Sala del Lazzaretto – ontdek een verborgen plek in Napels
Op de plek van de Via Carbonara werd eeuwenlang afval verbrand. Vandaar de naam, die dus niets te maken heeft met het beroemde pastagerecht uit de Romeinse keuken.
Ten tijde van de heerschappij van de familie Anjou maakte het verbrande afval plaats voor riddertoernooien. Vaak ging het er zo bloederig aan toe dat de paus uiteindelijk moest optreden en een officieel verbod uitvaardigde.
Tegenwoordig prijkt er op de vroegere vuilnisbelt een prachtige kerk, de San Giovanni a Carbonara, die tussen 1343 en 1418 werd gebouwd, op de plek die de edelman Gualtiero Galeota aan de Augustijner orde had geschonken, op voorwaarde dat de monniken de kerk aan Johannes de Doper zouden wijden.
Dat deden ze, met als resultaat een kerk vol kunst die je tijdens je bezoek aan Napels niet mag missen!

Om de kerk te bereiken, klim je omhoog over de indrukwekkende trap die Ferdinando Sanfelice begin achttiende eeuw ontwierp. Sanfelice was een veelgevraagd architect in die tijd; hij tekende bijvoorbeeld ook voor het Palazzo dello Spagnolo en Palazzo San Felice in Rione Sanità.


Eenmaal binnen valt met name het kolossale grafmonument van koning Ladislao di Durazzo (1387-1414) op, een stotterende vorst die stierf aan syfilis als gevolg van de grote schare minnaressen die hij erop nahield. Desondanks kreeg hij een grafmonument dat zijn gelijke niet kent en waar we je verderop meer over vertellen.


Via een doorgang onder dit koninklijke graf betreed je de Cappella dei Caracciolo del Sole, met het graf van Giovanni (alias Sergianni) Caracciolo, een belangrijke functionaris die als plaatsvervanger van koning Ladislao optrad én de minnaar was van de zus van de koning, Giovanna.
Na de dood van haar broer in 1414 was Giovanna tot haar eigen dood in 1435 koningin van Napels, als laatste telg van het huis Anjou die de Napolitaanse troon bekleedde.
Caracciolo kwam in 1432 om het leven bij een samenzwering die door de koningin zou zijn georganiseerd, waarna Giovanni’s zoon Troiano opdracht gaf tot de bouw van het monument ter nagedachtenis aan de tragedie die zijn vader trof.

Dankzij de aanwezigheid van deze twee illustere gasten kreeg de kerk een prestigieuze naam die de aandacht trok van andere adellijke families die er eveneens begraven wilden worden.
Giovanna gaf opdracht voor het gigantische grafmonument van koning Ladislao, dat de gehele apsis in beslag neemt. Het wordt toegeschreven aan Andrea Ciccione uit Florence, die hiervoor samenwerkte met andere voornamelijk Toscaanse kunstenaars.

Helemaal bovenaan zie je koning Ladislao te paard, met het zwaard fier de lucht in gestoken, een volstrekt ongebruikelijk beeld in een kerk. Daaronder de Madonna met het Kind, samen met de heiligen Johannes en Augustinus.
Een verdieping lager ligt Ladislao op zijn doodsbed, geflankeerd door twee engelen die de gordijnen openen voor de toeschouwers. Hij wordt gezegend door bisschop Lodewijk van Toulouse.


Je blik wordt vooral getrokken naar een zittende Ladislao en Giovanna, omringd door heiligen en religieuze figuren die hun rol als koning(in) onderstrepen. Daarnaast prijken de morele deugden geloof, hoop, naastenliefde en grootmoedigheid.

Aan de voet van het graf symboliseren vier vrouwelijke figuren de kardinale deugden: matigheid, standvastigheid, voorzichtigheid en rechtvaardigheid. De beelden zijn vier vrouwelijke figuren, gekleed als Romeinse Vestaalse maagden, met symbolische elementen in hun handen.
Zo houdt de standvastigheid een zuil vast die evenwicht en stabiliteit vertegenwoordigt, terwijl de matigheid wijn met water mengt en de voorzichtigheid een slang vast houdt. De rechtvaardigheid heeft in haar linkerhand een schelp waarin een gevleugelde putto opvalt die in zijn rechterhand een zwaard vasthoudt.

Tussen deze deugden door stap je de Cappella Caracciolo del Sole binnen, die werd gebouwd in opdracht van Giovanni Caracciolo, telg van een invloedrijke familie die een belangrijke vinger in de Napolitaanse kerk en kunst had.
Op de wanden schitteren kleurrijke fresco’s van de hand van Leonardo da Besozzo en Perinetto da Benevento die respectievelijk het leven van Maria en van de kluizenaar vertellen.


De vloer bestaat uit een prachtig mozaïek van blauwe tegels in alle schakeringen, van aquamarijn tot kobaltblauw, waarop verschillende symbolen opvallen, waaronder het zonnekruis, het wapen van de familie Caracciolo del Sole.

Na de dood van Giovanni kreeg Andrea Ciccione de opdracht ook voor hem een grafmonument te ontwerpen.
Op een marmeren sokkel staan vijf beelden van de deugden, die de grafkist ondersteunen, met op de voorkant drie kleine leeuwen en twee gevleugelde genieën met een lauwerkrans waarin de zon staat met daarin een oprijzende leeuw. Aan weerszijden daarvan zie je, in twee nissen, twee gevleugelde krijgers met een schild met een zonnekruis.
Boven de grafkist lees je een inscriptie die herinnert aan zijn gewelddadige dood, met daar weer boven een beeld van Giovanni Caracciolo, met een dolk in zijn rechterhand.

De kerk herbergt nog een kapel voor de familie Caracciolo, maar dan voor de tak uit Vico Equense, ten zuiden van Napels. Het ontwerp heeft wel iets weg van het Pantheon in Rome en wordt toegeschreven aan een architect die op de hoogte was van de vernieuwende ideeën van Bramante en Antonio da Sangallo.
De marmeren uitvoering was in handen van Giovan Tommaso Malvito. Aan weerszijden van het altaar liggen de grafmonumenten van Nicolantonio en Gian Galeazzo Caracciolo, stamvader van de familie en held van de Slag bij Otranto in 1480.



De San Giovanni a Carbonara houdt niet op te verrassen, want er is nóg een prachtige kapel, de Cappella di Somma, met het grafmonument van Scipione di Somma, vervaardigd door Annibale Caccavello, en schitterende schilderingen van met name lokale kunstenaars.

In het schip van de kerk bewonder je nog een belangrijk beeldhouwwerk uit de renaissance, het Altare Miroballo, dat is gewijd aan Johannes de Doper maar zijn naam dankt aan zijn opdrachtgever: bisschop Antonio Miroballo, voorzitter van de Regia Camera della Sommaria. Het wapen van de familie Miroballo is te zien in twee bas-reliëfs met gevleugelde engelen.
Dit altaar werd tegen het einde van de vijftiende eeuw vervaardigd door verschillende kunstenaars van de Lombardische school. Daarmee is het een van de eerste renaissancekunstwerken in Napels.

Later werd het graf van Antonio Miroballo aan het altaar toegevoegd, tegen de zijwand. Met een laatste blik op dit altaar besluiten we de reeks prachtige grafmonumenten in de San Giovanni a Carbonara, die dankzij al die schitterende grafmonumenten een soort ‘marmeren archief’ is van de machtigste families van Napels.


Naast alle grootse graven herbergt de San Giovanni a Carbonara ook een prachtig schilderij van Christus aan het kruis, van Giorgio Vasari, die het in 1545 voor kardinaal Girolamo Seripando, theoloog van het Concilie van Trento, schilderde.
Vlak na ons bezoek dit voorjaar werd dit werk voor het eerst tentoongesteld in de sacristie, met nog een aantal andere schilderingen van Vasari. Ooit kon je hier maar liefst zestien panelen bekijken, met verhalen uit het Oude Testament en episodes uit het leven van Johannes de Doper, op de deuren van de kasten in de sacristie.

Meer van Vasari zie je in de Sant’Anna dei Lombardi aan het Piazza Monteoliveto, vlak bij de Via Toledo, waar de Toscaanse kunstenaar eveneens verantwoordelijk was voor een schitterende sacristie.
Wil je al dit moois met eigen ogen zien? Je vindt de San Giovanni a Carbonara aan de Via Carbonara 4, waar je dagelijks terecht kunt van 10.00 tot 17.00 uur. De toegang is gratis.
Meer informatie vind je op de website van Museo Diocesano Diffuso (MUDD), een initiatief dat het religieus erfgoed van Napels toegankelijk maakt. In deze blog lees je daar meer over.


