Asti – stad van de honderd torens en de beroemdste Palio van Piemonte
Het Castello di Masino in Caravino, in de buurt van Ivrea, is van een middeleeuwse burcht gaandeweg uitgebreid tot een chique buitenverblijf voor de machtige familie Valperga. Veel van de pracht en praal van een paar eeuwen geleden is nog intact gebleven, zo laat Marc je zien.



Marc: ‘Het heet nog castello en het ligt nog altijd hoog op een heuvel met prachtige vergezichten, maar een kasteel kun je het nu eigenlijk niet meer noemen. Slechts een paar ronde torens en enkele buitenmuren herinneren er nog aan dat dit ooit een middeleeuwse vesting was.
Het kasteel is in de zeventiende en achttiende eeuw twee keer ingrijpend verbouwd. Als je door de rijkelijk versierde zalen in de twee hoofdvleugels loopt, denk je eerder aan verfijnde aristocraten dan aan gewapende ridders.
Via een fraaie tuin met heggen die in geometrische figuren zijn geknipt, bloemen, cipressen en fonteintjes beland je op een bordes tegenover de ingang, met fenomenaal uitzicht.


Boven de monumentale ingang zijn de familiewapens aangebracht van verschillende generaties van de Valperga’s, aan wie het kasteel eeuwenlang toebehoorde. Meestal zie je links de goud-rode strepen van de Valperga’s en rechts het wapen van de families waaraan de Valperga’s zich hebben gelieerd.

Je komt het op veel plaatsen in het kasteel tegen. Meteen al in de wapenzaal, die geheel gedecoreerd is met de wapenschilden van de Valperga’s en hun aangetrouwde families. Tegen de muren staan eeuwenoude stoelen. Stekelige bolsters van kastanjes maken duidelijk dat het niet de bedoeling is dat je erop gaat zitten.

De Valperga’s claimen een duizend jaar oud geslacht te zijn, met een rits bisschoppen, edelen, politici, allemaal in het noorden van Piemonte. Eeuwenlang hebben ze een belangrijke rol gespeeld aan het hof van de Savoia’s, de van oorsprong Franse dynastie die sinds 1563 in Turijn woonde en een belangrijke rol heeft gespeeld tijdens de Risorgimento, de eenwording van Italië. Een hele kamer is ingericht met portretten van voorouders.



De kamers op de begane grond zijn fraai beschilderd. Bij een enkele kamer lijkt het nog niet zo heel lang geleden dat de familie hier verbleef. Dat klopt ook, want na het overlijden van de laatste bewoonster van het kasteel, gravin Vittoria Leumann (weduwe van graaf Cesare Valperga), heeft haar zoon het complex in 1988 overgedragen aan de FAI.

Vanaf hier kun je even naar buiten lopen, het bordes op, met wederom mooi uitzicht. In de verte zie je de Dora Baltea, de rivier die smeltwater uit de Alpen naar de Po brengt, schitteren in de zon.


Een volgende ruimte, met een hoge, beschilderde koepel, is ingericht als muziekkamer. Er is ook een salon met muurschilderingen die zijn gewijd aan de goden.




Een monumentaal trappenhuis voert naar de eerste verdieping, waar de aristocratische pracht en praal nog beter zichtbaar is.


Er zijn aparte vertrekken voor de ambassadeurs van Spanje, Oostenrijk en Frankrijk. Ook voor leden van de Savoia-dynastie was een aparte kamer gereserveerd.
Alle zalen zijn weelderig ingericht, alsof de familie zo terug kan keren om haar intrek in het kasteel te nemen.

Een lange gang verbindt deze kamers met de bibliotheek, die je alleen onder leiding van een gids kunt bezoeken.

De gang is opgedragen aan de grootste Italiaanse schrijvers en dichters, onder wie Dante Alighieri, Francesco Petrarca, Torquato Tasso en Vittorio Alfieri.


Als je de looprichting volgt, kom je via weer een monumentale trap op de begane grond. In dit gedeelte, bij de toren naast de ingang, is een vleugel vernoemd naar Carlo Francesco II di Valperga, die in de achttiende eeuw de onderkoning van Sardinië was.
Boven zijn bed hangt een schilderij van het kruisbeeld, met aan de muur ertegenover portretten van bevallige dames.

De andere kamers in dit appartement zijn ingericht met veel rood, maar één kamer is helemaal gewijd aan trucco, een soort biljart. Versieringen op de muren verwijzen naar verre reizen over zee.


Vanaf de binnenplaats heb je mooi zicht op de twee hoofdvleugels van het kasteel. Als je aan de zijkant naar buiten loopt, kom je terecht op een lange lindelaan. Na een paar honderd meter wacht, aan de linkerkant, een labyrint van groene hagen.
Dit unieke labyrint is in het midden van de achttiende eeuw aangelegd. Waar veel doolhoven een rechthoekige vorm hebben, heeft het labyrint van het Castello di Masino de omtrek van een halve cirkel.

Het kasteel is van woensdag tot en met zondag geopend, van 10.00 tot 17.00 uur. Van november tot in februari gelden aangepaste openingstijden, check daarvoor de website van de FAI.
In het voor- en najaar vormt het kasteel het decor voor Tre Giorni per il Giardino, een tuinfestival met kraampjes vol bloemen en planten.
met dank aan het Castello di Masino voor een aantal foto’s