Torre Alfina – middeleeuws kasteel in een van de mooiste dorpjes van Italië
Na een langdurige restauratie is het Castello Ruspoli in Vignanello, in het noorden van de regio Lazio, weer regelmatig te bezoeken, hoewel het ook nog steeds wordt bewoond door de familie.
Marc ging mee tijdens een rondleiding en bewonderde zowel het kasteel als de renaissancetuin, die in heel Europa beroemd is.




Marc: ‘Vanaf het Piazza della Repubblica, het kloppend hart van Vignanello, loop ik over de resten van een ophaalbrug de zij-ingang van het kasteel binnen. De originele ingang ligt aan de smallere kant van het kasteel, die uitkijkt op het zuiden.
Op elk van de vier hoeken van het gebouw staat een massieve toren, met smalle gaten die ooit dienden om het bolwerk te kunnen verdedigen.

De bezoekersingang brengt je in een ruimte met lansen en wapens, gedecoreerd met de familiewapens die verbonden zijn met de geschiedenis van het kasteel.

Recht tegenover de bezoekersingang is de doorgang naar de tuin. We gaan echter eerst de trap op, voor verhalen over het kasteel en de mensen die hier de afgelopen eeuwen hebben gewoond.
Zo’n duizend jaar geleden stond hier een Benedictijner klooster, dat later is uitgebouwd tot een fort.
Rond 1574 werd de eerste laag van het huidige Castello Ruspoli gebouwd. De grote familiestamboom die op de muur is geschilderd, gaat veel verder terug. Helemaal onderaan staat de naam Marius Scotus, met daarbij het jaar 798. Een tijger en een koninklijke adelaar staan in het wapen.

Scotus is volgens de overlevering de stamvader. Hij was een Schotse krijgsman die in Italië aan de zijde van Karel de Grote tegen de Longobarden heeft gevochten, mede om de paus te helpen.
Als dank zou die hem een heerlijkheid in de buurt van Ravenna hebben geschonken. Vermoedelijk is dit een mengsel van waarheid en verdichting, want het eerstvolgende jaar ligt bijna vier eeuwen verder. Tijd genoeg voor de veritalianisering van Marius Scotus naar Marescotti.

Voor het volgende verhaal slaan we een heleboel strubbelingen, strategische huwelijken en verdachte doden over. Vignanello is in de eerste helft van de zestiende eeuw in bezit gekomen van Ortensia Orsini.
De familie Marescotti is via het huwelijk van haar met Sforza Marescotti vanuit Ravenna en Bologna in Vignanello terechtgekomen. De paus heeft er inmiddels een graafschap van gemaakt, een stap omhoog op de adellijke lader.
Een sleutelmoment is het huwelijk van Ortensia’s kleinzoon Marcantonio, graaf van Vignanello, met Ottavia Orsini, dochter van de hertog van Bomarzo.
Zowel Ortensia als Ottavia hebben een belangrijke rol gespeeld in Vignanello. Doordat hun echtgenoten zijn omgekomen of vermoord kwam het bestuur in hun handen te liggen.

Drie generaties verder komen we bij Francesco Maria Marescotti Ruspoli. Zijn grootmoeder Vittoria was een Ruspoli en omdat de Romeins-Florentijnse familie Ruspoli verder geen mannelijke erfgenamen had, gaat hier de familielijn verder.

Francesco Maria is de eerste man in deze dynastie die meer een kunstliefhebber en intellectueel was dan krijgsheer. Hij bood bijvoorbeeld regelmatig onderdak aan Georg Friedrich Händel, toen deze componist begin achttiende eeuw drie jaar door Italië reisde.
Händel zou tijdens zijn verblijf van een paar weken in Vignanello ook een aantal korte religieuze muziekstukken hebben gecomponeerd. Daarom heet een van de kamers in het kasteel de muziekkamer. Aan de muur daar hangt een portret van Francesco Maria met zijn hondje, waaraan hij zo was gehecht dat hij ernaast begraven wilde worden.

Een ander belangrijk familieverhaal gaat over Clarice Marescotti, dochter van Ottavia Orsini, geboren in 1585. De doopvont waarin ze is gedoopt, is hierheen verplaatst.
Daarnaast is er een kamer die helemaal aan haar is gewijd. De ruimte heeft de sfeer van een kapel, want Clarice werd later Santa Giacinta, een van de twee patroonheiligen van Vignanello.
Ze was, zoals dat heet, een ‘erg levendig’ kind. Niet zo geschikt voor het huwelijk, vond haar vader. Ze moest het klooster in, maar daar koos ze voor de zogeheten Terzo Ordine: een religieus leven, maar niet erg strikt. Lekker eten, mooie kleren, en onder het raam, zo wil het verhaal, een paard om naar haar minnaar te gaan.

Maar: Giacinta werd ziek. Doodziek. Een Franciscaner priester werd gehaald om de laatste sacramenten toe te dienen. Toen deze man echter zag in wat voor weelde ze leefde, weigerde hij dat.
En zie: Giacinta werd beter. Een wonder. Ze veranderde haar leven radicaal, bekommerde zich om zieken en misdadigers en richtte een eigen orde op. In een reliekhouder in de tot kapel omgetoverde kamer zit nog een stukje bot van haar.

Vanuit sommige privékamers op de eerste verdieping heb je goed zicht op het Piazza della Repubblica en op de kerk en het gebouw ernaast.
Deze twee gebouwen zijn nauw verbonden met het kasteel. Beide zijn gebouwd in opdracht van Francesco Maria Ruspoli. De snuit van zijn hondje is verwerkt in een paar houten kaarsdragers en wat gebeeldhouwde versieringen.
Het gebouw aan de noordkant van het plein wordt het Casino Ruspoli genoemd. Een casino was een buitenverblijf, een bijgebouw.
Volgens lokale kronieken hebben de Ruspoli’s het laten bouwen ter gelegenheid van het bezoek van paus Benedictus XIII in 1725. De paus kreeg het kasteel tot zijn beschikking, de familie trok tijdelijk in het casino. Ter herinnering daaraan is er nog een vitrine met zijn kleren.


Op veel plaatsen zijn foto’s te zien die verwijzen naar de familiegeschiedenis. Zo zijn er portretten van de twee prinsessen, Giada en Claudia Ruspoli, die een deel van het jaar nog in het kasteel wonen.
Andere foto’s verwijzen naar Alessandro Ruspoli VII, die in de eerste decennia van de twintigste eeuw een zeer hoge lekenfunctie binnen het Vaticaan bekleedde. De familie Ruspoli behoort tot de ‘zwarte’ adel, die bij alle wereldse conflicten altijd trouw bleef aan de paus.

Die trouw aan de paus is ook de reden dat de Ruspoli’s zich sinds 1709 prins en prinses mogen noemen. Dat was een bedankje van de paus.
Francesco Maria had op eigen kosten een regiment laten vormen van zo’n zeshonderd man. Dat moest aan de noordoost grens helpen de pauselijke staat te verdedigen tegen aanvallen door het Habsburgse leger. Een groot fries hoog in de grote salon verwijst naar die strijd.
Op de schouw in diezelfde salon liggen nog een paar kanonskogels van verschillende grootte. Die herinneren eraan hoe Vignanello in december 1798 even een voetnoot werd in de Europese geschiedenis.
In de strijd tussen Franse en Spaans-Napolitaanse troepen werd het stadje kort belegerd door de Fransen, maar die trokken snel verder zuidwaarts en namen twee maanden later Napels in.

Na het bezoek aan de verschillende kamers van het kasteel is het tijd voor de tuin. Een ovale gedenksteen hoog tegen de muur herinnert aan de rol van Ottavia Orsini, de dochter van Vicino Orsini, die het beroemde Sacro Bosco in Bomarzo liet ontwerpen, hemelsbreed ongeveer tien kilometer verderop.
Ottavia heeft dit terrein achter het kasteel laten egaliseren. Op veel plaatsen in dit gebied zie je de grillige patronen die erosie heeft getrokken in de relatief zachte vulkanische tufsteen.

Ottavia heeft ook de eerste stappen gezet naar de formele giardino all’italiana. De buxushagen in de vorm van een dubbele O en die met S en G, de initialen van haar zoons, herinneren daar nog aan.

Deze opzet is later uitgewerkt en verfijnd door de eerste prins, Francesco Maria Ruspoli. Ook al leefde hij in de baroktijd, hij hield vast aan het op de renaissance geïnspireerde ontwerp van strakke geometrische vormen.
Er zijn vier lanen en twaalf zogeheten parterres met buxusplanten in allerlei vormen. In de eerste als je de tuin inloopt, zie je ook zijn initialen FR.


In het midden van deze tuin staat een klaterende fontein. Het water spuit omhoog uit de ‘berg met zes toppen’ die het heraldische symbool van de familie Ruspoli is. In het wapen komen daar ook nog twee gekruiste wijnranken boven.
De familie Chigi heeft ook een berg met zes toppen, maar daar staat meestal een achtpuntige ster op.



De kasteeltuin loopt nog veel verder door in noordoostelijke richting, maar dat gedeelte is niet toegankelijk. Je kunt wel nog een blik werpen op de ‘verborgen tuin’. Die ligt aan de oostkant, een stuk lager. Hier overheersen de geometrische vormen, maar de tuin is minder ‘klassiek’: hier is ook ruimte voor bloemen.

Bij de meeste rondleidingen kun je ook een kijkje nemen bij de scenografisch ontworpen oorspronkelijke ingang. Die is gebouwd tegen de zuidhelling waarop het castello staat, aan een van de smalle kanten van het gebouw.
Een hele reeks terrassen en een scalone (monumentale trap) komen zo’n twintig meter lager uit bij een sierlijke vijver. Hier was vroeger de ingang, maar die kan niet meer worden gebruikt: tussen de vijver beneden en het onderste gedeelte van de trappen lopen sinds 1932 de rails van de spoorlijn Roma Nord, tussen Roma-Flaminio en Viterbo. Nu zou zo’n brute ingreep in een historische complex ondenkbaar zijn.
met dank aan Castello Ruspoli, Angelo Cordeschi & Valerio Mei voor een aantal foto’s
Het Castello Ruspoli (Via dell’Uliveto 200, Vignanello) is van februari tot december te bezoeken, op vrijdag, zaterdag en zondag en op nationale feestdagen. Je moet vooraf online reserveren voor een rondleiding van ongeveer een uur. Dat kan via deze link voor een rondleiding in het Italiaans.
Rondleidingen in het Engels worden in de regel op vrijdag gegeven, daarvoor reserveer je een ticket via deze link.