apr 21

Volgens de legende werd Rome op 21 april 753 voor Christus gesticht door de twee-lingbroers Romulus en Remus. Dat betekent dat de Eeuwige Stad vandaag maar liefst 2765 wordt. Om dat te vieren, vinden er verschillende festivals, concerten en andere speciale evenementen plaats in de stad. Bovendien wordt de Romeinse hemel vanavond opgesierd met vuurwerk, dat wordt afgestoken aan de oevers van de Tiber.

Op Ciao tutti vieren we Romes verjaardag met een prachtig gedicht over alles wat je op een dag als vandaag in Rome zou moeten kunnen doen:

‘En, langs het atrium der Vestalinnen
en op de Via Appia Antica gaan
en onder Titus- en Augustusbogen
en voor de David van Bernini staan,

en uit het Pantheon de mussen horen,
en in de buurt de kuil der katten zien,
en door de parken van Maecenas lopen,
en naar de graven der Horatii,

en zitten in de kerk van San Clemente,
en bij de echo’s van een springfontein,
en luisteren naar de blinkende Najaden,
en in een kloostertuin gelukkig zijn,

en door Rome zonder tijd bewegen,
en als een pelgrim in de warme nacht,
en in de kokers van het Colosseum kijken.
En leven in een staat van overmacht.’

Anton van Wilderode
uit: Volledig dichtwerk (1999)

Getagd met:
apr 10

Wie het werk van Escher bekijkt, kijkt meerdere keren door de ogen van de kunstenaar naar Italië. Al direct na zijn schooltijd in Haarlem trekt Escher richting het diepe Italiaanse zuiden, onder andere naar Ravello en Atrani aan de Amalfikust, waar hij zijn grote liefde Jetta ontmoet. Met haar zal hij op 12 juni 1924 in Viareggio in het huwelijk treden.

Maar Escher wordt niet alleen verliefd op Jetta, ook Italië draagt hij een warm hart toe. Hij reist veel, onder andere naar de regio’s Calabrië, Sicilië en Abruzzo. De plaatsen waar hij verbleef, zette hij trefzeker en tot in de kleinste details op papier, om er later houtsneden van te maken.

All M.C. Escher works © the M.C. Escher Company BV-Baarn-the Netherlands
www.mcescher.com

In de zomer van 1925 wordt Italië zelfs zijn nieuwe thuis, als hij zich met zijn vrouw Jetta in Rome vestigt. Escher raakt gefascineerd door de stad en de veelheid aan monumenten en bijzondere plekken. Veel van deze plekken, die bijna honderd jaar later nog steeds veel reizigers weten te fascineren, tekende hij op in zijn schetsboeken. Ze laten zien dat de kunstenaar in zijn begintijd nog heel realistisch te werk ging.

Reis maar even mee naar Rome door de ogen van Escher, van Vaticaanstad naar het Capitool:

All M.C. Escher works © the M.C. Escher Company BV-Baarn-the Netherlands
www.mcescher.com

Deze route heb ik uiteraard niet zomaar gekozen. Het is dezelfde route die een honderdtal stukken uit het Vaticaans Archief laatst hebben afgelegd. Ter gelegenheid van de tentoonstelling Lux in Arcana is een aantal bijzondere documenten en boekwerken uit het Vaticaanse Archief nu namelijk exclusief te zien in de Musei Capitolini. Morgen meer over deze unieke expositie!

Getagd met:
apr 06

Vandaag, op Goede Vrijdag, wordt onder leiding van de paus de Via Crucis (Kruisweg) gelopen, een plechtige processie die van het Colosseum naar de Palatijn voert. De paus draagt tijdens de tocht een groot houten kruis. Op elke statie, veertien in totaal, houdt de stoet stil voor een gebed. Bij de laatste statie houdt de paus een toespraak waarin hij refereert aan allerlei belangrijke gebeurtenissen in het afgelopen jaar.

De processie is een indrukwekkend gebeuren. Achter de paus sluiten ook veel Romeinen zich bij de processie aan. Ze dragen allemaal een lichtje, en sommigen zelfs een kruis. De Via Crucis meelopen? De processie start om 21.15 uur bij het Colosseum. Zeker een aanrader als je vandaag in Rome bent!

De lijdensweg van Bernini
Voor wie vandaag niet in Rome is, een lijdensweg die het hele jaar door te bezoeken is: de Ponte Sant’Angelo, oftewel de Engelenbrug. Het was mij eerlijk gezegd tot vorige week nooit zo opgevallen, dat de engelen die de brug sieren allemaal een element van Jezus’ lijden dragen. Pas toen een Romein me erop attent maakte (naar aanleiding van het feit dat ik elke engel op de foto probeerde te zetten), zag ik de doornenkroon, het kruis, de lans, de spons gedrenkt in azijn… Kijk maar mee naar een paar van deze engelen:

De lijdensweg op de Engelenbrug is wel iets korter dan de Kruisweg; in plaats van veertien staties wordt de brug gesierd door tien engelen. De meeste mensen denken dat deze engelen zijn gemaakt door Gian Lorenzo Bernini, maar in werkelijkheid zijn ze stuk voor stuk van de hand van zijn leerlingen. Bernini zelf ging in opdracht van paus Clemens IX wel van start met de eerste twee engelen. De paus vond die twee eerste engelen echter zo mooi, dat hij besloot ze zelf te houden. Je kunt deze originele engelen van Bernini gelukkig wel nog bewonderen, en wel langs het priesterkoor van de Romeinse kerk Sant’Andrea delle Fratte.

 

Wees overigens wel voorzichtig als je de Engelenbrug bezoekt. Op 19 september 1450, een Heilig Jaar, begaven grote groepen pelgrims zich via deze brug naar de Sint Pieter. De brug kon het gewicht van al deze mensen echter niet aan. De zijwanden begaven het en tientallen mensen vielen in de Tiber. Daarbij kwamen 178 pelgrims om het leven. De engelen stonden er toen overigens nog niet, dus wellicht dat hun wakende ogen een dergelijk ongeluk nu sowieso voorkomen…

mrt 28

Wie na het bezoeken van de Spaanse schilders (zie mijn stukje van gisteren) zelf ook graag het penseel ter hand neemt en zich wil laten inspireren door al dat moois in Rome, kan in oktober mee op reis met beeldend kunstenaar Stephan Peters en Rome-insider Mariët Bloemendal van Activa Bolsena. Samen voeren ze je door de historische straten van Rome, zodat je de mooiste plekjes kunt vereeuwigen in je schetsboek.

Aan de hand van een aantal thema’s zul je de stad observeren met de ogen van een kunstenaar. Uiteraard kun je wat je ziet en meemaakt in je eigen schildersdagboek optekenen. Het werk van de kleine groep deelnemers zal aan het eind van iedere dag besproken worden, zodat je de volgende dag de stad nog beter aan het papier kunt toevertrouwen.

Na de aankomst op zaterdag kun je in een sfeervol appartement even bijkomen van de reis, waarna er een gezamenlijk welkomstdiner wordt gehouden in een gezellige trattoria. De tweede dag Rome staat in het teken van ‘ruimte’. De schildersafari gaat van start met een bezoek aan een van de zeven heuvels van Rome. Vanaf deze hoog gelegen plek ligt Rome in al haar facetten aan je voeten.

Op de derde dag staat het schildersdagboek in het teken van steen, met een bezoek aan het Colosseum, het Forum Romanum en andere plekken uit het antieke Rome. Dan is het de beurt aan de mens, die bestudeerd gaat worden in de Vaticaanse Musea. Natuurlijk aan de hand van de schilderingen van Michelangelo, maar ook aan de hand van de bezoekers van het Sint Pietersplein.

Ook de natuur in Rome verdient het op papier te worden gezet. En waar kan dat nu beter dan in Villa Borghese? Dit 80 hectare grote stadspark biedt naast landschappelijk aangelegde tuinen diverse musea, paviljoenen en sculpturen. De dag erna is worden de mensen op straat vastgelegd in het Romeins dagboek. Er wordt geflaneerd over de straten, pleintjes en steegjes, op zoek naar mooie doorkijkjes en straatbeelden.

De laatste schilderdag staat in het teken van stroom. De rivier de Tiber, met haar prachtige oude bruggen en sfeervolle kaden, wordt aan het reisdagboek toegevoegd. Tijdens het gezamenlijke afscheidsdiner wordt een gezamenlijk geschreven reisverhalenbundel uitgereikt, om samen met het schildersdagboek straks thuis heerlijk terug te kunnen kijken… Wie weet, hangen jouw werken over een paar jaar dan ook wel in de Eeuwige Stad…

Mee op schildersafari?
Er is voor deze unieke week plaats voor maximaal acht deelnemers, dus beslis snel want vol is vol! De reis vindt plaats van 7 t/m 14 oktober 2012. In juni is er een kennismakingsavond in het atelier van Stephan. Kijk voor meer informatie over deze reis op de website van Activa Bolsena.

mrt 19

De grote vraag bij Italiaanse mannen luidt als volgt: zijn ze onder te verdelen in de drie bovengenoemde categorieën of hebben ze stiekem allemaal alle drie de beschrijvingen in zich? Of nemen ze naar gelang de situatie steeds een andere rol aan? Gedragen ze zich op straat als macho’s, in bed als meesterminnaars en als ze je eenmaal hebben veroverd als moederskindjes?

Italiaanse mannen zijn wonderlijke mannen, zo constateert ook journaliste Pauline Valkenet nadat ze in Rome is gaan wonen. Ze raakt geïntrigeerd door vrolijk flirtende charmeurs en door ijdeltuiten die uren voor de spiegel staan. Ze gaat uit met macho’s die bij nader inzien onder hun moeders rok blijken te zitten. Haar getrouwde collega’s verslijten hordes minnaressen en komen daar schijnbaar moeiteloos mee weg.

Gedreven door nieuwsgierigheid wil Pauline Valkenet de mannen van Italië doorgronden. Wat zit er allemaal achter die stijlvolle façade van elegante zonnebrillen en scherp geschoren sikjes? Ze begint een boeiende speurtocht die haar kriskras door het land voert: naar een schoonheidswedstrijd voor mannen, een hoerenbuurt in Rome, een school voor schoonmoeders en een parkeerplaats vol vrijende Napolitanen. Nederlandse vrouwen die in Italië wonen, vertellen over de inheemse heren. Ook modeontwerper Valentino, voetballer Luca Toni, sociologen, seksuologen en tal van andere Italiaanse mannen komen aan het woord.

In het geestige boek Macho’s, moederskindjes, meesterminnaars? – Italiaanse mannen onder de loep duikt Pauline Valkenet achter de clichés. Ze doet uit de doeken of de mannen in Italië echt zo romantisch zijn en ontcijfert hun drang naar uiterlijke schoonheid. Ze legt uit hoe het komt dat er zoveel moederskindjes rondlopen en wat dat met de liefde doet. Tot slot onthult ze of Italiaanse mannen nu werkelijk zulke meesterlijke minnaars zijn.

Een fragment:

’s Ochtends ga ik naar kapper Michele, die een goedlopende zaak vlak bij het Colosseum heeft. Michele is een man van 59 jaar, een kop kleiner dan ik en hij knipt me al jaren. Als ik hooggehakt en in een rokje binnenstap, kijkt hij naar mijn benen en zegt: ‘Pauline, wat heb jij prachtige enkels. Dat valt me nu pas op.’ ’s Middags ga ik aan het werk. Cameraman Roberto begroet me en zegt: ‘Hoe komt het toch dat jij met de jaren alleen maar mooier wordt?’ ’s Avonds ben ik voor de buik, billen en bovenbenen in de sportschool. Achter de balie staat fitnessleraar Gianni, die me begroet met: ‘Ciao, bella! Wat is het toch altijd een vreugde om jouw glimlach te zien!’

Complimenten. Italiaanse mannen zijn er scheutig mee. Naast hun secondelange blikken waarmee ze het vrouwelijk schoon van top tot teen opnemen, zijn daar altijd die complimenten. Of de heren nu jong of oud zijn, beeldschoon of zo lelijk als de nacht, de dame in kwestie nooit eerder hebben gezien of al jaren kennen: een complimentje moet worden gemaakt. Die over de mooie ogen is inmiddels ronduit afgezaagd. Een beetje man bedenkt iets beters: pluimpjes over de glanzende huid, de slanke handen of de mooie nek.

Als een Italiaanse man een compliment wil geven, vindt hij altijd wel iets om een vrouw lof toe te zwaaien. Zo was de agent op het politiekantoor in Rome, waar de blonde en blauwogige Martha aangifte kwam doen van diefstal van haar portemonnee, duidelijk onder de indruk van mijn Amsterdamse vriendin. Op het moment dat zij klaar was met het invullen van het noodzakelijke papierwerk, riep hij enthousiast: ‘Ooooh, mevrouw! Wat heeft u een práchtige handtekening!’

Diezelfde Martha raakte bevriend met een charmante antiekhandelaar van in de vijftig, die haar op een avond uitnodigde voor een drankje op een dakterras met een spectaculair uitzicht over Rome. Toen zij twijfelde, drong hij aan. ‘Toe, ga nou mee, ik wil zo graag even van dat prachtige uitzicht genieten.’ Eenmaal op het dakterras ging hij tegenover haar zitten, met zijn rug naar de stad toe.
‘Wat ga jij nou verkeerd om zitten?’ vroeg zij verbaasd.
‘Ik zit niet verkeerd om,’ antwoordde de antiekhandelaar. ‘Dat prachtige uitzicht waar ik van wil genieten, ben jij.’

Tja, en dan vergeef je deze Italiaanse man alles wat hem ook maar te vergeven valt. Maar of dat voor elke Italiaanse man geldt? Reden genoeg om de Italiaanse mannen dus eens extra onder de loep te nemen. Zeker vandaag, want op 19 maart (de naamdag van de heilige Jozef) wordt in Italië Vaderdag gevierd.

Mannen, wat heb je eraan?
Maar ook in Nederland staan de mannen vandaag in de schijnwerpers. Althans in De Balie in Amsterdam, waar vanavond tijdens het KennisCafé een debat plaatsvindt over mannen – en wat je aan ze hebt. Ik zal hier natuurlijk even mijn oor te luister leggen om te horen of en hoe de machofactor van mannen biologisch bepaald is.

Volgens Aart de Kruif, auteur van Typisch testosteron en een van de sprekers vanavond, wordt de hoeveelheid testosteron namelijk al voor de geboorte bepaald, in de baarmoeder. Of een man uitgroeit tot een echte macho wordt namelijk bepaald door de testosteronconcentratie van zijn moeder. Ik ben benieuwd of die Italiaanse macho’s dat zullen erkennen…

Meer lezen?
Macho’s, moederskindjes, meesterminnaars? – Italiaanse mannen onder de loep van Pauline Valkenet is nog tweedehands te bestellen via bol.com.

Meer lezen over hoe testosteron het gedrag van mannen beïnvloedt? Bestel dan Typisch testosteron – De grote invloed van een hormoon op het gedrag van mannen én vrouwen. Een heel andere benadering van mannen dan die van Pauline Valkenet, maar minstens zo interessant!

Welke invloed heeft het hormoon testosteron op het gedrag van mannen én van vrouwen? Volgens Aart de Kruif is die invloed vele malen groter dan we al vermoedden. Hij deed jarenlang onderzoek naar gedrag bij dieren en ontdekte grote overeenkomsten tussen dierlijk en menselijk gedrag, met name wat betreft de werking van dit ene hormoon. In dit bijzonder interessante boek stelt hij op basis van eigen en ander wetenschappelijk onderzoek dat biologische, natuurlijke factoren, zoals hormonen, een vaak veel sterker effect hebben op gedrag dan sociologische of culturele factoren. De Kruif schuwt daarbij controversiële standpunten niet.

Typisch testosteron
Aart de Kruif
ISBN 9789088030116
€ 18,95
uitgeverij Lias

mrt 04

Vorig jaar in oktober was een prent van Maarten van Heemskerck waar ik bij toeval op stuitte de aanleiding op zoek te gaan naar de geschiedenis van het Pantheon. Nu zijn veel meer van zijn prachtige prenten te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Jullie kunnen je vast voorstellen dat mijn hart daar een beetje sneller van gaat kloppen. Niet alleen is er nu voor iedereen die niet in Rome verblijft een klein stukje van de Eeuwige Stad binnen handbereik, we kunnen zo ook zien hoe de stad er vroeger uitzag en welke geheimen er nog verborgen liggen onder eeuwen geschiedenis.

Voor ik naar Rome vertrok, maakte ik dus nog even een tussenstop in Rotterdam. Ik reisde via Haarlem. Niet alleen omdat de NS me daar door omstandigheden toe verplichtte, maar ook om nog een beetje beter in de voetstappen van Van Heemskerck te kunnen treden. Haarlem was namelijk de geboortestad van Van Heemskerck. Hier moet hij voor het eerst over Rome hebben gehoord, hier moet hij over Rome hebben gedroomd, zijn reis hebben gepland…

Precies vierhonderdtachtig jaar geleden was het zover. In 1532 vertrok Maarten van Heemskerck naar Rome. In de Eeuwige Stad liet hij zich inspireren door de overblijfselen uit de klassieke oudheid. Antieke beelden en ruïnes vormden een dankbaar onderwerp voor zijn tekeningen, die hij nog jaren na zijn terugkeer als bron zou blijven gebruiken. Op de achtergrond van zijn beroemdste zelfportret, dat speciaal voor deze tentoonstelling uit het Fitzwilliam Museum in Cambridge is overgebracht naar Rotterdam, schilderde hij het Colosseum, voor velen hét symbool van het oude Rome.

Maarten van Heemskerck | Zelfportret met Colosseum, 1553 | Olieverf op paneel
© Fitzwilliam Museum, Cambridge

Op het olieverfschilderij Zelfportret met Colosseum (1553) beeldde Maarten van Heemskerck zichzelf overigens twee keer af: als 55-jarige, succesvolle en gefortuneerde kunstenaar staat hij voor een schilderij waarop hij een tweede maal te zien is (rechtsonder), ditmaal als jonge kunstenaar die de ruïnes van het Colosseum vastlegt op een schetsblad. Van Heemskerck heeft het Colosseum keer op keer getekend tijdens zijn verblijf in Rome. Hoezeer hij het oude amfitheater bewonderde, bleek nog aan het eind van zijn leven, toen hij het als achtste wereldwonder toevoegde aan een prentreeks over de wereldwonderen van de oudheid.

Naast dit beroemde werk tonen diverse prenten en schilderijen hoe de oudheid een rol bleef spelen in het oeuvre van deze kunstenaar. In tal van schetsboeken legde hij zijn studies naar klassieke architectuur, ruïnes en antieke beelden vast. De tentoonstelling omvat een aantal schetsen die Van Heemskerck maakte tijdens zijn verblijf in Rome, uit de collectie van het Rijksmuseum en uit een particuliere collectie.

Maarten van Heemskerk |Ruïnes op de Palatijn in Rome (recto), ca. 1532-37 | Pen in bruin
© Rijksmuseum, Amsterdam

Na zijn terugkeer in Haarlem gebruikte hij deze studies voor schilderijen en prenten met fantasievolle landschappen. De klassieke ruïnes en sculpturen vormen de achtergrond van mythologische, allegorische of Bijbelse voorstellingen, zoals Het oordeel van Paris (circa 1545-1550) of De goden van de Olympus (1556). Ook is de invloed van de antieke sculptuur direct te herkennen in Van Heemskercks composities en in de houdingen van zijn figuren. Zo gebruikte hij een studie die hij in Rome maakte van de Torso van Belvedere voor de Christusfiguur in de prent De doornenkroning (1548). Een gipsafgietsel van deze klassieke sculptuur maakt deel uit van de tentoonstelling.

De tentoonstelling Maarten van Heemskerck – Het oude Rome herleeft is nog tot en met 3 juni 2012 te zien. Kijk voor meer informatie op www.boijmans.nl.

okt 28

Na dat heerlijke pizzarecept uit Home Made Winter van gisteren blijven we vandaag nog even in winterse sferen. In de net verschenen reisbijbel 1000 ultieme reizen om zelf te beleven is reis 197 namelijk gereserveerd voor het Colosseum:

‘Een herkenbaarder architectonisch beeld dan het Colosseum bestaat bijna niet. Het bouwwerk staat afgebeeld op Olympische medailles en op de Italiaanse munt van 5 eurocent, en heeft als voorbeeld gediend voor veel stadions en arena’s. Het Nederlandse woord ‘arena’ is afgeleid van het Latijnse woord voor het zand dat het bloed van de onfortuinlijke gladiatoren en de vele dieren die hier het leven lieten moest absorberen.

Voor regisseur Ridley Scott was het niet groot genoeg toen hij de film Gladiator (met in de hoofdrol Russell Crow) opnam, en dus besloot hij op Malta een grotere replica te bouwen. Maar voor de rest van de wereld voldoet het bouwsel aardig als herinnering aan de unieke wreedheid van de Romeinse wereld met haar gladiatorengevechten en het ritueel afslachten van exotische dieren, met duizenden tegelijk.

De meest bloeddorstige keizer die hier zijn duim opstak, was misschien wel Trajanus: voor de spelen die hij in 108-109 na Christus hield, waren 10.000 gladiatoren nodig en werden 11.000 dieren gedood. Dergelijke bloedbaden mogen dan uit de mode zijn, onze fascinatie voor gigantische bouwwerken is er niet minder om geworden. De Romeinen stonden toch al niet bekend om hun subtiele bouwsels, maar dit is verreweg het grootste dat ze hebben gemaakt. Bovendien is het heel slim gebouwd: de 60.000 toeschouwers konden binnen 20 minuten buiten staan.

Tegenwoordig is het een soort Disneyland, met lange wachtrijen en gladiatoren voor het onvermijdelijke kiekje. Bezoek het Colosseum daarom buiten het seizoen, bij voorkeur op een doordeweekse dag en zodra de poorten ’s morgens opengaan en er nog niemand is. Een sombere januaridag is misschien wat minder aantrekkelijk dan een zonnige dag in de lente of de zomer, maar een wandeling door de gangen van het Colosseum en het uitzicht over de arena geeft je niettemin een goede indruk van de moeder aller stadions.’

Het is zeker waar dat het Colosseum zonder toeristen, en dus ook met minder nep-gladiatoren die je voor elke foto willen laten betalen, veel authentieker oogt. Wil je toch tijdens de lente of de zomer het Colosseum bezoeken, dan heb je hopelijk iets aan de volgende tips – zo vermijd je in elk geval de lange rij!

*koop een ticket online voor je naar Rome afreist, zodat je je bij een aparte kassa kunt melden en op de geboekte tijd naar binnen kunt. Vooraf online boeken kan onder andere via de website van Pierreci. Je betaalt dan per kaartje € 1,50 meer dan als je wel gewoon in de rij gaat staan.

*koop een Roma Pass, waarmee je een aantal Romeinse musea en monumenten gratis kunt bezoeken, en de rest met korting. Als je in het bezit van deze pas bent, sluit je in een andere (meestal veel kortere) rij aan en sta je binnen de kortste keren in de arena. Het is dan wel aan te raden om het Colosseum als eerste te bezoeken, want voor de korting moet je soms alsnog lang in de rij. Nog makkelijker: ook deze Roma-pass kun je van tevoren online bestellen, via www.romapass.it

*ga in de rij staan voor een audioguide. Het schijnt (ik heb het nog niet uitgeprobeerd maar kreeg deze tip van een Romeinse vriend) dat je hier ook direct een toegangskaartje kunt kopen (in combinatie met de audioguide uiteraard).

*koop een combikaartje bij het Forum Romanum of – nog rustiger – op de Palatijn. Het toegangskaartje voor het Colosseum geeft ook toegang tot deze twee sites (en andersom natuurlijk), dus als je dit kaartje op de minst drukke plek koopt, bespaar je je zelf flink wat wachttijd, die je in Rome op heel wat aangenamere manieren kunt besteden!

Mocht je toch in de lange rij wachtenden belanden, zorg dan in elk geval dat je het boek waar deze winterse tip in te lezen stond bij je hebt. Met de 1000 reistips (voor over de hele wereld maar uiteraard zijn Rome en Italië goed vertegenwoordigd) kom je de tijd wel door!

1000 ultieme reizen om zelf te beleven
Rough Guides
ISBN 9789000302284
€ 25,00
www.roughguides.nl

mei 08

Vandaag wordt in Italië niet alleen la festa della mamma, moederdag, gevierd, maar ook la Giornata Nazionale della Bicicletta, oftewel Nationale Fietsdag. Een dag na de start van de Giro worden de Italianen vriendelijk doch dringend verzocht de auto een keer te laten staan en in plaats daarvan op de fiets te springen. Of er ook massaal gehoor aan wordt gegeven, is echter nog maar de vraag: de meeste Italianen kunnen niet of nauwelijks zonder hun auto.

Toen ik laatst dan ook tijdens een etentje met Italiaanse vrienden in Rome vertelde dat ik de dag erna de Eeuwige Stad op de fiets zou gaan doorkruisen, was het commentaar dan ook niet van de lucht. De een merkte op dat ik beter een scooter kon huren, een ander vroeg zich af waarom ik me in vredesnaam als een toerist moest gedragen (ik had toch al die plekken al minstens tien keer gezien, gewoon, te voet?) en weer een ander vroeg zich bezorgd af of ik het verkeer in Rome niet onderschatte. Ik stelde ze enigszins gerust door verhalen te vertellen over fietsen in Amsterdam (smalle straatjes, boodschappen aan je stuur of een vriendin achterop, snel nog een collega bellen onderweg naar huis), maar gezellig werd het niet meer die avond.

Ik had er gelukkig nog steeds veel zin in, Rome verkennen op de pedalen, dus op een zonnige zondagochtend wandelde ik al vroeg vanaf mijn appartement naar de plek waar ik met Florien, gids bij de Nederlandse organisatie Fietsen in Rome had afgesproken. Ook zij had er duidelijk zin in, want voor ik goed en wel een fiets had uitgezocht, liet ze me uitgebreid kennismaken met Ciro, de verhuurder, en vertelde ze hoe de route er ongeveer uit zou gaan zien.

Terwijl we onze fietshelmen vastgespten (die zijn in heel Italië verplicht), vertelde ik Florien over de voorgaande avond en de bezorgde blikken die ik bij vertrek uit het restaurant kreeg. Ze glimlacht en zegt: ‘Bij fietsen in Rome denken veel mensen eerst aan het drukke verkeer en de beruchte mentaliteit van Italianen achter het stuur. Maar dat is echt nergens voor nodig. De veiligheid staat altijd voorop. We fietsen vooral door de kleinere achterafstraatjes, en als het echt niet anders kan fietsen we over de stoep. Al onze gidsen kennen goed de weg en geven duidelijke aanwijzingen. Bovendien houden de Romeinen, of ze nu op hun scooter of in hun auto zitten, echt wel rekening met groepen fietsers.’

Dat leek mij ook al – volgens mij vinden de inwoners van Rome het ook wel stoer om zo’n groep fietsers te zien. Had ik nu mijn Amsterdamse fiets met kratje maar bij me, dan kon ik nog eens even mooi indruk maken. Florien lacht en zegt dat een citybike toch echt wel handiger is, met de Romeinse heuvels. Ik moet haar na de eerste meters gelijk geven – en zal dat na de tocht nogmaals doen. Niet dat we al direct veel klimmen, maar de fiets is perfect voor de afwisseling van de kleine steentjes waarmee veel straten in Rome geplaveid zijn en het stuk park waar we echt van start gaan. Hier kun je even aan je fiets wennen, en alvast een babbeltje maken met eventuele andere fietsers in de groep.

De eerste stop is bij het Colosseum – maar dan wel op een rustige plek boven het amfitheater, zodat je een prachtig uitzicht hebt over het gebouw en de omgeving. Terwijl Florien kort iets vertelt over de geschiedenis van het Colosseum, bedenk ik dat we na slechts een paar keer trappen al op een plek staan die ik nog nooit bezocht had. Zo zie je maar, de stad zit vol geheimen, bijzondere plekken en mooie uitkijkpunten. Zelfs voor een ervaren Romeganger als ik valt er steeds iets nieuws te ontdekken.

Florien vertelt dat fietsen door de stad verrassende reacties uitlokt. Niet alleen van Nederlanders overigens, maar ook van de Romeinen, die uit nieuwsgierigheid zelf ook wel eens een rondje willen trappen en dan helemaal verbaasd zijn over hoe anders je de stad beleeft op de fiets. Ik vergelijk het een beetje met Amsterdam vanaf het water, dat geeft ook een heel ander, verrassender beeld van de stad.

Zo heb ik al jarenlang elke keer dat ik in Rome was braaf een muntje in de Trevifontein gegooid om zeker te zijn van mijn terugkeer naar de Eeuwige Stad, maar de eerste aanblik van de fontein tijdens de fietstocht is onvergetelijk. Je rijdt van bovenaf het pleintje rondom de fontein op, en ziet dan de fontein in volle glorie voor je opduiken. Diezelfde ervaring had ik ook bij de Spaanse Trappen en Piazza Navona – de pleinen en plekken worden voor even weer net zo magisch als ze de allereerste keer waren. Liep ik gisteravond nog druk pratend over Piazza Navona, zonder ook maar op of om te kijken, op de fiets zie je weer dat prachtige samenspel van gebouwen, fonteinen en mensen die het plein zo uniek maken.

Het leuke is dat Florien ook bij elke plek wel iets bijzonders weet te vertellen. Ondanks het feit dat ik veel verhalen over Rome al ken, hoor ik toch ook nog geregeld iets nieuws voorbijkomen. Zo fietsten we over een uitgestorven Via dei Fori Imperiali, er was geen auto te zien. Florien vertelt dat dit elke zondag zo is. Toen Mussolini de weg, die dwars over de fora loopt, liet aanleggen, was de bevolking van Rome niet bepaald blij. De gemeente heeft daarom later beloofd dat de weg op zondag terug wordt gegeven aan de Romeinen. Op die dag mogen er geen auto’s of bussen over de weg rijden – fietsen en wandelen is wel toegestaan. Deze afspraak wordt nog steeds in ere gehouden, zodat je de weg op zondagochtend bijna voor jezelf hebt.

Ik zal verder niet alles verklappen, want je moet echt zelf een keer gaan fietsen in Rome. Fietsen in Rome biedt verschillende tours aan. Florien en ik fietsten de Centrum Tour, die ongeveer vier uur duurt en je onder andere langs het Colosseum, het Forum Romanum, Piazza Venezia, de Trevifontein, de Spaanse Trappen, het Pantheon (met een pitstop voor een kopje koffie en een bliksembezoek aan het Pantheon), Piazza Navona, Campo de’ Fiori, het theater van Marcellus en de Capitoolheuvel voert.

Wie wil genieten van de mooiste uitkijkpunten van de stad, kan ook de Panoramische Tour boeken. Je fietst dan in ongeveer viereneenhalf uur langs het Circus Maximus, de sinaasappeltuin op de Aventijn, het Tibereiland, de Gianicolo-heuvel, het Sint-Pietersplein, Castel Sant’Angelo, Largo di Torre Argentina, door Trastevere en ten slotte via de Capitoolheuvel weer terug naar het beginpunt.

Voor wie de stad juist even uit wil, is de Via Appia Tour een aanrader. Je fietst niet alleen over de Appia Antica, waarlangs onder andere de tombe van Caecilia Metella staat, maar brengt ook een bezoek aan de catacomben, het aquaductenpark en het Parco Caffarella, waar je bij een pittoreske boerderij kunt genieten van versgemaakte kaas en heerlijke wijn. De terugweg voert langs de thermen van Caracalla.

Ook op de pedalen? Op de website www.fietseninrome.nl vind je alle details van de tours, zoals wanneer je ze kunt boeken. Voor de Centrum Tour is de zondagochtend vanwege de afgesloten Via dei Fori Imperiali echt een aanrader, maar de Panoramische Tour is juist weer mooier aan het einde van de dag. Via de website kun je ook informatie inwinnen over een privétour. Let wel: reserveren is verplicht, zodat de organisatie rekening kan houden met de planning van de gidsen en de beschikbaarheid van de fietsen.

Kijk overigens niet verbaasd op als er Romeinen meefietsen. Na mijn verhaal zijn mijn Romeinse vrienden zo enthousiast geworden dat ze ook al hun vrienden en familieleden met Florien op pad sturen. Van verontruste blikken is geen sprake meer. Sterker nog, nu ze het fietsen hebben ontdekt, willen ze ook allemaal in Amsterdam op de pedalen - hetgeen mij dan weer een verontruste blik ontlokt…

apr 01

In het vliegtuig terug naar huis las ik een bericht dat mijn vertrek uit la bella Italia iets verzachtte. Zoals jullie wellicht gehoord hebben, deed de gemeente Rome in augustus vorig jaar een noodoproep om sponsors te zoeken voor de restauratie van het Colosseum. Rome heeft het geld voor de dringende grootscheepse restauratie zelf niet voor handen, maar de ambtenaren bedachten wel een creatieve oplossing voor het steeds groter wordende probleem.

In ruil voor een financiële bijdrage mogen sponsoren reclame maken op het tweeduizend jaar oude amfitheater. Een paar maanden geleden werd bekend gemaakt dat de eer het Colosseum te redden te beurt zou vallen aan schoenen- en tassenmerk Tod’s. Dit bedrijf beloofde maar liefst 25 miljoen euro in de restauratie van het eeuwenoude Colosseum te steken.

De gemeente van Rome was tevreden en maakte voorzichtige plannen voor de start van de restauratie. Het was de bedoeling om eind dit jaar van start te gaan. Vanwege het succes besloot de gemeente Rome ook andere monumenten op deze manier aan het benodigde bedrag voor restauratie te helpen. Zo wordt de restauratie van de Piramide van Cestius gefinancierd door een onbekende Japanse ondernemer, die het volledige bedrag dat nodig is voor de restauratie – die begroot is op 1 miljoen euro – op zich wil nemen. De restauratie zou van start gaan zodra de technische onderzoeken zijn afgerond.

De restauratie van het Mausoleum van Augustus is het volgende project van de gemeente Rome. Na de twee eerdere successen hoopt de burgemeester ook hier snel een grote sponsor te vinden, want enige haast is geboden rondom dit bijzondere monument. Rome viert in 2014 namelijk de 2000ste verjaardag van het overlijden van keizer Augustus, en dat wil de stad graag doen met de opening van een volledig gerestaureerde graftombe.

Helaas gooide de catastrofale aardbeving in Japan roet in het eten. De sponsor voor de Piramide van Cestius trok zich helemaal terug, terwijl Tod’s zich opnieuw over het beloofde bedrag buigt. De gemeente Rome zit met de handen in het haar; de geplande restauraties zijn echt noodzakelijk en moeten op korte termijn uitgevoerd kunnen worden. Men wil immers niet dat het Colosseum verder afbrokkelt, en dat er – net als in mei 2010 – stenen naar beneden vallen. Mocht er iemand door zo’n vallende steen geraakt worden, dan is de ramp niet te overzien.

De gemeente Rome wil dat uiteraard voorkomen en daarom heeft men afgelopen weken op een nieuwe oplossing gebroed. Dezelfde ambtenaar die het idee voor sponsoring heeft bedacht, wist wederom een geschikte oplossing te verzinnen. Nog niet zo lang geleden werden de voormalige gladiatorenvertrekken van het Colosseum opnieuw voor het publiek toegankelijk. Deze kamertjes, die zich onder het oppervlak van de arena bevinden, werden vroeger gebruikt door de gladiatoren. Hier bereidden ze zich voor op een gevecht, hier beten ze hun nagels tot bloedens toe af of deden ze schietgebedjes voor een voorspoedig verloop van het naderende gevecht.

Op dit moment wordt er in allerijl gewerkt aan een plan om deze kamertjes geschikt te maken voor Romereizigers die graag op een bijzondere plek willen overnachten. De helft van de voormalige gladiatorenvertrekken wordt omgebouwd tot gastenverblijven, met een luxe bed, een kleine badkamer en – zeker gezien de historie van deze plek uniek – gratis wifi. De gemeente Rome hoopt dat deze bijzondere overnachtingsmogelijkheid zo populair wordt dat de restauratie alsnog in het najaar van start kan gaan.

Het plan wordt ook uitgewerkt voor de Piramide van Cestius, al moet de gemeente Rome hier eerst nog wachten op de benodigde vergunningen. Met het geld dat de overnachtingen in de Piramide op gaan brengen, wil de gemeente Rome ook het Mausoleum van Augustus opknappen. Het is namelijk – helaas – uitgesloten dat mensen in het mausoleum kunnen overnachten, daarvoor is het graf van Augustus in een te slechte staat.

Ik droom alvast weg van een nachtje in het Colosseum, zeker als straks het zwembad naast het amfitheater weer open is (zie Ciao tutti van 19 augustus 2010) Daarom, net als de Romeinse keizers ooit naar de gladiatoren gebaarden als ze hen besloten te sparen, alvast een opgestoken duim voor de creatieve Romeinse ambtenaar die zo’n bijzondere overnachtingsmogelijkheid wist te creëren!

Getagd met:
aug 21

In Rome las ik Italianen voor gevorderden, een onmisbaar boek voor elke Nederlander die zichzelf een Italiëkenner of een Italofiel wil noemen. Beppe Severgnini maakt in zijn boek een studie van het meest interessante onderdeel van Italië: de Italiaan zelf.

De tocht op weg naar het innerlijk van de Italianen is zeer de moeite waard, maar niet zonder gevaren, en sommige reizigers aarzelen om eraan te beginnen. Ze worden weerhouden door gemakzucht en de angst om het geromantiseerde beeld van de Italianen dat ze voor zichzelf hebben opgebouwd te vernietigen. Voor de meeste Italianen zelf is het beangstigend om ongemakkelijke waarheden aan het licht te brengen, maar Beppe Severgnini heeft daar absoluut geen moeite mee. In Italianen voor gevorderden maakt hij een systematische vertaling van zijn thuisland, het werkelijke Italiaanse universum van de werkelijke Italianen.

Hij vertelt over de onbegrijpelijke regels van de straat, de anarchie van het kantoor en de omslachtige treinreizen. Over de zintuiglijke geruststelling van een kerk en het belang van het strand, over de eenzaamheid van het voetbalstadion en de overvolle Italiaanse slaapkamer. In tien dagen doet hij dertig plaatsen aan, reist hij van noord naar zuid en weer terug. Praat hij over eten en politiek, over de deugdelijkheid van het platteland en over de dierentuin die de televisie feitelijk is. Hiermee is Italianen voor gevorderden dé gids voor iedereen die iets van de Italianen wil begrijpen. En wie wil dat nou niet?

Toen ik in Rome Severgnini’s beschrijving van een dag in Rome las, moest ik gelijk terugdenken aan mijn ontmoeting met een gladiator, in februari van dit jaar. Deze gladiator was vanwege het gebrek aan toeristen bij het Colosseum maar naar de Trevifontein gewandeld, in de hoop daar wat toeristen te treffen die met hem op de foto zouden willen – tegen betaling uiteraard. Helaas waren zijn acteerprestaties niet bijzonder authentiek, aangezien hij zo ongeveer elke twee seconden een mobieltje van onder zijn kledij tevoorschijn haalde. Zelfs de toeristen die voor de eerste keer in de stad waren en met open mond naar de Trevifontein stonden te staren, trapten niet in zijn aanbod.

Ach ja, de Italianen en hun telefonino… Lees maar wat Severgnini erover schrijft, treffender kan ik het niet zeggen:

‘Sommige voorwerpen zijn zo belangrijk dat ze plekken worden, plekken die een rondleiding verdienen. Ze gewoon gebruiken volstaat niet. Het is zaak om de blik gericht te houden op de geboden vooruitzichten en om die goed in het geheugen te prenten. In Italië is een van die voorwerpen het televisietoestel – we hebben het er in Florence al over gehad. Een ander leerzaam object is de auto, en daar hebben we het straks over. Het meest welig tierende Italiaanse voorwerp is echter de mobiele telefoon.

Het mobieltje, de telefonino – zowel in het Nederlands als het Italiaans heeft het verkleinwoord iets bedrieglijks, maar in Italië betekent zo’n verkleinwoord volstrekt het tegengestelde (momentje, glaasje, kusje) – is de uitvinding die de laatste jaren ons leven nog het meeste heeft veranderd. Meer nog dan Berlusconi, de euro en Big Brother. De koppeling tussen de gsm en de Italiaanse burger is niet langer een zaak van statistieken; het ding maakt nu deel uit van de folklore. Als een Fransman of Duitser zijn ogen dichtdoet en aan Italië denkt, ziet hij niet het Colosseum, maar een vent die hard staat te praten, met een hand op zijn oor. Precies, zo iemand als daar staat. Moet je nu horen hoe hij iedereen vertelt over zijn liefdesleven, in afwachting van het moment waarop hij de kassier zijn financiële wederwaardigheden kan toevertrouwen.

Die andere gast is weer een fotomaniak: als hij zijn gsm heeft gebruikt voor overbodige praatjes, gaat hij over tot het maken van overbodige plaatjes. En die meneer daar heeft op zijn vijftigste de wonderen van het sms’en ontdekt. Hij tikt alles keurig in, compleet met hoofdletters, accenten, apostrofs en spaties. Is het je opgevallen hoe hij zijn bericht intikt, met het puntje van zijn tong uit zijn mond? De andere klanten gaan hem uit de weg en een enkeling heeft voorgedrongen, maar hij heeft niets in de gaten. Hij probeert erachter te komen hoe je het uitroepteken krijgt (!), maar het lukt hem niet.

De spectaculaire doorbraak van de mobiele telefoon in Italië heeft niet alleen te maken met het grote gebruiksgemak, maar ook omdat het wezen van de gsm in grote lijnen samenvalt met de volksaard. Het fenomeen nam een aanvang als vorm van exhibitionisme (‘Ik heb er eentje, jij ook?’), verschoof toen richting conformisme (‘Heb jij er eentje? Ik ook!’) en vervolgens kwam het nutsbeginsel om de hoek kijken (‘We hebben er allemaal eentje; een mens kan gewoon niet zonder!’). Het huidige succes heeft alles te maken met de tentakelachtige relaties binnen Italiaanse families. Ook de Finnen – die percentueel gezien meer gsm’s hebben dan wij – zouden die mobieltjes dolgraag de hele tijd gebruiken, maar ze weten niet wie ze moeten bellen. Papa belt mama, mama belt zoon, zoon belt vriend, vriend belt collega, collega belt kennis, kennis belt zijn verloofde, verloofde belt haar zus, zus belt ouders, ouders bellen ooms en tantes, ooms en tantes bellen neven en nichten, neven en nichten bellen naar huis, en thuis krijgt mama een belletje van papa, die bij de bank in de rij staat. De cirkel is rond en we kunnen weer opnieuw beginnen.’

Tja, ineens begrijp ik die gladiator een stuk beter. Je blijft natuurlijk een Italiaan, ook al trek je zo’n oud Romeins pakje aan…

Wil je ook alles lezen over de telefoon, de televisie, de auto en alle andere dingen waar Italianen niet zonder kunnen, duik dan een avond lang in Italianen voor gevorderden. Het beste alternatief voor een avond in Italië – al wil je daar na het lezen van het boek misschien niet meer zo graag naar toe. Bij mij werkte het alleen maar averechts: ik wilde die gekke Italianen aan een dieper onderzoek onderwerpen en eigenlijk niet meer huiswaarts keren. Maar ach, misschien zijn Italianen wel juist zo leuk door mijn Nederlandse ogen, doordat ze zo heerlijk anders zijn dan wij… en minstens zo onbegrijpelijk!

preload preload preload