Inspiratie voor een Italiaanse kerst

Ontdek de zes wijken van Venetië

Venetië bezoeken blijft een avontuur. Zelfs de tijd verloopt anders in deze stad, omdat je alles te voet of per vaporetto, busboot, doet. Venetië bestaat namelijk uit veel verschillende kleine eilandjes die in de loop der eeuwen verworden zijn tot één stad.

De lagunestad is net als Amsterdam op palen gebouwd. In het midden loopt het Canal Grande, de grootste waterstraat van Europa. Verder zijn er talloze kanaaltjes, grachten, steegjes en bruggetjes. Weet één ding als je Venetië bezoekt: je zult hier je tienduizend stappen per dag wel halen, want alleen wandelend ontdek je de stad echt!

De stad is verdeeld in zes wijken, die in Venetië sestieri worden genoemd. Marian van Venetian Steps neemt je in deze blog mee naar deze wijken, met allereerst de wijk waar Marian zelf woont: sestiere Castello.

Castello

Marian: ‘Castello is een grote wijk waar nog veel Venetianen wonen. Je ziet hier minder toeristen dan in andere wijken. In sommige gedeeltes is het zowaar stil te noemen. Je komt onderweg slaperige pleinen tegen, volksbuurten, steegjes vol wasgoed, maar tegelijkertijd ook prachtige vergezichten vanaf de kade.

Castello is ook de wijk van de kunst- en architectuurtentoonstellingen van de Biennale. In de Biennale Giardini, die ooit zijn aangelegd door notabene Napoleon, bevinden zich de landenpaviljoens. De andere zetel van de Biennale ligt bij het Arsenale. Vanaf de kade van de Giardini geniet je van prachtige zonsondergangen.

Castello werd in de jaren tachtig en negentig nog gezien als een periferie, dus een buitenwijk. Waarom was dat? Je moet je voorstellen dat het enorme terrein van de oude scheepswerf (het Arsenale) van Venetië militair terrein was. Het besloeg een groot stuk van Castello.

In de wijk erachter woonden natuurlijk wel mensen, maar als je er niet woonde, kwam je er niet. Het was een soort grens. Het waren grotendeels volksbuurten.

Toen de Biennale vanaf 1999 structureel meer exposities ging houden op het terrein van het Arsenale, veranderde alles. Er kwamen meer mensen en het werd een heel andere wijk.

Door de opkomst van de Biennale is er rondom de Via Garibaldi veel veranderd. In de jaren tachtig was het een achterbuurt. Eind jaren negentig kwamen er jonge gezinnen wonen en kwamen er restaurants en barretjes. Nu is het een populaire wijk om te wonen en komen er steeds meer leuke eetplekjes en cafés.

Tegelijkertijd kun je hier nog op een lokale manier leven zonder teveel toeristen te hoeven tegenkomen. Helemaal achter in de wijk Castello, aan het einde van de Via Garibaldi, wandel je via een brug naar het eilandje San Pietro di Castello.

Je verliest hier alle gevoel voor tijd. Er staan vissershuisjes en ook zie je hier de (ooit belangrijkste) kathedraal van Venetië, voordat de Basilica di San Marco die rol overnam.

Cannaregio

De andere grote wijk van Venetië is Cannaregio. Net als in de wijk Castello wonen ook hier veel mensen. Cannaregio is vooral heel erg Venetiaans.

foto: Hans Veneklaas

Van oudsher bestond Cannaregio uit volksbuurten met in het midden daarvan het getto, een kleine wijk waar de joden al in de veertiende eeuw woonden. Nog steeds is het een belangrijke gemeenschap.

Vanaf het treinstation loopt de Strada Nuova richting Rialto. Deze straat wordt ‘de Kalverstraat van Venetië’ genoemd, maar aan de andere kant heb je romantische grachtjes, met af en toe een mooie kerk. En er zijn ook veel barretjes en restaurants te vinden aan parallelle grachten.

Sinds een aantal jaren heeft Cannaregio een universiteit, bij San Giobbe, waardoor het inmiddels ook een studentenwijk is geworden. Het is daarmee ook een populaire plek voor de horeca. Zeg nu zelf: zie je je al zitten aan een tafeltje aan het water?

San Marco

San Marco was van oudsher de voorname wijk van de stad. Het Piazza San Marco, het San Marcoplein, is hét symbool van Venetië.

Dit plein was eeuwenlang het centrum van politiek, cultuur en religie, toen Venetië nog een zeerepubliek was. Alle grote schepen kwamen vroeger aan deze kant via de lagune Venetië binnenvaren.

Tijdens de pandemie werd het prachtige San Marcoplein mijn buurtplein. Daar waar ik het plein vermeed tijdens het massatoerisme, werd het in de coronatijd mijn plein.

De hele wereld wandelde en wij hier in Venetië natuurlijk ook. Ik kwam er elke dag wel een keer en liep altijd via het plein richting huis. Nu de toeristen weer terug zijn, zie je dat vooral daar weer.

Het is daarom belangrijk om het plein op een goed moment te zien. Als het je lukt, ga dan vroeg in de ochtend, als er nog weinig mensen zijn. Of juist later op de middag. Het is ook een bijzondere ervaring om het plein in de avond te zien, als alle dagjesmensen vertrokken zijn.

Sestiere San Marco is de wijk tussen het San Marcoplein en de Rialtobrug. Het ene huis is nog mooier dan het andere in deze wijk, maar het is er vaak (te) druk. Er wonen dan ook niet veel echte Venetianen meer.

Ik zou zeker een bezoek brengen aan Teatro La Fenice, het operagebouw. Verder zijn ook de Scala Contarini del Bovolo (het ‘slakkenhuis’) en het dakterras van de Fondaco dei Tedeschi een bezoek waard, met name vanwege het uitzicht (zoals je ook in deze blog kunt zien).

Venetië is echter toch vooral bedoeld om vanaf het water te zien. Ik raad je aan om een stukje met vaporetto-lijn 1 te gaan en dan in het bijzonder het stukje tussen Rialto en het San Marcoplein. Aan weerszijden van het water zie je de mooiste palazzi.

San Polo

Het hart van Venetië bevindt zich zonder twijfel rondom de Rialtobrug, de oudste brug van de stad. De wijk San Polo ligt aan de andere kant van Canal Grande en is een zeer geliefde wijk om te wonen. Het ligt in het centrum van de stad, niet te toeristisch en niet te ver van het station.

Er zijn veel kleine pittoreske bruggetjes in een doolhof van straatjes en steegjes. De palazzi zijn er mooi; van oudsher wonen hier mensen met ‘oud geld’. Iedereen zou wel in deze wijk willen wonen, maar het is voor de meeste mensen niet weggelegd.

Het kloppend hart van de stad is La Pescheria, de vismarkt van Rialto, waar ‘s ochtends zowel inwoners als koks hun verse vis kopen. Op een van de campi dichtbij drink je daarna een caffè.

Een fijn plein is het Campo San Polo. Vergeet niet om de kerk van de Frari te zien. Erg mooi is ook Scuola San Rocco.

Rondom de Rialtobrug heb je vele verstopte bacari (Venetiaanse wijnbarretjes) waar inwoners al eeuwenlang hun aperitivo drinken. In deze blog lees je daar meer over.

foto: Bancogiro

Santa Croce

Deze wijk valt eigenlijk een beetje weg tussen Dorsoduro en San Polo. Ik weet nooit precies waar het begint en waar het ophoudt.

Santa Croce ligt grofweg uitgestrekt tussen het busstation Piazzale Roma en de vismarkt. Er zijn fijne pleinen, zoals het Campo San Giacomo dell’Orio, en ook het museum Ca’ Pesaro is een aanrader, maar verder valt Santa Croce een beetje tussen wal en schip.

Dorsoduro

De wijk Dorsoduro was tot aan de jaren negentig de studentenwijk van Venetië. Alle universiteiten bevonden zich daar. Nog altijd vind je er veel studenten, maar zoals ik al eerder vertelde vind je nu ook een universiteit in de wijk Cannaregio.

Er zijn heerlijke pleinen, zoals het Campo Santa Margherita vol leuke terrasjes en restaurants. Dorsoduro is tegelijkertijd ook de culturele wijk met galeries en musea. Denk aan de Gallerie dell’Accademia, Punta della Dogana en het charmante museum van Peggy Guggenheim.

Het gedeelte tussen de Accademia en de Punta della Dogana werd eind jaren negentig een hype, waardoor er nu geen gewone bakkerij of slager meer te vinden is. Een wandeling door dit stukje stad is wel nog altijd erg mooi.

Aan de andere kant van Dorsoduro ligt het gedeelte dat Santa Marta heet – een woonwijk met een biologische markt voor de bewoners. Hier meerden de cruiseschepen aan. Sinds 2020 zijn die eindelijk verboden, dus ik ben benieuwd hoe dit stukje stad zich gaat ontwikkelen.

Giudecca

Tegenover de wijk Dorsoduro bevindt zich het eiland Giudecca. Dit is geen aparte wijk, maar ik wil het hier toch niet overslaan omdat het echt een bezoek waard is.

In de vijftiende eeuw hadden veel rijke Venetianen hier hun tweede huis. Er waren prachtig aangelegde tuinen op het eiland. In de zestiende eeuw werden er door architect Palladio twee belangrijke kerken gebouwd: de Redentore en de Zitelle.

Aan het einde van de vorige eeuw was het een achterbuurt en wilde je er liever niet wonen. In de jaren negentig is Giudecca helemaal veranderd en een upcoming aerea geworden. Jonge gezinnen zijn er komen wonen, culturele organisaties vestigen zich op het eiland en er komen ook steeds meer leuke restaurants en barretjes.

Maak eens een wandeling door de binnenstraten van Giudecca, begin bij boothalte Palanca, en laat je betoveren door de unieke sfeer van het eiland.

Als je graag met mij over Giudecca of door een of meer van de andere wijken wandelt, kan dat natuurlijk ook. Via deze link kun je contact met me opnemen met je wensen voor een Venetiaanse wandeling.’

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *