Villa Carlotta (Comomeer) – prachtige kunstwerken, stijlkamers en een weelderige tuin
In het noorden van Italië ontdek je een reeks vestingsteden die samen op de Werelderfgoedlijst van Unesco staan. Vanuit Bergamo loopt namelijk een onzichtbare lijn van geschiedenis en architectuur naar Peschiera del Garda, aan het Gardameer, en Palmanova, in de regio Friuli-Venezia Giulia.

Venetië ontbreekt in dit rijtje, maar de rode draad, de vestingmuren, zijn wel te danken aan de invloed van deze stad, die ooit veel verder reikte dan de lagune.
De Republiek Venetië, ook wel La Serenissima genoemd, groeide uit tot een sterke handels- en zeemogendheid en beheerste eeuwenlang de routes tussen Europa en het verre oosten. Dat bracht rijkdom, maar ook de noodzaak om een uitgestrekt gebied te beschermen, zowel op zee als op het vasteland.
Daarom liet de Venetiaanse republiek een netwerk van vestingwerken aanleggen, over meer dan duizend kilometer, zowel in het noorden van Italië als langs de Adriatische kust in het oosten.
Sinds 2017 staan deze Venetiaanse vestingwerken op de Werelderfgoedlijst, met zes locaties verspreid over Italië, Kroatië en Montenegro. In deze blog neemt An je mee naar de drie Italiaanse vestingsteden, elk met een heel eigen sfeer en verhaal. In Bergamo omarmen de Venetiaanse muren de Città Alta, als stille wachters over eeuwen geschiedenis.

In Peschiera del Garda ligt de vesting op het water en weerspiegelt ze zich in het Gardameer, een plek waar je vanzelf het ritme van het stadje volgt tussen bastions en kanalen.
Tot slot is er Palmanova, de stervormige stad, waar strakke lijnen en symmetrie zorgen voor een bijna tijdloze sfeer. Juist dit contrast maakt het zo boeiend alle drie de steden te bezoeken en je mee te laten voeren door de historie van elke plek.

Bergamo bestaat uit twee duidelijk verschillende delen: de Città Alta, de oude bovenstad die volledig omringd wordt door stadsmuren, en de Città Bassa, het lager gelegen levendige en moderne gedeelte.
Zoals de naam al doet vermoeden, ligt de Città Alta boven op de heuvel. Ooit was deze plek een belangrijk verdedigingspunt op de grens met het hertogdom Milaan. In 1428 koos de stad zelf voor aansluiting bij de Republiek Venetië. De Venetiaanse stadsmuren uit de zestiende eeuw zijn meer dan vijf kilometer lang en bepalen nog altijd het silhouet van de stad.
Langs deze muren loopt een walkcast met tien stops, die je stap voor stap meeneemt door de geschiedenis. Starten doe je bij de Porta Sant’Agostino, waar ook het museum Mura di Bergamo ligt (geopend op vrijdag, zaterdag en zondag en op sommige Italiaanse feestdagen). De route eindigt aan het Baluardo della Fara, vanwaar je verder wandelt richting de Rocca di Bergamo.
foto’s: Visit Bergamo
Bij de Rocca op de Colle di Sant’Eufemia, een van de hoogste punten van de ommuurde stad, kijk je uit over de benedenstad, maar ook richting de Alpi Orobie (Bergamasker Alpen of Orobische Alpen) en over de koepels en torens van de binnenstad.
Dankzij deze ligging was de Rocca eeuwenlang een strategisch punt. Al in de Romeinse tijd stond hier een Capitolium. De cilindervormige toren die je vandaag ziet, werd gebouwd door de Venetianen, tussen 1455 en 1458.

Van de Rocca wandel je naar het hart van de stad, met het Piazza Vecchia en het Piazza Duomo. Onderweg loont het om even te pauzeren bij Bar Babilonia 1907, een tweede locatie van La Marianna, vlak tegenover het infopoint. Bestel daar zeker een caffè Marianna: een espresso met stracciatella-ijs, een smaak die in Bergamo werd bedacht.

Met hernieuwde energie ga je verder richting de Campanone, klaar voor een klim met uitzicht. De toren, bijna drieënvijftig meter hoog, bereik je via zo’n tweehonderddertig treden (of met de lift). Boven wacht een mooi driehonderdzestig graden breed uitzicht over Bergamo en de omliggende bergen.
Ben je er ’s avonds, dan hoor je om tien uur nog altijd honderd klokslagen, een traditie uit de Venetiaanse tijd.


Met hetzelfde ticket bezoek je ook het Museo del Cinquecento in het Palazzo del Podestà, waar je een beeld krijgt van het leven in de zestiende eeuw en de rol van de Republiek Venetië in de historie van Bergamo.
Vanaf de Campanone kijk je ook uit op de Basilica di Santa Maria Maggiore, die je zeker ook even moet gaan bekijken (toegang tegen betaling). Het interieur is rijk versierd met fresco’s, wandtapijten en prachtig houtsnijwerk. In de kerk bevindt zich ook het graf van Gaetano Donizetti.



Voor Bergamo neem je best wat extra tijd. Plan minstens twee dagen: een voor de Città Alta en een voor de Città Bassa.
Een fijne uitvalsbasis is Palazzo Santo Spirito, een prachtig gerenoveerd klooster in de Città Bassa, met een karakteristieke chiostro die zorgt voor een rustige en charmante sfeer.

Vlak bij dit hotel ligt Ol Giopì e la Margi, een historisch restaurant dat een warme, authentieke sfeer ademt en bekend staat om zijn traditionele keuken, met gerechten die volgens oude familierecepten worden bereid. Hier proef je lokale klassiekers zoals casoncelli, in een gezellige en ongedwongen setting.
De naam Ol Giopì e la Margì verwijst naar twee marionetten uit het teatro dei burattini. Giopì stelt de eenvoudige, soms wat naïeve maar goedhartige man voor, terwijl Margì zijn sterke en vaak scherpzinnige vrouw is. Samen symboliseren ze het leven van de gewone mensen uit Bergamo, met humor, eenvoud en karakter — precies de sfeer die je ook in het restaurant terugvindt.

In de Città Alta is GombitHotel een aanrader, dat zijn naam dankt aan de aangrenzende Torre del Gombito, een ruim vijftig meter hoge, prachtige middeleeuwse toren die ooit onderdeel was van de twaalfde-eeuwse verdedigingsmuur van Bergamo.

Een culinaire aanrader in de bovenstad is Nonna Alda, waar An aanschoof voor een lunch met lokale lekkernijen. Start met een selectie antipasti, waaronder de bombette di Branzi: krokante kroketjes gevuld met lokale Branzi-kaas.
Kies daarna een van de primi: de casoncelli alla bergamasca, rijk gevuld met vlees en geserveerd met boter, salie en knapperig spek, of de scarpinòcc di Parre, een fijnere pasta met kaas en kruiden, lichter en subtieler van smaak. Sluit af met coniglio alla bergamasca, geserveerd met groenten of polenta.

In Peschiera del Garda waan je je in een heel andere wereld. Water, bruggen en een levendige sfeer geven het stadje een heel eigen karakter, heel anders dan Bergamo.
Het vormt een vesting op het water, waar kanalen en bastions het beeld bepalen. Het huidige aanzicht van het stadje gaat terug tot de zestiende eeuw, toen de Republiek Venetië van Peschiera een strategisch bolwerk maakte. De ligging, precies waar de Mincio als enige afvoerrivier uit het Gardameer stroomt, was ideaal om zowel de routes over het water als over land te controleren.
Tegelijk voelt het verrassend open. Bootjes varen langs de vesting, terwijl mensen aan het water op een terras zitten en overal een ontspannen sfeer hangt. Je wandelt hier niet rondom een fort, maar loopt er middenin.

De vesting zelf is uniek: een pentagon met vijf bastions en twee toegangspoorten, volledig omringd door water en naadloos verweven met de stad.
Door de loop van de Mincio aan te passen, ontstonden kanalen die het historisch centrum omsluiten, opgebouwd uit twee eilandjes die door het Canale di Mezzo van elkaar gescheiden zijn en via bruggen met het vasteland verbonden blijven.
De Venetiaanse vesting kun je op twee manieren ontdekken. Je kunt te voet het fort in en over de bastions wandelen, op eigen tempo met een audioguide of samen met een gids die je meer vertelt.
Ook een aanrader is een boottocht langs de vestingmuren, waarbij je uitleg krijgt en echt goed ziet hoe Peschiera volledig door water wordt omringd. Meer daarover lees je in deze blog over Peschiera del Garda.


De derde en laatste bestemming van de tour langs de Venetiaanse verdedigingswerken op Italiaanse bodem is Palmanova, een bijzonder voorbeeld van een vestingstad die nog volledig intact is, met haar opvallende stervorm met negen punten. Het is een van de mooiste voorbeelden van militaire architectuur uit de moderne tijd.

Het plan ontstond in 1593 en werd uitgewerkt door ingenieurs in dienst van de Republiek Venetië. De stad moest Friuli beschermen tegen invallen van de Turken en de ambities van de Habsburgers.
Palmanova is opgebouwd uit drie concentrische ringen: twee aangelegd door de Republiek Venetië, met negen bastions en evenveel ravelijnen, en een derde buitenring met negen lunetten, in de negentiende eeuw toegevoegd door Napoleon.
In 1960 werd de vestingstad uitgeroepen tot nationaal monument en daarnaast behoort Palmanova sinds 2018 ook tot de borghi più belli d’Italia, de mooiste dorpjes van Italië.




De eerste indruk is echter een beetje teleurstellend. Wanneer je door Palmanova loopt, ervaar je niet meteen dat beeld dat je kent van de luchtfoto’s, waarop de stervorm zo mooi zichtbaar is.
Gelukkig heeft Palmanova daar iets op gevonden. Met twee multimediale ervaringen krijg je een perfect beeld van hoe de stad in elkaar zit.
De Virtualift is er een van. Tijdens deze beleving zie je de stervorm van bovenaf, alsof je langzaam opstijgt tot hoog boven de stad, zelfs tot in de ruimte. Beelden, geluid en infografieken worden geprojecteerd op grote ledschermen, terwijl een licht trillend platform het gevoel van beweging versterkt.

Daarnaast is er de multimediale videoruimte, waar een 3D-videomapping van de vesting wordt getoond. Virtuele vertellers en projecties nemen je mee door de geschiedenis, langs plaatsen, mensen en gebeurtenissen die de stad hebben gevormd.

Tijdens je wandeling kun je ook de contramijngangen verkennen, een ondergronds parcours van zo’n vijfhonderdvijftig meter door het verdedigingssysteem van Palmanova. Met audiogidsen en personages in augmented reality komt de geschiedenis ook hier echt tot leven. Voor kinderen is er een aangepast traject, met een leuke speurtocht.

Na het ondergrondse bezoek loop je richting het Baluardo Donato, tot aan de Loggia di Sortita, waar je uitkomt op een mooi uitzichtpunt.




Met een combiticket (€ 12,- op moment van schrijven) ontdek je de Unesco-vesting in al haar facetten: van de ondergrondse contramijngangen en het Baluardo Donato tot de multimedia videoruimte en de Virtualift.
Houd er wel rekening mee dat deze ervaringen enkel beschikbaar zijn op zaterdag en zondag en tijdens speciale evenementen (zie deze link).
Doordeweeks kun je bij het infokantoor van Palmanova een audiogids huren (€ 5,) die je stap voor stap meeneemt en onderweg uitleg geeft. Het kantoor is dagelijks geopend van 9.00 tot 13.00 uur en van 14.00 tot 18.00 uur.
Het is heerlijk om na je ontdekking even neer te strijken bij Caffetteria Torinese, een historisch café op het prachtige Piazza Grande. Sinds 1938 is dit een vaste waarde in Palmanova, met een elegante maar tegelijk warme sfeer.
Als erkende historische locatie, die meermaals werd bekroond door Gambero Rosso, weet je dat je hier goed zit. Het aanbod is verfijnd, van koffie en patisserie tot hartige gerechten, met veel aandacht voor lokale producten.
An proefde er de typische frico friulano, gemaakt van gesmolten kaas met aardappelen. Een zachte, compacte koek, een beetje zoals een dikke omelet.
Als afsluiter koos ze voor een frisse tortina al limone en een caffè, om nog even te genieten van een van de mooiste pleinen van Italië en terug te blikken op een bijzondere reis langs de Venetiaanse vestingsteden.

Bergamo, Peschiera del Garda en Palmanova hebben elk een eigen gezicht, maar zijn verbonden door één verhaal. In Bergamo wandel je langs muren die de tijd hebben doorstaan, in Peschiera del Garda laveer je tussen water en vestingwerken en in Palmanova ontdek je een stad die bijna als een tekening is opgebouwd.
Wat hen verbindt, zie je niet altijd meteen, maar voel je onderweg. In de lijnen van de bastions, in de uitzichten, in de verhalen die blijven hangen.
Deze reis toont hoe geschiedenis geen ver verleden is, maar iets waar je nog altijd middenin staat. Precies dat maakt het zo bijzonder om deze plekken alle drie te ontdekken en te beleven, met oog voor de onderlinge verbondenheid die lang na de val van de Venetiaanse republiek nog altijd voortleeft.