Koken in Toscane met Gaël – heerlijke kookworkshops in de heuvels rondom Florence
Anghiari, een machtig middeleeuws dorp in Toscane, heeft geen drommen toeristen maar wél een fascinerende historie, een gestolen slot en een plek op een verdwenen werk van Da Vinci…


Als je door de sfeervolle straatjes loopt, met zicht op de vlakte waar in 1440 geschiedenis werd geschreven, snap je meteen waarom dit dorp op de lijst van i borghi più belli d’Italia, de mooiste dorpjes van Italië, staat.

Parkeer beneden aan Corso Matteotti, net buiten de muren. Nog voor je het dorp inloopt, zit je hier goed voor een caffè of cappuccino op een terrasje. De sfeervolle Corso biedt prachtige doorkijkjes richting de vallei.

Vanaf de gratis parkeerplaats brengt een lift je rechtstreeks omhoog, naar het historisch centrum. Ideaal, want Anghiari klimt stevig tegen de heuvel op.
Wandelen kan echter ook, zeker in het voor- en najaar. Als je langs de muren loopt, kijk je uit over de vlakte waar in 1440 de beroemde Battaglia di Anghiari plaatsvond.

Het Piazza del Popolo is het hart van Anghiari. Perfect voor nóg een cappuccino bij Giardini del Vicario. Het is hier moeilijk een plekje kiezen: vooraan heb je de gezelligheid van het piazza, achteraan geniet je van de groene giardino. Of kies je voor een tafeltje op het balkon, met zicht op de vallei?

Neem ook een kijkje in het Palazzo Pretorio, het voormalige gerechtsgebouw van Anghiari. De gevel is versierd met oude wapenschilden van Florentijnse bestuurders. Binnen bewonder je fresco’s, een kleine kapel en voormalige gevangeniscellen.
Bijzonder is ook de Romeinse wijnkuip die hier recent werd teruggevonden, verborgen onder het huidige straatniveau; een fascinerende herinnering aan het verre verleden van Anghiari.

Bezoek zeker ook een van de interessantste musea van de Valtiberina: het Museo della Battaglia e di Anghiari, in het zestiende-eeuwse Palazzo del Marzocco, dat is vernoemd naar de heldhaftige Florentijnse leeuw.
Het vertelt het verhaal van de belangrijke veldslag die op 29 juni 1440 net buiten Anghiari plaatsvond. De troepen van Florence stonden tegenover die van Milaan. Florence won, een overwinning die cruciaal bleek voor de Toscaanse geschiedenis.
In de Sala della Battaglia duik je volop in het verhaal van de beroemde veldslag. Via kaarten, documenten, reconstructies en multimedia ontdek je hoe de strijd verliep en waarom deze battaglia zo belangrijk was voor Toscane.


Op dezelfde verdieping ligt de Sala della Maddalena, waar kunstliefhebbers hun hart kunnen ophalen aan schilderijen, gravures en oude prenten uit verschillende periodes, van onder anderen Albrecht Dürer en Renato Guttuso.
De derde verdieping brengt je nog verder terug in de tijd. Hier ontdek je archeologische vondsten uit de streek rond Anghiari: Etruskische objecten, Romeinse munten, oude beeldjes en zelfs sporen van neanderthalers.
Ook de collectie antieke vuurwapens is interessant. Anghiari stond eeuwenlang bekend om zijn wapensmeden, hun werk werd in heel Europa gewaardeerd.

Legendes zijn er in het museum natuurlijk ook te vinden, zoals die van het begeerde slot van Anghiari. In 1450 liep een ordinaire ‘burenruzie’ compleet uit de hand.
Tijdens de jaarlijkse kermis raakten de inwoners van Anghiari en die van het nabijgelegen Sansepolcro slaags met elkaar. Die van Sansepolcro werden het dorp uitgegooid maar ze kwamen ’s avonds stiekem terug om zich op de meest Italiaanse manier denkbaar te wreken: ze schroefden het slot van de toegangspoort los en namen het mee als trofee.
Het ding belandde op de markt van Sansepolcro, tot groot ongenoegen van de Anghiaresi, die het natuurlijk meteen terug gingen halen.
Zo ging het eeuwenlang heen en weer, tot de Florentijnen in 1737 genoeg hadden van het geruzie en het slot gewoon in beslag namen. Tot 1968 lag het opgeborgen in het Staatsarchief van Florence waarna het, na ruim vijf eeuwen, weer in Anghiari belandde.

De slag bij Anghiari werd zo legendarisch dat Leonardo da Vinci de opdracht kreeg om deze strijd te vereeuwigen op een gigantische muurschildering in het Palazzo Vecchio in Florence, zoals een video in het museum laat zien.
Hij begon aan wat zijn grootste wandschildering ooit had moeten worden: een monumentaal fresco van zeventien bij zeven meter. Het centrale tafereel toonde vier ruiters te paard in een woeste strijd om een vaandel.
Maar Leonardo, die nu eenmaal niet van de gebaande paden hield, experimenteerde met olieverflagen op de muur in plaats van de gebruikelijke natte pleistertechniek. Een methode die meer kleurdiepte bood, maar ook pijnlijk langzaam droogde en gevoelig was voor de weersomstandigheden.

Het liep mis, hij verliet Florence en het werk bleef onafgemaakt. Giorgio Vasari schilderde later de hele muur over, maar lijkt, mogelijk met opzet, het werk van Da Vinci eronder bewaard te hebben. Op zijn fresco staat de cryptische tekst Cerca trova; wie zoekt, die vindt.
Wie de woorden wil zien, moet op zoek naar de groene strijdbanier, helemaal boven in het schilderij, midden in het strijdgewoel. Of Da Vinci’s werk daar zich toch misschien nog achter bevindt, blijft voor velen reden tot speculatie, inclusief voor Dan Brown, die dit stukje Florence in zijn bestseller Inferno een rol laat spelen.
Het ontwerp van wat Da Vinci op de muur zou hebben willen schilderen, kennen we niet precies. Er is wel nog een schets van Peter Paul Rubens van een deel van het werk, maar daarop kunnen de geleerden helaas weinig baseren.
Ook de schetsen van krijgshoofden die Da Vinci waarschijnlijk voor dit werk maakte (en die te zien zijn in Boedapest), onthullen niet meer dan Rubens’ schets. De schetsen van Rubens zijn helaas niet te zien in Anghiari; daarvoor moet je naar het Louvre in Parijs.

De weerklank van de strijd is al lang verstomd, maar als je echte stilte wil ervaren, bezoek je de Badia di San Bartolomeo. Deze kerk werd gebouwd in 1105 en was ooit mogelijk een rotskapel, later omgevormd tot het eerste christelijke gebedshuis binnen de muren van Anghiari.
In de serene sfeer bekijk je twee opmerkelijke houten sculpturen: een Madonna met kind, toegeschreven aan de Sienese beeldhouwer Tino di Camaino en een crucifix uit de late dertiende eeuw.

Ook de Santa Maria delle Grazie is een stop waard. Binnen hangt een indrukwekkend Laatste Avondmaal van Giovanni Antonio Sogliani uit 1531 en achter het hoofdaltaar prijkt de geglazuurde terracotta Madonna della Misericordia van Andrea della Robbia.

Anghiari zit verder vol kleine hoekjes waar je spontaan halt houdt: was die wappert in een welkom zomerbriesje, een oude klokkentoren, bloemen op vensterbanken, oude houten deuren, steegjes die plots uitkomen op een uitkijkpunt over de vallei…

Nog een laatste unieke tip is het Museo della Beccaccia, het enige museum ter wereld dat is gewijd aan de houtsnip (beccaccia in het Italiaans). De bevlogen initiatiefnemers van het museum ontvangen je persoonlijk en weten je met verhalen en reconstructies van het leefgebied van dit eigenwijze vogeltje mee te slepen.

Ben je half juli in Anghiari, dan valt je bezoek wellicht samen met een bijzonder moment: La Via del Sole. De stralen van de opkomende zon staan dan perfect in lijn met de Ruga di San Martino (de huidige Corso Matteotti), de lange rechte straat die het dorp doorkruist en doorloopt tot aan Sansepolcro, zo’n zes kilometer verderop.
Het beste uitkijkpunt is boven aan de Ruga. Rond half zes ’s ochtends verzamelen zich elk jaar al meer dan duizend mensen op straat, camera in de aanslag, om de zon achter de Apennijnen te zien opkomen.
de Via del Sole in het voorjaar
Een ander interessant evenement is L’Intrepida, een driedaags festival dat elk jaar in oktober heel Anghiari in zijn greep houdt. De regels zijn simpel: alleen fietsen van voor 1987 zijn welkom, met stalen frame en versnellingshendels op de buis. De renners worden verwacht in bijpassende kledij.
Daarmee is L’Intrepida uitgegroeid tot een klassieker in zijn soort, qua deelnemers alleen overtroffen door de befaamde L’Eroica. Zelfs als je niet meedoet, is het een waar spektakel.

Schuif na een wandeling door de pittoreske straatjes aan voor het typische gerecht van Anghiari: bringoli, een handgemaakte soort spaghetti die slechts uit water en bloem bestaat.
Deze pasta wordt geserveerd met sugo finto (‘neppe saus’). Waarom nep? Omdat de saus geen vlees bevat, maar dat wel zo lijkt door de flinke tomaten, groente, rode wijn en olijfolie die de saus tot een ware specialiteit maken.
Liever pizza? Die vind je bij Bar Pizzeria Baldaccio, aan het gelijknamige plein, meteen naast het Museo della Battaglia e di Anghiari.
