Ga op pad met onze City Walks!

Et tu Brute?

Op 15 maart van het jaar 44 v.Chr. werd Gaius Julius Caesar vermoord. Zijn vermeende laatste woorden, gericht aan zijn moordenaar, zijn wereldberoemd geworden. ‘Et tu, Brute?’ zou hij hebben gezegd. ‘Ook jij, Brutus?’

De ochtend was begonnen als vele andere. Hoewel Caesar gewaarschuwd lijkt te zijn dat hij juist op deze dag, op de iden van maart, op zijn hoede moest zijn, nam hij gewoon deel aan de senaatsvergadering. Aangezien de Curia Julia op het Forum Romanum niet gebruikt kon worden (het gebouw had veel schade geleden door een grote brand), vond de vergadering plaats in de curia van het Theater van Pompeius, vlak bij het huidige Campo de’Fiori.

Zodra Caesar de curia binnenstapte, stonden alle senatoren zoals gewoonlijk op als teken van respect. Enkele mannen gingen echter achter de stoel van Caesar staan. Cimber trok ruw de mantel van Caesars rug. Caesar was verbaasd en zou hebben geroepen: ‘Vanwaar dit geweld?’, waarna Casca zijn dolk trok en Caesar in zijn nek probeerde te steken.

Caesar kon zich echter nog net omdraaien, zodat hij alleen een oppervlakkige snee opliep. Caesar probeerde zich te verdedigen en stak Casca met zijn griffel, waarbij hij de arm van zijn aanvaller wist te doorboren. Geen van de andere aanwezigen durfde iets te doen. Iedereen keek geschrokken toe.

Caesar was overgeleverd aan zijn aanvallers. Nu trokken alle leden van het groepje samenzweerders hun wapens. Ze duwden Caesar heen en weer en staken waar ze konden met hun messen en zwaarden. Toen Caesar onder zijn aanvallers het gezicht van Brutus zag, die hij als een van de weinigen altijd door en door had vertrouwd, riep hij uit: ‘Et tu Brute, tu quoque fili mi? (Ook jij, Brutus, mijn zoon?).

Na deze woorden trok hij zijn mantel over zijn hoofd en viel hij op de grond. De moordenaars raapten hem op en duwden hem tegen het standbeeld van zijn oude vijand, Pompeius, naar wie het theater waar ze zich bevonden genoemd was. Ze probeerden hem opnieuw zo vaak mogelijk met hun wapens te raken. Caesars lichaam toonde sporen van maar liefst 23 dolksteken…

Moord op Caesar – Vincenzo Camuccini

De historicus Jörg Meidenbauer verwijst dit verhaal over de beroemde door Caesar uitgesproken zin overigens naar het rijk der fabelen. Hij merkt op dat zowel Suetonius als Cassius Dio expliciet melden dat Caesar stierf zonder maar een woord te zeggen.

Ook Shakespeare verwijst hiernaar. In een van zijn toneelstukken beschrijft hij het gebeuren als volgt: ‘Toen hij ging zitten, kwamen de samenzweerders om hem heen staan alsof ze hem hun eerbied wilden betuigen. Cimber pakte Caesar bij zijn toga vast. Toen Caesar uitriep: ‘Zeg, dit is een schending’, stak een van de Casca’s hem aan één kant en trof hem vlak onder zijn keel. Caesar greep Casca’s arm vast en stak hem met zijn schrijfpriem, maar toen hij probeerde op te staan, werd hij door nog een dolkstoot tegengehouden.

Toen hij zag dat hij van alle kanten met getrokken dolken werd belaagd, bedekte hij zijn gezicht met zijn toga en trok tegelijk met zijn linkerhand de stof over zijn voeten, zodat hij nog enigszins respectabel met een bedekt onderlichaam zou neerzijgen. In deze houding werd hij 23 keer gestoken. Hij kreunde alleen bij de eerste dolkstoot en hij sprak verder geen woord, al verklaren sommigen dat hij Brutus voordat deze toesloeg toesprak met de woorden ‘Ook gij, mijn zoon?’

De ruïnes bevinden zich onder de grond in een van de hoeken van het Campo de’ Fiori. Een deel van de oostelijke porticus zijn nog te zien aan het Largo di Torre Argentina; een aantal gewelven in de kelders van de palazzi aan de Via di Grotta Pinta.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *