Ga op pad met onze City Walks!

Verleidelijke Venussen

De Galleria degli Uffizi heeft ontelbaar veel kunstwerken in haar collectie waarbij de hoofdrol is weggelegd voor Venus, de godin van de Schoonheid. Op het schilderij dat ik gisteren besprak, The Tribuna of the Uffizi van Johann Zoffany, zie je vooraan een van de beroemdste werken waarop Venus staat afgebeeld, de Venus van Urbino van Titiaan.

Het schilderij is op het doek van Zoffany een beetje een vreemde eend in de bijt, aangezien het in die tijd in Florence nog niet zo gewoon was om een vrouw zo open en bloot af te beelden, zonder enige bedekking en zonder een belangrijke context. De Venus van Urbino wordt dan ook beschouwd als één van de eerste schilderijen uit de moderne tijd die open en bloot het sensuele lichaam van de vrouw huldigden. De jonge vrouw die Titiaan heeft uitgekozen om model te staan, lijkt zich niet te generen. Ze geeft zich helemaal bloot en zoekt zelfs oogcontact met de toeschouwer.

Bijna dertig jaar voordat Titiaan de Venus van Urbino schilderde, kreeg hij van zijn leermeester Giorgione de opdracht diens Slapende Venus te voltooien. Hoewel de schilderijen wel enkele overeenkomsten tonen, is het beeld van de godin dat Titiaan weet te schetsen veel wereldser en wulpser. De jonge vrouw is nauwelijks nog te herkennen als de mythologische Venus-figuur – ze is eerder een minnares die haar geliefde met haar zwoele blik naar het bed probeert te lokken.

Hoe valt het dan te verklaren dat het hier volgens de titel toch echt om Venus gaat? Eerlijk gezegd bestaat er geen gegronde verklaring. De titel lijkt namelijk niet door Titiaan zelf aan het werk te zijn gegeven. Toen deze de opdracht voor het doek van Guidobaldo della Rovere, de hertog van Urbino, kreeg, spraken beide heren steeds over ‘dat schilderij met het naakt’. De naam Venus van Urbino werd pas veel later, om precies te zijn in 1568, door Giorgio Vasari aan het werk gegeven – wie weet wel omdat Vasari zelf helemaal ondersteboven raakte van de zwoele, uitdagende blik van het meisje.

Die uitdagende blik staat wel in zeer groot contrast tot de blik van misschien wel de bekendste Venus ter wereld, die weliswaar niet op het schilderij van Zoffany te zien is maar waarvoor elk jaar opnieuw duizenden mensen naar Florence afreizen: de Venus van Botticelli. Op het doek De geboorte van Venus spoelt ze, staand in een schelp, aan op het eiland Cyprus om de menselijke liefde op aarde te brengen. Zephyr, de god van de Wind, blaast haar naar de kust, terwijl Flora, de godin van de Lente, haar een mantel aanreikt, zodat ze niet ontbloot aan land hoeft te gaan.

In de tijd van Botticelli stond Venus symbool voor méér dan alleen de godin die de mens het geschenk van de menselijke liefde kwam brengen. Volgens Marsilio Ficino, humanistisch filosoof en auteur van De Amore (‘Over de liefde’), belichaamt Botticelli’s Venus ook de hemelse liefde, het verlangen naar het goddelijke schone en goede. Maar niet alleen Venus wekt deze liefde op, ook de schoonheid van het kunstwerk zelf brengt heimwee naar het schone teweeg. Botticelli weet als geen ander de subtiele schoonheid van Venus te vangen – maar tegelijkertijd straalt haar schoonheid als het ware af op een ieder die zijn kunstwerk aandachtig bekijkt.

Botticelli’s Venus zou overigens een portret zijn van de zestienjarige Simonetta Vespucci, een van de mooiste meisjes van Florence in de tijd dat Botticelli het doek schilderde (rond 1484). Ze was de minnares van Giuliano de’ Medici. Zelf heeft ze haar geschilderde schoonheid niet lang kunnen bewonderen; ze overleed op achttienjarige leeftijd aan tuberculose.

Botticelli baseerde de houding van ‘zijn’ Venus op de Medici Venus, de marmeren sculptuur die op het schilderij van Zoffany uiterst rechts te zien is. Deze Venus werd in 1618 in de Villa Hadriana bij Tivoli gevonden. Kardinaal Ferdinando de’ Medici was zo verrukt van het beeld, dat hij niets liever wilde dan het elke dag bekijken. Hij kocht het in eerste instantie voor zijn villa in Rome. Nadat het beeld in de Vaticaanse musea was beland, werd het door Napoleon ‘ontvoerd’. De Medici Venus bracht enige tijd door in het Louvre in Parijs, maar gelukkig kon ze in 1815 weer naar haar Florentijnse thuis terugkeren.

 

Door alle reizen heeft het beeld gelukkig niet aan schoonheid ingeboet. Ook nu nog vormt deze Venus een hoogtepunt van een bezoek aan de Galleria degli Uffizi, net als het voor de vele reizigers die in de achttiende eeuw een rondreis door Italië maakten hét hoogtepunt van hun kennismaking met de Italiaanse kunstschatten vormde. De Medici Venus bevindt zich trouwens, als een van de weinige werken die op het schilderij van Zoffany te zien zijn, nog steeds in de Tribuna.

Sarah Dunant brengt de hoogtijdagen van de kunst in Florence op een bijzondere manier tot leven in De geboorte van Venus – Liefde en dood in Florence.

‘Wanneer ik er nu op terugkijk, zie ik het eerder als trots dan als vriendelijkheid dat mijn vader dat voorjaar die jonge schilder mee terugbracht uit het noorden. De kapel in ons palazzo was niet zo lang daarvoor gereedgekomen, en al enige maanden was hij op zoek geweest naar het juiste paar handen voor de altaarfresco’s. Niet dat Florence zelf over onvoldoende schilders beschikte. De stad was vervuld van de geur van verf en van het krassen van inkt op de contracten. Het kwam voor dat je niet op straat kon lopen uit vrees in een of andere modderkuil van bouwwerken te vallen. Iedereen die geld bezat, wilde niets liever dan God en de republiek eren door mogelijkheden te creeren voor kunst. Wat ik zelfs nu al hoor beschrijven als een Gouden Eeuw was destijds gewoon de mode van die tijd. Maar ik was toen nog jong, en als tal van anderen begoocheld door al die feestelijkheid.’

Alessandra is nog maar vijftien als haar vader een jonge mysterieuze schilder in huis haalt om de familiekapel te beschilderen. Alessandra, die heimelijk haar hart heeft verpand aan de schilderkunst, is opgetogen. Ze probeert zoveel als ze maar kan iets van de fascinerende vreemdeling op te steken. Al gauw neemt hij haar gedachten en gevoelens volledig in beslag. Maar naar oud gebruik wordt Alessandra niet lang daarna uitgehuwelijkt. Wanneer ze ontdekt dat haar echtgenoot haar ontrouw is, is in eerste instantie haar hart gebroken en zinkt ze weg in een diepe depressie. Ze ziet echter al snel in dat de huwelijkse staat haar ook een onverwachte vrijheid te bieden heeft: ze kan haar oude passie, het schilderen, weer oppakken. Zo ontmoet ze opnieuw de schilder uit haar jeugd… Verleidelijk leesvoer!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *