Imola – ontdek de mooiste plekken van het ‘kleine Bologna’
Elke Italiëliefhebber moet een keer in Reggio Emilia zijn geweest. Het is namelijk de geboorteplaats van de Italiaanse vlag en daarmee een plek van groot belang in de geschiedenis van Italië.


Het is geen stad die je meteen tracht te imponeren, maar als je de plekken bezoekt die we in dit artikel uitlichten, zul je de charme van Reggio Emilia ontdekken.
Slenter daarnaast zonder haast over de levendige piazza’s en onder de eindeloze portici om de sfeer van deze stad op te snuiven, met ook verrassende bezienswaardigheden en evenementen voor liefhebbers van moderne kunst (met werken van onder anderen Sol LeWitt en David Tremlett), hedendaagse architectuur en fotografie.



In Reggio Emilia bevindt zich een van de belangrijkste plekken uit de Italiaanse geschiedenis. In de huidige Sala del Tricolore, in het Palazzo Comunale, werd op 7 januari 1797 namelijk officieel de Tricolore geboren.

Op die dag kwamen de vertegenwoordigers van Reggio, Modena, Bologna en Ferrara bijeen om de Repubblica Cispadana uit te roepen. Bij die gelegenheid werd de tricolore, de groen-wit-rode vlag, aangenomen, die later ook de nationale vlag zou worden.
… che si renda universale lo Stendardo o Bandiera Cispadana di tre colori Verde, Bianco, e Rosso
Deze historische plek maakt tegenwoordig deel uit van het Museo del Tricolore, een klein maar interessant museum over de geschiedenis van de Italiaanse vlag, van 1796 tot aan de eenwording.

Helaas is de Sala del Tricolore niet altijd te bezichtigen, omdat hier niet alleen de gemeenteraadsvergaderingen plaatsvinden, maar ook burgerlijke huwelijken, conferenties en andere culturele evenementen. Zeker in het weekend is het vaak een komen en gaan van bruidsparen.
Gelukkig konden wij tussen twee huwelijken door even snel een blik werpen in deze beroemde Sala del Tricolore.

Wil je het Museo del Tricolore – en hopelijk de Sala del Tricolore – ook bezoeken? Je vindt de ingang van het museum aan het Piazza Casotti. Het museum is van dinsdag tot en met vrijdag geopend van 15.00 tot 18.00 uur. Op zaterdag en zondag kun je er terecht van 10.00 tot 13.00 uur en van 15.00 tot 18.00 uur. De toegang is gratis.
De officiële ingang van het gemeentehuis ligt aan het Piazza Prampolini. Zo luidt althans de officiële naam van het plein, dat door de locals eigenlijk altijd wordt aangeduid als het Piazza Grande.
Niet omdat het nu zo groot is, maar omdat een aantal van de belangrijkste gebouwen van Reggio Emilia aan het plein ligt, met naast het Palazzo Comunale ook de Cattedrale di Santa Maria Assunta en de Torre del Bordello.


Het Palazzo Comunale, waar al sinds 1434 het stadsbestuur van Reggio Emilia zetelt, herken je aan de brede portico met drie bogen. De gevel, met het wapen van de gemeente, dateert uit 1774.

Voor het Palazzo Comunale staat het standbeeld van Marcus Aemilius Lepidus, de Romeinse consul die de eerste nederzetting op deze plek stichtte en zijn naam verbond aan zowel de stad als aan de gehele regio Emilia-Romagna en de Via Emilia, die Reggio Emilia nog altijd verbindt met steden als Piacenza, Parma, Modena, Bologna, Imola en Rimini.
Leuk om te zoeken: aan de Via Emilia vind je ter hoogte van de huisnummers 7-9 een plaquette op de grond met de tekst: Gromae Locus, 187-185 voor Christus – de plek waar de stad Reggio Emilia is ontstaan.

De eerste steen voor de Cattedrale di Santa Maria Assunta, de Duomo van Reggio Emilia, werd gelegd in 857. Je ziet dan ook romaanse, gotische én barokke elementen, maar wat vooral opvalt is de onvoltooide gevel, ontworpen door Prospero Sogari, bijgenaamd il Clemente, maar dus nooit afgemaakt.
Il Clemente ontwierp ook de beelden van Adam en Eva op het centrale portaal, net als die van de vier heiligen. In de toren schittert een gouden beeld van Maria met kind met aan weerszijden het echtpaar Fiordibelli, een schitterend meesterwerk dat in de vijftiende eeuw door Bartolomeo Spani werd vervaardigd.


Binnen in de kathedraal bewonder je onder meer de Hemelvaart van de Maagd Maria, Petrus op de stoel en de heilige Hieronymus, geschilderd door Guercino. Sinds 2010 herbergt de Duomo ook een aantal hedendaagse kunstwerken van Ettore Spalletti, Hidetoshi Nagasawa, Claudio Parmiggiani en Jannis Kounellis.
Als je meer wil weten over de geschiedenis van de kathedraal, kun je een bezoek brengen aan het Museo Diocesano, waar ook een originele brief van Mathilde van Canossa wordt bewaard.
Naast de Duomo staat de doopkapel, met een doopvont en een fresco met de doop van Christus van Francesco Caprioli uit 1497-98. Leuk om te zoeken: aan de buitenkant van de doopkapel, op de linkerzuil, zijn nog steeds oude lengtematen als de braccio reggiano (arm van Reggio) te zien.


Met een hoogte van ruim vijftig meter is de Torre del Bordello het hoogste gebouw in de historische binnenstad. De bijzondere naam is te danken aan het feit dat de toren sinds het bouwjaar (1468) altijd naast het castelletto heeft gestaan, het gemeentelijke bordeel.
De toren is helaas meestal gesloten, maar af en toe kun je naar boven om Reggio Emilia vanaf grote hoogte te bekijken.

Tegenover de Torre del Bordello staat het Palazzo del Monte di Pietà of Palazzo del Podestà met de Torre dell’Orologio. In deze toren uit 1216 hangen drie klokken: de Campanoun (of Forcarola), de Bariloun en de Céca.

Voor het palazzo staat de Fontana del Dio Crostolo, de rivier die vroeger door Reggio Emilia stroomde maar waarvan de loop later werd gewijzigd.

Via het Broletto, de deels overdekte doorgang met verschillende winkels, wandel je naar het Piazza Prospero, het kleinste maar mooiste plein van Reggio Emilia.

Werp aan de zijde van het Piazza Grande nog even een blik op de spreuk Stat regensium fides nulla sub aevo interora; de trouw van de inwoners van Reggio blijft standhouden en zal in geen enkel tijdperk ten onder gaan.
Aan het Piazza San Prospero staat de Basilica di San Prospero, die is gewijd aan de patroonheilige van de stad. Hij zou volgens de overlevering de stad hebben gered van de Hunnen, door haar te verhullen in een dichte mist.


Voor de kerk houden zes roodmarmeren leeuwen de wacht, terwijl vanaf de barokke façade elf beschermheiligen en kerkleraren op je neer kijken.
In de kerk bewonder je een van de mooiste frescocycli van Italië: het Laatste Oordeel van Camillo Procaccini. Ook niet te missen zijn het kostbare houten koor (1546) en een kopie van La Notte, het beroemde meesterwerk van Correggio dat door de hertog van Modena werd gestolen en zich nu in de Gemäldegalerie Alte Meister in het Duitse Dresden bevindt.

San Prospero is ook te zien op een van de mooiste schilderingen van Emilia-Romagna: een meesterwerk van Guercino, met de kruisiging van Christus. Aan de voet van het kruis schilderde Guercino de Maagd Maria, Maria Magdalena, Johannes de Doper en San Prospero.
Je bewondert het in de Basilica della Ghiara (Corso Garibaldi), waar ook al eeuwenlang het wonderbaarlijke beeld van de Maagd Maria wordt vereerd. Sinds 1313 werd een afbeelding op de buitenmuur van de kerk vereerd, maar het schilderij dat je tegenwoordig kunt zien, is een nieuwe afbeelding die in 1573 werd gemaakt door Giovanni Bianchi, alias Bertone.
Drieëntwintig jaar later begaf een jongen van ongeveer vijftien jaar, genaamd Marchino, die wees was, doofstom en vanaf zijn geboorte geen tong had, zich naar het portret om te bidden tot Maria. Al biddend kreeg hij zijn gehoor terug, groeide zijn tong aan en begon hij te spreken.
Vier dagen later, toen het nieuws zich over Reggio en omgeving had verspreid, besloot de gemeente het beeld te beschermen door de bouw van een grootse basiliek.

Nog zo’n prachtige spirituele plek is het kloostercomplex Chiostri di San Pietro, een van de indrukwekkendste bouwwerken in Reggio Emilia uit de Italiaanse renaissance, waarin de hand van Giulio Romano te herkennen is.
Hoewel het tegenwoordig een open ruimte is waar regelmatig tentoonstellingen en evenementen worden georganiseerd, voel je nog de sfeer van de vijftiende eeuw, toen de kloostergangen dienst deden als Benedictijner klooster. Later bood het complex onderdak aan onder meer een kazerne, een meisjesschool en een rechtbank.



Door de renovatie van de kasseienvloer heeft het kleine chiostro zijn oorspronkelijke intieme en meditatieve sfeer weer terug. Terwijl de kleine kloostergang indruk maakt door zijn sfeer, doet de grote kloostergang dat door zijn monumentale architectuur. Dit grote chiostro werd tussen 1541 en 1622 gebouwd en draagt de onuitwisbare stempel van de architect Giulio Romano, die in die periode vooral actief was in Mantova.

Even bijkomen van al dit moois kan bij Food in Chiostri, een fijne bar-bistro met een heerlijk terras.
Wij bezochten de Chiostri di San Pietro tijdens Fotografia Europea. Dit grootse fotografiefestival, dat door de hele stad te vinden is, vindt elk jaar plaats van eind april/begin mei tot half juni.
Er zijn dan tientallen interessante tentoonstellingen, vaak op plekken die normaal gesproken niet altijd te bezoeken zijn. Zo bezochten we dit voorjaar ook indrukwekkende exposities in het Palazzo Da Mosto (dat je op onderstaande foto’s ziet) en de Chiesa di San Carlo e Agata.

In de Biblioteca Panizzi, de openbare bibliotheek van Reggio Emilia, in het Palazzo San Giorgio aan de Via Farini 3, kun je – met respect voor de aanwezige scholieren en studenten – een blik werpen in de leeszaal, waarvan de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt het plafond voorzag van wervelingen en draaikolken in primaire en complementaire kleuren. Ze strekken zich uit in een labyrintische kluwen die voortdurend in beweging lijkt te zijn.
De bibliotheek is vernoemd naar Antonio Panizzi, die in een dorpje vlak bij Reggio Emilia werd geboren en tijdens zijn carrière als bibliothecaris van 1856 tot 1866 directeur was van de bibliotheek van het British Museum in Londen.

David Tremlett, met wie Sol LeWitt de beroemde Cappella del Barolo beschilderde, liet ook een kleurrijke handtekening na in Reggio Emilia. Hij gaf kleur aan The Organ Pipes, een kunstwerk op de dertien oude silo’s van de voormalige diervoederfabriek.
Door de gebruikte kleuren deed het ons vooral denken aan de door hem beschilderde huizen aan de Via di Mezzo in Ghizzano, bij Peccioli (Toscane).

Reggio Emilia staat ook wel bekend als de stad van de theaters. Er zijn er maar liefst drie, allemaal gelegen rond het Piazza della Vittoria: het Teatro Valli, het Teatro Ariosto en het Teatro Cavallerizza.
In het Teatro Cavallerizza zijn vooral moderne voorstellingen te zien, terwijl het Teatro Ariosto het thuis is voor toneelstukken. Het mooist is Teatro Valli, een klassiek Italiaans theater met ruim duizend zitplaatsen in een hoefijzervormige opstelling, met vier rijen loges en een balkon, waar sinds 1857 grote opera’s, ballet en concerten plaatsvinden.
In dit theater maakte Luciano Pavarotti op 29 april 1961 zijn debuut, in de rol van Rodolfo in La Bohème. Tijdens een rondleiding hoor je niet alleen dit soort wetenswaardigheden, maar zie je ook de prachtige Astrolampo, de historische kroonluchter, net als de muziek- en theaterbibliotheek, met een collectie van duizenden boeken, libretto’s, partituren en bladmuziek.
Voor het theater zorgt de Fontana del Tricolore voor spektakel, met een waterspel dat zodra het donker wordt allerlei kleuren aanneemt.


Heb je nog niet genoeg moois gezien, dan kun je nog een bezoek brengen aan het Palazzo dei Musei, dat onderdak biedt aan een verscheidenheid aan collecties die het tot een vrijwel unieke plek in Italië maken.
In een voormalig Franciscaner klooster vind je een archeologische afdeling (met Romeinse mozaïeken, de Portico dei Marmi, het Museo Romano en het Museo di Preistoria e Protostoria), de Galleria dei Marmi, middeleeuwse kunst, het natuurhistorische museum met de Collezione Spallanzani en een afdeling gewijd aan de geschiedenis van de stad.
Bijzonder zijn de overblijfselen van walvis Valentina die in de afdeling fauna worden tentoongesteld, een walvisachtige die meer dan drie miljoen jaar geleden leefde op de plek waar nu de heuvels van Reggio liggen.
Op de zijgevel schittert een pauw die is samengesteld uit meer dan tienduizend foto’s, een kunstwerk van Joan Fontcuberta met de titel Curiosa Meravigliosa.

Galleria Parmeggiani is een verrassend museum in neogotische stijl, met harnassen, schilderijen en antiek meubilair.

Waar vroeger de kledingfabriek van modehuis Max Mara stond, bevindt zich nu een grote tentoonstellingsruimte gewijd aan hedendaagse kunst: de Collezione Maramotti, een initiatief van Achille Maramotti, de oprichter van Max Mara.
De collectie bestrijkt meer dan tweehonderd werken van hedendaagse kunst van 1945 tot nu. Het zijn grotendeels schilderijen, maar er zijn ook sculpturen en installaties te zien, van onder anderen Francis Bacon, Jean-Michel Basquiat, Alberto Burri, Lucio Fontana, Piero Manzoni, Henry Moore, Mimmo Paladino, Claudio Parmiggiani, Michelangelo Pistoletto en Bill Viola.
De Collezione Maramotti omvat ook een uitgebreide bibliotheek met ongeveer vijftienduizend boeken en catalogi.
Het immense, leegstaande industriecomplex van de Officine Meccaniche Reggiane (fabrikant van spoorwegmaterieel, granaten en gevechtsvliegtuigen, dat in gebruik was tussen 1901 en 1992) beleeft een wedergeboorte dankzij een omvangrijk programma waarbij deze gebouwen worden bestemd voor technologische innovatie.
Een groot deel staat echter al lange tijd leeg en werd een paar jaar terug door nationale en internationale street artists voorzien van kleurrijke werken, al heeft helaas maar een klein deel daarvan de tand des tijds doorstaan.
Kleurrijker zijn de ijzeren figuren van Olimpia Zagnoli op het Piazzale della Polveriera, het terrein van de vroegere kruitfabriek. De zes personages, met hun golvende lijnen en heldere kleuren, zijn speciaal voor de stad ontworpen en gerealiseerd dankzij de bijdrage van de Max Mara-groep.
Lekker eten kan in Reggio Emilia bijna overal. Je bevindt je hier immers in de regio die de buik van Italië wordt genoemd…
Als je de traditionele cappelletti eens in een vegan versie wil proeven, kun je terecht bij Herbe, met een originele menukaart vol vegan gerechten, zowel uit de traditionele keuken van Emilia-Romagna als uit andere werelddelen.

Wij namen er geen toetje, want we wandelden voor een ijsje naar Cremeria Capolinea, die door Gambero Rosso werd bekroond met tre coni (drie ijshoorntjes).
Het Piazza Fontanesi is vooral van de locals, als een soort huiskamer van de stad, of bij mooi weer meer een gezamenlijke tuin waar iedereen geniet van de vele bomen die het plein sieren en het doen lijken op een bos in de stad.
Er zijn veel bankjes en zitjes, deels onder de bomen, waar ouderen een potje kaarten terwijl ze de dag doornemen. Ook vind je hier een aantal fijne terrassen voor een aperitivo, zoals Deridiè en Bistrot Canossa.
We delen nog een aantal van onze favoriete adresjes in Reggio Emilia:
Bar Futura, Via San Pietro Martire 4a
Binario 49 Caffè Letterario, Via Turri 49
Forno Stria, Via Monteforino 7 & Via San Carlo 11B
Pappare Emilia, Via Arcipretura 2G

Casafrida, Via Panciroli 1
Guascone Vermuteria, Via Guasco 17
Il Pozzo, Viale Allegri 7
The Riff, Piazza San Prospero 4
Nâni Bottega & Cucina, Via Luciano Fornaciari 11B
Een bezoek aan Reggio Emilia is niet compleet zonder aceto balsamico te hebben geproefd, ‘het zwarte goud’ van de regio, de ietwat zoete, stroperige azijn die ontstaat na jaren en jaren van rijpen.
Dat kan het beste bij Il Borgo del Balsamico in Botteghe, net even buiten Reggio Emilia, waar je ook kunt blijven slapen. In deze blog lees je alles over deze bijzondere plek.


De Spaanse architect Santiago Calatrava heeft vier bouwwerken ontworpen voor Reggio Emilia: drie bruggen en een station voor de hogesnelheidstrein.
De bruggen liggen in het noorden van de stad langs de weg naar Bagnolo: een centrale brug van tweehonderdtwintig meter parallel over de snelweg, met aan weerszijden nog twee bruggen, die in een boog loodrecht op de wegas staan.

Het ongetwijfeld bekendste bouwwerk is het Stazione Mediopadana, een witte golf in een verder vooral groene vlakte. Veel mensen hebben de dynamische golf wel eens gezien, zelfs als je nog nooit met de hogesnelheidstrein naar Reggio Emilia bent gereisd, aangezien het parallel aan de A1 ligt.

Reggia di Rivalta is een van de fascinerendste monumenten van Emilia-Romagna. De bouw van de residentie ging in 1723 van start, in opdracht van hertog Francesco III d’Este en zijn echtgenote Charlotte Aglaé d’Orléans. Het was bedoeld als een klein Versailles, als statussymbool van het prestige van het hof van de familie D’Este.
Het ontwerp werd toevertrouwd aan de uit Reggio Emilia afkomstige architect Giovanni Maria Ferraroni. Later nam Ludovico Bolognini, die ook de beroemde Sala del Tricolore ontwierp, het van Ferraroni over.
Het paleis werd in 1733 voltooid, terwijl het uitgestrekte park in de daaropvolgende decennia steeds verder werd uitgebreid.

Tussen 1740 en 1760 beleefde de Reggia di Rivalta haar gouden jaren, met weelderige feesten en drukbezochte bals. In 1796 luidde de komst van de Napoleontische troepen echter een periode van verval in. De villa werd bezet, leeggeroofd en beschadigd, de tuinen werden landbouwgrond en de glorietijd was nog slechts een vage herinnering.
In juni 2025 werd een grootschalig restauratieproject voltooid, met dank aan de financiering door het Italiaanse Ministerie van Cultuur, en spreekt de oorspronkelijke pracht en praal van Reggia di Rivalta weer tot de verbeelding, mede dankzij de opnieuw aangelegde tuinen, met sfeervolle wandelpaden en vier grote waterbekkens die herinneren aan de barokke elegantie van weleer.

Er zijn mensen die duizenden kilometers afleggen om naar Australië te reizen om daar de Ayers Rock, de heilige berg, te bezoeken, maar even buiten Reggio Emilia is een vergelijkbare rots te vinden: de Pietra di Bismantova, die Dante ook noemt in zijn Divina Commedia.

Er zijn zeven wandelroutes met verschillende moeilijkheidsgraden. Voor wie niet zo goed getraind is, zijn de eerste en tweede route aan te raden. Die lopen grotendeels over een geasfalteerde weg, waarbij je de rots voortdurend in het zicht hebt.
De rots is meer dan een kilometer hoog en heeft een zeer gevarieerde vegetatie. Op de top staat een hazelaarsbos, terwijl men bij het afdalen eiken, heggen en velden tegenkomt. Ook staat de Pietra di Bismantova bekend om de bloeiende orchideeën.

wij hebben het vorig jaar bezocht en was een leuke ontdekking maar ik denk dat wij nog eens moeten teruggaan want blijkbaar hebben wij nog niet de helft gezien …