Ga op pad met onze City Walks!

Alberobello – stad van trulli

In het hart van Puglia bevindt zich de meest beroemde vallei van de streek: de Valle d’Itria. Deze roem heeft de Valle d’Itria te danken aan de talloze, betoverende trulli die je er kunt vinden, witte huisjes met een kegelvormig dak.

‘Hoofdstad’ van de trulli is het pittoreske dorpje Alberobello, waar het oude centrum bestaat uit kronkelige straatjes waarlangs meer dan duizend traditionele ronde witte huisjes staan.

Maar ook het platteland is een lappendeken van trulli, vooral rondom de plaatsen Ceglie Messapico, Cisternino, Castellana Grotte, Martina Franca en Locorotondo.

De eerste trulli
De geschiedenis van de trulli is verbonden aan die van de geschiedenis van Puglia als geheel. In de vijftiende en zestiende eeuw werden vanuit het Koninkrijk Napels, waartoe Puglia in die tijd behoorde, forse belastingen opgelegd.

De graven van Conversano, die de scepter zwaaiden over het gebied waar tegenwoordig Alberobello ligt, kwamen daarom met een ingenieus plan. Zij verplichtten alle bewoners van het gebied om hun woningen voortaan zonder cement te bouwen. Op die manier konden alle huizen namelijk razendsnel worden weggehaald – en dat kwam mooi uit als er een belastinginner langskwam om een telling te doen waarop de verschuldigde belasting gebaseerd zou worden…

De arme boeren mochten dus enkel losse, ‘droge’ steen gebruiken. Precies daarom weken ze uit naar een ronde vorm en een zelfdragend, koepelvormig dak. Dit dak bestond uit cirkels van stenen die tegen elkaar aan duwden, zodat het zichzelf letterlijk omhoog hield. Het was een even simpele als stevige oplossing.

Al snel werden de kegelvormige daken versierd: met symbolische, religieuze of ronduit mysterieuze symbolen – naar verluidt om het kwaad buiten de deur te houden. Sinds 1996 zijn alle trulli in Alberobello die de tand des tijds hebben doorstaan (en die tot de dag van vandaag grotendeels bewoond worden) toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Ontdek de trulli van Alberobello
Talloze toeristen trekken jaarlijks naar Alberobello, aangetrokken door de pittoreske plaatjes die ze hebben gezien in reisgidsen, van slingerende straatjes, gesierd door bontgekleurde bloemen en felrode peperoncini. Maar naast de perfecte plaatjes zijn hier ook nog genoeg authentieke trulli te vinden.

De oudste trulli in Alberobello zijn sober: simpele, stenen huisjes zonder raam of schoorsteen. De vroegste bewoners van het dorp waren dan ook straatarm. De leefomstandigheden van de landarbeiders werden door de bouw van de huisjes wel een stuk beter: binnen werd het niet zo snel vochtig en de ruimtes bleven relatief koel in de zomer en warm in de winter.

Naarmate de welvaart in het gebied groeide, werden ook de trulli wat luxer. Ze begonnen uit meerdere delen te bestaan, elk met een eigen kegeldak, en kregen ramen en schoorstenen. In ondergrondse bassins werd regenwater opgevangen, dat men voor allerlei doeleinden kon gebruiken.

Wanneer je Alberobello bezoekt, moet je vooral lekker gaan ronddwalen, zonder je al te veel zorgen te maken over waar je naartoe loopt. Verdwalen in de nauwe straatjes, die omhoog en omlaag lopen tussen de witte huisjes door, is heerlijk, zeker als je Alberobello op een wat rustige dag treft, buiten het hoogseizoen.

Een paar stops op de route die je niet mag missen: het Museo del Territorio Casa Pezzolla, waar je ook het wijnmuseum (Museo del Vino) en het handwerkmuseum (Museo dell’Artigianato) kunt vinden, en de zogenaamde Trullo Sovrano die in 1785 werd gebouwd door de welvarende priester Cataldo Petra.

Binnen vind je nog antieke meubels en krijg je een idee van hoe men hier in het verleden leefde. Het is bovendien de enige trullo met een extra verdieping, die je kunt bereiken via een trap die in de muur is aangebracht. Niet alleen het grootste, maar ook het eerste huis dat in Alberobello werd gebouwd is nog altijd te zien. Het bevindt zich aan Piazza del Popolo en wordt Casa d’Amore genoemd.

Tussen 1926 en 1927 werd het kerkje Sant’Antonio in Alberobello gebouwd, met een kegelvormig dak om mooi in het straatbeeld te passen.

Vanaf ongeveer het einde van de achttiende eeuw begon men in en om Alberobello ook wel ‘gewone’, gemetselde huizen te bouwen. Lang niet iedereen had daar echter voldoende middelen voor. Tot in de jaren twintig van de vorige eeuw werden er daarom ook nog veel trulli gebouwd.

Duivels lekkere peperoncini
Tussen de sprookjesachtige trulli van Alberobello duiken duizenden kleine duiveltjes op… Ze hangen als schone was te drogen in de lucht en geven het straatbeeld een vrolijk rood kleurtje: de peperoncini.

In het hart van het oude centrum van Alberobello is de bar Il Trulletto di Cosmo Palmisano een verplichte stop voor wie van deze hete pepertjes houdt. In het hele dorp worden pepertjes verkocht, maar alleen hier maakt men allerlei pittige lekkernijen van de peperoncino.

Natuurlijk moet je ervan houden, maar eigenlijk kun je Alberobello niet verlaten zonder een slokje Peperoncino del Baffo te hebben geproefd – een digestief met pepertjes, naar geheim familierecept…

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *