Reis langs de Venetiaanse vestingsteden – Bergamo, Peschiera del Garda en Palmanova
Iedereen kent de Duomo van Milaan en de Santa Maria delle Grazie, met Da Vinci’s Laatste Avondmaal in het bijbehorende klooster, maar in en om Milaan zijn nog veel meer prachtige kerken, kloosters en abdijen te vinden.
Ontdek hun tijdloze schoonheid, met verhalen die achter de gevels sluimeren en schitterende werken van getalenteerde schilders.





Langs de oevers van het Naviglio Grande staat de San Cristoforo sul Naviglio, die eigenlijk uit twee kerken bestaat. Het oudste gedeelte dateert uit 1176 en werd uitgebouwd in de dertiende eeuw. De kerktoren fungeerde als baken voor de scheepvaart in het kanaal.

Als de stad in de veertiende eeuw wordt getroffen door de pest, verrijst er uit dankbaarheid voor het plotselinge einde van de epidemie in 1399, onder bescherming van Gian Galeazzo Visconti, rechts van de kerk een nieuwe kapel.
Zodra je dit rechter gedeelte, de Cappella Ducale, binnenstapt, voel je een andere sfeer. Glas-in-loodramen filteren het licht en prachtig gerestaureerde fragmenten van fresco’s duiken op tegen ruwe bakstenen muren. Ze zijn gemaakt door schilders van de school van Bergognone en Bernardino Luini.
De kapel is ook een politiek statement, dankzij de aanwezigheid van beschermheiligen van de machtige Visconti-familie. Op de gevel zie je twee symbolen naast elkaar: de slang van de Visconti’s en het rode kruis van Milaan.

Het Certosa di Garegnano, ooit omringd door uitgestrekte velden, is nu een serene oase te midden van de hedendaagse bedrijvigheid, vlak bij het Parco del Portello.
Stap hier binnen en laat je overrompelen door de pracht van een van de belangrijkste Cisterciënzer kloosters van Italië, waar zelfs de Franse schrijver Stendhal in 1816 versteld stond van het werk van Daniele Crespi, die de meesterlijke fresco’s op de muren en het gewelf van het schip van de kerk schilderde.

Een eeuw eerder was Simone Peterzano uit Bergamo hier al aan het werk. Die naam zegt je misschien niets, maar hij was een van de leermeesters van de jonge Caravaggio. Lord Byron was onder de indruk van Peterzano’s werk. Hij prees de schilderingen vol lof in een brief.
Rond 1770 voegde Biagio Bellotti nog een magische toets toe: in de rechter kapel vereeuwigde hij de vijftien mysteries van de rozenkrans in rococostijl.


Deze abdij oogt klein en kwetsbaar naast de drukke tangenziale, de rondweg van Milaan. Toch staat de Abbazia di Monluè hier al sinds het midden van de dertiende eeuw, opgedragen aan San Lorenzo, door de orde van de Umiliati di Santa Maria di Brera, die nederigheid en eenvoud predikten.
Eeuwenlang vormde het een cascina, een agrarisch centrum, waar de monniken samenwerkten met boeren en hun families. Nederigheid, liefdadigheid en zorg was het devies van de kloosterorde.
Stel je dit landschap eens voor zonder asfalt en verkeer, met rondom de abdij uitgestrekte wouden waarin roedels wolven zwierven. Zelfs het woord Monluè herinnert nog aan dat verleden: letterlijk betekent deze naam ‘berg van de wolven’, een herinnering aan hoe wild en ongerept dit gebied ooit was.
Het vraagt nog even geduld maar dankzij de huidige restauratie krijgen de antieke cascina en het kerkje van Monluè weer een nieuw leven, lang nadat paus Pius V het in 1571 welletjes vond en de orde van de Umiliati ophief.

Zodra je het Piazza San Magno in Legnano oploopt, valt je oog op de Basilica San Magno, met haar warme terracotta stenen en gele vlakken die baden in het licht.
Het gebouw werd tussen 1504 en 1530 opgericht ter ere van de toenmalige aartsbisschop van Milaan, die toen bekend stond als Il Magno di Milano en die later werd vereerd als San Magno.

Bewonder de achthoekige vloer, die toont dat alles om het midden draait. Dat was voor de architect, vermoedelijk Donato Bramante, geen toeval. Voor hem stond perfecte harmonie gelijk aan goddelijke perfectie. Waar je ook staat, je bevindt je in dezelfde verhouding tot het centrum.
Wanneer je achter het hoofdaltaar kijkt, zie je een van de grote meesterwerken van Bernardino Luini: een altaarstuk met meerdere panelen uit 1532. In het midden troont de Madonna met Kind, omringd door musicerende engelen en heiligen als Petrus, Johannes de Doper, San Magno en Ambrosius.
Rond dit indrukwekkende altaarstuk bewonder je fresco’s van Bernardino Lanino. Hij schilderde ze rond 1560. Terwijl je blik over de zorgvuldig versierde muren glijdt, zie je scènes uit de rijke bijbelse geschiedenis. Alles in deze kerk straalt rijkdom en devotie uit, alsof je binnenstapt in een tot de rand gevulde schatkist…

Volgens de overlevering huilde op 24 april 1583 de maagd Maria bloedige tranen in de Cappella della Neve. Dat wonder maakte zo’n indruk dat aartsbisschop Carlo Borromeo al in 1584 de eerste steen liet leggen van het Santuario della Beata Vergine Addolorata in Rho.
Het grootse heiligdom heeft de vorm van een Latijns kruis, met één groot middenschip en kapellen aan de zijkant. Wat meteen opvalt, is de enorme koepel van vierenvijftig meter hoog en de klokkentoren die zelfs vijfenzeventig meter de lucht in steekt.
Die koepel werd tussen 1752 en 1764 gebouwd door Carlo Giuseppe Merlo. Hij paste het oorspronkelijke ontwerp van Pellegrino Tibaldi aan.
Dat was technisch geen sinecure: er waren ingewikkelde berekeningen nodig om zo’n enorme constructie stabiel te houden. Het project gold zelfs als een van de grootste architecturale uitdagingen van het achttiende-eeuwse Milaan.
De statige, neoklassieke façade is van de hand van de Weense architect Leopoldo Pollack. Hij overleed in 1806 terwijl hij aan deze gevel werkte.

In de wijk Cascine Olona in Settimo Milanese vind je een juweeltje: het Oratorio San Giovanni Battista, ook wel het Oratorio dei Mantegazza genoemd. Dit gebouw uit 1468, opgetrokken uit cotto, rode baksteen, ligt verborgen tussen lage huizen en moderne flats, maar binnen wacht een verrassing: prachtige fresco’s uit de renaissance.
Ze vertellen het verhaal van Johannes de Doper, het leven van Jezus en het Laatste Oordeel, waarschijnlijk gemaakt door een leerling van de schilder Vincenzo Foppa uit Brescia.
Met zijn gotische buitenkant en kleurrijke binnenmuren is dit heiligdom een unieke plek te midden van het drukke moderne leven.

Als je door een smeedijzeren hek aan de Via Borsani in Abbiategrasso loopt, opent zich een elegante cortile met een open zuilengalerij. Deze portico wordt toegeschreven aan Donato Bramante, een van de grootmeesters van de gulden snede.
De harmonieuze verhoudingen van de Santa Maria Nuova geven een gevoel van rust, een stille overgang van de straat naar de serene heiligheid van de kerk. Kijk, voordat je de kerk binnengaat, omhoog naar het fresco van de Madonna met Kind.
Eeuwenlang zochten de inwoners van Abbiategrasso er bescherming en genezing. Juist daarom is deze portico zo breed, niet alleen om het fresco te beschermen tegen weer en wind, maar om ruimte te bieden aan iedereen die er wilde bidden.
Hoewel de portico uit de late renaissance stamt, werd de kerk zelf in 1365 in Lombardisch-gotische stijl gebouwd in opdracht van de Confederazione Nazionale delle Misericordie d’Italia.

De abdij van Morimondo, die we in dit artikel al uitgebreid beschreven, werd in 1185 gesticht door monniken uit het Franse Morimond.
Strakke bakstenen muren, sierlijke spitsbogen en een driebeukige structuur zorgen voor een bijzondere lichtval. Binnen wachten verborgen schatten: het zestiende-eeuwse houten koor met zeventig koorstoelen en een wijwatervat uit de veertiende eeuw, bekroond door een tedere Madonna met Kind, beide toegeschreven aan de middeleeuwse beeldhouwer Giovanni di Balduccio.
Terwijl je hier rondloopt, voel je de aanwezigheid van de hedendaagse monniken, die het leven en ritme van eeuwenlange devotie voortzetten. Het is een plek waar geschiedenis, stilte en spiritualiteit samenkomen – perfect om even stil te staan en te genieten van een ander tempo.
Je kunt je hier ook inschrijven voor allerlei activiteiten, zoals middeleeuwse miniaturen of kaarsen maken en een cursus frescoschilderen.

In Vaprio d’Adda, vlak bij Villa Melzi waar Leonardo da Vinci verbleef terwijl hij het Naviglio van Paderno ontwierp, wacht een stukje bijzondere geschiedenis, opgetrokken uit ceppo dell’Adda, de lokale steensoort.
De San Colombano is een unieke romaanse kerk die verrees op de plek van een oud heiligdom, dat volgens overlevering door de Ierse pelgrim Colombano werd opgericht.

Kijk naar de ontroerende gebeeldhouwde details, die adembenemend mooi zijn door hun eenvoud. Je ziet niet alleen bijbelse scènes, maar ook vreemde wezens en fantasiedieren. Dat laat zien dat men in de middeleeuwen geloofde dat werkelijkheid, magie en het bovennatuurlijke onlosmakelijk met elkaar verbonden waren.
Een leuk detail dat je niet mag missen: tussen de beeldhouwwerken van het voorportaal en op een pilaar rechts van het altaar prijkt een lelie. Steenbewerkers verweefden deze bloem in hun werk als hun persoonlijke geheime signatuur, een traditie die uit Zuid-Frankrijk komt en in Lombardije zeldzaam is.

Als je nietsvermoedend langs de Santa Maria in Calvenzano in het dorp Vizzolo Predabissi loopt, zie je er niet meteen een meesterwerk in. Maar al bij de ingang verandert dat.
Het portaal ontvouwt zich als een stenen stripverhaal. Het is gemaakt van Saltrio-steen, een fijnkorrelige kalksteen uit Lombardije, die heel geschikt is voor gedetailleerd beeldhouwwerk.
In het reliëf zie je onder meer taferelen uit de kindertijd van Jezus, geometrische motieven en dieren. De sierlijke figuren weerspiegelen het vakmanschap van de Scuola Comasca, een groep steenbewerkers die een grote rol speelde in de bouwstijl van romaanse kerken.




Binnen wachten hoge bakstenen muren, eenvoudige kerkbanken, een houten cassetteplafond en enkele fresco’s uit de eerste helft van de veertiende eeuw, toegeschreven aan de Florentijnse schilder Giusto de’ Menabuoi.

Net als de San Colombano in Vaprio d’Adda is deze kerk een middeleeuwse architectonische parel. Op beide plekken ervaar je dezelfde verstilde verfijning.
De San Martino in Carpiano hoorde in de late middeleeuwen bij de bezittingen van het monumentale Certosa di Pavia. De eerdergenoemde Gian Galeazzo Visconti had ook hier een vinger in de pap; het kerkje moest zorgen voor inkomsten. Als cadeautje kreeg het een aantal decoratieve elementen van het Certosa di Pavia.
Zo verwijzen de marmeren gedraaide kolommen in het voorportaal met hun sobere maar ritmische geleding naar de laatgotische vormen die ook bij het Certosa di Pavia te vinden zijn.
Het pronkstuk is echter het hoofdaltaar: een rijk bewerkt marmeren kunstwerk uit de late veertiende eeuw, vervaardigd door maestri campionesi, met fraaie, verfijnde reliëfs die scènes uit het leven van Maria tonen.

Het eerste wat in het oog springt bij het klooster van de heilige Petrus en Paulus in Viboldone, is een waterval van kleurrijke bloemetjes en flonkerende sterren van acht rode palmetten, afgewisseld met donkere knopjes, waaruit golvende zwarte stralen uitwaaieren. Ze steken prachtig af tegen de witte muren.
Binnen ontvouwen zich scènes uit het leven van Christus. Ze zijn levendig en vol emotie, alsof de heilige momenten zich nu, voor je ogen, afspelen.
Achter het hoofdaltaar glanst een gotisch meesterwerk van Giusto de’ Menabuoi. Hier verschijnt Christus als rechter, omringd door apostelen en engelen, terwijl een compleet middeleeuws universum zich in kleur en beweging openbaart.




Een van de mooiste voorbeelden van Cisterciënzer architectuur in Noord-Italië, is de abdij van Chiaravalle, die in 1135 werd gesticht door de Franse Bernard van Clairvaux en waarover je in dit artikel meer leest.
Wanneer je omhoogkijkt, valt de achthoekige torenkoepel op, de Ciribiciaccola, die zijn naam dankt aan het getjilp van de zwaluwen dat volgens de legende de gebeden van de monniken begeleidde.
Binnen bewonder je fresco’s van leerlingen van de school van Giotto en de beroemde Madonna della Buonanotte van Bernardino Luini.
Het klooster was lange tijd verlaten, maar in 1952 keerden de monniken terug. Wie toe is aan een retraite, kan een paar dagen in het klooster verblijven. Je kunt er meewerken met de monniken en deelnemen aan de heilige missen.

De abdij van Mirasole heeft een slotgracht en een toren met ophaalbrug die het hele complex beschermden, waarachter zich in de middeleeuwen een wereld vol stallen, werkplaatsen en woningen ontvouwde, als een soort kloosterboerderij. De kloostergang met portici, loggia’s en een tuin verbond de refter met de keukens, de kapittelzaal en de sacristie.
Tegenwoordig is de Abbazia di Mirasole een levendig cultureel en religieus centrum waar je gewoon kunt ‘zijn’. Je kunt hier rondkijken, de kunst en geschiedenis ontdekken of gewoon genieten van de bijzondere atmosfeer. Tegelijkertijd worden er allerlei educatieve programma’s, rondleidingen en vieringen georganiseerd, die de lokale gemeenschap en bezoekers samenbrengen.



De eenvoudige Santa Maria Assunta vormt het spirituele hart. Bekijk voor je naar binnen stapt het reliëf naast de deur, met het Lam Gods, het symbool van de Umiliati, met daaronder een voorstelling van het kloosterleven.
Neem plaats op een van de kerkbanken en laat je meevoeren door het fresco van de hemelvaart van Maria, dat in de vijftiende eeuw is gemaakt door onbekende meesters.

Weer terug in het centrum van Milaan mag je ook de Basilica di Sant’Ambrogio (gewijd aan de patroonheilige van Milaan), de Cappella Portinari in de Basilica di Sant’Eustachio en de San Maurizio al Monastero Maggiore (met ‘de Sixtijnse Kapel van Milaan’) niet overslaan, beide prachtige kerken die onterecht in de schaduw van de beroemde Duomo staan.


