okt 28

Na dat heerlijke pizzarecept uit Home Made Winter van gisteren blijven we vandaag nog even in winterse sferen. In de net verschenen reisbijbel 1000 ultieme reizen om zelf te beleven is reis 197 namelijk gereserveerd voor het Colosseum:

‘Een herkenbaarder architectonisch beeld dan het Colosseum bestaat bijna niet. Het bouwwerk staat afgebeeld op Olympische medailles en op de Italiaanse munt van 5 eurocent, en heeft als voorbeeld gediend voor veel stadions en arena’s. Het Nederlandse woord ‘arena’ is afgeleid van het Latijnse woord voor het zand dat het bloed van de onfortuinlijke gladiatoren en de vele dieren die hier het leven lieten moest absorberen.

Voor regisseur Ridley Scott was het niet groot genoeg toen hij de film Gladiator (met in de hoofdrol Russell Crow) opnam, en dus besloot hij op Malta een grotere replica te bouwen. Maar voor de rest van de wereld voldoet het bouwsel aardig als herinnering aan de unieke wreedheid van de Romeinse wereld met haar gladiatorengevechten en het ritueel afslachten van exotische dieren, met duizenden tegelijk.

De meest bloeddorstige keizer die hier zijn duim opstak, was misschien wel Trajanus: voor de spelen die hij in 108-109 na Christus hield, waren 10.000 gladiatoren nodig en werden 11.000 dieren gedood. Dergelijke bloedbaden mogen dan uit de mode zijn, onze fascinatie voor gigantische bouwwerken is er niet minder om geworden. De Romeinen stonden toch al niet bekend om hun subtiele bouwsels, maar dit is verreweg het grootste dat ze hebben gemaakt. Bovendien is het heel slim gebouwd: de 60.000 toeschouwers konden binnen 20 minuten buiten staan.

Tegenwoordig is het een soort Disneyland, met lange wachtrijen en gladiatoren voor het onvermijdelijke kiekje. Bezoek het Colosseum daarom buiten het seizoen, bij voorkeur op een doordeweekse dag en zodra de poorten ’s morgens opengaan en er nog niemand is. Een sombere januaridag is misschien wat minder aantrekkelijk dan een zonnige dag in de lente of de zomer, maar een wandeling door de gangen van het Colosseum en het uitzicht over de arena geeft je niettemin een goede indruk van de moeder aller stadions.’

Het is zeker waar dat het Colosseum zonder toeristen, en dus ook met minder nep-gladiatoren die je voor elke foto willen laten betalen, veel authentieker oogt. Wil je toch tijdens de lente of de zomer het Colosseum bezoeken, dan heb je hopelijk iets aan de volgende tips – zo vermijd je in elk geval de lange rij!

*koop een ticket online voor je naar Rome afreist, zodat je je bij een aparte kassa kunt melden en op de geboekte tijd naar binnen kunt. Vooraf online boeken kan onder andere via de website van Pierreci. Je betaalt dan per kaartje € 1,50 meer dan als je wel gewoon in de rij gaat staan.

*koop een Roma Pass, waarmee je een aantal Romeinse musea en monumenten gratis kunt bezoeken, en de rest met korting. Als je in het bezit van deze pas bent, sluit je in een andere (meestal veel kortere) rij aan en sta je binnen de kortste keren in de arena. Het is dan wel aan te raden om het Colosseum als eerste te bezoeken, want voor de korting moet je soms alsnog lang in de rij. Nog makkelijker: ook deze Roma-pass kun je van tevoren online bestellen, via www.romapass.it

*ga in de rij staan voor een audioguide. Het schijnt (ik heb het nog niet uitgeprobeerd maar kreeg deze tip van een Romeinse vriend) dat je hier ook direct een toegangskaartje kunt kopen (in combinatie met de audioguide uiteraard).

*koop een combikaartje bij het Forum Romanum of – nog rustiger – op de Palatijn. Het toegangskaartje voor het Colosseum geeft ook toegang tot deze twee sites (en andersom natuurlijk), dus als je dit kaartje op de minst drukke plek koopt, bespaar je je zelf flink wat wachttijd, die je in Rome op heel wat aangenamere manieren kunt besteden!

Mocht je toch in de lange rij wachtenden belanden, zorg dan in elk geval dat je het boek waar deze winterse tip in te lezen stond bij je hebt. Met de 1000 reistips (voor over de hele wereld maar uiteraard zijn Rome en Italië goed vertegenwoordigd) kom je de tijd wel door!

1000 ultieme reizen om zelf te beleven
Rough Guides
ISBN 9789000302284
€ 25,00
www.roughguides.nl

mei 08

Vandaag wordt in Italië niet alleen la festa della mamma, moederdag, gevierd, maar ook la Giornata Nazionale della Bicicletta, oftewel Nationale Fietsdag. Een dag na de start van de Giro worden de Italianen vriendelijk doch dringend verzocht de auto een keer te laten staan en in plaats daarvan op de fiets te springen. Of er ook massaal gehoor aan wordt gegeven, is echter nog maar de vraag: de meeste Italianen kunnen niet of nauwelijks zonder hun auto.

Toen ik laatst dan ook tijdens een etentje met Italiaanse vrienden in Rome vertelde dat ik de dag erna de Eeuwige Stad op de fiets zou gaan doorkruisen, was het commentaar dan ook niet van de lucht. De een merkte op dat ik beter een scooter kon huren, een ander vroeg zich af waarom ik me in vredesnaam als een toerist moest gedragen (ik had toch al die plekken al minstens tien keer gezien, gewoon, te voet?) en weer een ander vroeg zich bezorgd af of ik het verkeer in Rome niet onderschatte. Ik stelde ze enigszins gerust door verhalen te vertellen over fietsen in Amsterdam (smalle straatjes, boodschappen aan je stuur of een vriendin achterop, snel nog een collega bellen onderweg naar huis), maar gezellig werd het niet meer die avond.

Ik had er gelukkig nog steeds veel zin in, Rome verkennen op de pedalen, dus op een zonnige zondagochtend wandelde ik al vroeg vanaf mijn appartement naar de plek waar ik met Florien, gids bij de Nederlandse organisatie Fietsen in Rome had afgesproken. Ook zij had er duidelijk zin in, want voor ik goed en wel een fiets had uitgezocht, liet ze me uitgebreid kennismaken met Ciro, de verhuurder, en vertelde ze hoe de route er ongeveer uit zou gaan zien.

Terwijl we onze fietshelmen vastgespten (die zijn in heel Italië verplicht), vertelde ik Florien over de voorgaande avond en de bezorgde blikken die ik bij vertrek uit het restaurant kreeg. Ze glimlacht en zegt: ‘Bij fietsen in Rome denken veel mensen eerst aan het drukke verkeer en de beruchte mentaliteit van Italianen achter het stuur. Maar dat is echt nergens voor nodig. De veiligheid staat altijd voorop. We fietsen vooral door de kleinere achterafstraatjes, en als het echt niet anders kan fietsen we over de stoep. Al onze gidsen kennen goed de weg en geven duidelijke aanwijzingen. Bovendien houden de Romeinen, of ze nu op hun scooter of in hun auto zitten, echt wel rekening met groepen fietsers.’

Dat leek mij ook al – volgens mij vinden de inwoners van Rome het ook wel stoer om zo’n groep fietsers te zien. Had ik nu mijn Amsterdamse fiets met kratje maar bij me, dan kon ik nog eens even mooi indruk maken. Florien lacht en zegt dat een citybike toch echt wel handiger is, met de Romeinse heuvels. Ik moet haar na de eerste meters gelijk geven – en zal dat na de tocht nogmaals doen. Niet dat we al direct veel klimmen, maar de fiets is perfect voor de afwisseling van de kleine steentjes waarmee veel straten in Rome geplaveid zijn en het stuk park waar we echt van start gaan. Hier kun je even aan je fiets wennen, en alvast een babbeltje maken met eventuele andere fietsers in de groep.

De eerste stop is bij het Colosseum – maar dan wel op een rustige plek boven het amfitheater, zodat je een prachtig uitzicht hebt over het gebouw en de omgeving. Terwijl Florien kort iets vertelt over de geschiedenis van het Colosseum, bedenk ik dat we na slechts een paar keer trappen al op een plek staan die ik nog nooit bezocht had. Zo zie je maar, de stad zit vol geheimen, bijzondere plekken en mooie uitkijkpunten. Zelfs voor een ervaren Romeganger als ik valt er steeds iets nieuws te ontdekken.

Florien vertelt dat fietsen door de stad verrassende reacties uitlokt. Niet alleen van Nederlanders overigens, maar ook van de Romeinen, die uit nieuwsgierigheid zelf ook wel eens een rondje willen trappen en dan helemaal verbaasd zijn over hoe anders je de stad beleeft op de fiets. Ik vergelijk het een beetje met Amsterdam vanaf het water, dat geeft ook een heel ander, verrassender beeld van de stad.

Zo heb ik al jarenlang elke keer dat ik in Rome was braaf een muntje in de Trevifontein gegooid om zeker te zijn van mijn terugkeer naar de Eeuwige Stad, maar de eerste aanblik van de fontein tijdens de fietstocht is onvergetelijk. Je rijdt van bovenaf het pleintje rondom de fontein op, en ziet dan de fontein in volle glorie voor je opduiken. Diezelfde ervaring had ik ook bij de Spaanse Trappen en Piazza Navona – de pleinen en plekken worden voor even weer net zo magisch als ze de allereerste keer waren. Liep ik gisteravond nog druk pratend over Piazza Navona, zonder ook maar op of om te kijken, op de fiets zie je weer dat prachtige samenspel van gebouwen, fonteinen en mensen die het plein zo uniek maken.

Het leuke is dat Florien ook bij elke plek wel iets bijzonders weet te vertellen. Ondanks het feit dat ik veel verhalen over Rome al ken, hoor ik toch ook nog geregeld iets nieuws voorbijkomen. Zo fietsten we over een uitgestorven Via dei Fori Imperiali, er was geen auto te zien. Florien vertelt dat dit elke zondag zo is. Toen Mussolini de weg, die dwars over de fora loopt, liet aanleggen, was de bevolking van Rome niet bepaald blij. De gemeente heeft daarom later beloofd dat de weg op zondag terug wordt gegeven aan de Romeinen. Op die dag mogen er geen auto’s of bussen over de weg rijden – fietsen en wandelen is wel toegestaan. Deze afspraak wordt nog steeds in ere gehouden, zodat je de weg op zondagochtend bijna voor jezelf hebt.

Ik zal verder niet alles verklappen, want je moet echt zelf een keer gaan fietsen in Rome. Fietsen in Rome biedt verschillende tours aan. Florien en ik fietsten de Centrum Tour, die ongeveer vier uur duurt en je onder andere langs het Colosseum, het Forum Romanum, Piazza Venezia, de Trevifontein, de Spaanse Trappen, het Pantheon (met een pitstop voor een kopje koffie en een bliksembezoek aan het Pantheon), Piazza Navona, Campo de’ Fiori, het theater van Marcellus en de Capitoolheuvel voert.

Wie wil genieten van de mooiste uitkijkpunten van de stad, kan ook de Panoramische Tour boeken. Je fietst dan in ongeveer viereneenhalf uur langs het Circus Maximus, de sinaasappeltuin op de Aventijn, het Tibereiland, de Gianicolo-heuvel, het Sint-Pietersplein, Castel Sant’Angelo, Largo di Torre Argentina, door Trastevere en ten slotte via de Capitoolheuvel weer terug naar het beginpunt.

Voor wie de stad juist even uit wil, is de Via Appia Tour een aanrader. Je fietst niet alleen over de Appia Antica, waarlangs onder andere de tombe van Caecilia Metella staat, maar brengt ook een bezoek aan de catacomben, het aquaductenpark en het Parco Caffarella, waar je bij een pittoreske boerderij kunt genieten van versgemaakte kaas en heerlijke wijn. De terugweg voert langs de thermen van Caracalla.

Ook op de pedalen? Op de website www.fietseninrome.nl vind je alle details van de tours, zoals wanneer je ze kunt boeken. Voor de Centrum Tour is de zondagochtend vanwege de afgesloten Via dei Fori Imperiali echt een aanrader, maar de Panoramische Tour is juist weer mooier aan het einde van de dag. Via de website kun je ook informatie inwinnen over een privétour. Let wel: reserveren is verplicht, zodat de organisatie rekening kan houden met de planning van de gidsen en de beschikbaarheid van de fietsen.

Kijk overigens niet verbaasd op als er Romeinen meefietsen. Na mijn verhaal zijn mijn Romeinse vrienden zo enthousiast geworden dat ze ook al hun vrienden en familieleden met Florien op pad sturen. Van verontruste blikken is geen sprake meer. Sterker nog, nu ze het fietsen hebben ontdekt, willen ze ook allemaal in Amsterdam op de pedalen - hetgeen mij dan weer een verontruste blik ontlokt…

apr 01

In het vliegtuig terug naar huis las ik een bericht dat mijn vertrek uit la bella Italia iets verzachtte. Zoals jullie wellicht gehoord hebben, deed de gemeente Rome in augustus vorig jaar een noodoproep om sponsors te zoeken voor de restauratie van het Colosseum. Rome heeft het geld voor de dringende grootscheepse restauratie zelf niet voor handen, maar de ambtenaren bedachten wel een creatieve oplossing voor het steeds groter wordende probleem.

In ruil voor een financiële bijdrage mogen sponsoren reclame maken op het tweeduizend jaar oude amfitheater. Een paar maanden geleden werd bekend gemaakt dat de eer het Colosseum te redden te beurt zou vallen aan schoenen- en tassenmerk Tod’s. Dit bedrijf beloofde maar liefst 25 miljoen euro in de restauratie van het eeuwenoude Colosseum te steken.

De gemeente van Rome was tevreden en maakte voorzichtige plannen voor de start van de restauratie. Het was de bedoeling om eind dit jaar van start te gaan. Vanwege het succes besloot de gemeente Rome ook andere monumenten op deze manier aan het benodigde bedrag voor restauratie te helpen. Zo wordt de restauratie van de Piramide van Cestius gefinancierd door een onbekende Japanse ondernemer, die het volledige bedrag dat nodig is voor de restauratie – die begroot is op 1 miljoen euro – op zich wil nemen. De restauratie zou van start gaan zodra de technische onderzoeken zijn afgerond.

De restauratie van het Mausoleum van Augustus is het volgende project van de gemeente Rome. Na de twee eerdere successen hoopt de burgemeester ook hier snel een grote sponsor te vinden, want enige haast is geboden rondom dit bijzondere monument. Rome viert in 2014 namelijk de 2000ste verjaardag van het overlijden van keizer Augustus, en dat wil de stad graag doen met de opening van een volledig gerestaureerde graftombe.

Helaas gooide de catastrofale aardbeving in Japan roet in het eten. De sponsor voor de Piramide van Cestius trok zich helemaal terug, terwijl Tod’s zich opnieuw over het beloofde bedrag buigt. De gemeente Rome zit met de handen in het haar; de geplande restauraties zijn echt noodzakelijk en moeten op korte termijn uitgevoerd kunnen worden. Men wil immers niet dat het Colosseum verder afbrokkelt, en dat er – net als in mei 2010 – stenen naar beneden vallen. Mocht er iemand door zo’n vallende steen geraakt worden, dan is de ramp niet te overzien.

De gemeente Rome wil dat uiteraard voorkomen en daarom heeft men afgelopen weken op een nieuwe oplossing gebroed. Dezelfde ambtenaar die het idee voor sponsoring heeft bedacht, wist wederom een geschikte oplossing te verzinnen. Nog niet zo lang geleden werden de voormalige gladiatorenvertrekken van het Colosseum opnieuw voor het publiek toegankelijk. Deze kamertjes, die zich onder het oppervlak van de arena bevinden, werden vroeger gebruikt door de gladiatoren. Hier bereidden ze zich voor op een gevecht, hier beten ze hun nagels tot bloedens toe af of deden ze schietgebedjes voor een voorspoedig verloop van het naderende gevecht.

Op dit moment wordt er in allerijl gewerkt aan een plan om deze kamertjes geschikt te maken voor Romereizigers die graag op een bijzondere plek willen overnachten. De helft van de voormalige gladiatorenvertrekken wordt omgebouwd tot gastenverblijven, met een luxe bed, een kleine badkamer en – zeker gezien de historie van deze plek uniek – gratis wifi. De gemeente Rome hoopt dat deze bijzondere overnachtingsmogelijkheid zo populair wordt dat de restauratie alsnog in het najaar van start kan gaan.

Het plan wordt ook uitgewerkt voor de Piramide van Cestius, al moet de gemeente Rome hier eerst nog wachten op de benodigde vergunningen. Met het geld dat de overnachtingen in de Piramide op gaan brengen, wil de gemeente Rome ook het Mausoleum van Augustus opknappen. Het is namelijk – helaas – uitgesloten dat mensen in het mausoleum kunnen overnachten, daarvoor is het graf van Augustus in een te slechte staat.

Ik droom alvast weg van een nachtje in het Colosseum, zeker als straks het zwembad naast het amfitheater weer open is (zie Ciao tutti van 19 augustus 2010) Daarom, net als de Romeinse keizers ooit naar de gladiatoren gebaarden als ze hen besloten te sparen, alvast een opgestoken duim voor de creatieve Romeinse ambtenaar die zo’n bijzondere overnachtingsmogelijkheid wist te creëren!

Getagd met:
aug 21

In Rome las ik Italianen voor gevorderden, een onmisbaar boek voor elke Nederlander die zichzelf een Italiëkenner of een Italofiel wil noemen. Beppe Severgnini maakt in zijn boek een studie van het meest interessante onderdeel van Italië: de Italiaan zelf.

De tocht op weg naar het innerlijk van de Italianen is zeer de moeite waard, maar niet zonder gevaren, en sommige reizigers aarzelen om eraan te beginnen. Ze worden weerhouden door gemakzucht en de angst om het geromantiseerde beeld van de Italianen dat ze voor zichzelf hebben opgebouwd te vernietigen. Voor de meeste Italianen zelf is het beangstigend om ongemakkelijke waarheden aan het licht te brengen, maar Beppe Severgnini heeft daar absoluut geen moeite mee. In Italianen voor gevorderden maakt hij een systematische vertaling van zijn thuisland, het werkelijke Italiaanse universum van de werkelijke Italianen.

Hij vertelt over de onbegrijpelijke regels van de straat, de anarchie van het kantoor en de omslachtige treinreizen. Over de zintuiglijke geruststelling van een kerk en het belang van het strand, over de eenzaamheid van het voetbalstadion en de overvolle Italiaanse slaapkamer. In tien dagen doet hij dertig plaatsen aan, reist hij van noord naar zuid en weer terug. Praat hij over eten en politiek, over de deugdelijkheid van het platteland en over de dierentuin die de televisie feitelijk is. Hiermee is Italianen voor gevorderden dé gids voor iedereen die iets van de Italianen wil begrijpen. En wie wil dat nou niet?

Toen ik in Rome Severgnini’s beschrijving van een dag in Rome las, moest ik gelijk terugdenken aan mijn ontmoeting met een gladiator, in februari van dit jaar. Deze gladiator was vanwege het gebrek aan toeristen bij het Colosseum maar naar de Trevifontein gewandeld, in de hoop daar wat toeristen te treffen die met hem op de foto zouden willen – tegen betaling uiteraard. Helaas waren zijn acteerprestaties niet bijzonder authentiek, aangezien hij zo ongeveer elke twee seconden een mobieltje van onder zijn kledij tevoorschijn haalde. Zelfs de toeristen die voor de eerste keer in de stad waren en met open mond naar de Trevifontein stonden te staren, trapten niet in zijn aanbod.

Ach ja, de Italianen en hun telefonino… Lees maar wat Severgnini erover schrijft, treffender kan ik het niet zeggen:

‘Sommige voorwerpen zijn zo belangrijk dat ze plekken worden, plekken die een rondleiding verdienen. Ze gewoon gebruiken volstaat niet. Het is zaak om de blik gericht te houden op de geboden vooruitzichten en om die goed in het geheugen te prenten. In Italië is een van die voorwerpen het televisietoestel – we hebben het er in Florence al over gehad. Een ander leerzaam object is de auto, en daar hebben we het straks over. Het meest welig tierende Italiaanse voorwerp is echter de mobiele telefoon.

Het mobieltje, de telefonino – zowel in het Nederlands als het Italiaans heeft het verkleinwoord iets bedrieglijks, maar in Italië betekent zo’n verkleinwoord volstrekt het tegengestelde (momentje, glaasje, kusje) – is de uitvinding die de laatste jaren ons leven nog het meeste heeft veranderd. Meer nog dan Berlusconi, de euro en Big Brother. De koppeling tussen de gsm en de Italiaanse burger is niet langer een zaak van statistieken; het ding maakt nu deel uit van de folklore. Als een Fransman of Duitser zijn ogen dichtdoet en aan Italië denkt, ziet hij niet het Colosseum, maar een vent die hard staat te praten, met een hand op zijn oor. Precies, zo iemand als daar staat. Moet je nu horen hoe hij iedereen vertelt over zijn liefdesleven, in afwachting van het moment waarop hij de kassier zijn financiële wederwaardigheden kan toevertrouwen.

Die andere gast is weer een fotomaniak: als hij zijn gsm heeft gebruikt voor overbodige praatjes, gaat hij over tot het maken van overbodige plaatjes. En die meneer daar heeft op zijn vijftigste de wonderen van het sms’en ontdekt. Hij tikt alles keurig in, compleet met hoofdletters, accenten, apostrofs en spaties. Is het je opgevallen hoe hij zijn bericht intikt, met het puntje van zijn tong uit zijn mond? De andere klanten gaan hem uit de weg en een enkeling heeft voorgedrongen, maar hij heeft niets in de gaten. Hij probeert erachter te komen hoe je het uitroepteken krijgt (!), maar het lukt hem niet.

De spectaculaire doorbraak van de mobiele telefoon in Italië heeft niet alleen te maken met het grote gebruiksgemak, maar ook omdat het wezen van de gsm in grote lijnen samenvalt met de volksaard. Het fenomeen nam een aanvang als vorm van exhibitionisme (‘Ik heb er eentje, jij ook?’), verschoof toen richting conformisme (‘Heb jij er eentje? Ik ook!’) en vervolgens kwam het nutsbeginsel om de hoek kijken (‘We hebben er allemaal eentje; een mens kan gewoon niet zonder!’). Het huidige succes heeft alles te maken met de tentakelachtige relaties binnen Italiaanse families. Ook de Finnen – die percentueel gezien meer gsm’s hebben dan wij – zouden die mobieltjes dolgraag de hele tijd gebruiken, maar ze weten niet wie ze moeten bellen. Papa belt mama, mama belt zoon, zoon belt vriend, vriend belt collega, collega belt kennis, kennis belt zijn verloofde, verloofde belt haar zus, zus belt ouders, ouders bellen ooms en tantes, ooms en tantes bellen neven en nichten, neven en nichten bellen naar huis, en thuis krijgt mama een belletje van papa, die bij de bank in de rij staat. De cirkel is rond en we kunnen weer opnieuw beginnen.’

Tja, ineens begrijp ik die gladiator een stuk beter. Je blijft natuurlijk een Italiaan, ook al trek je zo’n oud Romeins pakje aan…

Wil je ook alles lezen over de telefoon, de televisie, de auto en alle andere dingen waar Italianen niet zonder kunnen, duik dan een avond lang in Italianen voor gevorderden. Het beste alternatief voor een avond in Italië – al wil je daar na het lezen van het boek misschien niet meer zo graag naar toe. Bij mij werkte het alleen maar averechts: ik wilde die gekke Italianen aan een dieper onderzoek onderwerpen en eigenlijk niet meer huiswaarts keren. Maar ach, misschien zijn Italianen wel juist zo leuk door mijn Nederlandse ogen, doordat ze zo heerlijk anders zijn dan wij… en minstens zo onbegrijpelijk!

aug 19

Op de plek waar nu het Colosseum staat, bevond zich vroeger een kunstmatig meer dat hoorde bij Nero’s Domus Aurea (Gouden Huis). Toen Vespasianus in het jaar 70 na Christus de opdracht gaf te beginnen met de bouw van een enorm amfitheater, werd het meer binnen de kortste keren volgestort met beton. Al gauw verrees er een enorme arena op de plek waar eerst nog vissen zwommen.

Toen keizer Vespasianus nog aan de macht was, vonden er in het amfitheater voornamelijk gevechten tussen mensen en dieren, tussen mensen onderling of tussen dieren onderling plaats. Alleen al tijdens het honderd dagen durende openingsfeest werden duizenden wilde dieren in het Colosseum de dood ingejaagd.

Vespasianus’ oudste zoon, Titus, hield van nog meer spektakel. Volgens veel Romeinse bronnen vonden er gedurende zijn regeringsperiode zelfs watergevechten (naumachiae) plaats  in het Colosseum! Het hele amfitheater zou onder water gezet zijn om zeeslagen uit de geschiedenis na te kunnen spelen.

De Romeinse dichter Martialis zou geschreven hebben dat de arena in een mum van tijd kon veranderen ‘van droog land naar woeste zee’. De historicus Suetonius heeft zelfs opgetekend dat keizer Domitianus ‘genoeg schepen had laten aanrukken om twee complete armada’s te vormen’.

We weten echter niet precies of het allemaal wel waar is; er zijn helaas niet echt duidelijke bewijzen aangetroffen over de precieze locatie van dit gebeuren. Was het wel het Colosseum waar beide schrijvers de watergevechten hadden gezien?

Zeker is in elk geval dat het – als het inderdaad mogelijk is geweest het Colosseum onder water te zetten – al snel afgelopen was met de nagespeelde zeeslagen. Toen Titus overleed en zijn jongere broer Domitianus de heerschappij over de stad op zich nam, besloot hij het Colosseum uit te breiden met het zogenaamde hypergeum, het netwerk van kamers, kamertjes, tunnels en gangen onder het Colosseum. Vandaag de dag kun je dit gangenstelsel nog steeds zien, onder de ‘vloer’ van de arena. Toen dit gangenstelsel er eenmaal was, kon er geen water meer in het Colosseum worden gepompt en viel het doek voor de zeeslagen en andere watergevechten.

Toen ik vanochtend langs het Colosseum liep, hoorde ik tot mijn grote verbazing echter vrolijk watergespetter. Ik probeerde naar binnen te gluren, maar de dikke muren gaven niks van hun binnenste prijs. In het dichtstbijzijnde koffiebarretje informeerde ik naar de herkomst van het gespat, en wat bleek?

Rome heeft ’s zomers een uniek openluchtzwembad! Op enkele stappen van het Colosseum kun je een duik nemen in een heerlijk zwembad in de buitenlucht, met natuurlijk uitzicht op het Colosseum (zie de foto voor als dit te mooi om waar te zijn lijkt)!

Ik was mijn hele culturele programma voor de dag direct vergeten en ben snel naar mijn logeerhuis gefietst. Popelend van ongeduld wachtte ik tot mijn gastvrouw terug was van Italiaanse les, waarna we heerlijk hebben genoten van het zwemmen in de buitenlucht en van het geweldige uitzicht. Een heel bijzondere ervaring!

Wil je ook een duik nemen met uitzicht op het Colosseum? Het zwembad maakt deel uit van het complex All’Ombra del Colosseo (‘In de schaduw van het Colosseum’). Elke dag kun je er vanaf 9 uur ’s ochtends genieten van het zwembad, de jacuzzi en de ligbedden op de zonneweide. Uiteraard zijn er douches en kleedhokjes en de Romeinen hebben ook de inwendige mens niet vergeten.

  

’s Avonds wordt het hele complex omgetoverd tot een groot festivalterrein; dan drink je een aperitief aan de rand van het zwembad. De hele zomer zijn er allerlei optredens en tot in de late uurtjes draaien de beste dj’s van de stad. De volgende ochtend lonkt het frisse water weer, zodat je kater geen kans krijgt. Of zullen we dan toch maar dat culturele programma afwerken? Ach, eerst nog even wat baantjes zwemmen – al is het maar voor het onbetaalbare uitzicht!

Morgen meer cultureel nieuws uit de Eeuwige Stad, voor ik morgenavond weer terug naar Amsterdam vlieg om daar een dagelijkse portie Italiaans te zoeken…

preload preload preload