Ga op pad met onze City Walks!

Als de natuur roept – een interview met Paolo Cognetti

Het boek van Paolo Cognetti, De acht bergen (Le otto montagne in het Italiaans), was hét boek van 2017. Het werd zowel in Italië als in Nederland en Vlaanderen omarmd door enthousiaste lezers en recensenten. Het boek won bovendien de Premio Strega, de belangrijkste Italiaanse literatuurprijs.

Paolo Cognetti schreef het boek in een berghutje in Brusson, in de regio Valle d’Aosta. Jesper sprak met hem over het verhaal, over vriendschap, het belangrijkste thema in het boek, en over inspiratie die de natuur geeft.

Vlucht naar de bergen
Jesper: ‘De eerste keer dat ik over Paolo Cognetti hoorde, was in november 2016, toen ik in de Italiaanse krant la Repubblica het artikel ‘Io, fuggito in montagna cercando il mio romanzo’ las. In het artikel wordt Cognetti’s boek de hemel in geprezen, niet alleen vanwege het verhaal maar ook de weerklank die het meteen vond in het buitenland. Al meteen bij verschijning waren de vertaalrechten aan vijfentwintig landen verkocht (op dit moment aan bijna veertig!) – een unicum.

Ook Cognetti zelf wordt geprezen, als een eenzaam genie die zijn boek in een berghut schreef, ver van de bewoonde wereld en ver van enig wifibereik.

‘Paolo Cognetti, een jonge schrijver die binnenkort beroemd zal zijn omdat hij een schitterend boek heeft geschreven […] over vaders, zonen en een vriendschap waarover mannen niet praten, omdat ze de juiste woorden niet hebben of misschien schamen ze zich te veel. Het gaat over stilte en schuld, dit boek […], dat bijna als een meteoriet insloeg in de literaire wereld,’ aldus la Repubblica.

Na deze vleiende woorden was mijn interesse gewekt en ik toog tijdens de lunchpauze naar de boekhandel om Cognetti’s ‘meteoriet’ te halen. ‘s Avonds dook ik in het verhaal van twee jongens, Pietro en Bruno, zeer verschillend qua karakter en temperament, maar misschien juist daarom trekken ze elkaar aan.

Ik kon het boek maar moeilijk wegleggen en meteen bij het ontbijt las ik verder, tot mijn werkdag al ver gevorderd was.

Twee tegenpolen
Twee tegenpolen die elkaar zonder al te veel woorden lijken te begrijpen. De een blijft in de bergen, de ander reist de wereld over. Maar vaak ontmoeten ze elkaar weer, in de bergen.

Ook hun ouders – die misschien nog wel verschillender zijn dan de jongens zelf – volg je, hun beweegredenen, hun karaktertrekken, hun liefde, die tweeduizend meter hoogte overstijgt alsof het niets is. In een wereld die bestaat uit bergtoppen, bossen, watervallen en hellingen kruip je langzaam in hun leven, kruipen zij onder je huid.

De rode draad in het leven van beide jongens is de grootsheid van de natuur, die hun karakter grotendeels vormt. Bijna op gedempte toon, in het ritme van een rustig kabbelend bergbeekje, neemt hij je mee de bergen in, om de wereld om je heen voor uren te vergeten.

Als ik de laatste zin van het boek heb gelezen, ben ik niet alleen overdonderd door het verhaal maar ook door Cognetti’s schrijftalent. Ik besluit hem te mailen met een interviewverzoek. Het antwoord komt bijna per ommegaande en we vinden snel een moment voor het interview.

In de wildernis
Ik vroeg hem allereerst of hij tijdens het schrijven al het vermoeden had dat zijn boek zo succesvol zou zijn.

Paolo Cognetti: ‘Dat durfde ik niet eens te dromen. Maar ik wist wél dat ik een mooi verhaal aan het vertellen was, een verhaal dat mensen zou raken. Op een gegeven moment ging het schrijven daardoor bijna vanzelf, het stroomde als het ware uit mijn pen.’

Inspiratie haalde Cognetti vooral uit de bergen, maar ook uit alle boeken die hij eerder verslond. ‘Ik was eerst een groot lezer voordat ik zelf ging schrijven. Ik heb genoten van verhalen van Annie Proulx, Per Petterson, Hermann Hesse, Primo Levi en Alessandro Baricco, om een paar favorieten te noemen. Hun verhalen inspireerden mij om ook zelf te gaan schrijven.

Als ik één concreet voorbeeld mag noemen, dan is dat Into the Wild van Jon Cracow. Ik lijk echt op Christopher McCandless, de hoofdpersoon. Ik was altijd een braaf jongetje, een voorbeeldige student, een verlegen en teruggetrokken kind. Later kreeg ik pas de drang in opstand te komen tegen de samenleving.

De bergen maakten deel uit van mijn kindertijd, ze waren het decor van mijn weg naar volwassenheid. Maar in de loop der tijd was ik hun invloed gewoonweg vergeten. Toen ik Into the Wild las was ik net dertig en ik was bepaald niet gelukkig met mijn leven. McCandless zette me aan het denken en korte tijd later besloot ik in de bergen te gaan wonen. Zo keerden de bergen terug in mijn leven, als rebellie tegen de gevestigde orde, maar tegelijkertijd als de wens om een bepaald hoofdstuk van mijn leven af te sluiten en met een onbeschreven pagina verder te gaan.’

Ik vraag hem of de bergen hem meteen aanzetten tot schrijven. Was hij er meteen thuis genoeg om al die prachtige zinnen aan het papier toe te vertrouwen?

Cognetti: ‘De concrete aanleiding was het huis van een van mijn bergvrienden. Of beter gezegd, een ruïne, want het was onbewoonbaar. Maar het lag prachtig, vlak bij een bergmeer. Daarmee begon het. Ik speelde met het idee er een zomer door te brengen, samen met hem, om het huis weer bewoonbaar te maken. Hoe zou dat zijn? Met het schrijven van dit boek realiseerde ik eigenlijk die droom.’

Premio Strega
In het voorjaar van 2017 bleek Cognetti’s boek tot de vijf finalisten van de Premio Strega te horen. Dat ging gepaard met veel media-aandacht en zelfs heuse polemieken over de toewijzing van de prijs. Cognetti hield zich er verre van. ‘Het gaat mij om de verhalen,’ vertelt hij, ‘niet om de prijzen die die verhalen winnen. Ik moet worden meegesleept in het verhaal, in de schrijfwijze. Daar verandert een prijs – hoe belangrijk ook – voor mij niets aan.’

Dankzij die prijs wordt Cognetti’s verhaal door veel lezers ontdekt én omarmd. Men trekt massaal de bergen in, vanuit een luie stoel, de metro, de trein. De twee jongens kruipen onder je huid.

Van de Alpen naar New York
De vader van Pietro wordt door Cognetti omschreven als iemand die altijd zonder aarzelen voortstapt, gehaast bijna, ook wanneer hij zijn zoon meeneemt de bergen in. Alsof hij het tegen iets of iemand moet opnemen, als een soort wedstrijd waarvan de kleine Pietro het bestaan niet kent.

Het ritme van het boek is echter veel rustiger, kalm, weldadig bijna. Ik vraag Paolo Cognetti of we in onze huidige wereld, die mede dankzij social media steeds sneller wordt, eigenlijk niet meer behoefte hebben aan traagheid, aan onbereikbaar zijn, aan contact met de natuur.

Cognetti: ‘Voor mij is het boek eigenlijk nog best snel, met tweehonderd pagina’s die dertig jaar bestrijken. Misschien ontstaat de rust door de beschrijvingen van het berglandschap, door de gedachten van Pietro die je als ware het je eigen gedachten leest. Er zijn geen computer, geen mobieltjes, maar bomen, beekjes, rotsen.

De tendens van ‘terug naar de natuur’ is er zeker wel, maar mensen zien dat denk ik toch romantischer dan het in werkelijkheid is. Midden in de bergen is er geen wifi, je bent echt van de rest van de wereld afgesneden. Buiten Kerstmis en Ferragosto is er niemand in de bergen. Het is voor veel mensen vast een droom, maar de werkelijkheid is toch anders.’

Cognetti woont zelf ongeveer de helt van het jaar in de bergen. De rest van het jaar brengt hij door in een van de buitenwijken van Milaan. Maar hij is ook dol op New York. In 2010 schreef Cognetti het boek New York è una finestra senza tende (‘New York is een raam zonder gordijnen’). Wat trekt hem zo aan in deze bruisende stad?

Cognetti: ‘Ik kwam voor het eerst in New York op mijn vijfentwintigste. Vijftien jaar lang ging ik er elk jaar heen, het liefst in mijn eentje, om de stad te verkennen. Mijn New York ligt ver van Manhattan, ik heb niets met de wolkenkrabbers, de volgepakte trottoirs en het nachtleven.

Gelukkig heeft New York ook heel veel open plekken, stranden, moerassen, water, ruimte. Ik houd van Red Hook in de vroege ochtend, van de Lower East Side met zijn mix van joodse, Italiaanse en Chinese geschiedenis. New York was de hoofdstad van de emigratie, die diversiteit intrigeert me. Net als de diversiteit van de bergen: er is zo veel te ontdekken, te zien, te voelen.’

De eenzame schrijver
Bijna elke schrijver heeft zijn bijzondere gewoontes en dagelijkse routine die helpen bij het schrijven. Zo schrijft Cognetti zijn zinnen eerst ‘ouderwets’ met een pen op papier, voor hij ze aan zijn laptop toevertrouwt.

Cognetti: ‘Met pen en papier in mijn hand kan ik beter nadenken, beter schrijven ook dan met een toetsenbord en een scherm dat je bijna verwijtend aankijkt als je het niet in een bepaald ritme vult.

Ik schreef tweehonderd pagina’s in twee jaar, dat is dus ongeveer één pagina in vier dagen. Dat is per definitie een slow business, of je nu met de hand of met de computer schrijft. Maar het schrijven met de hand geeft me ongelooflijk veel vrijheid: rugzak om, notitieboek erin en hup, op pad. Soms wandelde ik uren en herschreef ik delen in mijn hoofd, dan weer zat ik uren op een steen te schrijven.’

Cognetti is een vroege vogel, hij staat bijtijds op en begint dan vaak meteen al met schrijven. ‘Zo vanuit mijn dromen naar mijn verhaal. Meestal schrijf ik dan één of twee uur, dan moet ik het verhaal even loslaten. Later op de dag pak ik het dan weer op.’

Het resultaat is, wat De acht bergen betreft, een verhaal dat je bijblijft, dat je af en toe weer even op wil pakken. Als een diepe vriendschap die je koestert en voor altijd in je hart houdt.’

De acht bergen | Paolo Cognetti | vertaald door Yond Boeke & Patty Krone | ISBN 9789023466413 | € 19,99 | uitgeverij De Bezige Bij | bestel De acht bergen via deze link bij bol.com | ook verkrijgbaar als e-book

foto’s: Loic Séron, archief Premio Strega
& Jesper Storgaard Jensen

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *