Autodromo Enzo e Dino Ferrari – het circuit van Imola
Een paar jaar geleden kwam Marlou op weg naar Vieste in Imola, dat je wellicht kent van het circuit, het Autodromo Internazionale Enzo e Dino Ferrari, waar je in deze blog meer over leest.
Imola zelf is echter ook een bezoek waard. Het is een soort klein Bologna, met dezelfde kleuren, portici en verrukkelijke adresjes in overvloed.

Dankzij een autoluw historisch centrum en de ligging aan een rivier, met rondom groene heuvels is Imola een vriendelijke, uitnodigende stad en een perfecte bestemming om je een dagje onder te dompelen in de gastronomische gastvrijheid van Emilia-Romagna.

Dit voorjaar was Marlou opnieuw in Imola, om de stad verder te ontdekken, en in dit artikel neemt ze je mee naar de mooiste plekken, van bijzondere musea tot een historische apotheek en een mooi wijndomein.
Marlou: ‘Na een lange reis vanuit Nederland, kom ik laat op de avond aan bij Hotel Ziò, een sfeervol hotel met een lange historie dicht bij het centro storico. Nadat ik mijn auto op de parkeerplaats van het hotel heb gezet, word ik hartelijk verwelkomd door het vriendelijke personeel.
De ochtend erna wacht een heerlijk uitgebreid ontbijtbuffet en een geweldige service: eigenaresse Federica staat de fietsen die het hotel voor Elisa van Imola Faenza Tourism Company en mij beschikbaar stelt af te stoffen. Ik zeg dat ik als olandese wel iets gewend ben, maar Francesca poetst rustig door.



Net als in Ferrara is het in Imola goed fietsen en er zijn zelfs fietsstroken, zij het aan de linkerkant van de weg. Achter Elisa aan fietsend kijk ik goed om me heen om al het fraais in me op te nemen dat ze mij aanwijst. Het is heerlijk weer dus geen straf om even lekker te trappen, zeker niet na twee lange dagen in de auto.


De eerste stop is Palazzo Tozzoni, een van de drie belangrijke musea van Imola die iets vertellen over de geschiedenis van de stad. In dit palazzo woonde vijf eeuwen lang de adellijke familie Tozzoni, tot het in 1978 aan de gemeente Imola werd geschonken door Sofia Serristori Tozzoni, de laatste telg van de familie. Drie jaar later werd het opengesteld voor publiek.
Oriana Orsi wacht op ons bij de ingang. Zij is kunsthistorica en conservator voor de musea van Imola en geeft ons een privétour. Met veel verve leidt ze ons door de verschillende vertrekken, als een ware tijdreis in dit huismuseum. Het geeft perfect het leven en de smaak van de diverse generaties weer.
Je ziet de stijlen van de vele vertrekken veranderen: het dramatische, donkere interieur van de barok maakt plaats voor het sierlijke en de lichtere kleuren van de rococo en strakkere vormen van de Empirestijl.

We zien de bibliotheek, een badkamer, de keuken, eetzalen en slaapvertrekken met geheime gangen, maar het hoogtepunt van dit museum is toch wel de levensechte replica van Orsola Bandini, de zeer jong overleden echtgenote van Giorgio Barbato Tozzoni.

Glunderend vraagt Oriana me: ‘Ben je klaar om Orsola te ontmoeten?’ Ik wist niet wat ik kon verwachten en sta ineens oog in oog met een levensechte dame.
Het verhaal wil dat Orsola na het verlies van haar tweejarig zoontje depressief en zelfs krankzinnig werd. Er werd gesproken van een onverklaarbare ziekte. Uiteindelijk is ze in 1836 van wanhoop gestorven op slechts negenendertigjarige leeftijd.
Haar echtgenoot liet een pop van haar maken, waarbij haar gezicht en handen werden gebeeldhouwd en haar lichaam juist zacht moest zijn om in verschillende posities te kunnen worden geplaatst.
Alle kleding die de pop draagt, is origineel. Van Orsola’s eigen haar werd een pruik gemaakt waar een speciale kapper zorg voor draagt. Ik kan bijna niet geloven dat de haren die ik hier zie eeuwen oud zijn. Men zegt dat de diepe liefde van de graaf voor zijn vrouw hier nog rondwaart.

De liefde van Oriana voor dit museum is ook echt en aanstekelijk. Ze kent elk hoekje en merkt direct wanneer er iets verplaatst is. Hier en daar hangt ze iets recht. Ik voel me bevoorrecht want mag vaak verder kijken dan waar dat normaal toegestaan is. Zo roept ze me een keer om aan een tafel te voelen die goud lijkt maar van hout is. Een meesterwerk én goedkoper voor die tijd.
met dank aan Palazzo Tozzoni voor een aantal foto’s
We stappen weer op de fiets voor het volgende museum waar Oriana eveneens onze gids zal zijn. Wel nemen we onderweg een kleine koffiepauze in de favoriete bar van Elisa; Caffè Otello, een antiek pand met betegelde muren en een beschilderd plafond.
Een aanrader ook vanwege de vele dolci. Ik proef een klein stukje van de beroemde torta degli sposi, de taart van het bruidspaar.

Zelf had ik een historische apotheek op mijn to see-lijstje staan en Elisa weet direct welke ik bedoel. We fietsen er even naartoe. Deze prachtige Farmacia dell’Ospedale uit 1794 ligt onder de portici, de Via Emilia 96.
Een museum op zich met ruim vierhonderdvijftig oorspronkelijke majolica vazen in kasten, een eeuwenoud kruidenboek en fresco’s van lokale kunstenaars op het plafond.
De hedendaagse apotheek zit ernaast en tijdens openingsuren (zie deze link) kun je de historische apotheek gratis bezoeken. Echt de moeite waard om hier een kijkje te nemen!


Een kort fietstochtje brengt ons bij het Museo San Domenico. Oriana loodst ons door de gangen van dit voormalige Dominicaner klooster uit de dertiende eeuw.
Tot 1797 bleef het een klooster, daarna deed het dienst als kazerne voor de soldaten van Napoleon. Pas vanaf de jaren zeventig is het een museum en biedt het onderdak aan werken van kunstenaars uit Imola en omgeving: schilderijen, sculpturen, tekeningen en keramiek van de veertiende eeuw tot nu. Ook zijn er regelmatig tentoonstellingen.

Het voormalig klooster grenst aan de kerk Santi Nicolò e Domenicò en in een van de kloostergangen zit een ‘geheim’ luikje. Wanneer een kloosterling ziek was en dus niet in staat de mis in de naastgelegen kerk bij te wonen, kon hij via dit luikje toch de mis volgen.
Via een naastgelegen deur betreden we de preekstoel en zien de kerk van bovenaf in al haar glorie. Heel bijzonder om de kerk op deze manier te bekijken.

Oriana wijst me op een groot doek uit 1584 van Lavinia Fontana, de eerste vrouwelijke schilder uit de renaissance die aan het hof mocht werken. Ze werd geroemd om haar fijne technieken en details.

We bekijken zaal na zaal en eindigen met de modernere keramiekwerken van het duo Bertozzi & Casoni. Hun grootste werk staat prominent in de hal van het museum. Scegli il Paradiso is een twee meter hoog beeld van Maria met een grasmaaier in het paradijs.


Ik bedank Oriana voor haar enthousiasme en fiets samen met Elisa naar Il Borghetto, een overdekte mercato die alleen ‘s ochtends geopend is. Alles op het gebied van eten is hier te koop, ook allerlei streekspecialiteiten als pasta’s en kazen. Een bonte verzameling heerlijkheden onder één dak.
Nog maar net kan ik me bedwingen bij een ouderwets snoepwinkeltje waar allerlei snoep in grote glazen potten me toelacht.

Het is immers tijd voor de pranzo, de lunch. Hiervoor gaan we naar Olesia – pasta fatto a mano dal 1996, een familiebedrijf met zitjes buiten waar het gezellig druk is.
‘Creëer je eigen gerecht,’ zo staat op de kaart. Je kiest een vers gemaakte pasta en vervolgens welke saus je erbij wil. Ik ga voor de garganelli met pomodoro e basilico en Elisa kiest de tortellini met burro e salvia. Als toetje delen we een semifreddo al pistacchio, ook al zo lekker!

We fietsen terug naar het hotel en stappen daar in de auto van Elisa. Er staat namelijk nog meer op het programma, maar daarvoor moeten we iets buiten het centrum zijn.
Eenmaal in de groene heuvels waan je je gelijk in een andere wereld. Onderweg passeren we de rivier die hier en daar zelfs watervalletjes heeft.

Eenmaal hoog in de heuvels ligt Ca’ Bruciata, een vijfentwintig hectare tellend biologisch wijndomein, met rijen vol wijnranken en prachtige vergezichten.



Davide Veronesi vertelt met trots over het familiebedrijf. Zijn opa kocht dit stuk grond in de jaren vijftig en trok met zijn gezin in het enige huis op de heuvels dat niet geheel verbrand was. Vandaar de ietwat vreemde naam van het wijndomein (Ca’ Bruciata betekent afgebrande/verbrande woning).
Als het aan Davide ligt, opent hij in het proeflokaal, dat uitzicht biedt op de wijnranken, meerdere flessen maar helaas hebben we maar tijd om twee witte wijnen te proeven: de Albana en de Traminer, vergezeld van streghette, de krokante stukjes gebakken brooddeeg die typisch zijn voor deze streek. Ik beloof een andere keer terug te komen om ook zijn andere wijnen te proeven.

Elisa en ik rijden verder naar Frantoio Valsanterno, een jong bedrijf dat de olijfboomgaard en bijbehorende olijfperserij nieuw leven heeft ingeblazen.
Met respect voor het terrein en oude tradities maar ook met ruimte voor een nieuwe methode van olijventeelt werken ze hier met een groep van meerdere eigenaren.
Een van hen laat ons de olijfboomgaard zien en proeven van de drie bestsellers. Iedereen is hier (op afspraak) welkom voor een olijfexperience en natuurlijk kun je er ook olijfolie kopen om thuis lekker lang na te genieten van deze unieke plek.
met dank aan Frantoio Valsanterno voor een aantal foto’s
‘s Avonds tref ik Elisa op het Piazza Matteotti, in het hart van Imola. Een perfecte plek voor een aperitivo, maar ook voor een koffiepauze tijdens het shoppen bij de vele boetiekjes in de stad.
Het vierkante plein droeg in de renaissance de naam Piazza Maggiore. In 1946 werd het vernoemd naar Giacomo Matteotti, een socialistisch parlementslid dat in juni 1924 werd vermoord door een groep fascisten.


Aan het plein ligt het gemeentehuis van Imola maar ook veel horecagelegenheden. Het meest in het oog springend is het immense pand van het historische Caffè Bacchilega, momenteel het onderkomen van prijswinnende patissier Sebastiano Caridi. Stap hier vooral eens binnen voor een blik op het interieur en de prachtige dolci.


Wij strijken neer bij de hippe cocktailbar Semplice voor een Negroni Sbagliato, geserveerd met heerlijke hapjes.

Tot slot slenteren we naar Gelateria Gioelia (Via Appia 42) om net zoals ik een paar jaar geleden deed een heerlijk ijsje te eten. Gelukkig is het nog net zo lekker als in mijn herinnering!’
