Naar hoofdinhoud Naar navigatie
1 augustus 2026

Fiets met Math & Henk-Jan mee van Rome naar Palermo

In 2024 fietste Math Creemers samen met Henk-Jan Baakman van Bennekom naar Rome, een tocht die samenviel met de start van het pensioen van Math. Een idee dat ontstond tijdens een van de gezamenlijke campingavonden in Italië en steeds meer vorm kreeg.

Wie eenmaal de smaak te pakken heeft, stopt echter niet in Rome. Twee jaar na die eerste tocht besloten beide mannen hun avontuur te vervolgen: van Rome naar Palermo, ruim dertienhonderd kilometer in twintig dagen door het voor hen redelijk onbekende zuiden van Italië.

Samen met de eerdere kilometers hebben ze nu de volledige afstand naar het uiterste zuiden van Europa afgelegd: vijfendertighonderd kilometer, met achtentwintigduizend hoogtemeters.

Math neemt je in dit artikel mee op deze tocht, want Zuid-Italië bleek een schatkist vol verrassingen: spectaculaire kustwegen, authentieke dorpen, een betere infrastructuur dan verwacht en een buitengewone gastvrijheid. En boven alles: het plezier van samen op de fiets dit alles te zien en te beleven.

Rome achter ons – de eerste meters naar Frascati

Math: ‘De eerste dag voelt meteen als een symbolische herstart. Na een vlucht vanuit Eindhoven naar Fiumicino en de trein naar Trastevere trappen we naar de Sint-Pieter. We beginnen op 17 mei onder een strakblauwe lucht precies waar onze tocht twee jaar eerder eindigde.

We rijden de stad uit langs de Tiber, met uitzicht op de vele monumentale panden en de Via Appia Antica. Wat een schitterende, historische weg, maar ook haast onmogelijk om op te fietsen. De kasseien van Parijs-Roubaix zijn er niks bij.

De klim vanuit Rome naar Frascati, een van de Castelli Romani, is pittig, maar de beloning volgt al snel: prachtige uitzichten over de stad, groene heuvels en een eerste glimp van het landschap dat ons de komende weken zal vergezellen.

Heerlijk geslapen na deze enerverende dag. Volgens Henk‑Jan staat er geen boom meer overeind in Frascati. Ik heb er dankzij mijn oordoppen weinig van gemerkt. De eerste vijfendertig kilometer zijn een feit: de overgang van het drukke Rome naar het rustige, groene binnenland.

Door het binnenland naar Ferentino en Mignano

Vanuit Frascati zetten we koers richting Ferentino, een rit vol kuitenbijters tot zestien procent. Daarna volgen tientallen kilometers over een oude spoorlijn, hoog boven een vallei vol bloeiende brem en bloemen.

In Acuto genieten we van de eerste pasta alla bolognese, in zo’n restaurantje waar je eigenlijk niet meer weg wil. Na de overnachting in Ferentino gaat het richting Mignano Monte Lungo, een rit die begint met een eerbetoon aan mijn oud‑werkgever Stigas: in het oranje‑groene shirt dat ik bij mijn afscheid kreeg.

Toevallig is het ook de dag dat het koningspaar mijn geboortedorp Illikhoven/Visserweert bezoekt, waar mijn broer de honneurs waarneemt. De rit kent veel hoogtemeters, bakken water tijdens een onweersbui, een passage langs Montecassino en een slotklim van zestien procent naar ons country house.

Slangen over de weg, wilde zwijnen en zelfs een Zwollenaar die van Napels naar Nederland fietst, een dag vol bijzondere ontmoetingen en verhalen.

Sant’Agata de’ Goti en de weg naar de Amalfikust

In het tijdloze country house ontwaken we tussen twee antieke Italiaanse baasjes. Na een pittige klim en een pasta ai frutti di mare rijden we naar Sant’Agata de’ Goti, spectaculair gelegen op een tufstenen rots. De diepte vanaf de brug bij Furore is duizelingwekkend.

De dag erna volgt een absoluut hoogtepunt: de Amalfikust. Adembenemend en niet voor niks opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco, met steile klimmetjes, panoramische uitzichten, smalle wegen en druk verkeer. Onze behendigheid als fietser in het verkeer wordt hier wel flink op de proef gesteld.

Na een stevig ontbijt klimmen we richting de kust, waar de Vesuvius majestueus opduikt en waar we genieten van een heerlijke lunch aan zee. Dan gaan we tussen de citroenplantages door richting Sorrento.

De overnachting in Marina di Puolo is sprookjesachtig, een accommodatie op slechts enkele meters van zee en met uitzicht op de Vesuvius. Om stil van te worden.

Positano is wat mij betreft de parel van de Amalfikust, maar door de drukte volstrekt ongeschikt voor fietsers. We besluiten om te keren.

In Praiano eten we heerlijke ambachtelijk gemaakte pasta alla carbonara en belanden we midden in een filmset. Voorbij Praiano passeren we de beroemde Fiordo di Furore, een waanzinnig mooi schouwspel.

Paestum, Ascea en de lange weg door Calabrië

Na een overnachting in Vietri sul Mare rijden we via een lange kustweg naar Paestum, waar nog drie Griekse tempels indrukwekkend overeind staan. Daarna volgen Montecorice, Marina di Ascea en een appartement op de derde verdieping, waar de fietsen naar boven moeten worden gesjouwd. De benen worden gelukkig steeds sterker.

De rit naar Maratea begint met een zeer pittige klim tot negentien procent bij een aardverschuiving. Het decor biedt Dolomieten‑achtige rotsformaties, waarna we via de spectaculaire Costa di Maratea naar onze overnachtingsplek trappen.

De volgende dag vergeten we een portefeuille met paspoorten en bankpassen, maar onze hostess brengt hem trouw achterna. Che fortuna!

We passeren het Christusbeeld hoog boven Maratea, fietsen langs stranden in alle kleuren , van vulkanisch zwart tot hagelwit, en genieten van de weelderig bloeiende oleanders, die kilometerslang de weg sieren. In Diamante eten we klassieke spaghetti alle vongole, als afsluiting van wederom een topdag.

Nocera, Tropea en een welverdiende rustdag

De benen schreeuwen na negen dagen om rust, maar eerst nog een stevige klim en heerlijke lunch bij Gianni. Voor het eerst halen we ons wapentuig tevoorschijn tegen loslopende honden, een Dazer en pepperspray. Gelukkig hebben we dit verder bijna niet hoeven te gebruiken.

We komen aan in Tropea, parel van Calabrië. Blauwer dan blauw zeewater, indrukwekkende kliffen en een bruisende stad. Tropea wordt onze eerste rustplaats en dat is nodig. We bezoeken de Santa Maria dell’Isola en genieten van strand, stad en smakelijke gerechten.

De stad, gebouwd op tufsteen, is prachtig maar ook kwetsbaar; betonconstructies beschermen het fundament tegen afbrokkeling.

Naar Sicilië – via Bagnara en Scilla

Met kramp in de kuit en een vertraagde trein wordt de reis voortgezet naar Bagnara Calabra. Het binnenland is armoedig en vol afval, maar de afdaling naar de kustplaats is spectaculair.

In Bagnara zien we onder het genot van welverdiende biertjes de zwaardvisboten af en aan varen. Via Scilla, bakermat van de zwaardvisvangst, rijden we naar San Giovanni, waar we de ferry naar Sicilië nemen en het vasteland achter ons laten.

De Straat van Messina staat al sinds Odysseus bekend om zijn gevaarlijke stromingen, maar wij komen veilig aan. De eerste mijlpaal is bereikt: we zijn op Sicilië!

Langs de Etna naar Gioiosa Marea

Via Villafranca en Milazzo, de vertrekplaats voor boten naar de Eolische Eilanden, koersen we verder richting westen. De besneeuwde en rokende Etna doemt op, een machtig gezicht, tientallen kilometers lang.

Het bezoek aan het Santuario Santa Maria del Tindari is de steile klim van zeventig meter meer dan waard. In Patti belonen we onszelf met Alta Mora‑wijn, pasta van zee‑egel (een vergissing) en malse inktvis.

De kustweg naar Gioiosa Marea is wederom spectaculair, uitgehouwen in de rotsen. Je krijgt hier niet genoeg van het foto’s maken!

Santo Stefano di Camastra, keramiek en Cefalù

De rit naar Santo Stefano di Camastra is kort maar mooi. Het plaatsje, volledig herbouwd na een aardverschuiving in de zeventiende eeuw, staat bekend om het matrixachtig centrum en om het keramiek. Voor een duik in zee dalen we tachtig meter af naar het strand en klimmen daarna weer omhoog.

In Cefalù, halverwege de noordkust van Sicilië, ontmoetten we onze vrouwen die ondertussen naar Sicilië waren gevlogen. Een bijzonder moment na zoveel kilometers.

Cefalù behoort tot de borghi più belli d’Italia, de mooiste dorpjes van Italië, en dankt zijn naam aan de indrukwekkende boven de stad uittorende rots in de vorm van een kop.

De opvallende kathedraal is een must voor liefhebbers van Arabische en Normandische kunst. We genieten hier van onze tweede rustdag, cultuur, strand en eten en doen wat klein onderhoud voor we opstappen voor de grande finale in Palermo.

De laatste etappe naar Palermo

De rit naar Palermo is tachtig kilometer lang, maar begint al kort na vertrek met buikkrampen en een ‘noodstop’ bij een tankstation. Al snel gaat het beter.

De vissersdorpjes, de zeemeeuwen, de ‘geparkeerde’ bootjes op straat, alles ademt Sicilië. In de buitenwijken van Palermo wordt het al druk, maar we vinden het bord ‘Palermo’ voor de eerste selfies.

Op 4 juni om 14.05 uur rijden we de Quattro Canti op, waar we door onze dames worden opgewacht en omhangen met ‘versierselen’, opgeluisterd door niemand minder dan straatmuzikant Raquel Romeo. Een overweldigende aankomst in hartje Palermo!

En wat is Palermo een bruisende stad en is er veel te zien: de Porta Nuova, het Palazzo Reale, de Duomo, het Teatro Massimo, de Vucciria-markt, de botanische tuin… Als kers op de taart zijn we getuige van een Siciliaanse bruiloft. Het lijkt alsof we zo een film met Don Corleone binnenstappen.

Een onverwachte epiloog

De laatste ochtend vertrekken we al om half zes richting luchthaven, heerlijk fietsen dwars door een nog slapend Palermo. De fietsen worden gedemonteerd en ingepakt, maar bij het inchecken blijkt dat ze niet mee mogen. De bagagebalie accepteert ze wel, maar uiteindelijk worden ze niet meegenomen.

De toezegging dat ze worden nagezonden, wordt niet nagekomen. Uiteindelijk vliegt Henk‑Jan na een week terug naar Palermo om beide fietsen op te halen. Mijn fiets komt alsnog in Rotterdam aan en Henk-Jan neemt zijn eigen fiets mee met een vlucht naar Brussel.

Eind goed, al goed. We zijn een onvergetelijke herinnering aan een fantastisch avontuur rijker!’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!