeuzelen.

Na dit calorierijke avontuur is Rome gelukkig de perfecte plek om al dat lekkers er meteen ook weer af te lopen. Voor het weer etenstijd is, hebben we meer dan twintigduizend stappen op de teller staan en lusten we wel een bordje pasta…

met dank aan Mimmo voor al zijn fantastische tips & aan Tim Vermeer en Tom Weber
die tijdens de tour ook een aantal foto’s voor deze blog maakten

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *