Matill – ervaar de magie van dit tijdloze boetiekhotel in Val Venosta
Tijdens een verblijf bij Matill mag een bezoek aan de indrukwekkende Val Martello niet ontbreken. Op slechts vijfentwintig kilometer van het hotel begint een spectaculaire wandeling: de route langs de Gola del Rio Plima, een diepe kloof met indrukwekkende uitkijkpunten.

Erwin: ‘Vanuit het dorpje Laces rijd ik richting de ingang van Val Martello, een relatief onbekende vallei aan de zuidzijde van de Val Venosta. Al direct bij de entree lijken oude kastelen de wacht te houden, terwijl de weg steeds verder omhoog slingert.
Langzaam verandert het landschap. De uitgestrekte wijngaarden en appelboomgaarden maken plaats voor dichte bossen en ruige berghellingen.
Via de kronkelende bergweg bereik ik Lago di Gioveretto, een stuwmeer dat tijdens mijn bezoek vrijwel volledig is drooggelegd vanwege werkzaamheden aan de stuwdam. Vanaf hier vervolg ik mijn route over een smalle bergweg naar het einde van de vallei, waar op ruim tweeduizend meter hoogte een grote parkeerplaats ligt.

Nadat ik voor slechts zeven euro een parkeerkaart voor de hele dag heb gekocht, begin ik aan de wandeling langs de Plimakloof. Vanaf de parkeerplaats volg ik het laatste stukje openbare weg totdat de borden naar de Gola del Rio Plima verschijnen.
Via een houten brug steek ik de kolkende Plima over, waarvan het bulderende water diep onder me door raast.

Al snel bereik ik een klein bergmeer dat tegenwoordig het leefgebied vormt van talloze amfibieën. Langs de oevers wemelt het van de kikkervisjes. Het is een idyllische plek, al gaat er achter deze rust een bijzonder verhaal schuil.
Tussen de bomen doemt de vervallen rode gevel op van het voormalige Hotel Paradiso. Dit luxueuze hotel werd begin jaren dertig ontworpen door de beroemde architect Gio Ponti.
Na enkele succesvolle jaren kwam het toerisme door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog volledig tot stilstand. Tijdens de oorlog werd het hotel wel door de nazi’s gebruikt als vakantieverblijf. Na de oorlog raakte het complex in verval en tegenwoordig herinneren alleen de verlaten muren nog aan de grandeur van weleer.

Met het meer achter me wandel ik verder naar het indrukwekkendste gedeelte van de route. Langs de kloof zijn vier bijzondere uitkijkpunten aangelegd, waaronder een spectaculaire hangbrug die beide zijden van de kloof met elkaar verbindt.
De eerste stop is een stalen platform in de vorm van een troffel, dat ver boven de kloof uitsteekt, boven de Plima die zich met enorme kracht een weg door de smalle kloof baant. Het bulderende water, de steile rotswanden en de enorme diepte zorgen voor een ervaring die je niet snel zult vergeten.

Vervolgens voert het vlonderpad door een klein moerasgebied waar het water voortdurend aanwezig is. Hierdoor groeit er volop veenpluis, waarvan de karakteristieke witte pluizen zachtjes meebewegen op het ritme van de wind.

Het tweede uitkijkpunt is een stalen halvemaanvormige constructie die deels boven de kloof uitsteekt. Zodra ik het platform betreed, word ik opnieuw getrakteerd op een schitterend uitzicht.
In de verte trekt het opvallend rode voormalige Hotel Paradiso weer de aandacht. Het steekt prachtig af tegen de vele tinten groen van de omliggende bossen en berghellingen.
Ik neem even plaats op de fraai vormgegeven bank om de omgeving in mij op te nemen. Het enige wat ik hoor, is het rustgevende geluid van het stromende water diep in de kloof en het zomerse gezang van vogels. Een mooiere plek om even op adem te komen is nauwelijks denkbaar.

De route loopt verder door het moerasgebied. Kleurrijke vlinders fladderen van bloem naar bloem en geven het bos nog meer charme.

Na opnieuw een aantal pittige hoogtemeters verschijnt de volgende opvallende stalen constructie. Deze keer is het een spectaculaire observatiepreekstoel die hoog boven de kloof uitsteekt.

In de verte zie ik mijn volgende bestemming al liggen: Rifugio Nino Corsi, een welkome tussenstop. Om bij de rifugio te komen, moet ik eerst de kloof oversteken. Al van verre hoor ik het bulderende geluid van de Plima-rivier, die zich met enorme kracht naar beneden stort.
Hier bevindt zich een van de indrukwekkendste watervallen van de rivier. Naarmate ik dichterbij kom, voel ik de fijne nevel op mijn gezicht.

Aan de rechterzijde ligt een spectaculaire hangbrug die me naar de overkant van de kloof leidt. Halverwege blijf ik even stilstaan om van het uitzicht te genieten.
Vanaf de brug is goed te zien hoe het kolkende water zich in de loop der jaren diep door de rotsen heeft gesleten. De combinatie van de smalle kloof, de woeste waterval en de steile rotswanden zorgt voor een overweldigend schouwspel.

Voor ik de rifugio binnenstap, breng ik een bezoek aan het Museo Badhaus, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog dienstdeed als badhuis voor de soldaten die aan het Cevedale-front waren gestationeerd. Eens in de vier weken daalden zij af naar deze plek om zichzelf en hun uniformen te wassen.
In het museum krijg je een duidelijk beeld van het leven aan het front en de zware omstandigheden waarin de soldaten moesten zien te overleven, vooral tijdens de ijskoude winters.

Vanaf het museum is het nog maar een paar minuten lopen naar Rifugio Nino Corsi (Zufallhütte), op 2256 meter hoogte. Ik neem plaats op het zonnige terras, waar ik onder het genot van verse groentesoep, een glas witte wijn en Kaiserschmarrn met appelcompote met volle teugen geniet van het prachtige uitzicht op de omliggende bergtoppen.


Na deze welverdiende pauze is het tijd om de wandeling voort te zetten. De route voert langs een kerkje en klimt vervolgens geleidelijk omhoog naar een natuurlijk plateau, met aan het einde de imposante Cevedale-gletsjer. Vanaf hier loopt het pad vrijwel vlak en wandel je tussen een kleurrijke zee van alpenbloemen.

Aan de overzijde van de rivier stort de Konzentschatter-waterval zich met oorverdovend geraas naar beneden.
Even verderop verschijnt aan mijn linkerhand de oude dam. Deze werd in 1893 aangelegd om het lagergelegen deel van de vallei te beschermen tegen de enorme hoeveelheden smeltwater van de gletsjer, die destijds nog tot diep in het dal reikte.
Tegenwoordig is de dam een geliefde plek voor wandelaars, die hier even pauzeren om te genieten van het indrukwekkende uitzicht.

Eenmaal over de dam wandel ik naar de voet van de waterval, waar het pad weer terugbuigt richting de hangbrug. Onderweg volgen de indrukwekkende panorama’s elkaar in rap tempo op. Tussen het groen van de bomen verschijnt opnieuw Rifugio Nino Corsi, een mooi herkenningspunt.

Na het oversteken van de hangbrug volg ik de Plima terug richting het eindpunt van de wandeling. Ook dit laatste deel is allesbehalve saai. Onderweg kom ik langs enkele prachtige watervallen en kleurrijke bloemen, waardoor de route tot het einde blijft verrassen.

Uiteindelijk voltooide ik de wandeling in ongeveer zes uur, inclusief verschillende korte fotostops en een uitgebreide lunch bij Rifugio Nino Corsi. Meer informatie over deze wandeling en Val Venosta vind je hier.
De rondwandeling, die eigenlijk de vorm van een acht heeft, is iets meer dan zes kilometer lang en telt ongeveer tweehonderdzestig hoogtemeters. Daarmee is deze route prima te wandelen voor iedereen met een gemiddelde conditie.
De mooiste periode om deze wandeling te maken is in mei en juni, wanneer de alpenweiden volop in bloei staan. Ook de maanden september en oktober zijn een aanrader. Dan kleuren de bomen in de vallei prachtig geel, oranje en rood, wat de omgeving een minstens zo spectaculair karakter geeft.’
