Ga op pad met onze City Walks!

Een wandeling door Noto – de ‘hoofdstad’ van de Val di Noto

In het zuidoosten van Sicilië parelt de Val di Noto, de vallei rondom Noto met de barokke pareltjes Caltagirone, Militello in Val di Catania, Modica, Palazzolo Acreide, RagusaScicli en Noto zelf.

Deze plaatsen zijn allemaal opnieuw opgebouwd na een flinke aardbeving in 1693, waardoor je er heel veel barokke elementen vindt. Van kathedralen en kerken – met zoveel details dat je niet weet waar je moet kijken – tot rijk versierde balkons die je stuk voor stuk wel op de gevoelige plaat wil vastleggen.

In deze blog bezoeken we Noto, de naamgever van de vallei. Tijdens een wandeling door de stap tippen we de mooiste plekken, zoals het Palazzo Nicolaci di Villadorata waar je de balkonnetjes op voorgaande foto kunt bewonderen.

Noto ligt aan de voet van de Monti Iblei. Het stadje kijkt vanaf 152 meter boven de zeespiegel uit op het dal van de rivier Asinaro. Oorspronkelijk lag Noto op ruim tien kilometer ten noordwesten van de plek waar de stad zich nu bevindt, links van de rivier Asinaro.

Deze oude stad, Noto Antica, werd op 11 januari 1693 echter getroffen door een zware aardbeving, waarbij de stad bijna volledig werd verwoest. Na de aardbeving werd een nieuw Noto gebouwd, twaalf kilometer ten zuidoosten van de oude stad, op een iets lager niveau dan Noto Antica. De stad werd mooier dan ooit tevoren.

De Spaanse hertog van Camastra, Giuseppe Lanza, was verantwoordelijk voor de wederopbouw van de hele Val di Noto. Hij liet zich overtuigen door Giovanni Battista Landolina, lid van een vooraanstaande familie en landeigenaar uit Noto Antica, om het nieuwe Noto op een andere plek te bouwen. Landolina’s ontwerp voor de nieuwe stad was gebaseerd op een regelmatige, rechthoekige rasterindeling – in tegenstelling tot de kronkelende wirwar aan middeleeuwse straatjes zoals dat eerder het geval was geweest.

De Spaanse hertog ging akkoord met dit nieuwe plan en besloot tevens Noto vorm te geven naar barokke idealen. Hij wees drie grote experts aan om dit omvangrijke project te leiden: de Nederlandse militair-ingenieur Carlos de Grunenbergh, militair-architect Giuseppe Formenti en architect Angelo Italia. Aan dit team werden nog drie lokale architecten toegevoegd: Vincenzo Sinatra, Rosario Gagliardi en Paolo Labisi. Zij hadden namelijk goede contacten en ervaring met bouwmeesters en metselaars uit de regio.

Noto werd verdeeld in drie stukken, van elkaar gescheiden door parallelle straten die van oost naar west liepen, waarbij de zon in alle drie de delen constant kon worden gezien en waarbij elke hoek van de straat prachtige panorama’s zou tonen. Het bovenste deel van de stad werd gereserveerd voor de adel, het middelste gedeelte voor de geestelijken (met als uitzondering het Palazzo Landolini) en het laagste deel van de stad voor het gewone volk.

De belangrijkste kerken en palazzi werden gebouwd met tufsteen, een materiaal dat het zonlicht als het ware absorbeert, waardoor de gebouwen worden omgetoverd tot prachtige, goudkleurige gebouwen. Vooral bij zonsondergang zijn de kleuren in Noto nog altijd spectaculair.

De sfeer die Noto uitstraalt, wordt prachtig neergezet in de film L’Avventura (1960) van regisseur Michelangelo Antonioni, met Monica Vitti en Marcello Mastroianni als hoofdrolspelers. Volgens National Geographic is Noto ‘niet alleen de mooiste barokstad van Sicilië, maar zelfs van heel Italië. Na de aardbeving van 1693 werd ze uit het niets opgebouwd. De stad is een prachtig theatraal en architectonisch geheel vol charme, symmetrie, geelbruine palazzi, weelderige piazze, prachtige uitzichten en beeldschone kerken.’

Een wandeling langs de kerken en palazzi van Noto
Het is niet moeilijk om overweldigd te raken door de barokke pracht en majestueuze uitstraling die Noto heeft.  Tijdens een wandeling langs de vele kerken en palazzi zorgt de zon voor prachtige kleuren op de imposante barokke bouwwerken. Je wordt verrast door mooie panorama’s op elke hoek van de straat – precies zoals de architecten voor ogen hadden toen ze Noto bouwden.

Start je kennismaking met Noto bij de Porta Reale, de stadspoort aan het begin van de Corso Vittorio Emanuele. De Porta Reale werd in 1838 ontworpen door de Napolitaanse architect Giorgio Angelini, ter gelegenheid van het bezoek van koning Ferdinand II van Bourbon aan Noto. De koninklijke symbolen spreken voor zich: de pelikaan staat voor zelfopoffering, de hond is een teken van trouw en loyaliteit en de toren straalt kracht uit.

Vanaf de Porta Reale wandel je door de Corso Vittorio Emanuele, die je naar het hart van Noto leidt. Langs deze hoofdstraat kom je langs drie pleinen waarop drie indrukwekkende kerken prijken, steeds met hoge trappen ervoor.

Het eerste plein dat je tegenkomt, is het Piazza dell’Immacolata, met de San Francesco all’Immacolata, die tussen 1704 en 1745 door Vincenzo Sinatra en Rosario Gagliardi werd gebouwd. In de kerk zijn kunstwerken te zien die men uit de Franciscaner kerk in het oude Noto heeft weten te redden.

Weer terug op de Corso Vittorio Emanuele zie je aan je linkerhand de Santa Chiara, naar ontwerp van Gagliardi, met een interieur vol schitterende barokke versieringen.

Vervolg je weg op de Corso Vittorio Emanuele tot je aan je rechterhand de Cattedrale di San Nicolò ziet, een gezamenlijk ontwerp van de drie architecten. Met de bouw van de kerk werd al in 1700 gestart, maar pas in 1776 werd de laatste steen gelegd. In 1996 stortte een groot deel van de kathedraal in. In 2007 werd de kathedraal heropend voor publiek.

Links van de kathedraal staat het Palazzo Landolina, dat is gebouwd in opdracht van Francesco Landolina. Zijn vader, Giovanni Battista Landolina had er voor gezorgd dat de Spaanse hertog de nieuwe stad Noto na de aardbeving op een andere plek liet herbouwen.

Francesco trok zich echter niets aan van zijn vaders indeling, en liet in 1730 het Palazzo Landolina meteen naast de nieuwe kathedraal bouwen, in ‘de wijk van de geestelijken’. Palazzo Landolina kreeg, in tegenstelling tot de andere gebouwen op het plein, een sobere uitstraling.

Tegenover de kathedraal schittert het Palazzo Ducezio, op het Piazza Trigona, waar ook het stadhuis van Noto gevestigd is. Het Palazzo Ducezio werd gebouwd in 1760, naar een ontwerp van Vincenzo Sinatra. In het gebouw vind je onder andere de Sala degli Specchi, een prachtige spiegelzaal in Louis de Vijftiendestijl.

In deze zaal werd in 2002 het verdrag getekend waarmee de barokke stadjes onder de naam Val di Noto op de Werelderfgoedlijst van Unesco kwamen, een grote gebeurtenis die wordt herdacht met een prachtige plaquette op de gevel.

Geniet van een granita bij Caffè Sicilia
Maak na deze barokke bombarie een tussenstop bij het beroemde Caffè Sicilia (Corso Vittorio Emanuele 125). Hier zorgt meester-banketbakker Corrado Assenza voor de meest verrukkelijke granita met amandel of citroen, maar ook voor heerlijke, vers gemaakte cannoli en gelato kun je er terecht.

Barokke balkonnetjes
Verderop wacht aan je rechterhand, in de Via Nicolaci, het prachtige Palazzo Nicolaci di Villadorata. Dit palazzo van de vooraanstaande familie Nicolaci is een prachtig voorbeeld van de barokke idealen die de stad ademt. Je zult geen genoeg krijgen van de barokke balkonnetjes!

Adembenemend uitzicht over Noto
Terug op de Corso Vittorio Emanuele staat bijna meteen aan je linkerhand de San Carlo. Deze kerk werd gebouwd in 1730, waarschijnlijk naar een ontwerp van Gagliardi. De kerk is gewijd aan San Carlo Borromeo en werd de Jezuïetenkerk van Noto. Bijzonder is dat de klok en het altaar afkomstig zijn uit de Jezuïetenkerk die voor de aardbeving in Noto Antica stond.

De klokkentoren kun je beklimmen. Het uitzicht over de stad is adembenemend. In de zomer vinden hier op de binnenplaats vaak klassieke concerten plaats tijdens Noto Musica – een betoverende belevenis!

Hercules en heilig water
De kerkenpracht van Noto is nog niet ten einde. Op het Piazza XVI Maggio prijkt de San Domenico, met wederom een prachtige voorgevel. Gagliardi tekende ook voor het ontwerp van deze kerk en het aangrenzende klooster. Op het plein staat ook het statige Teatro Vittorio Emanuele en de fontein met Hercules:

Loop nog even door op de Corso Vittorio Emanuele en sla dan linksaf de Via Ruggero Settimo in, voor de Chiesa del Carmine met de gouden Madonna del Carmelo, die vrijwel zonder schade uit de puinhopen van Noto Antica kon worden opgegraven. Bij de ingang van de kerk staan twee zogenaamde aquasantiere, stenen bassins waar heilig water in zat. Deze hebben eveneens op wonderbaarlijke wijze de aardbeving van 1693 overleefd.

Nog meer barokke balkons
De route voert verder over de parallel lopende Via Camillo Benso Cavour, met allereerst het Palazzo Astuto, met zeven prachtige balkons. De vele kamers van het palazzo kijken uit op een prachtige binnentuin, die door schrijfster Vittoria Alliata di Villafranca werd omschreven als un luogo d’incontro così fragrante e delizioso esiste nel mondo intero solo a Noto, ‘een ontmoetingsplek zo heerlijk geurend en zo hemels bestaat op de hele wereld alleen in Noto’.

Verderop wandel je langs het Palazzo Trigona Cannicarao. Dit palazzo, een prachtig voorbeeld van Siciliaanse barok, werd oorspronkelijk ontworpen door Gagliardi, maar voltooid door zijn twee collega’s. Het bouwwerk moest wedijveren met het Palazzo Nicolaci. Het kreeg dan ook net als dat palazzo prachtige balkons, maar met een ietwat soberder uitstraling.

Op de gevel staat een adelaar, het symbool van de familie Trigona – en van de stad Noto. Een deel van het Palazzo Trigona wordt nog altijd bewoond door een lid van de Trigona-familie, Agatina Trigona, barones van Frigintini. In het andere deel is de Sala Gagliardi gevestigd, dat eigendom is van de gemeente Noto en waar regelmatig tentoonstellingen worden gehouden.

In de wijk links van de Via Cavour vind je de SS. Crocifisso (aan het Piazza Mazzini), een van de grootste kerken van Noto, wederom ontworpen door Gagliardi. Aan weerszijden van de hoofdingang stonden leeuwenbeelden van Romeinse oorsprong, die nu in de kerk zelf te bewonderen zijn, net als de Madonna delle Neve, die na de aardbeving grondig moest worden gerestaureerd. Bewonder ook de prachtig gedecoreerde Cappella Landolina, met stucwerk en fresco’s in kleuren die nergens anders in de kerk te zien zijn.

Bloemenzee tijdens de Primavera Barocca
Elke derde zondag van mei wordt in Noto de Infiorata gevierd, een kleurrijk bloemenspektakel. De Via Corradi Nicolaci verandert in een paar dagen tijd in één groot bloementapijt. De straat wordt een weekend lang bedekt met prachtige mozaïeken gemaakt van bloemblaadjes.

De kunstwerken van bloemen leiden je vanzelf naar de Chiesa di Montevergini, met steeds nieuwe motieven, allemaal even kleurrijk. Net als de vroegere frescoschilders brengen de ‘bloemenschilders’ eerst de contouren van hun ontwerp over op het plaveisel. Later vullen ze de contouren in met gekleurde bloemblaadjes en bloemen.

De Infiorata maakt deel uit van de Primavera Barocca, een reeks culturele evenementen die in de periode april tot en met juni in Noto worden georganiseerd. Bijzonder mooi is ook de Corteo Barocco, een historische optocht waarbij vaandeldragers, muzikanten en andere figuranten in klederdracht uit de baroktijd door de straten van de stad trekken. Tijdens de Primavera Barocca kun je verder volop genieten van concerten, kunst, poëzie en andere culturele activiteiten die het voorjaar inluiden.

foto: Gimas

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *