Inspiratie voor een Italiaanse kerst

Monti Dauni – een onbekende streek in het noorden van Puglia

Puglia is de laatste jaren enorm populair geworden. De trulli in en om Alberobello worden ’s zomers druk bezocht, een stedentrip Bari of Lecce is erg in trek en op de stranden van de Salento zie je ’s zomers een regenboog aan parasols en badlakens.

In het noorden van Puglia ligt een streek die bezoekers steevast over het hoofd zien: de Monti Dauni. Deze Daunische heuvels zijn de uitlopers van de Apennijnen. Je vindt er dertig gemeenten, waarvan vier het predicaat van i borghi più belli d’Italia, de mooiste dorpjes van Italië, mogen dragen.

Ewout Kieckens, een journalist die vanuit zijn woonplaats Rome voor verschillende Nederlandse media over Italië schrijft, neemt je mee naar dit onbekende stukje Puglia.

Provençaalse oase vol kerken en kastelen

Ewout: ‘In het gebied dat de Monti Dauni beslaan, staan meer dan vijfhonderd kerken en tientallen kastelen. Met de glooiende heuvels en ordelijke velden van graan, haver en andere gewassen zien de Monti Dauni er bijna Provençaals uit.

Het is als een oase tussen de laagvlakte van industriestad Foggia en de rommelige urbanisatie van het oosten van de aangrenzende regio Campanië.

Het mooiste komt nog: toeristen zijn er nauwelijks, de bewoners zijn allerhartelijkst en ontvangen je graag in dit onbekende stukje Puglia.

Bovino – eten bij Saverio en slapen als een hertog

Mijn tocht door de Monti Dauni start in Bovino, een van de mooiste dorpjes van Italië, op ongeveer veertig kilometer van Foggia. Je zou denken dat het een agrarische oorsprong heeft (bovino betekent rund), maar het is in de vroege middeleeuwen ontstaan als kasteeldorp.

Dat is Bovino in feite nog steeds. Het uit prachtige natuursteen opgetrokken kasteel aan de top van het historisch centrum is in de twaalfde eeuw gebouwd door Drogo van Hauteville, een Normandische hertog.

Je komt er met de auto, althans in de eerste versnelling, zo op de binnenplaats. Er is een goede reden om dat te doen: bij Residenza Ducale, de bed & breakfast die in het kasteel is gevestigd, kun je je voor een of meer nachten echt even een hertog voelen.

Er zijn zeven enorm grote en modern ingerichte kamers, die worden verhuurd voor de prijs van een eenvoudig hotel.

Voor het diner schuif je aan bij Saverio, die iets lager in het dorp Osteria ndo saverie lu conte bestiert, aan de Corso Vittorio Emanuele 44.

Het is zo’n osteria van voorbije tijden, waarbij Saverio allerlei petten op heeft. Hij kookt op een wat we nu kookeiland zouden noemen, bedient aan tafel en neemt uitgebreid de tijd om uit te leggen welke heerlijkheden er op het menu staan.

De wijn (een mix van Bombino- en Troia-druiven) en olijfolie komen van zijn eigen land en ook de rest van de ingrediënten komt uit de omgeving. Saverio vertelt trouwens dat de oorsprong van de naam Bovino komt van de verbastering van het Latijnse woord voor tweesprong.

Bovino heeft een interessante kerk die zich kathedraal mag noemen omdat de borgo met drieduizend inwoners zelfs een bisschopsstad is (hoewel samengevoegd met Foggia). De romaanse kerk heeft sporen uit de negende eeuw en lijkt zich met zijn tamelijk lage bouw te hebben aangepast aan het kleine, pittoreske plein waaraan de kerk te vinden is.

Het interieur is minder mooi (met name dankzij aanpassingen uit de zeventiende eeuw), maar de doopvont springt er toch uit. Het is een prachtig samengesteld werk met als basis een ionisch kapiteel uit de negende eeuw.

Als je weer buiten staat, moet je even naar boven kijken. Precies op de top van de kerk, boven het roosvenster, steekt de kop van een os met hoorns uit. Bovino blijkt toch wel iets met runderen van doen te hebben…

Deliceto – een originele Italiaanse vlag en een bijzondere bakker

Deliceto, op zo’n vijftien kilometer van Bovino, heeft ook al zo’n imposant kasteel. Het is gebouwd in de tijd van de Normandiërs, rond 1100. Je kunt er onder begeleiding een kijkje nemen.

Het kasteel is gerestaureerd en heeft grote lege ruimtes. Hier werd bewaakt en niet gewoond, aldus de gids. Het mooiste is het uitzicht vanaf de vierkante toren, waarop een origineel gefabriceerde Italiaanse vlag ‘wappert’.

Op de hoofdstraat van het kasteel naar beneden kom ik bij toeval Benito tegen. Hij is de praatgrage bakker van Forno Rea en nodigt mij spontaan uit voor een rondleiding door de bakkerij.

Hij stelt zijn twee broers en moeder voor, die allemaal in de zaak werken. Brood bakken is overal wel hetzelfde, maar Benito geeft een extra schwung aan het ambacht. Net voor een aantal broden in de oven gaat, maakt hij met een mes op bijna theatrale wijze verticale sneden in het deeg. Daarmee krijgt het brood, als het knapperig vers uit de oven komt, zijn karakteristieke structuur.

Sant’Agata di Puglia – pleisterplaats aan de Via Appia

Ook boven Sant’Agata di Puglia, op ongeveer vijfentwintig kilometer afstand van Deliceto, steekt een kasteel uit. De plaats is gesticht door de Romeinen om de Via Appia, de weg van Rome naar Brindisi, te controleren.

De Romeinen noemden dit castrum (een versterkt legerkamp) naar de godin Artemis. In het jaar 592 werd de plaats omgedoopt tot de naam van de heilige Agata.

Het was voor een rits van overwinnaars een belangrijke plek, omdat het strategisch ligt, hoog op een heuvel vanwaar je op tientallen kilometers afstand de vijand kunt zien aankomen.

Halverwege de heuvel van deze berggemeente ligt de Chiesa di Sant’Andrea. De kerk is gebouwd in licht gekleurd natuursteen en ligt aan een pleintje dat alleen te bereiken is via een trap.

Iets hoger, op het hoogste punt van Sant’Agata di Puglia, ligt het keizerlijke kasteel dat door onder anderen Karel I van Anjou is uitgebouwd en een prachtige toegangspoort heeft, die tijdens mijn bezoek helaas gesloten is.

Bij de poort staat een vrouw. Ik voel dat ze daar niet zomaar staat. Als ik Antonia, zoals ze blijkt te heten, aanspreek, vertelt ze dat ze avvistatore is, iemand die op de uitkijk staat. Zouden de Saracenen nog steeds het binnenland bedreigen?

Gelukkig niet, maar er is wel iets anders gevaarlijks. Antonia staat er namelijk om bosbranden in een vroeg stadium te kunnen lokaliseren.

Terwijl Antonia met mij een rondje om het kasteel loopt, vertelt ze dat zij en nog drie andere collega’s op andere hoge toppen van de Monti Dauni de omgeving scannen. Als ze iets van vuur waarnemen, moeten ze een alarmnummer in Bari bellen.

Op de dichtstbijzijnde heuvel tegenover Sant’Agata is het een paar jaar geleden misgegaan. Het is daar helemaal zwart. Antonia was er die dag niet.

Alberona – te gast bij de Tempeliers

Alberona, op veertig kilometer van Foggia, is ook een van de borghi più belli d’Italia. Het dorp bestaat voornamelijk uit karakteristieke huizen aan steegjes en trappen. Het belangrijkste monument in het dorp is de Torre del Priore, die ooit toebehoorde aan de Tempeliers.

De ridders van deze middeleeuwse orde, met hun kenmerkende witte mantels met een rood kruis, waren in Puglia goed vertegenwoordigd. Dat had te maken met het feit dat Puglia aan de pelgrimsroute naar het Heilig Land ligt.

De rijke orde van de Tempeliers werd in 1312 door paus Clemens V ontbonden. Daaraan ging een gruwelijke vervolging van de ridders vooraf. Het abrupte einde aan deze orde geeft nog altijd aanleiding tot legendevorming.

Na de Tempeliers kregen de Maltezer Ridders, een andere katholieke orde die de christelijke plekken in het oostelijke bekken van het Middellande Zeegebied bewaakte, de overhand. In de veertiende eeuw bracht de grootmeester van deze orde zijn zetel naar de Torre del Priore.

Het kan je niet ontgaan dat de Tempeliers bij Alberona horen. Je zult zelden zo vaak hun logo zien, dat rode kruis op het witte vlak. Zo ook bij B&B I Templari di Alberona, met allerlei tempelierssnuisterijen en een harnas.

De kamers hebben namen als Croce en Cavaliere. Ik krijg de ridderkamer toegewezen, met een hoog toelopend gemetseld plafond. Het is van binnen net een geplette trullo. De eigenaar van de B&B is ook de burgemeester van Alberona en daarmee een perfecte bron van informatie.

Op de promenade, met weer zo’n weids uitzicht dat zo typerend is voor de Monti Dauni, komen ’s avonds tegen zevenen de dorpsbewoners bij elkaar voor de traditionele struscio, waarbij men schijnbaar doelloos wandelt, elkaar ontmoet en met elkaar keuvelt.

Er is een brede omgang aangelegd, die eens niet in het teken staat van de Tempeliers, maar van Giacomo Strizzi (1888-1961), een lokale poëet die in dialect schreef en een zekere bekendheid geniet in met name het zuiden van Italië.

Roseto Valfortore – borgo van honing en truffel

Roseto Valfortore ligt op tien kilometer afstand van Alberona en staat eveneens op de lijst van de borghi più belli d’Italia. Een van de mooiste pareltjes is de Santa Maria Assunta, die werd gebouwd aan het begin van de zestiende eeuw.

De kerk is afgeladen vol. Het is de zondag voor de eerste schooldag. Aan het eind van de mis komen alle aanwezige kinderen naar het altaar en tillen hun schooltas zo hoog mogelijk boven hun hoofd. De priester zegent de tassen met wijwater. Het is een vrolijk en kleurrijk gebeuren.

De grote hoeveelheid bloemen en zwarte truffel die in de bossen rondom Roseto Valfortore te vinden zijn, zorgen voor de bijnaam la città del miele e del tartufo. Het plaatsje staat ook bekend om zijn watermolens en de winning en verwerking van natuursteen.

Celle di San Vito – Provençaals dialect in Puglia

Van Roseto ga ik naar Celle di San Vito, een piepklein plaatsje, met slechts honderd inwoners. Het interessantst is de taal die ze er spreken.

Bij het binnenkomen van het plaatsje wordt het direct duidelijk: hier wordt een afgeleide van het Provençaals gesproken. De oorsprong gaat achthonderd jaar terug, toen Provençaalse huurlingen door Karel van Anjou, de koning van Napels en de zoon van de Franse koning, werden ingehuurd.

Een contigent bleef, zo vertelt Maria Angela, die ik op de winderige hoofdstraat (Via Roma) ontmoet, terwijl haar zoon aan het voetballen is.

Biccari – klein Zwitserland in de Monti Dauni

Dat Provençaalse vleugje blijft. In Biccari, vijftien kilometer verderop, ontmoet ik de tweeëndertigjarige Filippo Sabatino, een moderne boer die truffelproducten maakt en ook twee hectare lavendel heeft aangeplant.

Het lila staat in mooie rijen opgesteld, aan de voet van de Monte Cornacchia, met ruim elfhonderd meter de hoogste top van de Monti Dauni.

foto: Filippo Sabatino

Biccari wordt weleens ‘klein Zwitserland’ genoemd, omdat het omringd wordt door bijna driehonderd hectare bos (en er een enkele sneeuwvlok valt in de winter, neem ik aan). Op weg naar de Monte Cornacchia passeer je een klein meer, dat in de zomer bedekt is met waterlelies en volgens natuurliefhebbers een vrij zeldzame biotoop vormt.

Troia – het mooiste roosvenster van Italië

Troia, op twintig kilometer van Biccari, is vernoemd naar het antieke Troje. Met circa zevenduizend inwoners is het de op een na grootste gemeente van de Monti Dauni. In deze blog kun je er meer over lezen.

De kathedraal, vernoemd naar Maria Tenhemelopneming, is een meesterwerk van romaanse beeldhouwkunst. Het twaalfde-eeuwse roosvenster is een absolute must see. Er zijn boeken vol geschreven over de theologische en kosmische betekenis ervan, maar los daarvan is het misschien wel het mooiste vormgegeven roosvenster van heel Italië.

De gelijknamige druif wordt in toenemende mate gebruikt voor wijnen uit Puglia, al dan niet in combinatie met de Bombino-druif. De Nero di Troia, die zo heet omdat de druiven violetkleurig zijn, zorgt voor wijnen met een sterk bouquet aan ‘vijgen, zwarte peper en kruidnagels’ om te spreken met de woorden van Luca Maroni, een bekende Italiaanse wijnschrijver.

met dank aan GAL Meridaunia voor een aantal foto’s

Een glas van deze wijn is een perfect einde van deze tour door de Monti Dauni, een authentiek stukje Puglia zonder trulli en stranden, maar met authentieke dorpjes waar verrassend veel te ontdekken valt.’

Meer lezen van Ewout? Hij schreef negen boeken, waaronder een reisgids voor de regio Lazio en een boek over Italiaanse iconen. In zijn vrije tijd schrijft hij ook verhalen voor zijn website ItalyStart, die – hoe kan het ook anders – gaat over Italië.

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *