Ga op pad met onze City Walks!

Bologna, la rossa

Bologna dankt de bijnaam la rossa aan de politieke kleur van de stad. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was Bologna de enige stad in heel Italië met een communistisch bestuur. Dat leverde – met name buiten de stadsgrenzen – veel commotie op. Uit angst voor het communisme werden er in die tijd in heel Italië aanslagen gepleegd door extreem-rechtse groeperingen.

De bedoeling van deze aanslagen was tweeledig: hoewel het erop moest lijken dat de terreur uit linkse hoek kwam, zodat de bevolking afstand zou nemen van de communistische idealen en de staat weer zou omarmen, wilden de groeperingen die achter de aanslagen zaten juist het pad effenen voor een rechts-autoritaire Italiaanse staat.

Het dieptepunt van deze strijd staat in het collectieve geheugen van Bologna gegrift. Op 2 augustus 1980 kwamen meer dan 80 mensen om het leven en raakten ruim 200 mensen gewond na een zware bomaanslag op het station van Bologna, waar zich op dat moment honderden Bolognesi bevonden die op het punt stonden op vakantie te gaan. Het was de zwaarste aanslag in de naoorlogse geschiedenis van Italië.

Het proces tegen de vermeende daders van de aanslag hield Italië jarenlang in zijn greep. Hoewel de Italianen vonden dat de rechter de Rode Brigades, die werden gezien als het brein achter deze aanslag, terecht streng aanpakte, probeerde de regering de aanslag te bagatelliseren.

Men bleef stug volhouden dat een defect aan de gasleiding of de verwarmingsinstallatie de ontploffing had veroorzaakt. Af en toe werd er wel een aantal verdachten opgepakt, maar meestal bleef het daarbij. Uiteindelijk werd de aanslag opgeëist door leden van de NAR (Nuclei Armati Rivoluzionari, Gewapende Revolutionaire Kernen).

De daders werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Buiten het station van Bologna herinnert de grote klok nog steeds aan het moment van de aanslag; de wijzers staan hier voor eeuwig op vijf voor half elf, het tijstip waarop de aanslag dertig jaar geleden plaatsvond.

Hoewel Bologna kan bogen op een historisch linkse reputatie, is die in de loop der jaren enigszins geluwd. Toch blijft Bologna een belangrijke rol spelen op politiek gebied. Zo heeft Romano Prodi, voormalig premier van Italië en van 1999 tot november 2004 voorzitter van de Europese Commissie, gestudeerd in deze ‘rode stad’.

Portici
Hoewel de bijnaam la rossa dus in eerste instantie verwijst naar de politieke kleur van Bologna, is rood ook de kleur van het uiterlijk van de stad. Wanneer je de gevels en de daken aanschouwt, overheerst tot in de verre omtrek de rode kleur van baksteen en terracotta. Een ander opvallend kenmerk van Bologna is het grote aantal portici (zuilengalerijen), die samen wel 35 kilometer beslaan. De galerijen dateren grotendeels uit de middeleeuwen.

Rond 1300 telde de stad – mede dankzij de aanwezigheid van de universiteit – ruim 50.000 inwoners, en daarmee was Bologna een van de tien grootste steden in Europa. Het huizenaanbod groeide echter niet mee, waardoor men besloot om huizen boven op een stevige boogconstructie te bouwen, die wel vijf woonlagen kon dragen. Zo ontstond niet alleen meer woonruimte, maar ook de voor Bologna zo kenmerkende aanwezigheid van deze portici. Bologna herbergt zelfs de langste overdekte zuilengalerij ter wereld. Deze galerij loopt van de Porta Saragozza, een oude stadspoort ten westen van het centrum, naar de kerk Madonna di San Luca, die zich in een van de buitenwijken bevindt. De 4 km lange portico telt maar liefst 666 bogen!

Waterwerken
Bologna wordt – in tegenstelling tot veel andere grote Italiaanse steden – niet doorkruist door een grote rivier. Toch is er in Bologna genoeg water te vinden, voor wie even verder kijkt dan de portici en andere belangrijke bezienswaardigheden. Slechts weinig mensen weten dat er onder de stad een dicht netwerk van kanalen loopt.

Vroeger leverde het water van deze kanalen de energie die nodig was om bijvoorbeeld het meel voor brood en pasta te malen. Aan de Via Piella kun je op nummer 18 nog steeds een glimp van deze kanalen opvangen.

De Amici delle Acque di Bologna (Vrienden van de Wateren van Bologna) nemen je op verzoek mee op een tocht langs de belangrijkste ‘waterbezienswaardigheden’, zoals de Bagni di Mario: een ondergronds, zestiende-eeuws waterreservoir met indrukwekkende tunnels en booggewelven, dat onder andere het water voor de Neptunus-fontein op het Piazza del Nettuno, direct naast het Piazza Maggiore, levert. De fontein is ontworpen door de Vlaamse beeldhouwer Giambologna, die hoog boven de mensenmenigte Neptunus (de god van de zee) de scepter laat zwaaien. Beneden spelen zich ietwat pikantere taferelen af: naast lieflijke engeltjes en dolfijnen duiken zeemeerminnen omhoog wier borsten het water in alle richtingen doen sproeien.

Vanaf de gevel van het naastgelegen Palazzo d’Accursio kijkt het bronzen standbeeld van paus Gregorius XIII met ietwat gebogen hoofd op beide pleinen neer. Geheel in stijl met de kleur van de stad zou deze paus alleen al door naar de fontein van Giambologna te kijken rode konen krijgen, vandaar dat hij zijn blik al eeuwenlang wijselijk op de gevel van de San Petronio-kerk richt…

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *