Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

De kunstcollectie van de familie Farnese – een grootse erfenis in Parma, Rome en Napels

De wortels van de familie Farnese strekken zich uit tot diep in de middeleeuwen. Het was een strijdlustige familie, loyaal aan de paus, die zich ophield op de grens van Lazio, Umbrië en Toscane.

Tegen het einde van de veertiende eeuw redde Niccolò Farnese het leven van de paus en betaalde de loyaliteit zich uit in zekerheid: de naam van de Farneses was gevestigd en hun bezittingen zeker gesteld. Op die zekerheid zou de familie een enorme culturele erfenis bouwen, die je vandaag de dag nog altijd kunt bewonderen, zoals Jessica je in dit artikel laat zien.

Giulia Farnese – de dame met de eenhoorn

Jessica: ‘Ranuccio Farnese was de eerste die het territorium van de familie behoorlijk uitbreidde. Nog invloedrijker dan Ranuccio zelf was zijn dochter Giulia, vooral als succesvolle concubine van paus Alexander VI.

In 1475 werd Giulia Farnese door Rafaël vereeuwigd als de dame met de eenhoorn. Dit schilderij is tegenwoordig te zien in de Galleria Borghese in Rome.

Giulia ging echter lang verscholen achter de Heilige Catharina. De eenhoorn die Giulia op haar schoot heeft, was overgeschilderd met de symbolen van Catharina: een wiel en een palmtak.

Door wie en waarom Giulia in de zeventiende eeuw vermomd werd, is niet bekend, maar wie haar vreemd gevormde polsje ziet wanneer ze Catharina is (er zijn zwart-witfoto’s van voor de restauratie) had misschien kunnen vermoeden dat hier iets aan de hand was. Pas in 1934 kwam de eenhoorn tijdens een restauratie tevoorschijn – en daarmee ook la bella Giulia.

De verhoudingen van het werk, Giulia’s houding en de manier waarop het landschap achter haar verdwijnt, doen sterk denken aan Leonardo da Vinci’s Mona Lisa.

De sfeer van het werk en de blik van de dame zijn echter heel anders. Hier geen geheimzinnige glimlach en donker sfumato, maar heldere kleuren en een dito blik. Even helder als Giulia’s politieke plannen, toen ze de paus ervan overtuigde haar broer Alessandro tot kardinaal te maken.

De onbevreesde Farnese Hercules

Alessandro Farnese was als bisschop van Parma al een enorme kunstverzamelaar. Hij legde een collectie aan die haast alleen uit topstukken bestond, zowel eigentijds als antiek.

Een hoogtepunt was de Farnese Hercules. Even gespierd als onbevreesd leunt hij op zijn vaste attributen – zijn knuppel en het leeuwenvel. Het indrukwekkende beeld is een kopie uit de tweede eeuw van een Grieks (bronzen) origineel uit de vierde eeuw voor Christus.

Alessandro breidde naast zijn kunstcollectie ook zijn familie behoorlijk uit. Zijn maîtresse in Parma schonk hem vier kinderen. Als kardinaal gaf hij de opdracht tot de bouw van het waanzinnige Palazzo Farnese in Caprarola (in de regio Lazio).

In 1534 werd Alessandro tot paus verkozen en nam hij de naam Paulus III aan. Hij was klaar voor een volgende uitbreidingsslag. Paulus III droeg een behoorlijk gebied dat toebehoorde aan de Pauselijke Staat over aan zijn zoon, die daarmee de eerste hertog van Parma werd (Pier Luigi’s kleinzoon Alessandro was overigens de beruchte Hertog van Parma die als landvoogd de scepter over de Nederlanden zwaaide). Ook benoemde hij twee (piepjonge) kleinzonen tot kardinaal. De dynastie stond als een huis.

Het pontificaat van Alessandro begon echter in de nasleep van de Sacco di Roma (1527), toen de soldaten van Karel V Rome hadden overmeesterd, geplunderd en verbijsterd hadden achtergelaten, in een tijd waarin de reformatie almaar terrein won.

Er waren grote gebaren nodig om Rome op de kaart te houden en de reputatie en macht van het pausdom te herstellen. Voor dergelijke grote artistieke gebaren was er destijds één kunstenaar om wie men niet heen kon: Michelangelo.

Paulus III – het Laatste Oordeel

Zo stond Michelangelo, zo’n vijfentwintig jaar nadat hij het werk maakte dat zo iconisch is geworden dat twee wijzende vingers genoeg zijn om het te herkennen, in een iets comfortabeler houding weer in de Sixtijnse Kapel, om in opdracht van paus Paulus III de wand achter het altaar te voorzien van het Laatste Oordeel. Hij werkte zes jaar aan dit krachtige, kolkende fresco, dat in 1541 werd onthuld.

Het Laatste Oordeel is een van de meest verbeelde voorstellingen in de kerk, maar Michelangelo doet het – uiteraard – anders dan voorheen. De verdoemden lijken op zijn werk niet alleen fysiek, maar vooral geestelijk gekweld te worden.

Te midden van opvallend gespierde lijven die in groepjes rondcirkelen, heft een al even gespierde (en baardloze) Christus zijn hand op naar de doden die uit de aarde rijzen en – als ze een goed leven hebben geleid – richting de hemel stijgen.

De draaiende, vallende, klimmende, kronkelende maar vooral naakte lijven vielen bij veel tijdgenoten niet in de smaak. De grootste klager werd voor zijn openlijke aanstoot door Michelangelo verbannen naar de donkerste hoek van de hel. Daar staat, met ezelsoren en omwikkeld door een slang die hem ergens bijt, én ook in zijn blootje: Biagio da Cesena, de ceremoniemeester van Paulus III.

Rechts onder Christus staat de heilige Bartholomeüs, met het symbool van zijn martelaarschap: zijn eigen, gevelde huid. Dat het gezicht op die lege huid niet van Bartholomeüs is, werd pas eeuwen later ontdekt, toen men Michelangelo’s gezicht erin herkende.

Piazza del Campidoglio – een plein van formaat

Michelangelo zou de rest van zijn leven in Rome blijven, met Paulus III tot het einde van diens leven als belangrijkste opdrachtgever. Rome is haast niet voor te stellen zonder de koepel van de Sint-Pieter, het Piazza del Campidoglio of het Palazzo Farnese: allemaal ‘samenwerkingen’ tussen Michelangelo en de Farnese-paus.

Zijn werk in de Sixtijnse Kapel was nog niet af, toen hij de opdracht kreeg op de kleinste van de zeven heuvelen een groots plein te creëren. Karel V zou op bezoek komen, dezelfde Karel die jaren eerder Rome in sacco en as had gelegd, en hij moest nu met eigen ogen zien dat Rome daaraan zeker niet ten onder was gegaan. De plaats van ontvangst, het nu zo glorieuze Piazza del Campidoglio, was echter vervallen tot ‘geitenheuvel’.

Michelangelo werd ingeschakeld en draaide de hele boel om: voor het eerst was het plein, symbool voor de wereldlijke (administratieve) macht in Rome, niet naar het forum gericht, maar keek het richting Vaticaan. Best een statement.

Michelangelo speelde eindeloos (en virtuoos) met perspectieven, richtingen en verhoudingen om alle bezoekers die vanaf de platte trap naar boven zouden klimmen te overtuigen een plein van formaat op te stappen.

Palazzo Farnese & de Ponte Farnese aan de Via Giulia

Het optrekje van de familie dat men al aan het bouwen was toen Alessandro tot paus verkozen werd, kreeg nog tijdens de bouw een upgrade. Er zou nu immers een pauselijke familie gaan wonen. Michelangelo nam in 1546 het potlood over van Antonio da Sangallo, tekende een loggia boven de ingang, ontwierp een enorme kroonlijst en maakte de binnenplaats af.

Palazzo Farnese zou het grootste en indrukwekkendste renaissance-palazzo in de stad worden. Michelangelo’s ambitieuze plan, de Ponte Farnese (een brug naar de aan de overzijde van de Tiber gelegen Villa Farnesina, die de Farneses van de bankiersfamilie Chigi hadden gekocht), bleef helaas steken bij één boog, die nog steeds statig de Via Giulia bekroond.

Een goddelijke kroon op Michelangelo’s werk

De koepel van de Sint-Pieter zou Michelangelo’s laatste project worden. Hij ontwierp de kroon op de kerk en bouwde hem op tot de trommel. Toen stierf de meester.

Paus Paulus III had eigenlijk gewild dat Michelangelo de koepel groter zou maken dan die van het Pantheon, maar dat kon Michelangelo niet over zijn hart verkrijgen.

Van Titiaans Danae tot de Gesù

Een volgende Alessandro Farnese (een van de kleinzonen die Paulus III tot kardinaal had gemaakt) werd in navolging van zijn opa een van de belangrijkste opdrachtgevers voor de kunsten.

Paus Paulus III met zijn kleinzonen Alessandro en Ottavio Farnese | Titiaan | Web Gallery of Art
kardinaal Alessando Farnese  | Titiaan | Web Gallery of Art

Zo liet hij Titiaan naar Rome komen en gaf opdracht voor de beroemde Danae, die in zijn appartement hing. Het zou heel goed kunnen dat de vrouwelijke figuur een portret is van de minnares van de kardinaal, de courtisane Angela.

Kardinaal Alessandro financierde vooral de bouw van de Gesù, die wordt beschouwd als de eerste echte barokkerk. Architect Vignola volgde de normen die gesteld waren door de contrareformatie en vestigde met een breed middenschip en korte transepten alle aandacht op het hoofdaltaar.

Vignola’s façadeontwerp werd door de kardinaal echter afgekeurd en de naam Farnese werd uiteindelijk door Giacomo della Porta op de voorgevel vereeuwigd.

Scènes uit het leven van Hercules

Ondertussen was in Palazzo Farnese kardinaal Odoardo Farnese (de achterkleinzoon van de eerste Alessandro) aan het decoreren geslagen. In zijn opdracht had Annibale Carracci al een kleinere ruimte gedecoreerd met scènes uit het leven van Hercules (waarschijnlijk geïnspireerd door de Farnese Hercules, die elders in het palazzo stond), toen hij op het plafond van de Galleria Farnese een ode aan de liefde bracht die vrijwel direct en unaniem in het rijtje monumentale fresco’s werd geplaatst.

De belangrijkste scènes zijn ‘omlijst’ (gezichtsbedrog was alles in de barok) en een geheel van geschilderde architectonische elementen, trompe-l’oeil sculpturen en weelderige naakten houden de boel bijeen.

foto’s: Web Gallery of Art

Palazzo della Pilotta en Teatro Farnese in Parma

Odoardo’s broer Ranuccio I, de vierde hertog van Parma, verzamelde daar in moordend tempo door. Zo hing hij het Palazzo della Pilotta vol met Correggio’s, Romano’s en Brueghels.

In 1618 begon Ranuccio I in hetzelfde palazzo met de bouw van het Teatro Farnese. Een prachtig houten theater, een van de oudst overgebleven theaters zoals we die nu nog kennen ook, met alles erop en eraan. Het theater was bedoeld voor het onthaal van Cosimo II de’ Medici in 1619, die Parma uiteindelijk toch niet aandeed.

Verhuizing van veel Farnese-kunst naar Napels

In 1727 sterft Antonio Farnese, de achtste hertog van Parma en de laatste mannelijke Farnese-telg. Via Elisabetta Farnese, die getrouwd was met Philips V van Spanje, komt de kunstcollectie van de familie in handen van de Bourbons.

Veel kunststukken worden vanuit Parma en Rome naar Napels gebracht en zijn daar altijd gebleven. Zo staat de Farnese Hercules daar nu in het Museo Archeologico Nazionale di Napoli (MANN) en hangt Titiaans Danae niet meer in het appartement van ‘haar’ geliefde, maar in het Museo di Capodimonte.

Met Elisabetta was niet alleen de kunstcollectie maar ook de bloedlijn van de Farneses opgegaan in die van de Bourbon-Parma’s.

De erfenis van de Farneses is indrukwekkend, maar verspreid. Veel stukken zijn in Napels gebleven; de Farnese-collectie in het Museo di Capodimonte is ongelofelijk groot.

Ook in de Galleria Nazionale Pilotta in Parma bewonder je nog altijd een deel van de familiecollectie en in Rome, de stad waar de familie het écht gemaakt heeft, spoed je je natuurlijk naar de Galleria Borghese, waar de indringende blik van Giulia ineens ironische blijkt te zijn: het is één en al goud wat er blinkt, maar aan alles komt een einde.’

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

Een reactie

  1. Italiaanse ,Nederlandse en Belgische schilders en beeldhouders vind ik het mooist, over enkele weken gaan we weer naar Italie en gaan we weer genieten van al het moois. Het is voor ons cultuur en culinair daar gaan we voor!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *