Download gratis de Ciao tutti app!

Siena – eeuwenoud en tegelijk elke dag springlevend

In september en oktober reisde Saskia zeven weken per trein en bus door Italië, van Bolzano in het hoge noorden tot Napels in het zuiden. Tijdens haar verblijf bij bed & breakfast Paradiso No. 4, haar vaste stek in Siena, kreeg Saskia een weekje gezelschap van haar tante en oom, aan wie Saskia de mooiste (en lekkerste) plekken van Siena liet zien.

De wandelingen gingen gepaard met veel verhalen, legendes en tradities, die in Siena nog op elke straathoek voor het oprapen liggen. Maar achter die middeleeuwse façade gaat een moderne mentaliteit schuil, zoals Saskia’s oom Martin na terugkeer optekende. We mogen zijn verhaal met jullie delen, voor een bijzonder mooie kijk op deze bijzondere stad.

Martin: ‘Mijn oma van moeders kant heette Catharina Adriaans, mijn eerste schoonmoeder was Toosje Cox, mijn tweede zus heette Toos, mijn oudste dochter heeft als tweede naam Catharina en mijn kleindochter heet Cato.

Ze hebben allemaal hun naam min of meer te danken aan Catharina van Siena. Deze heilige werd op 25 maart 1347 geboren als vijfentwintigste kind van een wolverver in het Toscaanse Siena. Haar eigenwijsheid en doortastendheid heeft grote indruk gemaakt op haar vader, haar stadgenoten en zelfs op paus Gregorius XI, die zich door Catharina liet overhalen om van Avignon terug te keren naar Rome.

Een jaar na de geboorte van Catharina brak in Siena de pest uit. De gevolgen zijn vandaag nog duidelijk zichtbaar en soms voelbaar. Pas na een weekje rondwandelen, door het middeleeuwse decor van deze stad, het bezoek aan musea en kerken en het beroemde marktplein, zag ik hoe bijzonder Siena is. Uniek misschien wel. Waar ter wereld kun je rondwandelen in een ommuurde stad met uitsluitend hoogbouw van vier of vijf verdiepingen, die in zeshonderdvijftig jaar niet van uiterlijk veranderd is?

Toen in 1348 de Zwarte Dood zich aankondigde, was Siena een grote welvarende stad met zo’n honderdduizend inwoners; te vergelijken met Parijs in die tijd. De macht was in handen van een burgerbestuur van negen personen, nadat de kardinalen en edelen de stad uit gejaagd waren.

De stad leefde van de handel en de teelt van saffraan en van de reizigers die er onderweg naar Rome stopten. Het bestuur van de negen gaf opdracht voor de aanleg van het Piazza del Campo in het dal tussen de drie heuvels waarop de stad is gebouwd.

Het schelpvormige plein is verdeeld in negen ‘taartpunten’ en het strijdterrein voor de jaarlijkse paardenrace, de Palio. De paarden van tien van de zeventien wijken van de stad racen er om een vaandel (de palio) te winnen. Het is de grootste attractie van Siena en nog steeds de basis voor de rivaliteit tussen de verschillende contrade en de saamhorigheid binnen de wijk.

Tijdens de pest verloor tweederde van de honderdduizend inwoners het leven. Een klap die de stad nooit meer te boven is gekomen. Er wonen nu ongeveer zestigduizend mensen in dezelfde huizen waar eeuwen geleden plaats was voor bijna het dubbele aantal.

Sinds de pest is er geen noodzaak meer geweest om nieuwe woningen te bouwen en de uitbreiding van de Duomo, de kathedraal gewijd aan Maria ten Hemel Opneming, is nooit gerealiseerd.

Honderden jaren is het uiterlijk van de stad niet veranderd, de verdedigingsmuur is nog bijna helemaal intact, het stratenpatroon is hetzelfde als in de veertiende eeuw en dezelfde huizen staan er nog.

In 1995 is de binnenstad van Siena op de Werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst. Sindsdien is het ook verboden om iets aan de gevels van de huizen of de straten en steegjes te veranderen. De glooiende straten zijn smal en geplaveid met natuursteen, dat uitgesleten is. Er is geen stoep en geen spiertje groen, laat staan een boom.

Alleen hoge aaneengesloten gevels van vier of vijf verdiepingen, met hier en daar een deur of een poort waar vroeger paard en kar doorheen konden.

Eeuwenoud en tegelijk elke dag springlevend. Het was nooit een traditie om op het terras te gaan zitten, maar sinds corona hebben de straatjes er een nieuwe gebruiker bij gekregen. Er wordt massaal buiten gegeten. Horecaondernemers hebben hun meubilair op de straat gezet.

Je kunt er nu eten aan een scheefstaande tafel of op een voor- of achteroverleunende stoel, terwijl de etenslucht zich vermengt met de uitlaatgassen van de brommertjes van Glovo-bezorgers.

Wat mij het meest verraste in het oude Siena is de vernieuwing die achter die eeuwenoude gevels gerealiseerd is. Voorbij de kale muren en verroeste hekken van karrenpoorten zijn wonderen verricht. Prachtige sfeervolle woonruimtes en praktische, met smaak ingerichte gebruiksruimtes, zoals winkels en musea.

Er zijn schitterende plannen uitgewerkt waarin oud en nieuw harmonieus samen gaan. De oude fresco’s, die onder het stucwerk tevoorschijn kwamen, zijn waar het mogelijk was behouden. Zonder de inventiviteit en creativiteit van de Sienezen van vandaag zou het eeuwenoude Siena nooit zo’n aantrekkingskracht hebben.

Een voorbeeld is het museum van de wijk van de uil. De zeventien wijken van de stad hebben elk een dier als symbool gekozen. Je hebt de wijk van, bijvoorbeeld, de slak, de eenhoorn, de dolfijn en ook de uil. Ze hebben elk een eigen wapen, eigen kleuren, een eigen clubhuis en in hun wijk staat een fontein met hun eigen dier.

De Contrada della Civetta, de wijk van de uil, heeft haar museum onlangs totaal vernieuwd. Het zit vol verplichte nummers, zoals uitrustingen van de jockeys, vaandels en uiltjes, maar heeft ook tal van verrassingen: je komt de deur binnen, kijkt rond, loopt de moderne ijzeren trap op en nog een en als je daar door het raam naar buiten kijkt zie je een brommertje voorbij zoeven.

Het omgekeerde kan ook gebeuren. Je gaat enkele trappen af, duikt de kelder in, gaat nog een trap maar beneden en plots sta je voor een deur, die je toegang geeft tot de straat.

Nergens kun je dat hoogteverschil mooier ervaren dan in de Santa Maria della Scala, tot eind vorige eeuw het oude ziekenhuis en nu een van de meest bijzondere musea die ik ooit gezien heb. Het gebouw ligt tegenover de Duomo, dicht bij de rand van een steile helling, zoals Siena er veel kent.

Toen het ziekenhuis te klein werd, was er alleen aan de achterkant plaats voor uitbreiding. Men bouwde een verdieping langs de helling naar beneden. Modern en oud gaan hier samen en geven je als bezoeker inzicht in de bouw en de groei van dit gigantische complex.

De naam Scala (dat ‘trap’ betekent) is raak gekozen. Duizenden treden brengen je van lokaal naar lokaal, van de nok tot diep in de kelder. Daar konden we door een smalle in de rots uitgehouwen gang naar het wasbekken lopen, waar vroeger de lakens van het ziekenhuis gewassen werden. Op een aangrenzend binnenplein werden ze vervolgens op de bleek te drogen gelegd.

Onderweg was een oude stortkoker zichtbaar gemaakt. Een deel van de inhoud is blijven liggen. Er zijn duidelijk beenderen van mensen te onderscheiden. Die zijn daar ooit gedumpt, misschien wel tijdens de pest, toen men zich geen raad wist met het teveel aan overledenen.

De beroemdste overledene van Siena ligt in Rome begraven, maar haar hoofd is tentoongesteld op een zijaltaar in de San Domenico, de kerk van de Dominicanen vlak bij het geboortehuis van Catharina. Bij het bezoek aan de kerk sta je er ver van af, maar op de ansichtkaart is duidelijk te zien dat de heilige Catharina, die op drieëndertigjarige leeftijd in Rome stierf, al meer dan zeshonderd jaar dood is. Al is haar herinnering in Siena nog overal springlevend.’

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

2 reacties

  1. Wat is de naam van de kunstenaar die de wereldbol met boom , op jullie fotos, heeft gemaakt?
    Alvast dank,
    Leny
    Ps ik geniet enorm van Ciao Tutti, maar heb wel een vraag: kunnen jullie ook aandacht aan campings besteden? Liefst kleine, groene?

  2. Ciao Leny,
    de kunstenaar is Andrea Roggi.
    En op Ciao tutti staan heel wat tips voor kleine campings (en in onze app nog meer), oa in Toscane, Le Marche, Puglia, bij de Cinque Terre en aan het Comomeer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *