Liefhebbers van Italiaanse muziek konden afgelopen weken hun hart ophalen. Na de Olympische Spelen, met de grote componisten bij de openingsceremonie en een arena vol muziek als afsluiting, volgden avonden met moderne muziek tijdens het Festival di Sanremo.
Nog niet genoeg van alle musica italiana? Maak je dan op voor een muzikale reis langs de mooiste monumenten van de beroemdste Italiaanse componisten en muzikanten van Italië, van Giuseppe Verdi in Parma tot Domenico Modugno in Polignano a Mare!


Giuseppe Verdi
We beginnen met een van de grootste componisten die Italië gekend heeft: Giuseppe Verdi. Je komt hem allereerst tegen op het Piazzale San Francesco, waar hij sinds maart 2018 op een bankje zit. Het beeld van de beroemde componist werd geplaatst ter ere van zijn tweehonderdste geboortedag, als cadeau aan de gemeente Parma.
Je zou het niet zeggen als je hem zo gemoedelijk op het bankje ziet zitten, maar deze versie van Verdi – van de hand van Sergio Brizzolesi – weegt bijna vierhonderd kilo. Als muziekliefhebber moet je eigenlijk ook een bezoekje brengen aan het Casa della Musica, dat eveneens aan het Piazzale San Francesco te vinden is.


Deze Verdi op een bankje is niet het enige eerbetoon aan Verdi in Parma. Aan het Piazzale della Pace kun je nog altijd de overblijfselen bezichtigen van het fraaie en indrukwekkende monument dat ter ere van Verdi’s honderdste geboortedag werd gemaakt.

In Roncole Verdi, waar Verdi op 10 oktober 1813 werd geboren, staat een mooie buste van de musicus. Ook even verderop, in Busseto, troont hij trots in brons, op het naar hem vernoemde piazza, met het gemeentehuis, het Teatro Verdi en Casa Barezzi, het huis van zijn mentor Antonio Barezzi, waar Verdi in zijn jonge jaren verbleef, studeerde en musiceerde. Later trouwde hij met de dochter des huizes, Margherita Barezzi.

Ook in Milaan, Palermo (voor het Teatro Massimo) en Trieste vind je standbeelden van Verdi. Qua plek is vooral het beeld voor de ingang van Casa Verdi, een bejaardentehuis voor muzikanten in Milaan, bijzonder. Het rusthuis werd door Verdi zelf opgericht. Ook in de tuin ontbreekt de maestro uiteraard niet. Zijn tombe met buste vind je op het Cimitero Monumentale in Milaan.


Arturo Toscanini
Het standbeeld van de wereldberoemde dirigent Arturo Toscanini staat in zijn geboorteplaats Parma, waar hij op 25 maart 1867 ter wereld kwam.
Je ontmoet Toscanini in het Parco Ex Eridiana, dat ook wel bekend staat als het Parco Primo Maggio, aan de Via Barilla. Dit twee meter hoge bronzen beeld is het werk van de eveneens in Parma geboren Maurizio Zaccardi.
Je aanschouwt de dirigent in volle glorie, met zijn ogen strak op het orkest gericht, alsof hij de orkestleden hypnotiseert in zijn streven naar perfecte muzikale harmonie.

Zaccardi memoreert hier aan het ijzersterke geheugen van Toscanini; bij hem kwamen er geen partituren aan te pas. De vurige blik roept het beeld op van Toscanini die als dirigent volledig opgaat in de kern van zijn bestaan, namelijk de muziek.
Het beeld staat dicht bij het Auditorium Paganini, een modern theater waar veel evenementen en concerten plaatsvinden. Vroeger stond op deze plek een suikerfabriek, die door de Italiaanse architect Renzo Piano werd omgetoverd tot een uniek theater in industriële stijl.
Luciano Pavarotti
Het is maar een kort ritje naar het volgende beeld, dat van Luciano Pavarotti in Modena, bij het aan hem opgedragen Teatro Comunale. Het werk is van de hand van kunstenaar Stefano Pierotti en werd tien jaar na de dood van de tenor onthuld.
Je ziet Pavarotti op ware grootte, glimlachend en met open armen, met een sjaal in zijn linkerhand, in de typische houding waarmee hij het publiek na zijn optreden groette.


Ook in Pesaro is Pavarotti aanwezig, op het Piazza Lazzarini, met een beeld van kunstenaar Albano Poli uit Verona.

Gioacchino Rossini
Pesaro is ook de geboorteplaats van de beroemde componist Gioacchino Rossini (1792-1868). Het conservatorium van Pesaro – met in de binnentuin een groots standbeeld van de componist – is naar deze getalenteerde musicus genoemd, maar ook elders in Pesaro loop je Rossini tegen het lijf.

Aan hetzelfde plein als waar het standbeeld van Pavarotti staat, ligt het Teatro Rossini, dat in 1818 werd ingehuldigd met een uitvoering van de opera La Gazza Ladra, van de toen zesentwintigjarige componist Rossini.

Keramieken tegeltjes met muzieknoten en andere muzikale symbolen wijzen je de weg naar zijn geboortehuis, Casa Rossini. In dit museum bekijk je onder meer een aantal libretti van opera’s van Rossini, maar ook een Venetiaanse piano en portretten van Rossini. Het bekendst is een schets van Rossini op zijn doodsbed van de hand van Gustave Doré.

foto’s: Casa Rossini
Nog niet uitgekeken op Rossini? In het Museo Nazionale Rossini, in het Palazzo Montani Antaldi (aan de Via Passeri 72), maak je kennis met de beroemdste inwoner van Pesaro en stap je zijn leven in als ware het een opera, waarbij je zijn levensloop volgt aan de hand van zijn muzikale meesterwerken.
De zalen van het palazzo vormen het prachtige decor van Rossini’s levenswandel. Vooral de Sala degli Specchi (‘spiegelzaal’) is indrukwekkend, met de Pleyel-piano van Rossini.

foto’s: Luigi Angelucci | Museo Nazionale Rossini & Comune di Pesaro
Mede dankzij Rossini’s muzikale erfenis is Pesaro door Unesco uitgeroepen tot Città Creativa della Musica, creatieve stad van de muziek.

Lucio Dalla
We reizen weer even terug naar Emilia-Romagna, voor een bezoek aan hoofdstad Bologna. Unesco heeft ook Bologna benoemd tot Città della Musica, omdat de stad al eeuwenlang nauw verbonden is met verschillende soorten muziek.
Hier wacht Lucio Dalla op je, op een bankje in het parkje van Piazza Cavour, het Piazza Grande uit zijn gelijknamige lied, met zijn klarinet (die hij helemaal zelf leerde bespelen) en een blad vol poëtische zinnen. Zijn blik is gericht op het huis waar hij op 4 maart 1943 werd geboren.
Aan de hand van een aantal van haar favoriete liedjes uit Lucio Dalla’s oeuvre neemt Saskia je in dit artikel mee op een muzikale tour door de straten van zijn Bologna, col rosso dei muri alle spalle.


Ook de moeite van een bezoek waard: Casa Dalla, met op de gevel een afbeelding van Lucio Dalla met saxofoon, omringd door meeuwen. Dalla woonde en werkte er tot zijn dood in 2012.
Inmiddels is Casa Dalla het thuis van de Fondazione Lucio Dalla, die regelmatig rondleidingen geeft zodat je een inkijkje in Dalla’s wereld krijgt.
foto’s: Fondazione Lucio Dalla
Ook een heel stuk zuidelijker loop je Dalla tegen het lijf, in het Siciliaanse Milo. Placido Calì, vereeuwigde Lucio Dalla samen met Franco Battiato, op het Belvedere Giovanni d’Aragona, waar Dalla met prachtig uitzicht piano speelt.

Vincenzo Bellini
Als we dan toch op Sicilië zijn, mag ook een eerbetoon aan Vincenzo Bellini (1801-1835), die in Catania is geboren, niet ontbreken.
Op het Piazza Stesicoro staat een standbeeld van de beroemde componist. Het marmeren monument werd gemaakt door Giulio Monteverde en ingewijd op 21 september 1882, maar tot vlak voor de onthulling wist men nog niet waar het beeld moest komen.
Sommigen wilden het graag voor het Teatro Massimo Bellini plaatsen, dat toen nog in aanbouw was, anderen zagen het liever midden op het Piazza Duomo. Uiteindelijk werd het Piazza Stesicoro het thuis van Bellini’s beeld, met een sokkel die precies zeven treden kreeg, als verwijzing naar de zeven muzieknoten. Aan zijn voeten herken je zijn vier beroemdste werken: Norma, I Puritani, La Sonnambula en Il Pirata.

Bezoek ook het Teatro Massimo Bellini, aan het Piazza Vincenzo Bellini, dat op 31 mei 1890 werd ingewijd met een bijzondere uitvoering van Bellini’s Norma. In dit artikel vertellen we je meer over de pasta alla Norma, die zijn naam dankt aan Bellini’s meesterwerk.

Als je nog verder in het leven van Bellini wil duiken, bezoek je het Museo Vincenzo Bellini, in het Palazzo Gravina Crujillas, dat op de plek zou staan waar Bellini werd geboren.
Het museum toont muziekinstrumenten, partituren, portretten, brieven en persoonlijke objecten die Bellini in zijn korte leven heeft verzameld. Ook vind je er een aantal modellen van decorstukken voor de tien werken die Bellini componeerde.

Ook in Napels is een standbeeld van Bellini te vinden, op het Piazza Bellini in het hart van de stad. Bellini is hier in 1886 vereeuwigd door Alfonso Bazzico, met in de nissen heldinnen uit zijn opera’s die inmiddels helaas zijn verdwenen.

Domenico Modugno
We blijven nog even in het zuiden, voor een bezoek aan Domenico Modugno, die in 1958 het Festival di Sanremo won met Nel blu dipinto di blu.
Modugno werd in 1928 geboren in het prachtige kustplaatsje Polignano a Mare, in Puglia. Hier staat dan ook een (drie meter hoog!) standbeeld van de beroemdste inwoner die Polignano ooit gekend heeft, van de hand van de Argentijnse kunstenaar Hermann Mejer.

Net als bij Bellini was er rondom het plaatsen van het beeld nog wel het een en ander te doen. Men kon het er maar niet over eens worden of de bronzen blik van Modugno nu richting het dorp of richting zee gewend moest worden.
Uiteindelijk werd het dat eerste, naar de wens van de burgemeester, terwijl de kunstenaar zelf, maar ook vrienden en familie van Modugno, liever voor het tweede waren gegaan. De beeldhouwer zou daarom op het laatste moment nog hebben besloten om Modugno af te beelden met een jas die door de wind in beweging gebracht lijkt te worden, richting zee.

Een leuke wetenswaardigheid is dat zanger Domenico Modugno vanwege deze overwinning werd uitverkoren om Italië te vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival, dat in Hilversum werd gehouden.
Het lied viel zelfs in de prijzen; de Italiaanse heren wisten de derde plek te behalen. Je kunt het via deze link terugkijken.

Rino Gaetano
Ook in het Calabrese Crotone een herinnering aan het Festival di Sanremo, met het beeld van Rino Gaetano (1950-1981), met hoge hoed en ukelele, van de hand van Elio Malena.
Met zijn ruwe stem en zijn ogenschijnlijk luchtige en afstandelijke maar inhoudelijke teksten wist Gaetano de samenleving en de politiek te bekritiseren. Je kent hem wellicht van zijn Ma il cielo è sempre più blu en van Gianna, waarmee hij in 1978 deelnam aan Sanremo.

Fred Bongusto
Aan de Via Anselmo Chiarizia in Campobasso (de hoofdstad van de regio Molise) herinnert een standbeeld aan Fred Bongusto (1935-2019). Het is ontworpen door Alessandro Caetani en werd gegoten door de Pontificia Fonderia Marinelli in Agnone, die vooral bekend staat om de kerkklokken die er gecreëerd worden.
Alfredo Bongusto, zoals zijn officiële naam luidde, schreef onder meer Bella Bellissima, Amore fermati, Una rotonda sul mare, Spaghetti a Detroit en Prima c’eri tu. Hij componeerde ook de soundtracks van meer dan dertig films, waaronder Day After Tomorrow (1968) en Questi pazzi, pazzi italiani (1965).

Hij was getrouwd met Gabriella Palazzoli, die met haar rol in de film Buonanotte… Avvocato!, met Alberto Sordi, veel bekendheid verwierf.
Bongusto’s voorliefde voor Latijns-Amerikaanse ritmes en Amerikaanse bigbandswing maakte hem erg populair in Zuid-Amerika, vooral in Brazilië. Hoewel hij werd geboren in Campobasso, bracht hij een groot deel van zijn leven door in het dorp Sant’Angelo, op het eiland Ischia.

Zampognaro
In Scapoli (eveneens in Molise) vind je geen monument voor een componist, een zanger of singer-songwriter, maar voor een bijzondere muzikant: de zampognaro, die een traditioneel instrument bespeelt dat vooral populair was onder herders in onder meer Molise, Abruzzo en Campanië.
Het is een soort doedelzak, gemaakt van schapen- of geitenhuid. Tegenwoordig zie je de zampognari vooral in aanloop naar Kerstmis, als ze naar steden en dorpen trekken om kerstliedjes ten gehore te brengen, zoals Tu scendi dalle stelle, een populair lied onder deze herdersmuzikanten.

Pino Daniele
Met zijn warme stemgeluid en poëtische melodieën was Pino Daniele de perfecte zanger om de sfeer van Napels over te brengen. Denk maar eens aan zijn Napule è (het onofficiële volkslied van Napels dat elke Napolitaan kan meezingen), Je so’ pazzo of Quanno chiove.
De straat waar hij woonde, de Vicoletto Donnalbina, werd na zijn dood in 2015 omgedoopt tot de Via Pino Daniele. Aan de gevel herinnert een elektrische gitaar aan zijn muzikale genialiteit, net als zijn muziek die je regelmatig vanuit een bar hoort schallen.

Voor een standbeeld van Pino Daniele moet je naar Oliveto Citra, in de buurt van Salerno. Dankzij beeldhouwer Davide Stagliano kun je deze woordkunstenaar hier nog in zijn bronzen ogen kijken.

Santa Cecilia
In dit artikel mag de heilige Cecilia, de patroonheilige van muzikanten, natuurlijk niet ontbreken. Volgens de overlevering legde ze al als jong meisje in Rome de gelofte van maagdelijkheid af.
Toen ze werd uitgehuwelijkt aan Valerianus, zong Cecilia tijdens de huwelijksplechtigheid zachtjes een lied aan God, met de vraag haar kuisheid te bewaren. Op het moment dat de bruidsmuziek begon, bracht ze haar aanstaande echtgenoot op de hoogte van haar voornemen.
Cecilia wist zowel Valerianus als zijn broer Tibertius te bekeren tot het christelijke geloof. Samen hielpen ze christenen die door de keizer van Rome werden vervolgd. Toen ze hiervoor werden opgepakt, werden beide broers onthoofd.
Cecilia moest in een bad kokend water zitten, maar dat overleefde ze door continu te blijven zingen. Ook de poging om haar hoofd af te hakken mislukte, maar uiteindelijk stierf Cecilia wel aan de verwondingen die deze mishandelingen hadden veroorzaakt.
In 821 liet de paus haar lichaam overbrengen naar Santa Cecilia in Trastevere. Onder het hoofdaltaar van deze basiliek bewonder je een beeld van de liggende Sint-Cecilia, gemaakt door Stefano Maderno.
Hij vereeuwigde Cecilia zoals ze werd aangetroffen toen in 1599 haar graf werd geopend, met een vrijwel ongeschonden lichaam maar met diepe snijwonden in haar hals.

Lucio Battisti
In Poggio Bustone, een middeleeuws plaatsje in de regio Lazio, ontmoet je Lucio Battisti, die hier in 1943 werd geboren. Op zevenjarige leeftijd verhuist hij met zijn familie naar Rome.
Nadat hij een gitaar heeft gekocht en zijn studie heeft afgerond, begint Lucio in een paar bands te spelen, eerst bij de Napolitaanse groep I Mattatori en daarna bij de Romeinse band I Satiri. Ten slotte sluit hij zich aan bij de beroemde I Campioni, met wie hij naar Milaan reist.
Daar ontmoet hij tekstschrijver Giulio Rapetti, alias Mogol. Samen vormen ze een zeer succesvol duo, met meeslepende, ultramoderne melodieën en slimme, geestige teksten.
Net als de Beatles doorbreken ze de regels van de popmuziek in Italië, met nummers als Il Tempo di Morire, Emozioni, Non è Francesca en 29 Settembre. En dat is nog maar het begin van een lange, succesvolle carrière die zijn stem tot ver buiten Italië laat horen…

Giovanni Pierluigi da Palestrina
De ‘prins van de muziek’, zo werd Giovanni Pierluigi da Palestrina genoemd. Hij werd in 1525 geboren in Palestrina, maar was vele jaren maestro van de Cappella Giulia van de Sint-Pieter, waarvoor hij veel stukken componeerde.
De Florentijnse beeldhouwer Arnaldo Zocchi vereeuwigde hem op het Piazza Regina Margherita, naast de kathedraal.

Little Tony
Eveneens vlak bij Rome prijkt het beeld van Little Tony, pseudoniem van Antonio Ciacci. Hiervoor reis je naar Tivoli, waar Ciacci in 1941 werd geboren. Hij verhuisde later naar San Marino.
Vanwege zijn kenmerkende kuif en zijn swingende rock-‘n-rollmuziek werd Little Tony ook wel de Italiaanse Elvis genoemd. Zijn hits zong hij in het Italiaans en in het Engels. Wellicht ken je Too Good, Cuore matto, Riderà en vooral 24 mila baci, gecomponeerd door Adriano Celentano. Met dit liedje nam Little Tony in 1961 deel aan het Festival di Sanremo en wist hij de tweede plaats te behalen.
Na zijn dood in 2013 werd hij begraven in Tivoli, waar de Romeinse Ferrari Club (Tony was dol op Ferrari’s, zoals je ook in dit artikel kunt zien) ook een buste liet plaatsen.

Antonio Stradivarius
Terug naar het noorden, naar Cremona, waar de wereldberoemde vioolbouwer Antonio Stradivarius is geboren. Hij bouwde meer dan duizend violen, die stuk voor stuk een unieke, warme klank voortbrengen.
Stradivarius zelf duikt als standbeeld op tal van plekken op in de stad, onder meer op het Piazza Marconi en aan de Corso Garibaldi.




Meer weten over dit muzikale genie? Het Museo del Violino is een mooi museum gewijd aan Stradivarius en zijn collega-vioolbouwers, onder wie Amati en Guarneri.
In het auditorium van het museum worden regelmatig vioolconcerten gehouden. In september/oktober geniet je tijdens het Stradivari Festival van de mooiste vioolklanken.

De traditionele vioolbouwkunst wordt in Cremona nog altijd in ere gehouden en van generatie op generatie doorgegeven. Het vakmanschap van de vioolbouwers in Cremona staat zelfs op Unesco’s Werelderfgoedlijst voor immaterieel erfgoed.
Wil je een kijkje nemen in een van de vele werkplaatsen van vioolbouwers in de stad? Het consortium van de vioolbouwers organiseert graag een bezoek voor je. Via de website van het Consorzio Liutai Antonio Stradivari vind je meer informatie.

Claudio Monteverdi
Naast Antonio Stradivarius kom je in Cremona ook Claudio Monteverdi (1576-1643) tegen, die hier eveneens ter wereld kwam. Hij werkte onder meer als muzikant aan het hof van Vincenzo I Gonzaga, de hertog van Mantova, wiens vader bevriend was met de eerder genoemde Giovanni Pierluigi da Palestrina.
Bekende werken uit Monteverdi’s tijd in Mantova zijn de Orfeo voor het carnaval van 1607, Arianna en Mascherata dell’ ingrate.
Zes jaar later werd Monteverdi met algemene stemmen gekozen en aangesteld als maestro di cappella bij de San Marco in Venetië, waar hij dertig jaar zou blijven, waarin hij vele composities creëerde.

Antonio Vivaldi
Wie Venetië zegt, denkt op muzikaal vlak natuurlijk ook meteen aan Antonio Vivaldi. Toch moet je in de stad even zoeken naar een beeld dat aan hem herinnert.
Ver weg van de gebaande paden, bij cruiseterminal San Basilio, staat een monument voor Antonio Vivaldi (1678-1741), met drie muzikanten, van de hand van Gianni Aricò.

Gelukkig zijn er in Venetië nog wel kerken, gebouwen en straten die herinneren aan Vivaldi, wiens muzikale ziel nog altijd sterk aanwezig is in de stad. In dit artikel ontdek je een paar plekken waar de virtuositeit van Vivaldi nog altijd tastbaar is.
Vivaldi is niet de enige componist die je in Venetië tegen komt. Op Burano prijkt een standbeeld van Baldassare Galuppi, ook wel Il Buranello genoemd. Hij was componist en dirigent, die behalve in Venetië ook in Londen en Sint-Petersburg werkte. Hij schreef honderdtwaalf opera’s, onder meer libretti van Carlo Goldoni.

Carlo Goldoni
Ook deze Venetiaanse toneelschrijver en librettist is in brons vereeuwigd, op het Campo San Bortolomio in Venetië, in de buurt van zijn voormalige huis, dat nu een museum is waarin je meer te weten komt over deze briljante auteur.
Hij glimlacht, wellicht zelfs met een hint van een grimas, waarmee beeldhouwer Antonio del Zotto wilde laten zien dat Goldoni het genre van de theaterkomedie opnieuw heeft uitgevonden.

In Florence is nog een standbeeld van Goldoni te vinden. Zijn marmeren evenbeeld, dat in 1873 werd gecreëerd door Ulisse Cambi, prijkt op het Piazza Goldoni, dat echter pas in 1907 de naam van de toneelschrijver kreeg.
Goldoni is zelf ook in Florence geweest, allereerst in 1742, toen hij Giulio Rucellai leerde kennen, aan wie hij La locandiera opdroeg, dat zich in Florence afspeelt. Hij keerde terug in 1747 en 1753, toen hij besloot om Paperini tien edities met vijftig van zijn komedies te laten drukken, die tussen 1753 en 1757 werden gepubliceerd.

Giacomo Puccini
Lucca is de stad van Puccini (1858-1924). Je bezoekt er het Museo della Casa di Giacomo Puccini, dat is gevestigd in het geboortehuis van de componist, met een collectie schetsen, kostuums en brieven van de componist, maar ook de piano waarop Puccini Turandot componeerde.
Even verderop, op het Piazza Cittadella, vind je een bronzen beeld van de componist, gemaakt door Vito Tongiani.

In de San Giovanni, waar Puccini werd gedoopt, worden regelmatig concerten gegeven, onder de naam Puccini e la sua Lucca. Ook andere plekken in de stad vormen vaak het toneel van bijzondere concerten. Op de website Puccini e la sua Lucca vind je de actuele concertagenda.
In het plaatsje Torre del Lago, ten westen van Lucca, staat eveneens een standbeeld van Puccini. Hij werkte hier graag in alle rust aan zijn bekendste opera’s, zoals Tosca, Madame Butterfly en La Bohème. Zijn vroegere villa is nu een museum , waar Puccini samen met zijn vrouw ook begraven is.
Aan de oevers van het meer wordt elke zomer het Puccini Festival gehouden, dat in 1930 op initiatief van Giacomo Puccini zelf in het leven werd geroepen. Het oorspronkelijke theater was een provisorisch geheel, dat door Puccini’s vrienden in elkaar was getimmerd.

Giacomo Puccini & Giuseppe Verdi
Ook in Montecatini Terme, niet ver van Lucca, is een standbeeld van Puccini te vinden. Aan de Via Verdi, voor Cinema Imperiale, zit hij sinds 2016 met een sigaar en zijn wandelstok.
Op het bankje staat de tekst: ‘Grote mensen hebben grote inspiratie nodig – Dit monument van Giacomo Puccini is een geschenk van een beeldhouwer aan de Italiaanse cultuur en aan Italië.’

Puccini is hier vereeuwigd door de Russische beeldhouwer Aidyn Zeinalov, die ook het standbeeld van Giuseppe Verdi maakte, dat vlak voor het gelijknamige theater staat.
Verdi verbleef langere tijd in Montecatini Terme. Het inspireerde hem tot het componeren van onder andere Othello. Op een gedenkplaat in Montecatini Alto staan zijn woorden ‘Ecco i più splendidi panorami che io abbia mai visto’: zie hier de mooiste panorama’s die ik ooit heb gezien.

Francesco Xaverio Geminiani
Vioolvirtuoos en componist Francesco Xaverio Geminiani (1687-1762) is vereeuwigd in zijn geboorteplaats Lucca, op het Piazza Guidiccioni. Hij heeft een strijkstok en een viool in zijn handen, de instrumenten die zijn leven veranderden.
Beeldhouwer Nicola Domenici uit Viareggio maakte van marmer uit Carrara een levensechte weergave van de maestro, iets groter dan levensgroot,

Lucca kent nog een ander standbeeld van een musicus, dat van Luigi Boccherini (1743-1805), cellist en componist. Hij staat voor het conservatorium in Lucca, dat naar hem is vernoemd.

Giulio Ricordi
Bij het Teatro alla Scala in Milaan verwacht je wellicht een bekende componist: Verdi, Bellini, Puccini of Rossini. Er staat echter een beeld van Giulio Ricordi (1840-1912), een naam die bij de meeste lezers waarschijnlijk geen belletje doet rinkelen.
Tijdens zijn militaire dienst componeerde hij op tekst van de dichter Giuseppe Regaldi een lied gewijd aan Vittorio Emanuele II, dat het eerste officiële volkslied van de bersaglieri werd. Later creëerde hij La Battaglia di San Martino, ter herdenking van de beslissende slag tussen Oostenrijk en Sardinië. In 1863 zwaaide hij af om zijn vader te helpen met het runnen van Casa Ricordi, zijn uitgeverij.
Giulio geeft tijdens zijn loopbaan een groot aantal muziekstukken uit, onder andere van Verdi en Puccini.
De medewerkers van Casa Ricordi lieten in 1922 een beeld van hun uitgever maken, die tien jaar daarvoor was overleden. De marmeren Giulio Ricordi, van de hand van Luigi Secchi, staat nu sinds tien jaar op het Largo Ghiringhelli, vlak bij het beroemde operatheater.

Goffredo Mameli
Ricordi schreef het eerste volkslied van de bersaglieri, maar het latere Italiaanse volkslied werd opgetekend door Goffredo Mameli, die op 5 september 1827 werd geboren in Genua.
Gek genoeg vind je nergens een standbeeld voor de man die woorden gaf aan Il Canto degli Italiano, dat door Michele Novaro van muziek werd voorzien.
Je ziet alleen een beeld van hem op zijn grafmonument op het Campo Verano in Rome, dat gelukkig nog overeind staat, hoewel zijn stoffelijke resten in 1941 werden overgebracht naar het Mausoleo Ossario Garibaldino op de Gianicolo.
Zijn nalatenschap leeft gelukkig ook zonder zijn beeltenis nog altijd voort, elke keer als het Italiaanse volkslied weerklinkt.

Fabrizio De André
Ook voor Faber, zoals de bijnaam van singer-songwriter Fabrizio De André luidt, is er geen standbeeld. Hij moet het doen met een plaquette met een basreliëf aan de Via del Campo 29 rosso in Genua, waar ook een museum aan hem en andere muzikanten uit Genua is gewijd.
Een mooie plek, want De André bezong deze straat regelmatig in zijn liedjes. Ook lag de platenwinkel van zijn vriend Gianni Tassio aan deze straat, waar De André graag en vaak kwam.

Beelden van buitenlandse componisten in Italië
Naast deze Italiaanse musici kun je ook een aantal buitenlandse componisten ontmoeten, die zich lieten inspireren door Italië.
In La Spezia zit Richard Wagner op een bankje op het Largo Torquato Enrico Cavallini, vereeuwigd door de Russische beeldhouwer Aidyn Zeinalov die ook de eerder genoemde beelden van Verdi en Puccini in Montecatini Terme maakte.
Op 5 september 1853 bezocht Wagner La Spezia, waar hij na een woelige zeereis vanuit Genua een tussenstop maakte. Hier schoot hem bijna op magische wijze de tot dan toe tevergeefs gezochte prelude van Das Rheingold te binnen. Wagner had jarenlang moeite gehad om het openingsthema te vinden voor dit meer dan vijftien uur durende muziekstuk, maar de herinnering aan het geluid van de golven bracht hem de broodnodige inspiratie.

Aan het Piazza Municipio in Dobbiaco ontmoet je Gustav Mahler, die hier in juli 1897 voor het eerst kwam, toen hij een fietstocht maakte door Val Pusteria. In de daaropvolgende jaren keerde hij regelmatig terug om bij te komen van het werk aan zijn symfonieën en nieuwe inspiratie op te doen.

Nog een laatste muzikale ontmoeting wacht je op de binnenplaats van het conservatorium San Pietro alla Majella in Napels, waar een standbeeld van Beethoven staat, dat eind negentiende eeuw door Francesco Jerace werd gemaakt.

Dove le parole non arrivano, la musica parla.
Beethoven
Hopelijk heb je genoten van deze reis langs de mooiste muzikale monumenten en monumentale musici in heel Italië, van Giuseppe Verdi en Luciano Pavarotti tot Pino Daniele en Fabrizio De André. Laat het gerust weten in de reacties als je nog aanvullingen hebt voor deze klinkende tournee!

Muziek over muziek
Luister je graag naar Italiaanse muziek? Dan kun je je hart ophalen aan onze playlist met vijftig Italiaanse liedjes over muziek, van Musica è van Eros Ramazzotti en Vivo per lei van Andrea Bocelli tot Musica che resta van Il Volo en Come musica van Jovanotti.
Er is voor ieder wat wils, van Paolo Conte en Max Gazzé tot Laura Pausini en Ludovico Einaudi, van Lucio Dalla en Fabrizio De André tot Thegiornalisti en Vito Lavita.