Ga op pad met onze City Walks!

Een piramide in Rome

Na een grootscheepse restauratie schittert de Romeinse Piramide als nooit tevoren. Signor Volpetti, van de gelijknamige delicatessenzaak in de wijk Testaccio, vertelt Saskia alles over dit bijzondere monument.

Hij tovert een oude ansichtkaart tevoorschijn en kijkt met een bijna verliefde blik naar de piramide die op de kaart staat afgebeeld. ‘Misschien vind je me een sentimentele oude man,’ zegt hij, ‘maar de Piramide van Gaius Cestius is een van de meest bijzondere plekken in Rome, zeker voor de inwoners van Testaccio.’

Het monument kan je ook eigenlijk niet ontgaan – zelfs als je maar even in Rome bent. Je rijdt er met de taxi langs als je van het vliegveld komt, je loopt er bijna tegenaan als je het treinstation van Ostiense uit wandelt en veel wandel- en fietsroutes voeren langs dit ‘buitenlandse’ bouwwerk.

Maar hoe kan het nu dat er midden in Rome een piramide staat? Wiens idee was dat? Meneer Volpetti schraapt zijn keel en strijkt nog eens liefdevol over de ansichtkaart. ‘Dit monument is meer dan tweeduizend jaar oud. Het stond er dus al voor Christus geboorte, sai. Deze piramide is, net als de piramides in Egypte, een graf. De piramide is namelijk gebouwd als grafmonument voor Gaius Cestius.

Deze Cestius stierf in het jaar 12 voor Christus. Hij werkte in Rome als praetor en volkstribuun. In die hoedanigheid moest hij er bijvoorbeeld voor zorgen dat er bij een grote overwinning voldoende offers voor de goden waren. Gaius Cestius was enorm gefascineerd door de Egyptische cultuur. Met name de piramiden – die hij ook zelf had – mogen zien tijdens een werkbezoek aan Egypte – konden op zijn verwondering rekenen.’

Volpetti knipoogt als hij vertelt dat Gaius Cestius een sluwe man was. In zijn testament had hij namelijk zijn ultieme droom laten opnemen: als laatste rustplaats wilde hij een piramide. Alleen als de piramide binnen een jaar zou worden gerealiseerd, zouden de nakomelingen van Cestius hun deel van de erfenis krijgen (die uiteraard wel veel minder was dan voorzien, aangezien een groot deel gebruikt moest worden voor het bouwen van de piramide).

Volpetti stelt voor om even naar de piramide toe te lopen. Maar eerst bergt hij de ansichtkaart weer voorzichtig op. Terwijl we naar het einde van de straat wandelen, wijst hij al naar de top van de piramide, die tussen de toppen van de bomen doorschemert. ‘De piramide werd uiteindelijk net geen 37 meter hoog. Naar verluid was de top vroeger zelfs helemaal verguld. Wat er nu nog over is, is vooral baksteen, maar er zijn ook nog stukken travertijn en marmer uit Carrara te zien.’

Eenmaal bij de piramide wijst hij naar een inscriptie:

C. Cestius L.F. Pob. Epulo pr. tr.pl.
VII vir epulonum

‘Dat betekent zoveel als Gaius Cestius Epulo, zoon van Lucius, van de stam Poblilia, praetor, volkstribuun, een van de zeven aangestelden voor de heilige banketten. En kijk, deze kleinere inscriptie (aan de oostzijde, voor wie er binnenkort ook staat) vermeldt:

Opus apsolutum ex testamento diebus CCCXXX
arbitratu
L. Ponti P.F. Cla. Melae heredis et Pothi L.

Hier staat wat ik juist al vertelde: in overeenstemming met het testament is dit werk in 330 dagen voltooid door zijn erfgenamen L. Pontus Mela, zoon van Publius van de stam Claudia en zijn vrijgemaakte slaaf Pothus.

Binnen in de piramide bevindt zich een rechthoekige grafkamer van ongeveer zes bij vier meter, bedekt met tongewelven en beschilderd met vrouwelijke figuren. Helaas kan ik je die kamer niet laten zien, de piramide is maar beperkt open voor publiek. Ik ben er ooit een keer in geweest, maar het is allemaal erg smal. De grafkamer is alleen bereikbaar via een kleine tunnel, waarvan de ingang zich achter dat deurtje daar bevindt.

Die tunnel werd overigens pas weer helemaal uitgegraven tijdens de restauratie rond 1660, die werd gefinancierd door paus Alexander VII. Als telg van de steenrijke Chigi-familie had die buitengewoon veel belangstelling voor bijzondere architectuur. Een inscriptie aan de westelijke zijde herinnert aan die gebeurtenis,’ wijst hij. ‘De grafkamer zelf bleek helaas al geplunderd te zijn.’

Ik vraag meneer Volpetti of hij weet waarom de piramide zo goed bewaard is gebleven. ‘De Romeinen hebben lange tijd gedacht dat de piramide het graf van Remus was, de minder fortuinlijke broer van Romulus,’ zo weet hij. ‘Zelfs Petrarca schrijft het monument nog aan Remus toe. Wat ook heeft geholpen, is dat de piramide rond 273 deel uit ging maken van de Aureliaanse Muur, een verdedigingswal die rondom Rome werd aangelegd. De muur werd zelfs aan twee zijden tegen de piramide aan gebouwd. Doordat de Aureliaanse Muur vanwege zijn belangrijke functie altijd is blijven (be)staan, is ook de piramide bewaard gebleven.’

Hoewel deze piramide nu de enige echte is die er in heel Rome te vinden is, stond er ooit ook een piramide in de buurt van de Engelenburcht, weet Volpetti. ‘Die piramide werd gezien als het graf van Romulus – maar ook dat was niet waar. Helaas werd deze piramide aan het einde van de middeleeuwen afgebroken om plaats te maken voor de Borgo Nuovo. Daarmee werd de Piramide van Cestius de enige van Rome. Wel zijn er natuurlijk wat kleinere piramiden te vinden in de Eeuwige Stad, bijvoorbeeld in grafkapellen in de Santa Maria del Popolo en de Santa Maria in Traspontina.’

Meneer Volpetti pakt me zachtjes bij mijn arm en fluistert: ‘Maar Rome kent wel nog heel veel andere Egyptische geheimen…’ Maar daarover morgen meer!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *