Naar hoofdinhoud Naar navigatie
27 januari 2026

Domus Aurea – bezoek Nero’s Gouden Huis in Rome

De Domus Aurea, Nero’s ‘gouden huis’ vlak bij het Colosseum in Rome, was ooit een gigantisch complex.

Suetonius, de Romeinse keizerbiograaf uit de eerste/tweede eeuw na Christus, schreef erover: ‘Het paleis was zo immens dat het een driedubbele galerij bevatte van een mijl lengte, verder een vijver die wel een zee leek, omgeven door gebouwen die voor steden konden doorgaan.’

Alle hallen en kamers waren voorzien van schilderingen en andere decoraties. Bovendien zat Nero’s paleis vol technische snufjes. Zo zouden de plafonds van de eetzalen kunnen ronddraaien, terwijl er bloemblaadjes en geurige parfums als weldadige nevel neerdaalden op de gasten.

Er wordt nog altijd gewerkt aan de restauratie van fresco’s en muren in dit enorme gebouw, maar de westelijke vleugel is drie dagen per week geopend voor bezoekers. Marc neemt op een van deze dagen deel aan een rondleiding, die begint met de uitspraak dat Nero niet was zoals hij in veel geschiedenisboeken wordt vermeld.

Groter dan het Vaticaan

Marc: ‘De gids heet ons welkom en zegt meteen dat Nero niet is wie we denken. Als hij ons vraagt wat er als eerste in je opkomt als je ‘keizer Nero’ hoort, roepen alle aanwezigen als in één stem ‘brand’. Maar dat, zo maakt de gids duidelijk, is een voorbeeld van nepnieuws en pogingen om de geschiedenis van Rome te herschrijven. Iedereen is er stil van.

En dat terwijl we nog maar net binnen zijn. Vanaf het Colosseum de Colle Oppio op, links een hek door. Van de Domus Aurea is van buitenaf niets te zien; alle moois wacht onder de grond.

Je loopt eerst langs Spartaco en Simba, twee van de ongeveer twintig katten die zijn geadopteerd door de archeologen en kunsthistorici die hier doordeweeks aan het werk zijn.

Daarna sta je in een vrij kale stenen gang, de westelijke vleugel van het paleis. Het is hier moeilijk voor te stellen dat de Domus Aurea ooit een gigantisch complex was, groter dan het Vaticaan nu is.

Muren vol bladgoud, edelstenen en fresco’s

Met façades en muren vol bladgoud, edelstenen en fresco’s. Zalen waar, zoals Suetonius optekende, reukwater en bloemblaadjes over de gasten werden uitgestrooid. Bij het hoofdgebouw hoorden bossen, landerijen en suggestieve waterpartijen. Als start van je bezoek laat een film zien hoe het vroeger moet zijn geweest.

Je krijgt enig idee van de grootte van het complex als je je realiseert dat het Colosseum op de plaats staat waar vroeger de grootste vijver lag.

De naam van het Romeinse amfitheater is overigens ontleend aan het vijfendertig meter hoge beeld van Nero dat er vroeger stond. Een perkje met een paar steeneiken tussen het Colosseum en het Forum Romanum geeft de plek van de sokkel aan.

Als je na het filmpje buitenom naar een andere ingang loopt, is een deel van de zuilengalerij die aan de buitenkant van Nero’s paleis lag, knap nagemaakt met licht.

Alle sporen van Nero moesten worden gewist

Daarna loop je tussen kale muren verder het gebouw in. Een tijdje terug moest je nog een helm op als je hier rondliep, maar het instortingsgevaar is na de restauraties gelukkig geweken.

Die kale muren zijn er niet voor niets. Na de zelfmoord van Nero (hij was keizer van 54 tot 68) wilden zijn opvolgers, die uit een andere familie kwamen, de herinnering aan Nero zoveel mogelijk uitwissen.

Er werden geruchten verspreid dat Nero de grote brand die Rome in het jaar 64 teisterde, zou hebben aangestoken of laten aansteken, ook om ruimte te maken voor zijn gouden huis.

De kunstschatten in het paleis werden weggehaald, het goud en het marmer verwijderd. Vespasianus (69-79) liet de grote vijver dempen om te beginnen aan de bouw van het Colosseum. Zijn zoon Titus bouwde een badhuis boven de westvleugel.

Het badhuis van Trajanus

Trajanus, keizer van 98 tot 117, ging nog verder, zo laat deze plattegrond uit de New York Public Library zien. Hij was geboren in Spanje en moest een soort visitekaartje afgeven in Rome, om zijn stempel te drukken op de stad.

Hij liet het paleis van Nero volstorten met puin en gebruikte een groot deel van de muren van de Domus Aurea om daar bovenop een eigen badhuis te bouwen. Met een omvang van circa tweehonderdvijftig bij tweehonderdtien meter was dit nog veel groter en imposanter dan de Thermen van Titus.

Sommige zalen zijn van puin ontdaan en verder leeg gelaten. Hier en daar zijn al wat gehavende fresco’s zichtbaar.

Jarenlange restauratie van de Domus Aurea

Het is de bedoeling dat de fresco’s kamer voor kamer worden gerestaureerd. Dat betekent in de praktijk dat met laserstralen of een minuscuul beiteltje de kalklagen worden weggehaald en dat de kale plekken binnen een fresco worden ingekleurd, altijd volgens het principe dat de restauratie omkeerbaar moet zijn.

De gids zegt regelmatig: ‘Moet je eens indenken hoe dit eruit ziet als we klaar zijn met de restauratie.’ Daar zullen echter nog jaren overheen gaan, want per kamer heeft men zeker een paar maanden nodig.

De zalen zijn op veel plaatsen twaalf meter hoog, al is soms gebruik gemaakt van een verlaagd plafond. Daarom liet Trajanus hier en daar extra muren neerzetten om zijn grote badhuis een steviger fundament te geven. In sommige zalen zie je ook de lagen aarde nog waarmee Trajanus het gebouw volstortte. Hier en daar is met foto’s gereconstrueerd hoe een bepaalde zaal eruit moet hebben gezien.

Het is juist door die poging van Trajanus om alle sporen van Nero uit te wissen, dat er nog zo veel bewaard is gebleven van zijn paleis. Want door dat beleid van gras en wijngaarden erover was het gaandeweg in de vergetelheid geraakt.

Zeker toen ook Trajanus’ badhuis in verval raakte, nadat de invallende Goten in de vijfde eeuw de aquaducten die water naar Rome brachten onklaar hadden gemaakt.

De ontdekking van de Domus Aurea

Na een paar eeuwen wist niemand meer dat hier ooit zo’n groot complex was geweest. Totdat, in 1481, een jonge herder ineens naar beneden viel. Hij kwam terecht in een donkere zaal, die onderdeel bleek te zijn van Nero’s Domus Aurea.

Iedereen die interesse had voor de klassieke oudheid liet zich aan een touw naar beneden zakken om het met eigen ogen te zien. Ook kunstenaars als Rafaël, Michelangelo en Pinturicchio daalden af.

Als je verder het gebouw inloopt zie je op een paar plaatsen de gaten in de plafonds waar mensen vroeger door naar binnen kwamen. Hoog op de muren zitten gaten waardoor mensen zich een weg zochten naar andere zalen.

Sommigen krasten ook hun initialen of hun hele naam op de muren. Onder hen is ook de Nederlandse schilder Maarten van Heemskerck. Nu zitten die letters heel hoog, omdat het lang heeft geduurd voordat de zalen uitgegraven waren.

Zalen vol grillige grottesche

Voor schilders vormde de herontdekking van Nero’s Domus Aurea een sensatie. Op de muren waren namelijk fresco’s te zien uit de tijd van Nero. Zulke voorbeelden van schilderkunst uit de klassieke oudheid waren er maar weinig.

Op de wanden prijkten ook allerlei grillige figuren die grottesche werden genoemd. In eerste instantie werd de zaal waarin de herder terechtkwam namelijk aangezien voor een grot. Ze zijn lange tijd in de mode geweest, zoals nog altijd te zien is in Villa del Colle del Cardinale bij Perugia en in het Castello di Torrechiara bij Parma.

Als je wat dieper in het paleis bent gekomen, is er meer te zien. In sommige zalen zijn kunstschatten uitgelicht die hier zijn gevonden, zoals een beeld van Terpsichore (muze van dans en poëzie), een prachtige schaal, een borstbeeld van Thalia (de muze van de komedie) en resten van zuilen.

Fresco’s van Achilles en Odysseus

Beroemd is de Zaal van Achilles. De restauratie van de fresco’s in deze ruimte werd al in 2018 afgerond. De afbeeldingen vertellen het verhaal van de jonge Achilles die zich verstopt, gehuld in vrouwenkleren, om niet mee te hoeven doen met de oorlog tegen Troje.

Odysseus spoort hem echter op. Hij simuleert een vijandelijke aanval en dan kan de jonge held Achilles zich niet meer bedwingen. Hij trekt zijn zwaard, waarmee hij meteen zijn identiteit onthult.

In een andere zaal is een mozaïek te zien waarin Odysseus wijn aanbiedt aan de cycloop Polyphemus, die hem en zijn makkers gevangenhoudt in een grot. Ook de vertrekken waar het personeel was ondergebracht, zijn versierd.

Virtuele tijdreis in de Domus Aurea

Onderdeel van het bezoek is ook een virtuele reis door het paleis. Je krijgt een 3D-helm op en kunt je dan vergapen aan de rijkelijke versieringen van ruim tweeduizend jaar geleden, voor je gevoel de tuin in lopen, in de vijftiende eeuw mee afdalen door het gat in de grond en bij het licht van fakkels de fresco’s bewonderen.

Veel van die fresco’s hebben na de herontdekking van het Domus Aurea zwaar geleden onder de vochtigheid en schimmel. Dat komt ook doordat in het park erboven bomen als de Himalayaden en de steeneik stonden. De wortels ervan hebben hun weg gezocht in de laag van kalk en cement tussen de stenen en zo vocht verspreid en hier en daar stenen losgewrikt.

Het is een van de grote problemen die moest worden opgelost bij de restauratie. Er wordt nu gewerkt aan een blijvende oplossing. De tuin erboven is opnieuw aangelegd, waarbij de bodem ondoordringbaar is gemaakt. Bomen en planten worden in grote potten gezet.

Een keizer om wie alles draaide

De beroemdste plek van het paleis is de achthoekige zaal. Een lichtkoepel roept bij de bezoeker van nu herinneringen op aan het Pantheon. In Nero’s tijd was die grote koepel op de achthoek van muren uniek; het Pantheon kreeg zijn betonnen koepel pas zo’n zestig jaar later.

Gaten in de wand van de koepel laten zien waar marmeren platen zaten. Volgens een ingenieus systeem konden deze platen ronddraaien. Nero zag zichzelf immers graag als de zonnegod, de keizer om wie alles draaide. In een hoek is met licht de illusie van de fontein herschapen die daar zat.

Hier stond volgens de meeste archeologen ook de fameuze marmeren Laocoöngroep, van de Trojaanse priester en zijn twee zonen die worden gewurgd door slangen. Het is nu een van de topstukken in de Vaticaanse Musea.

Hoe zit het nu met Nero en de brand in Rome?

Maar hoe zit het nu met Nero en de brand? Kwade tongen zeiden dat hij erachter zat, omdat hij in de stad ruimte wil vrijmaken voor zijn grootse plannen. De gids doet dat af als laster, mede ingegeven door de wens de nieuwe machthebbers naar de mond te praten.

Nero was op dat moment niet in Rome, vertelt ze (althans volgens geschriften van Tacitus). Hij was een voor de hand liggend mikpunt. Zijn voorliefde voor toneel en muziek stond volgens conservatieve senatoren haaks op de krijgslustige Romeinse geest. Een keizer moest krijgsman willen zijn, geen kunstenaar. Ook Nero’s bewondering voor de Griekse en de Egyptische beschaving stuitte op weerstand.

Dat Nero christenen als zondebok aanwees en in het algemeen een wrede keizer was, is onomstreden. Hij liet ook zijn ambitieuze moeder Agrippina vermoorden en kwam uiteindelijk in de problemen omdat hij de steun van de Romeinse garnizoenen en de gouverneurs in de buitengewesten aan het verliezen was.

Wat een kunstenaar verliest de wereld

Historici wijzen erop dat het beeld van Nero de afgelopen decennia is gekanteld. Hij had zich bij het volk geliefd gemaakt. Na de enorme brand pakte hij een aantal van de oorzaken aan waardoor de brand een paar dagen had kunnen voortwoeden.

Ook verbeterde hij de watervoorziening en pakte hij de illegale aftakkingen aan waardoor er te weinig bluswater was. Hij begon snel met de wederopbouw van de stad en verbood daarbij nieuwe huizen van hout.

Zijn laatste uren heeft Nero in een villa net buiten Rome doorgebracht, op de vlucht voor zijn vijanden. Hij sloeg daar de hand aan zichzelf. Volgens Romeinse geschiedschrijvers luidden zijn laatste woorden: ‘Wat een kunstenaar verliest de wereld.’

Praktische informatie bezoek Domus Aurea

Je kunt op vrijdag, zaterdag en zondag een bezoek brengen aan Nero’s Domus Aurea, met uitzondering van de eerste zondag van de maand. Van 9.00 tot 15.30 uur start er elk kwartier een rondleiding met een gids. Een kaartje kost € 26,- en kun je bestellen via de officiële website van het Colosseum.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!