Ga op pad met onze City Walks!

Vasthoudende bubbels, mooie flessen en een dure smaak

Zo af en toe is het schrijven van een dagelijkse blog een behoorlijke opgave. Niet vanwege het feit dat er weinig inspiratie is (ik kan gelukkig bogen op een onuitputtelijke bron van informatie: Italië zelf, en de Italianen niet te vergeten), maar omdat het Italiaanse dolce vita soms zijn tol eist.

Zo ook een paar weken geleden: na een onvergetelijke proseccoproeverij wachtte mij een lege blogpagina, een gigantische afwas en – dankzij de limoncello na afloop – een vasthoudende hoofdpijn. Met de gevolgen zal ik jullie echter niet lastig vallen, het hoe en waarom is veel leuker om te lezen!

Aangezien ik even in Nederland was, zocht ik een goede gelegenheid om vrienden te laten meegenieten van de Italiaanse zomer. En hoe kan dat nu beter dan met prosecco? Gelukkig vond ik op de website van De Proseccoslijterij het concept van de proseccoparty: je bestelt een doos met vijf verschillende soorten prosecco van topkwaliteit, met daarbij een uitgebreide beschrijving van de verschillende prosecco’s en tips voor een geslaagde proeverij.

Zodra de doos was bezorgd en iedereen had laten weten van de partij te zijn, konden de voorbereidingen beginnen. Want er moet natuurlijk ook lekker gegeten worden… Dankzij fervent blogleester J. was dat geen probleem en genoten we tussen de bijzondere prosecco’s door ook van bijzonder lekkere hapjes. Lees en proef maar mee!

Het proefteam beet het spits af met een Serre Tréser Brut DOCG, die tijdens de International Wine Challenge in Londen hoge ogen gooide door een podiumplek te veroveren tussen de champagnes. Deze prosecco wordt geproduceerd door Azienda Agricola Serre, in de heuvels van Combai, bij Conegliano. De 20 hectare wijngaard die Serre in dit gebied heeft, zorgt ervoor dat ze een uitgebreide reeks spumante prosecco kunnen produceren.

Wij proefden er één van, met wisselende meningen. De meeste proevers vonden hem nogal zuur – en de bubbel was snel verdwenen. Al vonden sommigen dat niet zo erg: ‘Eigenlijk houd ik helemaal niet van bubbels,’ aldus vriendin H. Een van de sterproevers, die blijkbaar vaker van een prosecco heeft genoten, wist de geur van vers fruit nog net iets gedetailleerder weer te geven en herkende groene appel – die er inderdaad ook volgens de proseccomakers in te ruiken is.

Tijd om de smaakpapillen even ongecompliceerd te laten genieten van een lekker hapje. Het proeven van een prosecco blijkt voor sommigen toch wat moeilijker dan gedacht. ‘Eigenlijk is ‘ie gewoon lekker,’ noteerde iemand – en dat is natuurlijk de eerste vereiste. Het is ook wel een officiële taak, het invullen van die proefformulieren, zeker als je weet dat je oordeel ook nog eens digitaal gelezen zal worden door duizenden anderen…

Dat iedereen het proeven echter serieus nam, bewijzen onderstaande foto’s:

Terwijl de bladerdeeghapjes met tomaat en geitenkaas uit het succesrepertoire van J. rondgaan (het recept vind je onderaan dit verhaal), valt de meeste spanning echter van iedereen af. Het tweede proefbeetje wordt dan ook al snel in de glazen geschonken. Nu proeven we een Malibràn Gorio Extra Dry DOCG.

Malibràn werkt in harmonie met de natuur in de heuvels van Susegana, niet ver van Conegliano. Malibràn is een klein familiebedrijf waar de druiven nog door de vader worden verzorgd en met de hand worden geplukt. Deze toewijding aan de prosecco proef je ook terug – volgens het proefpanel althans. Deze prosecco gooide namelijk hoge ogen – de fles ging dan ook nogmaals rond. Zogenaamd om beter te kunnen proeven, maar aan de uitdrukking van de meeste proevers te zien toch vooral om nog even te genieten van een extra beetje van deze bloemige prosecco.

Want – dat moet gezegd worden – dankzij dit tweede rondje was bijna iedereen in staat het bloemige bouquet met hinten van rijpe appel en perzik te ruiken. Alhoewel de bubbel voor sommigen iets te heftig is, zijn de meeste proevers wel blij met wat meer perlage. Oplettende proever J. (nee, niet die van de hapjes) maakte daarbij wel nog op dat de bubbels al snel niet meer te zien maar gelukkig wel goed te proeven zijn.

Hoewel proefster H. meent dat je dit toch niet te lang moet doen, dat ruiken en proeven, gaan we over naar de derde fles, een Serre Rosa Spumante Extra Dry. Een rosé prosecco dus. Terecht maakt iemand op dat dit gezien de kleur toch eigenlijk geen prosecco kan zijn. Dat klopt; deze spumante is gemaakt van pinot nero en raboso-druiven. Hoewel ‘rosé prosecco’ dus erg populair is op het moment, is dit strikt genomen een verkeerde (en zelfs illegale) benaming.

Daar laten we ons echter niet door van de wijs brengen; voor de afwisseling in het proeven is dit namelijk een geslaagde kandidaat. De opmerkingen over welk fruit te ruiken en proeven valt, vliegen over tafel. Dat het rood fruit is, mag duidelijk zijn, maar ja, dan zijn er nog veel soorten mogelijk.

Een derde proefster J. vindt dat het naar Kriek smaakt, waarop haar partner L. verzucht: ‘Maar het smaakt helemaal niet naar kersen!’ M. mengt zich in de discussie en oppert dat het wellicht cassis is. L. maakt het niet zoveel uit; het is hem sowieso ‘te zoet, veel te zoet’. Ondertussen zijn anderen eruit: deze ruikt niet naar kersen of zwarte bessen, maar naar aardbeien en frambozen. Juist – als beloning dus nog een extra beetje roze prosecco die geen prosecco mag heten!

Proever T., die de hele avond alle flessen ontkurkt en de proefbodempjes inschenkt, vindt deze rosé prosecco maar niks. ‘Geef mij maar wit,’ zegt hij, terwijl hij al naar de volgende fles lonkt – de mooiste van de hele doos, qua uiterlijk dan. Maar eerst komen de polpettine of gehaktballetjes die J. maakte op tafel (het recept vind je wederom onderaan dit verhaal). Die gooien hoge ogen – en voor het eerst vanavond is iedereen het meer dan eens over de smaak van hetgeen genuttigd wordt.

Op naar de volgende fles dus, zoals ik al schreef de mooiste van de hele avond. Om de hals zit namelijk een handgestrikte leren veter, die de fles direct bijzonder maakt. Zeker als cadeau zeer geschikt dus. Vanavond gaat het echter niet om het uiterlijk van de fles maar om de smaak van wat erin zit.

Iedereen herkent de hand van het familiebedrijf Serre Spumanti, waar ook de eerste prosecco vandaan kwam. Deze prosecco, met de naam Serre Valgrès Gran Cuvée, is in tegenstelling tot de eerste die we proefden gemaakt van de beste druiven, die worden geselecteerd uit de ‘Valgrès’ delen van de Combaiheuvels. Valgrès is een benaming voor de delen de wijngaard met de meest gunstige ligging.

Dat proeven de meesten wel; de prosecco gooit hogere ogen dan de voorganger eerder op de avond (en dat wijten we maar niet aan het feit dat dit het vierde glas is dat geproefd dient te worden). Vooral de bubbel, een ‘beschaafde bubbel, lekker vasthoudend’, wordt gewaardeerd. De geur van appel, peer en jasmijn wordt meestal wel geroken, al ontstaat er enige discussie als iemand ananas denkt te ruiken. Het wordt meteen afgestraft door een van de andere proevers – die toch echt peer proeft en niets anders. Dat klopt, al is er volgens de proseccomaker ook nog een hint rozijnen waar te nemen. Al met al een succes, deze fles, zowel uiterlijk als qua inhoud.

Dan volgt de laatste fles, die ervoor zorgt dat de avond in harmonie wordt afgesloten. Of zoals proefster S. het zo mooi verwoordt: ‘We worden het eens naarmate de flessen duurder worden.’ Inderdaad hadden mijn gasten een dure smaak, want deze laatste prosecco is een prijzige. Er worden elk jaar namelijk slechts 3000 flessen van gemaakt – en deze wetenschap maakt de prosecco misschien nog lekkerder dan hij al is.

Deze laatste prosecco is, net als nummer 2, afkomstig uit het huis van Malibràn. Maar deze Malibràn Millesimato Dry DOCG is gemaakt van slechts een klein deel van de druiven van het landgoed. Alleen de allerbeste mogen worden gebruikt voor deze droge prosecco. Veel proevers noteerden naast hun bevindingen ook complimenten als ‘Lekker!’, ‘Smaak verdwijnt niet’ ‘Smaakvol’ en ‘Pefect!’ op hun proefformulieren.

Een mooie afsluiting van de proeverij, want iedereen wil wel een tweede beetje om een laatste keer te kunnen proeven en ongecompliceerd te kunnen genieten van de smaak van deze laatste prosecco. Ondertussen vermaakt proefster J. iedereen met een trucje dat je met het ijzer rondom de proseccokurk kunt uithalen – en dat ook zonder eerst prosecco te hebben geproefd voor een bijzondere waarneming zorgt, probeer maar – de foto’s spreken voor zich:

Terwijl we genieten van de laatste hapjes en van prosecco overstappen op limoncello, verzucht proefster M.: ‘Eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n proseccodrinker, ik vind het vaak wat zuur. Maar deze waren allemaal behoorlijk lekker!’ Het was dus inderdaad gelukt om de Italiaanse zomer even naar een Amsterdamse zolderverdieping te halen. Daar hebben we nog vele malen op getoost die avond!

Ook een proseccoproeverij organiseren?
Wil je ook de Italiaanse zomer in huis halen en een avond gezellig prosecco’s drinken met je vrienden? Organiseer dan eens een proseccoparty! Het werkt als volgt: je bestelt de speciale proseccopartybox van De Proseccoslijterij – de proseccospecialist van Nederland. De partybox bevat alles om een complete proeverij te organiseren: vijf exclusieve prosecco’s van topkwaliteit, een pak proefcrackers, uitgebreide beschrijvingen van de verschillende prosecco’s en tips voor een geslaagde proeverij.

Klik hier voor meer informatie over deze proeverij of om een proefdoos te bestellen! Uiteraard kun je via deze link ook gewoon je favoriete fles prosecco bestellen.

Recepten
Tussen de prosecco’s door genoten we onder andere van onderstaande recepten:

Voor acht bladerdeeggebakjes met geitenkaas en tomaat laat je 4 plakjes bladerdeeg ontdooien. Snijd de plakjes doormidden en besmeer ze royaal met de inhoud van een kuipje smeerbare geitenkaas. Besprenkel met een paar druppeltjes vloeibare honing en leg op elk plakje bladerdeeg een plakje ontbijt- of katenspek. Leg op elk bladerdeeggebakje twee ontvelde tomaatjes en bestrooi met een beetje tijm. Bak de hapjes in circa 15 tot 20 minuten gaar in een voorverwarmde oven (210 °C). Zowel warm als koud erg lekker!

Voor een schaal polpettine (gehaktballetjes) meng je 500 gram half om half gehakt, 4 eetlepels broodkruim of 2 beschuiten, 1 grote rijpe tomaat (ontveld), 5 eetlepels versgeraspte Parmezaanse kaas, een heel fijn gesnipperd sjalotje, 2 eetlepels rozijnen en 2 eetlepels geroosterde pijnboompitten door elkaar. Draai er balletjes van ter grootte van een tafeltennisbal en laat deze een half uur rusten in de koelkast. Bak ze in een ruime hoeveelheid boter of olijfolie en serveer ze koud of warm.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

3 reacties

  1. Het was een zeer geslaagde avond! Dank Sas!

  2. En wat hebben we gelachen om de kurk truc!
    Voor herhaling vatbaar :)!!!

  3. Nu maken jullie ons wel héél nieuwsgierig naar het kurk-trucje…….???

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *