Castello di Avio – een kasteel met levendige fresco’s over de liefde
Marlou bracht begin deze zomer een paar dagen door in Salorno sulla Strada del Vino, gelegen tussen Trento en Bolzano, in de vallei van de Adige, omringd door bergen.
Het is een van de vijf plaatsen in Zuid-Tirol waar de voertaal grotendeels Italiaans is in plaats van Duits, ook al zijn de meeste mensen hier tweetalig.


Salorno draagt het internationale keurmerk Città Slow, dat wordt uitgereikt aan gemeenten die zorg dragen voor de promotie van streekproducten, oog hebben voor milieu en duurzaamheid en authenticiteit én hun cultureel erfgoed bewaken.
Het heeft dan ook bijzonder veel te bieden, van een beeldentuin tot een waterval en een kasteelruïne.


Marlou: ‘Ik neem mijn intrek bij B&B Grünwald, in deelgemeente Pochi, een kilometer of vijf boven het centrum van Salorno. De weg ernaartoe is spectaculair met haarspeldbochtjes en wijngaarden zover je kunt kijken.
Het hotel ligt prachtig. Ik krijg een grote kamer inclusief een fijne eet/werkhoek en een balkon. Er is ook nog een gezamenlijke ruimte met een leeshoek en een open haard, voor knusse winterse avonden.



De bar en het terras zijn altijd open, in het weekend kun je ook aanschuiven in het restaurant annex pizzeria. Dan krijgen Margareth en Gerry Ress, die het hotel al vijfendertig jaar bestieren, namelijk hulp van hun dochter Kathrin en haar partner.
Ik besluit direct op pad te gaan en de beeldentuin van Sieglinde Tatz-Borgogno te bezoeken. Margareth raadt me aan de route te nemen die gelijk achter het hotel begint, dan wandel je er in ongeveer een kwartier naartoe, heerlijk door het bos.


Deze beeldentuin (gratis toegankelijk en dagelijks geopend) heeft iets weg van een sprookje; overal waar je kijkt staan beelden. Kunstenares Sieglinde Tatz-Borgogno verwezenlijkte deze tuin toen ze op zestig jarige leeftijd de droom uitsprak al haar sculpturen bij elkaar te plaatsen in het bos. Haar uitgangspunt is vrijheid en harmonie tussen kunst en natuur.
Er kwam een stuk grond vrij en de honderd beelden die ze tot dan toe gemaakt had, werden teruggehaald uit galerieën en musea om hier een nieuw thuis te krijgen, in het unieke decor dat de natuur biedt.
Nu, twintig jaar later, zijn er maar liefst tweehonderd beelden te bewonderen, in allerlei formaten, waarvan het grootste gedeelte in brons. Dat blijkt het best bestand tegen alle weersomstandigheden.

Verrassend is dat je de beelden steeds vanuit een ander perspectief ziet, dankzij de niveauverschillen en hoekjes en bochten in de beeldentuin. Er zijn genoeg bankjes om even rustig te zitten.
Vrouwenfiguren komen vaak terug, in allerlei hoedanigheden, maar het opvallendste werk zijn de enorme handen die uit de grond lijken te komen. Ook zie ik nog een hoofd aan de voet van een boom.


De volgende ochtend neem ik vanaf de halte voor het hotel het minibusje dat een aantal keer per dag naar Salorno rijdt. Ik stap uit bij het gemeentehuis en loop van daaruit in tien minuten naar het startpunt van de wandelroute naar Castello Haderburg, in de volksmond ook wel Castello Salorno genoemd, dat op een uitstekende rotspunt ligt.
Kom je met de auto, dan is er een grote gratis parking vlak bij het startpunt van de wandeling aan de Via Trento 30, die goed staat aangegeven.
De enige manier om bij de kasteelruïne te komen, is namelijk te voet. Over een goed begaanbaar maar steil bospad loop ik in vijfentwintig minuten omhoog. Enigszins buiten adem stap ik uiteindelijk de binnenplaats op, die me de rest van mijn adem beneemt. Wat een plek!



Vele trapjes later sta ik aan de voet van de torens en aanschouw het indrukwekkende panorama vanaf bijna vierhonderd meter hoogte. Hier zie ik ook een venster met tralies waar een paar liefdesslotjes aan hangen.
Ik geniet van de stilte en vraag me af hoe men dit kon bouwen op deze hoogte – en dat al in de twaalfde eeuw. Wat een geschiedenis heeft dit kasteel, dat door de eeuwen heen vaak werd aangepast en uitgebreid, onder meer met verdedigingstorens en dikkere muren. Als die zouden kunnen praten…
Een leuk weetje is dat de Gebroeders Grimm geïnspireerd werden door dit kasteel en het gebruikten als decor voor hun sprookjes over de oude wijnkelder van Salorno.

Nadat ik even heb rondgekeken, schuif ik aan voor de lunch in de middeleeuwse taverne bij het kasteel, die sinds 2018 wordt gerund door Martin, wiens grote passie de middeleeuwen is.


Martin vertelt dat hij regelmatig middeleeuwse avonden en Vikingfeesten organiseert met de kasteelruïne als decor. Hij maakt deel uit van een re-enactmentgezelschap. Ik bof, want zijn vrienden arriveren kort na onze kennismaking, allemaal in middeleeuwse kleding.

Naast de uitgebreide bar met een grote verzameling whisky is er een buitenkeuken waar onder meer vlees gerookt wordt. Overal zijn gezellige zitjes en hoekjes, al dan niet overdekt. De grotere ridderzaal kun je reserveren als je iets te vieren heb.

Natuurlijk zijn er overal wijnvaten, kandelaars en andere accessoires ter decoratie. Het grootste gedeelte komt uit Martins privécollectie. Dat je omringd wordt door rotswanden en hoog boven je de torens van het kasteel ziet, maakt dat je echt even in een andere wereld bent.

Voor kinderen is het ook de moeite waard, al is het maar voor de souvenirs die hier verkocht worden. Martin is overstag gegaan na aandringen van bezoekers. Zo zijn er nu houten zwaarden, kroontjespennen met veer en prinsessenkransen te koop.
Ik koop een T-shirt met Burgfrau erop en wandel dan in een klein kwartier weer terug naar de bewoonde wereld. Onderweg geniet ik van de vergezichten en kijk geregeld om, tot de torens uit beeld verdwijnen.


In het centrum van Salorno valt me op dat er veel fonteinen zijn en dat ik bij al die fonteinen knalgele gieters zie staan. Als ik een gieter van dichtbij bekijk, zie ik dat de gemeente op het bijbehorende kaartje vraagt of iedereen wil helpen de mooie bloemen en planten in de openbare ruimte water te geven, zeker als het warm is.
Ik besluit er gehoor aan te geven en zet na een rondje langs wat bloemen zoals gevraagd de gieter goed gevuld weer terug, zodat hij niet omwaait. Wat een mooi initiatief!

Ik ben eigenlijk op zoek naar nog meer water. Ik wil namelijk naar de Cascata del Rio Tigia, de beroemde achtenzestig meter hoge waterval bij Salorno. Via mooie huizen en gezellige straatjes krijg ik de waterval al snel in het oog.
Helaas is er in de zomer niet heel veel water dat omlaag valt. De omgeving is wel mooi en het is er lekker koel. Er is een overdekte brug/tunnel met openingen zodat je mooi zicht hebt op de waterval. Hier moet ik in het voor- of najaar nog maar eens terugkomen.

Ik wandel terug naar de bushalte en neem de bus naar B&B Grünwald. Bij aankomst loop ik nog naar de Chiesa di Sant’Orsola, waarvan ik vanaf mijn balkon de kerktoren kan zien. Het veertiende-eeuwse kerkje heeft een houten altaar, buiten wandel ik langs de unieke kruisweg met handgemaakte staties.

Alle avonden van mijn verblijf bij B&B Grünwald eet ik buiten op het terras en alles smaakt even goed, Zo proef ik de huisgemaakte gevulde pasta, een aspergerisotto, semifreddo van amaretti en een verrukkelijk stuk taart naar recept van Margareth.

Tijdens mijn laatste avond is het pizza-avond. Net als de vele locals die hier speciaal voor komen, schuif ik aan voor de befaamde pizza’s van Gerry, die ik ‘s ochtends al met het pizzadeeg in de weer zag.
Met zijn vijfendertig jaar ervaring als pizzaiolo weet hij wat hij doet. Ik snap dat het terras vol zit; de pizza is heerlijk, dun en krokant, precies waar ik van hou. Gerry neemt mijn compliment glunderend in ontvangst. We sluiten de avond af met een likeurtje uit de streek.

Na een allerlaatste ontbijt vertrek ik de volgende ochtend en bedank de hartelijke hardwerkende familie voor de gastvrijheid. Echt een heerlijke plek, ik heb genoten en keer zeker terug naar deze perfecte tussenstop op weg naar het Italiaanse zuiden of terug naar huis.’

