Download gratis de Ciao tutti app

Mandrione – poëzie in de periferie van Rome

Wie Rome bezoekt, komt meestal niet verder dan het historisch centrum. Dankzij de vele schatten die daar te vinden zijn, kun je heel wat keren door het hart van de Eeuwige Stad struinen voor je toe bent aan een verkenning van Romes buitenwijken.

We namen je eerder al mee naar Trullo, een wijk vol street art en poëzie, dit keer wandelen we door Mandrione, waar je onder meer een ‘modern’ Romeins aquaduct vindt. Ver van de drukte van het Colosseum, de Trevifontein en het Pantheon word je verrast door stille schoonheid in deze Romeinse periferie.

Via del Mandrione – een van de mooiste straten van Rome

Jesper: ‘Hoewel ik alweer ruim twintig jaar in Rome woon, was ook ik nog nooit in de wijk Mandrione geweest. Ik had er zelfs nog nooit van gehoord. Tot ik op een dag, al scrollend op mijn telefoon, op een artikel over de tien mooiste straten van Rome stuitte. Daarin zag ik de Via del Mandrione voorbijkomen.

Voor mij onbekend terrein en dus maakte ik een mentale aantekening, om op een zeldzaam vrije middag zonder deadlines eens op onderzoek uit te gaan.

Een paar weken later stond ik oog in oog met het straatnaambord Via del Mandrione, op ongeveer een kwartiertje lopen van het metrostation Porta Furba (linea A).

Fontana di Porta Furba & Acqua Felice

De start van de Via del Mandrione heeft meteen een elegante historische noot. Je wordt namelijk verwelkomd door de monumentale fontein die is gebouwd voor paus Clemens XII, die ook wel de Fontana di Porta Furba wordt genoemd.

De fontein werd rond 1586 gebouwd, op initiatief van paus Sixtus V (die paus was van 1585 tot 1590), die ook besloot om het nabijgelegen Acquedotto Felice (ook wel bekend onder de naam Acqua Felice) aan te leggen, een van de modernste aquaducten van Rome.

De fontein wordt gevoed door het aquaduct en diende op zijn beurt als waterbron voor boeren, pelgrims, lokale families en verdwaalde reizigers. Men haalde hier niet alleen drinkwater, maar gebruikte de fontein ook als openbare wasplaats.

Daarom was een restauratie in 1733 hard nodig. Paus Clemens XII (een van de Corsini-pausen, die van 1730 tot 1740 op de pauselijke troon zat) zorgde voor de benodigde financiële middelen, terwijl Luigi Vanvitelli (de zoon van Gaspare Vanvitelli, alias Caspar van Wittel) tekende voor het ontwerp.

Een verstilde buitenwijk

Toen ik die eerste keer over de Via del Mandrione wandelde, voelde ik meteen een innerlijke rust over me neerdalen. Hoewel het drukke centrum van Rome slechts op een steenworp afstand ligt, hoor je hier maar weinig verkeer. Wellicht zorgt het aquaduct voor een natuurlijke barrière, wellicht is de wijk zelf een wereld op zich.

De straten lijken je te omarmen, als een perfecte mix tussen stad en platteland. De mensen groeten elkaar, wandelen met aanzienlijk minder haast naar hun bestemming dan in het chaotische centro storico.

Bij een caffè al banco vertelt een van de wijkbewoners dat de naam Mandrione een afgeleide is van mandria, kudde. Op deze plek lieten de herders namelijk ooit hun schapen grazen. Wellicht komt daar het gevoel van vrijheid, van onbegrensdheid, vandaan dat me hier overvalt.

Hier vertraag je als vanzelf, terwijl je weet dat de grootsheid van de Eeuwige Stad dichtbij is. Om de hoek zelfs, maar dat lijkt een andere wereld.

Een zwarte pagina uit de Romeinse geschiedenis

De wijk Mandrione ontstond in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Rome was zwaar gebombardeerd door met name de Amerikanen en de Britten. Ongeveer vierduizend bommen werden boven de stad – die in handen was van de Duitsers – gedropt en alleen al in de wijk San Lorenzo vonden meer dan zevenhonderd mensen de dood.

Veel mensen waren hun huis kwijt en gingen op zoek naar een nieuwe plek om te wonen, weg van de rokende puinhopen in het centrum. Een groot aantal van de mensen uit San Lorenzo streek neer in de wijk die nu Mandrione heet, met dank aan het aquaduct dat voor bescherming en beschutting zorgde.

In eerste instantie bouwden ze krakkemikkige hutjes, zonder de nodige voorzieningen. De hygiëne liet te wensen over en naast Romeinen op de vlucht namen ook steeds meer zigeuners en prostituees hun toevlucht tot deze nieuwe wijk.

Toen de woonomstandigheden in de jaren zeventig onhoudbaar bleken, greep psycholoog Angelina Linda Zammataro in. Ze wijdde al haar tijd en aandacht aan de wijk en zorgde met name voor scholing voor de rondzwervende kinderen.

Veel mensen verhuisden naar de wijk Spinaceto en Mandrione werd een toevluchtsoord voor Romeinen die weliswaar het centrum wilden verlaten, maar niet de stad uit wilden. Net als de herders en hun schapen vonden ze in Mandrione een perfecte plek om in alle rust te kunnen verblijven.

De favoriete wijk van Pasolini

Mandrione was een van de favoriete wijken van schrijver en filmmaker Pier Paolo Pasolini, net als Torpignattara. Pasolini werd enorm aangetrokken door het verval dat in de jaren zestig overal in de wijk voelbaar was. Voor hem was een wijk als Mandrione een perfecte plek om geschikte settings en personages voor zijn films te vinden.

Voor zijn misschien wel bekendste film, Accattone (1961), koos hij vooral de wijk Pigneto als decor, maar een aantal scènes werd gefilmd in Mandrione. In zijn essay Vie Nuove (1958) beschrijft hij de wijk:

‘Ik reed ooit door Mandrione met twee vrienden uit Bologna, Vanuit onze auto zagen we kinderen in de modder spelen. Ze renden rond alsof er geen regels waren, alsof ze elke vierkante meter van de plek waar ze waren geboren en getogen kenden en er blind rond konden lopen.

Toen een jochie van een jaar of twee, drie ons voorbij zag rijden, zwaaide hij enthousiast met zijn vieze handen naar ons en blies hij ons een kus toe.’

Io so i nomi

Pasolini noemde Mandrione regelmatig in zijn werk en hij werd vaak gefotografeerd terwijl hij over de Via del Mandrione loopt, pratend met buurtbewoners en grapjes makend met de om hem heen drommende kinderen.

In de wijk herinnert nog altijd een en ander aan hem. Zo zie ik, terwijl ik net als Pasolini heen en weer loop over de Via del Mandrione, Io so i nomi op de muur staan, ‘ik ken de namen’. Deze vier woorden vormden de titel van een inmiddels beroemd artikel, dat in november 1974 verscheen in de krant Corriere della Sera (zie deze link).

In dit artikel onthulde Pasolini dat hij de namen wist van de mannen achter een aantal moorden die in de jaren zestig en zeventig plaats hadden gevonden en die aan honderden mensen het leven hadden gekost. Uiteindelijk zou dit artikel ook Pasolini de kop kosten, zo gaan de geruchten. Hij werd in de nacht van 1 op 2 november 1975 vermoord bij Ostia (waarover je in dit artikel meer leest).

Aan tafel bij Trattoria Accattone

Terwijl ik door de wijk dwaal, met het aquaduct als terugkerend herkenningspunt, stuit ik aan de Via del Mandrione 51 op een trattoria met de naam Accattone, naar Pasolini’s film.

Ik stap er binnen en word naar een tafeltje begeleid. Aan de wanden hangen zwart-witfoto’s uit de tijd dat Mandrione nog een achterstandswijk was. Ik bestel een pasta all’amatriciana, die uitzonderlijk romig en smaakvol is.

Ik vraag de ober mijn complimenten over te brengen aan de kok en niet veel later schuift Fabrizio Santucci, die de scepter in de keuken van Accattone zwaait, even aan tafel.

Hij vertelt dat Accattone in eerste instantie een eenvoudig buurtrestaurant was, met vooral veel Romeinse gerechten op de kaart. Toen hij de plek ontdekte, op deze vrij geïsoleerde locatie in een bijzondere buurt, wist hij dat het voor hem de perfecte plek was om aan de slag te gaan.

Inmiddels heeft hij het menu weliswaar iets verfijnd, maar nog altijd kookt hij Romeinse gerechten voor buurtbewoners – en af en toe voor een nieuwsgierige nieuwkomer zoals ik.

Ik beloof hem ook een vaste gast te worden en bestel nog een caffè voor ik afscheid neem van dit poëtische stukje periferie.’

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *