Ga op pad met onze City Walks!

De heilige Dominicus

Hoewel ik afgelopen week in Bologna was voor de grootste kinderboekenbeurs en ik dus de meeste tijd heb doorgebracht in de beurshallen, was er tussendoor ook af en toe tijd voor een culinair of cultureel uitstapje. Uiteraard drukte de uitgever van de Dominicus-reisgidsen me op het hart de San Domenico, waar de heilige Dominicus is begraven, niet over te slaan. Met de Dominicus Noord-Italië in de hand wandelde ik daarom op een regenachtige middag naar deze kerk.

Op het plein voor de San Domenico staan twee zuilen met beelden van Dominicus en de Madonna van de Rozenkrans, die verwijzen naar de legende dat Maria vanuit de hemel een rozenkrans zou hebben toevertrouwd aan Dominicus. In de kerk vind je in de Kapel van de Rozenkrans de vijfenvijftig geheimen (gebeurtenissen in het leven van Maria en Jezus) van de rozenkrans, waaronder de geboorte en de doop van Jezus. Het hoogtepunt van de San Domenico is het graf van de heilige Dominicus, de Arca di San Domenico (de boog van de heilige Dominicus).

Het ontwerp van deze marmeren tombe is voor het grootste deel van de hand van Nicola Pisano, maar ook andere bekende en minder bekende kunstenaars hebben aan de versiering van de tombe gewerkt. Zo vervaardigde Michelangelo tijdens zijn verblijf in Bologna drie beelden voor de Arca: de heilige Proculus, de heilige Petronius en een engel met kandelaar. De heilige Petronius, beschermheilige van Bologna, staat in contraposto. Michelangelo heeft hem een model van de stad Bologna in handen gegeven. De engel met kandelaar werd de pendant van de twintig jaar oudere engel van Niccolò dell’Arca. In eerste instantie werd aangenomen dat de engel aan de rechterzijde van Michelangelo was. Vanaf de negentiende eeuw is men er echter van overtuigd dat de andere engel, die aan de linkerzijde dus, van de hand van Michelangelo is.

Het leven van Dominicus
Dominicus Guzman werd rond 1170 in het Castiliaanse Calaruega geboren als jongste zoon in een gezin met vier kinderen. Zijn oom, een priester, nam zijn opvoeding ter hand. Hij liet ook de jonge Dominicus een opleiding tot priester volgen. In 1204 vertrok Dominicus op een missie naar Denemarken. Deze reis zou zijn leven danig veranderen. Onderweg in Toulouse kreeg hij namelijk te maken met een ketterse stroming, die van de Katharen. Dominicus was ontzet door de levenswijze van deze mensen en besloot al snel zijn reis naar Denemarken te onderbreken om zijn leven geheel te wijden aan de strijd voor het zuivere geloof. Om dit te bereiken koos hij met name de weg van vasten, prediking en voorbeeldig leven. Eind 1206 stichtte hij te Prouille (het huidige Fanjeaux) een vrouwenklooster, dat het eerste klooster van de latere dominicanessen zou worden.

In 1208 riep de paus, naar aanleiding van de moord op een van zijn gezanten, op tot een kruistocht tegen de Katharen. De Zuid-Franse Katharen werden uitgemoord. Dominicus moest echter niets hebben van al dit geweld. Hij zette zich liever in voor de opbouw van een nieuwe geestelijke orde, die vooral de bewaking van het geloof nastreefde. Deze orde werd al snel de orde der dominicanen genoemd, naar de naam van de initiator.

In 1216 werd de orde officieel erkend door Paus Honorius III. Vanaf dat moment stuurde Dominicus zijn broeders naar de gerenommeerde universiteiten in Parijs en Bologna om theologie te gaan studeren. Zo ontstond al snel een internationale orde die in 1220 voor het eerst bijeenkwam, in Bologna. Dominicus zelf predikte in die jaren vooral in Noord-Italië. Hij deed afstand van de leiding van zijn orde. Uitgeput door het vele reizen stierf hij op 6 augustus 1221 te Bologna, waar hij werd begraven in een vrij simpele tombe in de San Domenico. In 1234 werd hij door paus Gregorius IX heilig verklaard. Het duurde echter nog tot 1268 voordat zijn lichaam werd overgebracht naar het marmeren grafmonument.

In de katholieke iconografie wordt Dominicus meestal afgebeeld met een staf, een boek en een hond. De staf staat voor zijn geestelijk leiderschap; het boek voor het belang dat de dominicanen hechten aan studie. De hond verwijst naar een woordspeling. Het Latijnse woord voor dominicaan is namelijk dominicanus, dat klinkt als Domini canis, oftewel ‘hond van de Heer’. Dat Dominicus het maar niet hoort…

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. Dank voor de informatie. Met name voor een van de zuilen met de MADONNA VAN DE ROZENKRANS.
    Graag een opmerking/toevoeging wat betreft het Latijnse woord voor dominicaan n.l. Dominicanus, klinkend als Domini canis ofwel “Honden van de Heer” .
    De dominicanen zouden trots zijn op deze bijnaam vanwege de uitspraak van Jezus Christus waarin hij zichzelf “De Goede Herder” noemt en zijn volgelingen zijn schapen. Door hun bijnaam werden de dominicanen(herdershonden), die de Heer hielpen bij het leiden van zijn schapen.
    Hierdoor werd ik geraakt, zie Wikipedia..

    Hartelijke groet,
    Rita Klerkx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *