Vignola – bewonder de Rocca vol fresco’s en Barozzi’s bijzondere wenteltrap
Zeg je Imola, dan denk je aan Ferrari, races, het circuit, Formule 1 en alles wat daarbij hoort. Marlou was een paar dagen in Imola en bezocht natuurlijk ook het circuit, met de officiële naam Autodromo Internazionale Enzo e Dino Ferrari, dat in 1953 in gebruik werd genomen voor verschillende autoraces.

In 1980 werd hier de eerste officiële Gran Prix van Italië Formule 1 gereden. Van 1981 tot 2006 werd in Imola de Grand Prix van San Marino gereden en vond de Grand Prix van Italië plaats in Monza.
In 2020 keerde de F1 terug naar Imola, vanwege de herschikking van de F1-kalender en werd de naam Grand Prix dell’Emilia-Romagna. Dit jaar verloor Imola de F1-plaats aan Madrid, maar in 2027 hoopt Imola terug te keren in de Formule 1.
Marlou: ‘Het circuit ligt net buiten het centrum van Imola, aan de overkant van de rivier de Santerno, waar ik een full-experience tour krijg van Imola Faenza Tourism Company.
Zodra je aan de overkant van de rivier bent, kleurt de omgeving rood, met dank aan street art, op muren en een elektriciteitshuisje.

Het eveneens rode monument met de naam Rampante is een vijf meter hoog kunstwerk bestaande uit opgestapelde bronzen replica’s van de Ferrari F40, een eerbetoon aan deze klassieker uit Maranello.
Ferrari zelf leverde hiervoor de verf in de bekende kleur rood. Het monument is een verwijzing naar de Cavallino Rampante, het steigerende paard, hét symbool van Ferrari.

Het kantoor van de Imola Faenza Tourism Company is gevestigd aan de hoofdingang van het circuit, bij de paddock. Hier vind je ook de officiële shop voor merchandise en een paar racesimulatoren.


Chiara wacht me op bij het tourbusje en legt uit dat we het circuit op mogen rijden wanneer de lichten op rood staan. De tour wordt namelijk gegeven in de pauzes van de trainingen van de endurance races die deze dagen plaatsvinden. Het rood is dus duidelijk voor de coureurs en betekent dat er niet geracet wordt. Andiamo!

Tijdens het rijden deelt Chiara wat bijzonderheden over het Autodromo Internazionale Enzo e Dino Ferrari. Het is een heuvelachtig circuit met negentien bochten, waarvan negen naar rechts en tien naar links.
De lengte is exact 4,909 kilometer en er wordt tegen de klok in gereden. Dit maakt het extra uitdagend.
Voor de Formule 1-wedstrijden bedraagt de afstand circa driehonderdnegen kilometer, oftewel drieënzestig rondes. De snelste ronde in een race staat op naam van Lewis Hamilton (2020) in 1:15.484.

De tour zelf bestaat uit twee volledige rondes over het circuit, met een eerste ronde ter verkenning en een tweede ronde om een paar stops te maken.
Dat het circuit zoveel hoogteverschillen heeft, had ik niet gedacht en wanneer ze tijdens het omhoog rijden uitlegt dat de coureur hier de bocht nog niet kan overzien spreekt dat zeer tot de verbeelding.

Ook tijdens een afdaling en het met opzet over de curbstones rijden, zelfs met onze matige snelheid, kun je je een voorstelling maken hoe sensationeel een race hier moet zijn.
We komen nog een tractor tegen, die in de pauzes het circuit schoon moet vegen. Inderdaad zie ik later zelf dat er nogal veel rubber achterblijft na de trainingsrondes. Dit wordt verwijderd zodat de baan weer schoon en glad is.

Bij de tweede ronde stoppen we bij de start en verlaten het busje. Chiara gaat op pole position op de grond zitten en vraagt mij hetzelfde te doen. Ze wil laten zien hoe laag de coureur zit en wat hij dan wel en niet ziet.

We staan hier pal voor La Torre, het zeven verdiepingen tellende gebouw dat wordt bekroond door Ferrari-paarden. Het biedt plaats aan zalen, kantoorruimtes en panoramaterrassen voor een goed overzicht op de start, de uitrit van de pitlane en de paddock.


Tijdens een event wordt de toren in de kleuren van de hoofdsponsors gehuld. De paarden blijven natuurlijk altijd op hun plek.
Weer in het busje wijst Chiara de Tamburello-bocht aan, waar Ayrton Senna in 1994 de macht over het stuur verloor. We stoppen waar zijn wagen uiteindelijk tot stilstand kwam.



Ze laat me ook in de grindbak lopen om te ervaren hoe dik die laag is die voor elke race weer wordt aangevuld. De auto moet hier zo snel mogelijk tot stilstand kunnen komen.
Na het ongeluk van Senna is de Tamburello-bocht veranderd in een chicane waardoor het minder snel en gevaarlijk is.
Even verderop komen we bij de ingang naar het Parco delle Acque Minerali, dat ook via de normale ingang te bezoeken is, maar vanaf het circuit kun je deze sluiproute nemen.

In dit aangrenzende park staat het imposante monument voor Senna dat meer dan dertig jaar na dato nog altijd een ware bedevaartplek voor racefans is.
De hekken zijn behangen met vlaggen, shirts, brieven… Van over de hele wereld komen er nog dagelijks fans. Eenmaal bij het standbeeld aangekomen voel ik een andere sfeer. Hoeveel vrolijke kleur hier ook is onder de bomen, er heerst stilte. Er staan bankjes, mensen lijken te bidden.
Het beeld van Senna is indrukwekkend. Je kunt er omheen lopen en elke zijde biedt een ander tafereel. Er is een soort altaartje waar uiteenlopende dingen zijn neergelegd of opgehangen. Ik zie gedichtjes, kaarsen, bloemen, steentjes, beertjes.


Chiara benadrukt het feit dat Senna niet alleen een geliefd coureur was maar ook een bijzonder mens die allerlei goede doelen oprichtte en steunde.
Saillant detail is dat men na de crash in plaats van de gebruikelijke Braziliaanse vlag een Oostenrijkse vlag bij hem vond, die hij na de race wilde dragen, als eerbetoon aan de dag ervoor overleden Roland Ratzenberger. Dat de kleuren groen en geel rond het monument overheersen is helder. Een werkelijk indrukwekkende plek.


We vervolgen de tour en Chiara vertelt onderweg nog een aantal zaken, over onder meer de bewoners van de omliggende huizen, gebouwd ná het circuit, die klagen over het geluid tijdens races – die ze wel gratis vanaf hun balkons kunnen volgen.
We passeren een school vlakbij het circuit waarop zij grapt dat kinderen hier van kleins af aan met het rumore van het racevirus gevoed worden.
Wanneer we even later de pitlane in rijden, roept ze lachend met vervormde stem ‘Box-box-box’. Ik wijs haar nog even op de maximum snelheid die hier geldt. We snappen elkaars humor.

De rijtoer over het circuit zit er op, maar er is meer. We mogen de circuit offices in. We passeren de safety car – een Lamborghini – en ik vertel Chiara dat het mijn droom is om hier een keer een rondje in te rijden, zodat iedereen achter mij moet blijven. Het blijft echter ook vandaag bij dromen…

In deze offices bevindt zich ook de grote Race Control Room, waar elke hoek van het circuit te volgen is via de vele monitoren.

Een aantal trappen hoger komt echter de grote verrassing. We betreden vanuit de achterkant het hoofdpodium en staan voor de enorme led wall waar de huldigingen plaatsvinden. Vanuit hier heb je een prachtig uitzicht over de start/finish en de hoofdtribune.
Wanneer ik dan toch hier ben dan mag ik even op die eerste podiumplaats staan, waar Max Verstappen niet alleen vorig jaar maar ook in 2021, 2022 en 2024 stond.
Om het fotomoment nog leuker te maken krijg ik van Chiara een megafles champagne in mijn handen geduwd.

Via deze link vind je details van de tours die Imola Faenza Tourism Company aanbiedt. Naast de tour die ik deed, zijn er wandeltours en zelfs fietsdagen. Een extra leuk event is een camperweekend waarbij campers ook het circuit op mogen.

Het gebied tussen Modena en Imola, midden in Emilia-Romagna, wordt ook wel Terra dei Motori of Motor Valley genoemd. Het is het kloppend hart van deze regio wat betreft de motor- en auto-industrie.
Grote auto- en motormerken zoals Ferrari, Lamborghini, Maserati en Ducati hebben hier hun productiecentrum. Dat is uniek in de wereld, zo dicht bij elkaar. Er zijn in dit stukje Italië maar liefst vier internationale circuits en dertien musea die met auto’s, motors en racen te maken hebben, zoals je op dit kaartje kunt zien.
Tip: op dit moment kun je op Netflix de Italiaanse serie Motorvalley zien, een groot deel van de serie is opgenomen in en rond Imola. In deze blog lees je er meer over.’
