Ga op pad met onze City Walks!

Het ei van Brunelleschi

 

koepel-Duomo-Florence

‘Een bouwwerk, groot genoeg om de gehele bevolking van Toscane met zijn schaduw te bedekken en opgetrokken zonder gebruikmaking van balken of uitvoerige houten schoren.’ Zo luidde de opdracht voor de bouw van de koepel van de grootse kathedraal van Florence, ook wel bekend als de Duomo of de Santa Maria del Fiore. Er waren echter maar weinig architecten die de opdracht aan durfden, vandaar dat er op 19 augustus 1418 een wedstrijd werd uitgeschreven voor het ontwerp van de koepel. Naast ongekende roem zou de winnaar een vergoeding krijgen van tweehonderd gouden florijnen, in die tijd het bedrag dat een vakman na twee jaar hard werken aan diverse opdrachten bij elkaar gesprokkeld had.

Aangespoord door de uitdaging de opdracht in de wacht te slepen, wierp Filippo Brunelleschi de traditionele opvattingen over het bouwen van koepels overboord. Hij bedacht een techniek waarmee hij een gewelf van nooit eerder vertoonde omvang kon bouwen. Brunelleschi’s model voor de domkoepel was inderdaad zo nieuw en zo overweldigend dat het met enige scepsis werd ontvangen. De opdrachtgevers geloofden niet dat Brunelleschi zijn plannen ook daadwerkelijk tot uitvoering zou kunnen brengen. De gemoederen liepen zo hoog op dat Brunelleschi met geweld uit de vergadering van bouwmeesters moest worden verwijderd.

Het was voor de opdrachtgevers ook niet makkelijk te beslissen wie van de deelnemers de beste ideeën had. Zo had volgens Vasari een andere gerenommeerde architect het voorstel ingediend de koepel te bouwen rondom een enorme berg zand, die naargelang de bouw vorderde, steeds zou worden opgehoogd. Alleen zo zou je volgens de bedenker van dit plan kunnen vermijden dat een koepel met zo’n enorme spanwijdte zou instorten. Hij had ook een ludiek plan bedacht om het zand na afloop, als de koepel voltooid was, weg te halen. Hij stelde voor een grote hoeveelheid muntstukken in het zand te verstoppen, zodat de Florentijnen op jacht konden naar geld – en tegelijk het overbodige zand naar buiten konden scheppen.

Brunelleschi vond dit idee echter maar grote onzin. Hij wilde de opdracht zo graag in de wacht slepen dat hij voor de volgende bijeenkomst een list verzon. Hij nam een ei mee en vroeg aan alle aanwezigen het ei rechtop op tafel te zetten. Iedereen probeerde het, maar men moest toegeven dat het onmogelijk was. Brunelleschi nam daarna zelf het ei ter hand en sloeg de onderkant voorzichtig stuk. Hij zette het ei rechtop op tafel en wierp de aanwezigen een triomfantelijke blik toe. Ze riepen dat zij het op deze manier ook konden, waarop Brunelleschi lachend antwoordde dat zij vast ook een koepel konden bouwen nadat hij eerst het goede voorbeeld had gegeven. Met deze woorden haalde Brunelleschi de opdracht definitief binnen en kon de bouw van de koepel beginnen.

Voor de zekerheid werd Lorenzo Ghiberti aangewezen als assistent, maar dit pikte Brunelleschi niet. Het was zijn idee, en alleen hij zou dit idee tot uitvoering brengen, met door hem zelf aangewezen assistenten. Hij weigerde te komen werken als Ghiberti aanwezig was, en aangezien deze in zijn eentje niet verder kwam werd Brunelleschi’s wens ingewilligd. Ghiberti werd weer van zijn taak ontheven en de bouw van de koepel kon nu echt van start gaan.

Brunelleschi was overigens de enige architect die beweerde het project te kunnen voltooien zonder het gebruikelijke steigerwerk en de bijbehorende formelen (een houten constructie waarop een boog of gewelf gebouwd wordt). Hij had een zelfdragende constructie ontwikkeld, die door de Florentijnse dichter Giovanni Battista Strozzi een eeuw na de bouw van de koepel wordt beschreven als di giro in giro, oftewel kring voor kring. Deze formulering slaat ongetwijfeld op de metseltechniek die in de Santa Maria del Fiore werd toegepast, waarbij men telkens wachtte tot de mortel van een rij metselwerk droog was voordat de volgende rij werd geplaatst. Maar afgezien van beeldspraak en dichterlijke vrijheid blijft het een eigenaardige beschrijving als je bedenkt dat de koepel achthoekig is, en niet cirkelvormig.

Het visgraatmetselwerk was weliswaar slim bedacht, maar deze manier van metselen kon niet voorkomen dat de koepel naar binnen toe in elkaar zou kunnen storten. De werkelijk geniale oplossing die Brunelleschi had verzonnen bestond uit een soort rond geraamte waarop de achthoekige buitenstructuur van de koepel gestalte kreeg. Hij wilde in de dikke koepelwand een reeks ononderbroken cirkelvormige kransen aanbrengen. Aangezien de binnenwand van de koepel zeer dik is, van meer dan twee meter aan de basis tot anderhalve meter op het hoogste punt, was er ruimte genoeg om er een cirkelvormig skelet met een dikte van ongeveer 75 centimeter in te verwerken. Rowland Mainstone, een Britse bouwkundige die deze vorm ontdekte na een grondig onderzoek van de koepelstructuur, verklaart het als volgt: ‘De binnenwand was gebouwd alsof het een ronde koepel betrof… Alleen werden er zowel van binnen als van buiten stukken weggelaten om de achthoekige vorm van het gewelf te bewaren’. Het visgraatmotief zorgde ervoor dat de stenen die uit de ronde kring staken op hun plaats werden gehouden, dat wil zeggen, alle stenen van de binnenkoepel die geen deel uitmaakten van de horizontale kring.

De buitenkoepel stelde Brunelleschi voor een ander probleem. Bij een wand die aan de basis nauwelijks meer dan 60 centimeter dik was, en bovenin zelfs niet veel meer dan 30 centimeter, was het onmogelijk een cirkelvormig skelet in de wand zelf aan te brengen. Hoe kon van deze buitenwand een zelfdragende constructie worden gemaakt zoals dat bij de binnenwand gebeurd was? In de wijzigingsvoorstellen van de bouwtekeningen uit 1426 is een aanwijzing te vinden voor de methode die werd toegepast voor de bouw van het bovenste gedeelte van de buitenwand. Er is hier niet alleen sprake van een visgraatstructuur, maar ook van een andere gemetselde constructie, namelijk een horizontale boog die aangebracht zou worden aan de binnenkant van de buitenste koepelwand: ‘Zorg dat bakstenen worden gebouwd in de vorm van een boog ter vervolmaking van de cirkel die de buitenwand omgordt, opdat deze geprojecteerde boog één ongebroken geheel zal vormen’.

Deze boog is volgens dit document bedoeld om ‘de koepel met grotere veiligheid te voltooien’. Dat het idee van Brunelleschi aan dit doel voldeed, bleek al snel na de voltooiing van deze horizontale boog. Uiteindelijk hebben de metselaars daarom nog acht van deze ononderbroken cirkels aangebracht, die deel uitmaken van de achthoekige structuur van de buitenwand. Alle ringen zijn ongeveer 90 centimeter breed en 60 centimeter hoog en ze omarmen de koepel met tussenruimten van tweeënhalve meter, te beginnen vanaf iets boven de tweede zandstenen ketting. Ze zijn op sommige plaatsen zichtbaar in de gangen tussen de beide wanden, maar van buiten is dit niet te zien: van buitenaf ziet de koepel er volmaakt achthoekig uit. Deze negen ringen speelden bij de bouw van de koepel een rol van het allergrootste belang. Ze beginnen op de hoogte – ongeveer zesendertig armlengtes boven de trommel – waarop de wand voor het eerst de kritische hoek van dertig graden overschrijdt. Dit verklaart waarom deze boogringen op deze hoogte begonnen en niet al lager werden toegepast, waar de zijwaartse druk veel groter is. Ze liggen rond de omtrek van de wand om deze juist op de hoeken dikker te maken. Het metselwerk van de buitenwand werd op deze manier zelfdragend en kon niet meer naar binnen toe instorten.

Nadat er zestien jaar aan de koepel was gebouwd, werd in 1436 de laatste steen op zijn plek gemetseld. De koepel, met een spanwijdte van 42 meter aan de binnenzijde en 50 meter aan de buitenzijde, en met een vermoedelijk gewicht van 26.000 ton was klaar – Brunelleschi’s plan was geslaagd! Pas veel later werd de laatste hand aan de versiering van de koepel gelegd. In 1467 plaatste Andrea del Verrocchio de lantaarn, met een diameter van 2,4 meter, op de top van de koepel. Verrocchio had alleen al drie jaar lang gewerkt aan de bol die de lantaarn siert. Het was nog geen gemakkelijke klus om de bol op zijn plek te hijsen, zeker nu Brunelleschi geen briljante oplossing meer kon bedenken voor het omhoog hijsen van deze zware last. Brunelleschi was namelijk op 15 april 1446 overleden. Hij heeft de echte voltooiing van de koepel dus niet meer mee mogen maken.

Duomo-Florence-2

Een grappige anekdote is trouwens dat de bol op de lantaarn lang niet zo stevig verankerd was als de koepel op de dom zelf. Het verhaal gaat dat tijdens een vreselijk onweer de bol van de lantaarn is gerold en op de stoep naast de dom terecht is gekomen, waar hij een flinke deuk heeft achtergelaten. Voor de Florentijnen een teken dat niemand het kunstje van Brunelleschi kon evenaren!

De beschrijving van Giovanni Battista Strozzi, die de bouw van de koepel beschreef als di giro in giro, verwijst overigens niet alleen naar de methode van het metselen of de reeks boven elkaar gelegen ringen die de twee wanden van de koepel vormen. Het is ook een verwijzing naar de Divina Commedia (Goddelijke Komedie), waarin Dante precies dezelfde formulering gebruikt om het paradijs te beschrijven, dat wordt voorgesteld als een reeks van negen concentrische cirkels. Zo bouwde Brunelleschi niet alleen een koepel, maar plaveide hij tevens de weg naar het Paradijs…

In het boek De koepel van Brunelleschi van Ross King vind je nog veel meer wetenswaardigheden over Brunelleschi en de bouw van ‘zijn’ koepel. Een aanrader tijdens je bezoek aan Florence!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. Een leuke anekdote en volgens Giorgio Vasari is de commissie toen door de knieën gegaan en heeft Brunelleschi de opdracht voor de koepel gegeven. Waarschijnlijk berust dit verhaal over het ei niet op feiten. Antonio Manetti, tijdgenoot Brunelleschi, vermeldt deze anekdote in zijn biografie over Brunelleschi niet. Meer lezen en zien over de bouw van de koepel volg deze link: http://www.teggelaar.com/florence-dag-1-vervolg-1/

    Met vriendelijke groet,
    Ruud Teggelaar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *