Gemaakt in Griekenland – Gewild in Rome

Eerlijk gezegd had ik me nooit zo gerealiseerd dat de Romeinse cultuur sterk geworteld is in de cultuur van de oude Grieken. Uiteraard wist ik dat op Sicilië en in Zuid-Italië nog veel overblijfselen te vinden zijn van Magna Graecia, het grote Griekenland, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat ook in Rome een enorme Griekse erfenis is te vinden.
Tijdens het lezen van De ontdekking van Arcadië – Een inleiding op de antieke wereld was ik dan ook een beetje verbaasd toen ik de kop ‘Gemaakt in Griekenland – Gewild in Rome’ las. Nieuwsgierig las ik verder: ‘Rome was de wereldveroveraar: een kleine stad in Midden-Italië, die door een uitzonderlijke reeks van militaire overwinningen over een periode van driehonderd jaar het grootste deel van de bekende wereld onder haar gezag had gebracht. Maar daarnaast voelde de Romeinse cultuur zich ook schatplichtig aan de veroverde gebieden, en dan vooral aan Griekenland.
De Romeinse dichter Horatius legde de vinger op de essentiële paradox toen hij in zijn Brief aan de Romeinse keizer Augustus schreef dat de verovering van Griekenland tevens een verovering van Rome was geweest, omdat de Romeinse beschaving, kunst en literatuur allemaal aan Griekenland te danken waren. Graecia capta ferum victorem cepit. Ofwel: ‘Het woeste Rome is veroverd door het veroverde Griekenland.’

Het is moeilijk te zeggen in hoeverre Rome werkelijk parasiteerde op de Griekse cultuur of in hoeverre de Romeinen slechts wilde barbaren waren totdat zij door hun Griekse veroveringen werden geciviliseerd. Haast niet minder lastig is het te weten wat het zou betekenen om van Rome of enige andere maatschappij te zeggen dat het geen eigen ‘cultuur’ had, dat zijn beschaving simpelweg van anderen was overgenomen. Maar het is zeker zo dat de Romeinen zelf hun relatie met Griekenland in dit soort termen uitdrukten en de directe oorsprong van hun kunst en architectuur, net als allerlei vormen van literatuur en poëzie, op Griekenland terugvoerden.
Horatius bijvoorbeeld beweerde dat zijn verzen waren geschreven in de traditie van de oudere Griekse poëzie, en zelfs als een bewuste navolging van Griekse poëtische thema’s en stijlen. Om zijn aanspraak op de status van klassieke Romeinse dichter te rechtvaardigen, verklaarde hij zich schatplichtig aan de Griekse verzen die meer dan vijfhonderd jaar eerder waren geschreven en lange tijd in de Griekse wereld waren onderwezen en bestudeerd als klassieken van de Griekse literatuur. Ook stonden Romeinse tempels (haast als musea) vol met Griekse kunstwerken en Romeinse kopieën of andere versies van Griekse werken, of variaties op hetzelfde thema.
Het ontdekken van Rome, hetzij ter plaatse tussen de ruïnes, hetzij door het lezen van Latijnse literatuur in de bibliotheek, heeft dus altijd betekend dat je ook verder werd geleid naar Griekenland en de Griekse wereld ontdekte via de Romeinse. Dit geldt net zo goed voor ons of voor de negentiende-eeuwse reizigers als voor de Romeinen zelf.’
Tijdens een bezoek aan Rome kom je veel ‘Griekse’ beelden tegen: de Laocoöngroep in de Vaticaanse musea, de jongen met de doorn in zijn voet (ofwel lo spinario) en de Stervende Galliër, beide in de Capitolijnse Musea. Dit zijn allemaal Romeinse kopieën van Griekse originelen, hetgeen de bewering van Horatius alleen maar onderschrijft.

Voor degenen die deze zomer Rome bezoeken: de Griekse beelden staan tot en met begin september extra in het zonnetje. In de Capitolijnse Musea is een tentoonstelling over het tijdperk van de veroveringen van het Romeinse Rijk opgezet, die met name focust op de aantrekkingskracht van de Griekse kunst in Rome. De tentoonstelling wordt georganiseerd in het kader van het vijfjaarlijkse programma I Giorni di Roma. Te zien zijn onder meer topstukken uit de Griekse kunst uit de tijd van de Romeinse overheersing in de Griekse wereld (van eind derde tot tweede helft eerste eeuw v.Chr.).
Voor de thuisblijvers is het boek De ontdekking van Arcadië – Een inleiding op de antieke wereld een meer dan goede troost. Mary Beard en John Henderson nemen je mee op reis door de antieke wereld, van het British Museum in Londen naar het oude Griekenland. Gedurende deze reis maken ze af en toe een uitstapje naar de Romeinse wereld.

Ze laten je zien hoe de studie van de klassieken voortdurend van karakter is veranderd en telkens weer nieuwe perspectieven heeft geopend op de antieke én de moderne wereld. Daarbij nemen ze de tempelfries uit Bassae die in de negentiende eeuw in het British Museum belandde als uitgangspunt. Door middel van het verhaal van de reeks toevalligheden die deze Arcadische tempel beroemd maakten en aan de hand van de vele vragen die de reconstructie van het origineel oproept, maken Beard en Henderson het spannende van hun vak voelbaar. Daarnaast wijzen zij geregeld op de fascinatie die het oude Griekenland en Rome steeds zijn blijven uitoefenen – en op de uiteenlopende en omstreden interpretaties die daarbij een rol speelden. Het boek is een toegankelijke gids voor iedereen die weten wil waar onze fascinatie voor de oudheid vandaan komt, en waarom Ben Hur en Asterix nog altijd tot de verbeelding spreken…
Mary Beard is een van de bekendste classici ter wereld. Haar hilarische weblog ‘A Don’s Life’ wordt door een groot publiek gelezen. Haar laatste boek, Pompeii, is ook een regelrechte aanrader, zowel voor onderweg als voor een virtuele reis vanuit achtertuin of luie stoel. Ook John Henderson schreef vele boeken over de oudheid. Beide auteurs doceren in Cambridge. Klik hier om het boek te bestellen bij bol.com



