Download gratis de Ciao tutti app!

Ontdek de kleurrijke fresco’s van Padova Urbs Picta – van de Cappella degli Scrovegni tot het Palazzo della Ragione

Sinds de zomer van 2021 prijken de kleurrijke fresco’s van Padova op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Padova’s nieuwste plek op de Werelderfgoedlijst is te danken aan de schitterende frescocycli die je in de stad kunt bewonderen.

Met deze erkenning van Unesco mag Padova als een van de weinige steden ter wereld een tweede Unesco-site op haar naam schrijven. De Orto Botanico di Padova, de botanische tuin, staat al sinds 1997 op de Werelderfgoedlijst, als oudste botanische tuin in de westerse wereld die nog altijd dezelfde plek en vorm heeft als bij de oprichting (in 1545).

De nieuwe plek op de Werelderfgoedlijst, onder de naam Padova Urbs Picta, omvat allereerst de Cappella degli Scrovegni, met adembenemend mooie fresco’s van Giotto, die in een ongekende kleurenpracht om je heen wervelen.

Maar er zijn nog zeven andere plekken in Padova waar je je hart kunt ophalen aan gedetailleerde fresco’s: de Sant’Antonio, de Chiesa dei Santi Filippo e Giacomo degli Eremitani, het Palazzo della Ragione, de Cappella della Reggia Carrarese, het Battistero (de doopkapel bij de kathedraal), het Oratorio di San Giorgio en het Oratorio di San Michele. Naast Giotto vereeuwigden Guariento di Arpo, Giusto de’ Menabuoi, Altichiero da Zevio, Jacopo Avanzi en Jacopo da Verona hier hun verbeelding, die eeuwen later nog niet aan kracht heeft ingeboet.

Unesco omschreef de motivatie om Padova toe te voegen op de Werelderfgoedlijst als volgt: ‘De frescocycli in Padova illustreren de belangrijke uitwisseling van ideeën tussen wetenschappers, schrijvers en kunstenaars die aan het begin van de veertiende eeuw in Padova woonden en werkten.

De frescoschilders hebben deze ideeën kunstig vast weten te leggen, waarbij hun werk een voorbeeld werd voor vele anderen. Dankzij het grote technisch vernuft hebben de fresco’s de tand des tijds goed doorstaan en zijn ze tot op de dag van vandaag bewaard gebleven.

De nieuwe stijl van schilderen die hier ontstond, vormde de basis voor latere frescoschilderingen vanaf de renaissance. Met deze wedergeboorte van een oude schildertechniek zorgde Padova voor nieuwe inspiratie, een nieuwe manier van de wereld bekijken en weergeven. Deze innovaties kondigen een nieuw tijdperk in de kunstgeschiedenis aan, die vanaf dat moment een nieuwe richting zal inslaan.’

We lichten de acht fresco-plekken, die in totaal meer dan 3600 vierkante meter beslaan, in detail uit.

Cappella degli Scrovegni
In de Cappella degli Scrovegni, die ook wel bekend staat als de Arenakapel, schilderde Giotto tussen 1303 en 1305 een schitterende sterrenhemel, met daaronder zo mogelijk nog schitterender fresco’s.

De opdracht om deze kapel van fresco’s te voorzien, kreeg Giotto van Enrico Scrovegni, zoon van de rijke Reginaldo Scrovegni die door Dante Alighieri in zijn Divina Commedia een plaats was toebedeeld in de hel, tussen de woekeraars.

Voor Enrico waren er dan ook belangrijke redenen om deze kostbare kapel in Padova te laten bouwen en decoreren: de verlossing van zijn vader en het afkopen van zijn eigen zonden, in de hoop zijn eigen ziel te kunnen redden.

Op het fresco van het Laatste Oordeel zie je dan ook hoe de edelman Enrico Scrovegni de drie Maria’s een model van de kerk aanbiedt die hij heeft geschonken. Hij wordt geassisteerd door een priester, die naast hem knielt en de kerk op zijn schouders draagt. Een mooi detail is de wijze hoe het gewaad van de priester – zeer natuurgetrouw weergegeven – over de knie gedrapeerd is.

Dit Laatste Oordeel is het grootste werk van Giotto in de kapel. Het werk wordt gedomineerd door de tronende Christus, geheel in het midden, met aan zijn zijden de twaalf apostelen. De onderste helft van het fresco toont aan de linkerzijde de uitverkorenen die door engelen naar de Hemel worden geleid, en aan de rechterzijde de verdoemden die in de Hel belanden. Het kruis in het midden wordt vastgehouden door de aartsengelen Michaël en Rafaël.

In de middeleeuwen was De openbaring van Johannes, waarin over het Laatste Oordeel wordt geschreven, een van de belangrijkste boeken van de Bijbel. Voor een kunstenaar was het een hele uitdaging alle scènes hiervan zo goed mogelijk over te brengen op één fresco.

Bijzonder lastig was namelijk dat in het visioen van Johannes de Evangelist de hoeders van de hemel het firmament, de sterrenhemel, oprollen: ‘Ik zag, toen het zesde zegel verbroken werd, hoe er een zware aardbeving kwam. De zon werd zwart als een rouwkleed en de maan werd bloedrood. De sterren vielen op de aarde, zoals late vijgen die door een stormwind van de boom worden gerukt. De hemel scheurde los en rolde zich als een boekrol op. Geen berg of eiland bleef op zijn plaats’ (Openbaring 6:12-14).

Maar hoe verbeeld je iets ontastbaars als een oprolbare hemel? In de middeleeuwen zag men het heelal en de hemel als eindig, er waren verschillende hemelsferen met de aarde als het centrale middelpunt. En wat eindig is, kun je oprollen!

Op het fresco zie je dan ook twee engelen die geheel aan de bovenkant van het fresco daadwerkelijk de hemel oprollen, waardoor je een blik kunt werpen op de glanzende goud-rode deuren van het hemelse Jeruzalem en de gouden stralen van het goddelijk licht dat hier schijnt.

Giotto schilderde veel en veel meer in deze hemelse kapel. We delen hieronder nog een aantal kleurrijke details, maar dit meesterwerk moet je écht met eigen ogen bewonderen!

Let wel: je kunt de Cappella degli Scrovegni alleen bezoeken als je tijdig (minimaal vierentwintig uur van tevoren) een kaartje reserveert. Dit kan online via deze link.

De kapel is elke dag open van 9.00 tot 19.00 uur. Zorg dat je minimaal vijf minuten voor de tijd die op je ticket staat vermeld aanwezig bent. Een bezoek duurt ongeveer een half uur, waarvan je de helft in de kapel mag doorbrengen met het bewonderen van de fresco’s.

Chiesa dei Santi Filippo e Giacomo degli Eremitani
Vlak bij de Cappella degli Scrovegni ligt de Chiesa dei Santi Filippo e Giacomo degli Eremitani, met fresco’s van de hand van Guariento di Arpo en Giusto de’ Menabuoi. De kleurrijke schilderingen, die rond 1360 zijn gemaakt, vertellen verhalen uit het leven van de heiligen Philippus, Jacobus en Augustinus.

De fresco’s zijn gemaakt in opdracht van verschillende aristocratische families, die hun rijkdom tentoon wilden spreiden en aan het volk wilden laten zien dat ze in hun eigen kapel vereeuwigd waren, onder het toeziend oog van engelen en heiligen.

Zeer vernieuwend aan deze frescocyclus is dat er ook een vrouwelijke opdrachtgever was, en wel de edelvrouwe Traversina Cortellieri, die Giusto de’ Menabuoi de opdracht gaf een kapel te decoreren voor haar zoon Tebaldo.

Palazzo della Ragione
Het Palazzo della Ragione, dat door de inwoners van Padova ook wel Il Salone wordt genoemd, omvat niet alleen een grandioze galerij (met plafonds vol fresco’s en uniek uitzicht op het Piazza delle Erbe), maar verrast ook met een zeer indrukwekkend interieur.

De Sala del Tribunale (die van 1218 tot 1797 werd gebruikt door zowel rechters als kooplieden) laat je mond openvallen van verbazing. Wát een ruimte (ruim tachtig bij bijna dertig meter – de grootste overdekte zaal in heel Europa zonder gebruik van zuilen), wát een constructie (met een dak van lood, in de vorm van een omgekeerde scheepskiel) en wát een prachtige fresco’s, met de sterrenbeelden en de maanden van het jaar.

Het zijn de enige fresco’s die niet werden gemaakt in opdracht van of voor een kerk, kapel of klooster. Het was een verzoek van de gemeente Padova aan Giotto, ongeveer twaalf jaar nadat Giotto zijn frescocyclus in de Cappella degli Scrovegni had voltooid.

Het werk bestaat uit 333 schilderijtjes, die de twaalf maanden van het jaar volgen, zodat er een samenspel ontstaat van een kalender, sterrenbeelden, ambachten en activiteiten.

Daaronder zie je fresco’s die uitbeelden welke kooplieden er te vinden waren op deze plek. Helaas ging een groot deel van de originele fresco’s verloren bij een brand, maar dankzij de kunstenaars Nicolò Miretto, Stefano da Ferrara en Antonio di Pietro (een neef van Altichiero da Zevio) werden veel fresco’s opnieuw geschilderd, naar voorbeeld van een aantal manuscripten waarin miniaturen van de fresco’s waren afgebeeld.

Basilica di Sant’Antonio
De Basilica di Sant’Antonio, die door de locals ook wel de Basilica del Santo wordt genoemd, is een van de grootste trekpleisters van Padova en trekt duizenden en duizenden pelgrims.

Met de bouw van de basiliek werd meteen na de dood van de heilige Antonius in 1231 begonnen. Een kleine honderd jaar later waren alle koepels, klokkentorens, kapellen en kloostergangen voltooid en werd de kerk ingewijd.

In de basiliek vind je de eerste werken die Giotto in Padova voltooide, in de Cappella della Madonna Mora, de Cappella delle Benedizioni en de Sala del Capitolo. Giotto werkte hier in 1302 en 1303 aan, net voor hij aan de slag ging in de Cappella degli Scrovegni.

De Florentijnse kunstenaar laat hier al zijn virtuoze stijl zien waarmee hij in de Cappella degli Scrovegni een spectaculair meesterwerk neer zal zetten.

Maar er zijn meer frescomeesters aan de slag geweest in de basiliek. Je bekijkt er ook kleurrijke schilderingen van Giusto de’ Menabuoi, Altichiero da Zevio en Jacopo Avanzi, die voor Il Santo alles uit de kast haalden.

Oratorio di San Giorgio
Naast de Basilica di Sant’Antonio ligt het Oratorio di San Giorgio, dat ooit werd gebouwd als mausoleum. Raimondino Lupi di Soragna liet het bouwen voor de resten van Bonifatius, waarbij de architect zich liet inspireren door de Cappella degli Scrovegni, die zo’n zeventig jaar eerder was gebouwd.

In het Oratorio di San Giorgio schittert een frescocyclus van de hand van Altichiero, die hier tussen 1379 en 1384 bijna onafgebroken aan het werk was om alle hoeken en gaten van de wanden te voorzien van schilderingen, geholpen door Jacopo da Verona.

Je ziet goed dat Altichiero was geïnspireerd door Giotto’s fresco’s in de Cappella degli Scrovegni, maar hij geeft een eigen, gotische draai aan zijn fresco’s. Altichiero heeft de strijdlust van de familie Lupi goed door laten schemeren in zijn fresco’s, waarbij hij vooral de kunst van het perspectief zijn tijd ver vooruit was.

Oratorio di San Michele
Het Oratorio di San Michele is gebouwd op de ruïnes van een heiligdom dat was gewijd aan de aartsengelen, waarschijnlijk uit de tijd van de Longobarden. De inscriptie naast San Michele toont dat het huidige oratorium is gebouwd in 1397, in opdracht van Pietro di Bartolomeo di Bovi.

De decoratie van het oratorium is, zoals de inscriptie vertelt, van de hand van Jacopo da Verona, een schilder die vanuit Verona naar Padova trok, waarschijnlijk in de voetsporen van Altichiero da Zevio, met wie hij ook samenwerkte aan de decoraties van het Oratorio di San Giorgio.

In het Oratorio di San Michele bewonder je een schitterende frescocyclus met verhalen uit het leven van Maria. Je ziet dat Jacopo da Verona de kunst heeft afgekeken bij Giotto en de scènes net als zijn grote voorbeeld heeft afgebeeld in een dagelijkse setting.

Wellicht heeft Jacopo da Verona zich niet alleen laten inspireren door Giotto’s werk zelf, maar ook door het verschijnen van het boek Libro dell’arte van Cennino Cennini, in 1398.

Cennini behandelt hier voor het eerst de artistieke technieken die tijdens de middeleeuwen zijn ontstaan, waarbij hij uitgebreid ingaat op de frescokunst en Giotto ‘de pionier van de moderne schilderkunst’ noemt.

Battistero – doopkapel
In de doopkapel naast de kathedraal vergaap je je aan de prachtig versierde wanden en plafond. De fresco’s die je ziet, met scènes uit het leven van Maria, Jezus en Johannes de Doper en verhalen uit het Oude Testament, zijn van de hand van de Florentijnse kunstenaar Giusto de’ Menabuoi, die hier in 1375 aan begon, in opdracht van Fina Buzzaccarini, de vrouw van Francesco da Carrara.

Deze Fina wilde van de doopkapel namelijk ook een grafkapel maken. Ze vond er ook zelf haar laatste rustplaats, net als haar man, maar toen de Venetianen begin vijftiende eeuw Padova veroverden, werden de tombes helaas vernield.

Fina Buzzaccarini is wel nog te zien op een van de fresco’s, boven de plek waar haar graftombe stond (rechts van het fresco met de kindermoord in Bethlehem). Ze knielt aan de voeten van Maria, omringd door Johannes, Jozef en een aantal andere heiligen, van wie er één een schaalmodel van Padova in zijn handen houdt.

Giusto de’ Menabuoi heeft zichzelf overtroffen met zijn paradijs, aan de binnenzijde van de koepel. De verschillende engelenkoren zijn prachtig om te zien. Christus wordt omringd door een gouden hemel, de kleur van de goddelijkheid, enkele rijen engelen en in de buitenste rij de heiligen, die herkenbaar zijn aan hun attributen. Maria heeft een ereplaats gekregen, gekroond als koningin des hemels.

Cappella della Reggia Carrarese
De plek waar nu de Accademia Galileiana di Scienze, Lettere ed Arti huist maakte ooit deel uit van de Reggia Carrarese. Hier en daar zijn nog schitterende sporen van de vroegere pracht en praal te zien, zoals de elegante loggia en stukjes van de prachtig gedecoreerde zalen op de begane grond.

Het allermooist is echter de frescocyclus in de kapel, met verhalen uit het Oude Testament, geschilderd door Guariento di Arpo, waarmee hij waarschijnlijk in 1354 is gestart.

Het zijn de eerste fresco’s van een schilder aan het hof, in opdracht van de Signoria dei Carraresi. Om hun macht en rijkdom te tonen, moest Guariento di Arpo de verhalen zo levendig en kleurrijk mogelijk uitbeelden, met als decor het Padova ten tijde van de Carrara’s.

Zo spelen de Bijbelse verhalen zich ineens af tussen veertiende-eeuwse gebouwen en mensen in elegante middeleeuwse kledij, hetgeen een heel ander beeld geeft dan Giotto’s fresco’s in de Cappella degli Scrovegni.

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *