Ga op pad met onze City Walks!

Buon appetito a Pigneto – het Brooklyn van Rome

Een paar jaar geleden had de Romeinse wijk Pigneto niet bepaald een goede reputatie. Nu is het echter een van de hippere wijken van de stad en vind je er naast veel kunstenaars, studenten en street art ook een heleboel culinaire adresjes die het proeven meer dan waard zijn. Jesper en Saskia gingen op onderzoek uit en maakten een culinaire tour langs de lekkerste adresjes van Pigneto.

‘Kijk eens wat een heerlijke sfeer, deze ochtend. Dit is… mijn Pigneto. Zo heb ik het het liefst. Cavolo, wat een rust!’ Dario Santilli, de eigenaar van wijnbar Infernotto, knijpt zijn ogen dicht tegen de zon. Hij is ontspannen, net als de sfeer in dit stukje Rome. Anders dan ‘s avonds, als de wijk verandert in een gezellige uitgaansbuurt, is het er nu heerlijk rustig. Je lijkt wel lichtjaren verwijderd van de drukte rondom de grote bezienswaardigheden in het centrum.

Er lopen wat locals langs, op weg van huis naar werk, een paar jonge studenten staan voor een bar te roken. Oude dametjes keren terug van hun bezoekje aan de buurtmarkt.

Dario neemt me ongeveer twintig jaar mee terug in de tijd, toen een deel van Pigneto werd omgetoverd tot voetgangersgebied. Dario: ‘Voor die tijd was het ‘de Bronx van Rome’, een achterstandswijk met vrij veel kleine criminaliteit. Zeker ’s nachts kon je hier maar beter niet komen. Zelfs doorgewinterde horecatijgers als ik liepen in die tijd liever niet alleen over straat.’

Hij is dan ook blij dat Pigneto zo veranderd is, in positieve zin. Dankzij een gelukkige samenloop van omstandigheden is Pigneto nu veranderd van ‘de Bronx van Rome’ in ‘het Brooklyn van Rome’. Het is een gewilde wijk geworden, waar de huizenprijzen als een raket omhoog zijn geschoten en waar de ene na de andere hippe bar als de spreekwoordelijke paddenstoelen uit de grond is geschoten.

Infernotto, de wijnbar van Dario, is een van deze nieuwe adresjes. ‘Veel van mijn klanten zijn jonge Romeinen die hier vanuit heel Rome naartoe komen voor een goed glas wijn. Maar niet alleen dat, want Infernotto is ook een restaurant. Naast ongeveer honderdvijftig verschillende wijnen (grotendeels uit Italië) hebben we ook een aantal klassieke Romeinse gerechten op de kaart staan.’

Maar Dario is bij lange na niet de enige waar je in Pigneto goed en gezellig kunt eten. De concentratie restaurants is hier ongekend hoog. Slechts vijftig meter verderop vind je Pigneto 41, dat in 2008 zijn deuren opende. Het wordt gerund door de broers Franco en Alessandro Natali, die er op de bar de kleurrijkste aperitivo-buffetten uitstallen.

Alessandro: ‘Hier komen veel mensen uit de film- en theaterwereld. Maar ook steeds meer niet-Romeinen, met dank aan Lonely Planet die als een van de eerste reisgidsen naar Pigneto kwam om poolshoogte te nemen van de positieve veranderingen. Mijn broer en ik staan om de beurt achter het fornuis. We serveren vooral Romeinse gerechten, maar soms met een twist, om ook onze vaste klanten te blijven verrassen.’

We beloven later te komen proeven en zeggen Alessandro gedag. Bij Il Tiaso wacht ons een bijzonder concept. Het is een zogenaamde enolibreria, een boekhandel waar een goed boek en een goed glas wijn hand in hand gaan.

Eigenaar Gabriele Grandoni vertelt ons dat hij zijn rechtenstudie aan de wilgen hing en zijn wetboeken verruilde voor een kurkentrekker, vanwege zijn grote passie voor wijnen. De uitspraak aan de wand, ‘la vita è troppo corta per bere vino cattivo’, vat zijn carrièreswitch uitstekend samen.

Il Tiaso heeft wel wat weg van de woonkamer van een excentrieke rockster. Op de achtergrond muziek van Roxy Music, Clash, Antony en Morrissey. Als Jesper een opmerking maakt over Morrissey, kijkt Gabriele ons met wijd open ogen aan: ‘Weten jullie dat Morrissey hier al twee keer geweest is?’

Hij springt op, bladert door een dik boek en toont ons een – ietwat wazige – foto. ‘Eccolo!’ Of het echt om Morrissey gaat, is door de slechte kwaliteit van de foto niet te zien, maar we knikken enthousiast om de sprankeling in Gabrieles ogen niet te laten doven.

‘Pigneto is fantastisch. Er hangt een coole sfeer en er komen veel kunstenaars, schilders, muzikanten, schrijvers, acteurs… En één avond per week hebben we hier live muziek,’ vertelt Gabriele enthousiast verder. We beloven gauw ook een keer ‘s avonds terug te komen om het zelf mee te maken.

Nu wacht ons, aan de andere kant van de spoorweg die Pigneto in tweeën deelt, een heel andere sfeer. Niet zo hip en uitgelaten als in het voetgangersgebied, maar wat rustiger en groener, met dank aan de huizen die in de jaren twintig van de vorige eeuw werden gebouwd voor de spoorwegmedewerkers.

Dit is ook het stukje Pigneto dat Pier Paolo Pasolini, de beroemde schrijver, dichter en filmregisseur, in zijn hart had gesloten en dat hij als decor koos voor zijn film Accattone.

Het kleine Vini e Oli lijkt zo uit een filmset gehaald te zijn. Eigenaar Tommaso Organtini had eerst een wijnbar vlak bij het huidige voetgangersgebied, aan de andere kant van het spoor. Toen dit pand een paar jaar geleden vrij kwam, besloot hij het meteen te kopen en zijn wijnvoorraad te verhuizen.

Tommaso: ’Ik woon al sinds 1965 in Pigneto en heb het de afgelopen jaren erg zien veranderen. Het is, hoe zeg je dat, trendy geworden (hij spreekt het met enige afschuw uit) en jonge Romeinen uit de hel stad, zelfs vanuit de meest afgelegen buitenwijken, komen hier ‘s avonds heen. Het is bijna niet te geloven, hoe Pigneto ineens zo populair is geworden…’

Vini e Oli ademt nog de sfeer van weleer, met overal waar je kijkt flessen wijn. De specialiteit van het huis is porchetta (de enige echte, uit Ariccia), de sfeer is er onnavolgbaar huiselijk. Terwijl we genieten van onze laatste slok wijn, valt Jespers oog op een stukje krant dat aan de muur hangt.

Twee mannen, van wie er een zichtbaar dronken is, praten met elkaar. De een zegt tegen de ander: ‘Nadat ik heb gelezen dat wijn een negatieve invloed kan hebben op je gezondheid, ben ik maar gestopt met lezen.’ Lachend zeggen we Tommaso gedag en ook aan hem beloven we snel terug te komen voor een portie porchetta, een glas wijn en goed gezelschap.

We dwalen door de straten van Pigneto, met de historie als tastbare metgezel, al toont de geschiedenis zich hier niet in grootse monumenten of overdadige palazzi. Tussen de verschillende villa’s en huizen vind je ook hier genoeg adresjes voor een culinaire stop: Rosti, Tiger Tandoori, Takiniku, Bottiglieria Pigneto…

Onze volgende bestemming is een traditionele trattoria, authentiek, lokaal en bijzonder lekker: Qui se Magna. Al sinds 1983 kun je hier aanschuiven voor lekkernijen uit de Romeinse keuken, van amatriciana (pasta met gezouten spek en tomatensaus) en carbonara tot cacio e pepe (pasta met pecorino en zwarte peper) en coda alla vaccinara (ossenstaart). Tegenwoordig houden broer en zus Zecchino er de pollepel in handen.

Paolo en Pina: ‘In 1983 was dit een authentieke trattoria waar de locals kwamen voor een kaartspel en een glas wijn. Pas in de jaren negentig kwam er ook een keuken bij, met dank aan onze moeder, Valeria. Van begin af aan zette ze op en top Romeinse gerechten op de kaart, die zo in de smaak vielen dat meer en meer mensen uit Pigneto bij haar kwamen eten. Ze zeiden zelfs simpelweg ‘Andiamo da Valeria’ (‘we gaan naar Valeria’).

Paolo en Pina hebben al van jongs af aan in de keuken geholpen en de fijne kneepjes van Valeria afgekeken. Terwijl Pina ons een flinke portie gricia (amatriciana maar dan zonder tomatensaus) voorzet, steekt ze haar wijsvinger op. ‘Niet zó veel eten dat er straks geen tiramisù meer bij kan,’ waarschuwt ze.

We luisteren braaf en krijgen er geen spijt van; de tiramisù is inderdaad om je vingers bij af te likken. Na de laatste hap nemen we afscheid met een abbraccio forte. We besluiten de portie tiramisù er deels af te lopen en wandelen zonder vooropgezet plan door Pigneto, dat langzamerhand drukker wordt. Na een klein half uurtje kris kras door de wijk te hebben gelopen, staan we ineens voor het hart van Pigneto: Bar Necci.

Al sinds 1924 wordt hier koffie geschonken en pasta gekookt. Pasolini kwam er graag, alleen of met vrienden, of met de hele filmploeg met wie hij aan Accattone werkte. Voor hem was Necci een tweede thuis, zeker in de periode dat hij een kleine kamer boven het café huurde.

We begrijpen de aantrekkingskracht die Necci op Pasolini had meer dan goed. Het diffuse licht, het geroezemoes, de frisse lucht in de tuin en de lichte geur van tomatensaus die zich binnen in je neusgaten verschanst, de foto’s aan de muur (waarop je de eigenaren met onder anderen Obama ziet)…

Je blijft hier rondkijken en elke keer ontdek je weer nieuwe details. Terwijl we een laatste caffè en een slaapmutsje bestellen, valt ons oog bijna tegelijkertijd op een ingelijste foto van niemand minder dan Pier Paolo Pasolini, naast de ingang. In Andy Warhol-stijl lijkt hij ons toe te lachen, in een smaakvol geel jasje, met een turquoise stropdas en een zwarte zonnebril. Elke bezoeker wordt zo door hem persoonlijk welkom geheten, als ware Necci nog altijd zijn thuis…

Onder toeziend oog van Pasolini toosten we samen met de barman op de opleving van Pigneto, op de erfenis van Pasolini en op Rome, een stad die ons vandaag weer eens heeft weten te verrassen. A presto, Pigneto!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *