Ga op pad met onze City Walks!

Over de Via Appia

De regina viarum, de koningin der wegen, zo luidde de eretitel van de Via Appia ten tijde van het Romeinse rijk. Het was de belangrijkste weg van het Romeinse rijk, de weg ook die het meest tot de verbeelding sprak en spreekt. Het begin van de Via Appia bevond zich op het Forum Romanum, waar ook de andere grote wegen uit die tijd hun vertrekpunt hadden.

Het eerste deel van het toenmalige traject van de Via Appia stond beter bekend als de Via Triumphalis, de Weg van de Triomf, die door zegevierende keizers en veldheren werd afgelegd na weer een overwinning. Tegenwoordig begint de Via Appia Antica pas bij de Porta San Sebastiano, die daardoor ook wel de Porta Appia wordt genoemd. Pas hier kun je – vooral op zondag, als er geen verkeer is – iets van de grandeur van de oude Romeinse weg ervaren en voelen hoe het hier duizenden jaren geleden geweest moet zijn.

De Via Appia werd namelijk al in 312 voor Christus aangelegd, om ervoor te zorgen dat de Romeinse soldaten snel van Rome naar het zuiden konden trekken. Het idee voor de aanleg van deze weg kwam van censor Appius Claudius Caecus, die ook zijn naam aan de weg gaf. In eerste instantie was het de bedoeling om Rome te verbinden met de stad Capua.

Onderweg stuitte men op veel moeilijkheden, niet in het minst vanwege natuurlijk hindernissen zoals de Pontijnse moerasvlakte (die pas tijdens de regeerperiode van Mussolini helemaal drooggelegd zou worden). Het eerste traject van de Via Appia eindigde in Terracina. Dit deel was een min of meer recht aangelegde weg die zich uitstrekte over een lengte van 90 kilometer. De laatste 30 kilometer lagen bovendien langs een reeds gegraven afwateringskanaal, hetgeen het transport van benodigde materialen aanzienlijk vergemakkelijkte.

Na Terracina moest de bergkloof van Itri overwonnen worden, om na in totaal bijna 200 kilometer in Capua aan te komen. Gemiddeld duurde het een dag of vijf, zes voor men van Rome naar Capua was gereisd, aanzienlijk sneller dan voor de aanleg van deze weg. De Via Appia groeide in de jaren daarna mee met het Romeinse rijk. Toen steeds meer gebieden in het zuiden werden geannexeerd, werd de Via Appia eerst doorgetrokken tot Benevento, tot Taranto en uiteindelijk zelfs tot Brindisi, waar nog steeds een afsluitende mijlpaal staat.

De precieze afstand tussen Rome en Brindisi bedroeg circa 540 kilometer, in die tijd een kleine twee weken reizen. Met enige regelmaat (meestal om de 12 kilometer langs drukke trajecten en om de 15 tot 17 kilometer langs de minder gebruikte stukken) konden reizigers terecht bij een uitspanning waar men iets kon eten en drinken, waar de paarden gewisseld konden worden en waar men kon overnachten.

De Via Appia was van begin af aan een brede weg, met een standaardmaat van 14 Romeinse voet, ruim 4 meter. Zo konden twee wagens die elkaar tegemoet kwamen elkaar zonder problemen passeren, hetgeen de snelheid van de reis zeker ten goede kwam. Naast elke kant van de rijweg, die overigens – als eerste weg ooit – geplaveid was met grote basalttegels, lagen twee voetpaden, van de rijweg gescheiden door kantstenen van circa 1,5 meter breed.

Hoe de Via Appia er in die tijd precies heeft uitgezien, zullen we nooit weten. Charles Dickens, de beroemde Britse schrijver, beschrijft in zijn Italian Travel hoe de weg er in de negentiende eeuw uitzag: ‘Twaalf mijlen lang klommen wij ononderbroken over heuvels en puinhopen, verwoeste en ingestorte grafmonumenten en tempels, kleine brokstukken van zuilen, friezen, sokkels, grote blokken graniet en marmer, verweerde, met onkruid begroeide bogen. Genoeg stenen om er een hele stad mee te bouwen, lagen verstrooid om ons heen. Soms stonden er muren, door schaapherders uit losse stukken opgestapeld, in de weg, dan weer werd het doorlopen gehinderd door een greppel tussen twee puinhopen. Af en toe waren het de brokstukken zelf die onder onze voeten wegrolden en het lopen moeilijk maakten. Maar het was altijd puin.’

Het deel van de Via Appia Antica dat vanaf de Porta San Sebastiano te bezoeken is, geeft gelukkig nu een veel opgeruimder beeld, waarbij je vrij gedetailleerd kunt zien hoe het ooit moet zijn geweest. Vooral op zondag, als de Via Appia is afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, is het hier goed wandelen of fietsen. Pas in de rust van deze omgeving bedenk je hoe groot het Romeinse rijk was, hoeveel de Romeinen al wisten van architectuur en wegenbouw. Als je bedenkt wat deze stenen allemaal gezien en gehoord hebben…

Buiten het feit dat de stenen van de Via Appia zelf buitengewoon interessant zijn, valt er ook langs de route meer dan genoeg te zien. Veel voorname Romeinse families lieten langs deze weg namelijk hun graven aanleggen. Een van de bekendste grafmonumenten langs de Via Appia is de tombe van Cecilia Metella, de dochter van generaal Quintus Metellus Creticus, die het Griekse eiland Kreta wist te veroveren voor de Romeinen. Deze tombe heeft een doorsnee van maar liefst twintig meter en heeft veel weg van een burcht, vooral vanwege de kantelen die aan de bovenzijde geplaatst zijn.

Bij kilometerpaal 7,9 staat het grootste monument van de Via Appia, de Casale Rotonde. Dit cilindervormige graf zou zijn ontstaan in de tijd van de Romeinse republiek en voor het eerst zijn gerestaureerd ten tijde van keizer Augustus. Boven op het ronde gedeelte bouwde een boer uit de omgeving later een heuse villa met tuin.

Ook onder de Via Appia leeft de geschiedenis voort. In de catacomben van Domitilla en San Callisto vind je de ene na de andere gang met graven waar christenen begraven zijn. Alleen al in de catacomben van San Callisto vind je meer dan 170.000 graven.

De Via Appia was bovendien het toneel van een bijzondere ontmoeting tussen de twijfelende, angstige apostel Petrus en een voorbijganger, aan wie Petrus vroeg: Domine, quo vadis? (Heer, waar gaat u naartoe?). De voorbijganger zou vervolgens geantwoord hebben dat hij kwam om zich voor de tweede keer te laten kruisigen. Petrus besefte met verbijstering dat het Jezus was die tot hem sprak en hij keerde op zijn schreden terug om zich weer te wijden aan zijn roeping, het uitdragen van het geloof. Om deze ontmoeting te gedenken, werd er op deze plaats reeds in de negende eeuw een klein kerkje gebouwd, dat in de zeventiende eeuw grondig werd gerenoveerd.

De woorden Quo vadis staan nog steeds op de gevel. Daarnaast zijn de voeten van Petrus in de grond vereeuwigd. Genoeg stof tot nadenken aan iedereen die er voorbij wandelt, richting Brindisi…

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *