La Vecchia Scuola – van oude school tot luxe B&B in Le Marche, sinds 2016
Acquasanta Terme ligt in het zuiden van Le Marche, ingeklemd tussen de Monti Sibillini en de Monti della Laga. Al ten tijde van de Romeinen stond het dorp bekend om de thermale baden, zij het onder de naam Vicus ad Aquas.
Hier maakten de Romeinen graag een stop om zich onder te dompelen in het weldadige water. Dit water is ook nu nog heilzaam, zo ontdekte Marlou tijdens haar bezoek aan dit tegenwoordig vrij onbekende thermenstadje.

Marlou: ‘Sinds 1851 vind je in Acquasanta Terme een kuuroord met verschillende baden met het sterk zwavelhoudende water. Daarnaast zijn er ook natuurlijke thermale baden, zoals Lu Vurghe, in de bedding van de rivier Tronto.
Al van bovenaf zie je diverse kleuren blauw tussen de bomen door schitteren. Na een wandeling van een minuut of tien sta je aan het water. De verschillende kleuren zijn hier nog beter te zien.
Ik steek voorzichtig een hand in een van de bassins. De kleinere baden zijn aangenaam warm terwijl het water van de rivier zelf behoorlijk koud is. In de zomer ideaal voor een duik, dan vind je hier een verfrissende oase waar je de warmte even van je af kunt spoelen.

Mijn gids vertelt dat dankzij dit bijzondere water in Acquasanta Terme en omstreken veel travertijn (kalksteen) te vinden is.
Travertijn vormt zich door de neerslag van water. Het mineraalwater dat rijk is aan calcium en koolstofdioxide borrelt omhoog, het gas ontsnapt, de kalk laat los en slaat neer. Uiteindelijk kristalliseert dit en ontstaat travertijn.
Tijdens de klim terug naar boven, loop ik een stukje op met een man van negentig jaar oud, die me vertelt dat hij elke week wat water uit de thermale bronnen drinkt en daarom nog altijd topfit is.

Om meer over travertijn te weten te komen, bezoeken we even verderop Cava San Pietro, de steengroeve waar Eurobuilding Bianco Sibillino wint, een helderwitte travertijnsoort met subtiele bronzen adering.
Deze steensoort staat bekend om zijn lineaire structuur en de schoonheid aan tinten, evenals om de verscheidenheid aan texturen en nuances.
In de Cava San Pietro kan elke opdrachtgever persoonlijk zijn eigen blok travertijn uitkiezen, om het vervolgens te laten bewerken in de werkplaatsen van kleine ambachtslieden, waarbij de ontwikkeling van vormeloze rots tot eindproduct stap voor stap gevolgd kan worden.
Ik krijg een demonstratie van hoe het zagen van de blokken travertijn in zijn werk gaat en mag een van de reststukken op de grond uitzoeken om mee te nemen als aandenken aan deze bijzondere plek.


In Paggese, niet ver van Acquasanta Terme, bewonder je een prachtig baldakijn van travertijn in de San Lorenzo Martire. Ook de in de vloer ingelegde grafstenen zijn van travertijn.
Vlak bij de kerk ligt het atelier waar Annibale Poli van Poli Marmi zich aan de kunst van steenbewerking wijdt. Hij combineert technische precisie met artistieke inspiratie om iets moois tevoorschijn te toveren uit het travertijn.

Van lijstjes tot complete badkamermeubels, Annibale kan het allemaal. Trots poseert hij voor een foto en nog trotser vertelt hij over het grootste project van zijn carrière: de reconstructie en restauratie van Castel di Luco, een monumentaal veertiende-eeuws kasteel dat werd gebouwd op de rand van een rotsachtige uitloper.
Eigenaar Francesco vroeg Annibale en een aantal andere lokale ambachtslieden om de historische locatie na de aardbeving van 2016 nieuw leven in te blazen en het kasteel in al zijn glorie te herstellen.
Het kasteel ziet er dankzij de restauratie weer massief en bijna onneembaar uit, met robuuste vestingmuren. Binnen die muren huist een heerlijk hotel, waar ik een nachtje mag slapen.

Voor ik mijn intrek in het kasteel neem, schuif ik echter eerst nog aan bij Agriturismo Il Roccolo, voor een herfstige maaltijd. De antipasti della casa bestaat onder meer uit gefrituurde kaas en funghi. Uiteraard ontbreken ook de beroemde olive all’ascolana niet. Dan volgt pasta met paddenstoelen en truffel en tot besluit een caffè.

In het donker ziet het kasteel er sprookjesachtig uit. Gelukkig wacht eigenaar Francesco me aan de voet van het kasteel op om me samen met mijn bagage in een soort treintje naar boven te rijden. Het lijkt een kermisattractie maar het is een superhandige uitvinding om het kasteel bereikbaar te maken.

Eenmaal boven val ik van de ene verbazing in de andere. Castel di Luco, sinds de vijftiende eeuw in handen van familie van Francesco, is adembenemend, van de romantisch verlichte binnenplaats waar je van een drankje kunt genieten tot bijzondere doorkijkjes en sfeervolle details.

Alle negen kamers kregen de namen van familieleden. Zo slaap ik ‘bij’ Ilaria – een naam die in mijn geval garant staat voor een diepe slaap.

’s Ochtends wacht in een zaal met prachtige fresco’s het ontbijt. Hier ontmoet ik Laura, de zus van Francesco, die een passie voor bakken heeft. Dat is te zien aan de enorme keuze aan taarten, koekjes en andere dolci. Ook aan de niet-zoetekauw is trouwens gedacht, met hartige lekkernijen, yoghurt en fruit.



Daarna leidt Francesco me met verve rond door het kasteel. De ene ruimte is nog mooier dan de andere. Sommige zouden zelfs niet misstaan in een museum…
Francesco vertelt dat hij samen met zijn zus is opgegroeid in het kasteel. Ze kennen ieder hoekje en hebben beiden hard meegewerkt aan het herstel van hun familiebezit, dat ze nu weer kunnen openstellen voor gasten.


Na nog een caffè brengt Francesco me met het bijzondere treintje naar beneden. Als hij weer terug naar boven tuft en ik wat laatste foto’s maak, laat ook Heidi zich zien, de huisgeit die op de rotsen rondom het kasteel woont.



Ik rijd nog even langs een paar travertijnen overblijfselen uit de Romeinse tijd, langs de vroegere Via Salaria. Bijzonder om te beseffen dat de Romeinen al wisten dat dit gebied rijk was aan heilzaam water en duurzame steen en dat we daar vandaag de dag nog altijd van kunnen genieten!’