Ga op pad met onze City Walks!

Goddelijke taal

Florence was echter niet alleen een tijdlang de hoofdstad van Italië, zoals ik gisteren schreef, volgens de trotse Florentijnen is de stad ook verantwoordelijk voor de grootste gemene deler van de Italianen: de Italiaanse taal. De wortels van de Italiaanse taal die ook vandaag de dag nog – al dan niet verstaanbaar en grammaticaal correct – in heel Italië wordt gesproken, liggen namelijk in het Florentijnse dialect.

In tegenstelling tot wat niet-Italianen vaak denken, zijn de verschillende dialecten die in Italië gesproken worden dus niet afgeleid van het standaard-Italiaans. Het is precies andersom: het Algemeen Beschaafd Italiaans is zelf ontstaan vanuit een dialect: het dialect dat in het veertiende-eeuwse Florence gesproken werd. Vooral de beroemde Florentijnse dichters Dante Alighieri, Francesco Petrarca en Giovanni Boccaccio traden op als ambassadeurs van het Florentijnse dialect. We kunnen hen dus eigenlijk beschouwen als de grondleggers van de Italiaanse taal. Net als de andere dialecten die in Italië gesproken worden, is het Florentijns overigens weer een afgeleide van het vulgaire Latijn, de gesproken versie van het Latijn die lange tijd naast de officiële geschreven versie bestond.

Dante werd precies 745 jaar geleden, in mei 1265, geboren. Zijn exacte geboortedatum is niet bekend, maar wel zeker is dat hij op 26 maart 1266 werd gedoopt in het Baptisterium. Al op negenjarige leeftijd raakt hij helemaal in de ban van Beatrice. Voor haar is de hoofdrol in zijn bekendste werk, La Divina Commedia, weggelegd.

In zijn Goddelijke Komedie beschrijft Dante zijn fictieve reis door het hiernamaals. De titel waaronder wij het werk kennen is overigens pas veel later aan Dantes meesterwerk gegeven. Zelf noemde hij zijn werk simpelweg Mia Commedia, terwijl anderen het ook wel aanduidden als Il Dante. Het was Dantes collega-schrijver Boccaccio die het werk in 1630 de huidige eretitel gaf. Bij commedia moet je trouwens niet denken aan een humoristisch werk: in de middeleeuwen duidde men een werk met het woord komedie aan als het verhaal een goede afloop kende, in tegenstelling tot een tragedie dus. Al lijkt die goede afloop in het begin erg ver weg:

Nel mezzo del cammin di nostra vita
mi ritrovai per una selva oscura,
ché la diritta via era smarrita.

Klik hier <Dante – Nel mezzo del cammin di nostra vita> voor het hele fragment, in het Italiaans én in het Nederlands.

Dante beschrijft vervolgens zijn visionaire reis, in de paastijd van het jaar 1300, door alle regionen van Hel, Louteringsberg en Paradijs. Het is een tocht vol ontmoetingen met zielen uit het verleden. Zij vertellen over dat verleden, maar door hun vermogen in de toekomst te zien kunnen ze ook dramatisch ontvouwen wat Dante, zijn stad en land te wachten staat.

De Goddelijke Komedie is historisch, retorisch en compositorisch van een ongekende rijkdom, maar het werk is bovenal een gedicht, waarin de gedachten gedragen worden door de muziek van maat en rijm, ritme, alliteratie en assonantie. Voor de vertaling van het eerste vers heb ik daarom voor de vertaling van Cialona & Verstegen (Amsterdam, Athenaeum – Polak & Van Gennep) gekozen, aangezien zij – heel knap! – vasthouden aan Dantes rijmschema, zodat het ritme van het origineel behouden blijft. Helaas is hun boek alleen nog tweedehands verkrijgbaar, maar de bibliotheek biedt vast uitkomst!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *