Download gratis de Ciao tutti app!

Autogrill – hoe de koffiebar van een Italiaanse koekjesbakker uitgroeide tot een internationaal icoon

Het is voor veel Italiëliefhebbers de eerste stop na de Italiaanse grens: een lekkere espresso onder toezicht van de hond met de zes poten. Naast dit iconische beeldmerk van de ENI (voorheen AGIP), die zorg draagt voor een groot deel van de aardolie- en aardgasvoorziening in Italië, is er nóg een snelwegicoon: de Autogrill.

Ciao tutti-lezer Arjan van den Berg dook in de historie van Autogrill en neemt je in zijn Fiat 500 mee naar een aantal prachtige pareltjes langs de snelweg, die qua architectuur niet onderdoen voor bekende musea. Andiamo?!

Arjan: ‘Een jaartje of twintig geleden was het in het dorp waar ik woonde een sport om in de mei- en zomervakantie binnen twaalf uur aan het Gardameer te zijn. Het waren allemaal jonge gezinnen, waarvan de vader de Bundes Auto Bahn 3 in Duistland ontdekt had; vol gas naar het zuiden.

Ik begreep die vaders niet. Voor mij begint de vakantie al meteen als ik achter het stuur zit. Voor mij dus geen BAB3. Te druk, te veel files, te veel ongelukken. Doe mij maar de A61, oftewel linksrheinisch, ten westen van de Rijn.

Wellicht was het eerste stuk wel wat gehaast. Hoe sneller weg uit Nederland, hoe beter het voelde. Maar eenmaal in de buurt van Koblenz begint het mooi te worden: groen en heuvelachtig. En ja, minder files, een stuk rustiger dan die gejaagde A3. Om de paar uur een stop om bij een wegrestaurant een heerlijk Italiaans drankje te nuttigen: met tien bar druk wordt twintig cc in dertig seconden bereid, vooraf gegaan door een glaasje water.

De discussie was vaak: gaan we over Oostenrijk of over Zwitserland. Doe mij maar Zwitserland. Natuurlijk moest je uitrekenen hoe laat het was als je bij de Gotthardtunnel aankwam. Ook ik heb mij er een keer in vergist en moest in tien kilometer file drie uur staan wachten.

Met losse auto al geen pretje, met caravan erachter een ramp. Legio auto’s vielen uit met een verhitte koppeling of een oververhitte motorkoeling. Je was blij als je eenmaal de tunnel inreed, dan werd het iets koeler en reed het wel door. Zwitserland is prachtig, ruiger dan Oostenrijk.

Mijn zoontje van vier keek zijn ogen uit: het liefst was hij midden op de snelweg gestopt om te bekijken hoe het toch kwam dat er water uit de bergen stroomde. Hij was gefascineerd door de natuur, zeker als daar water bij kwam kijken.

De weg door Zwitserland was meestal de route Basel-Luzern-Chiasso. En soms Basel-Bern-Montreux-Brig en bij Domodossola de grens over naar Italië. Die route is nog mooier. De standaardroute is de eerste: na Luzern langs Lugano en bij Chiasso de grens over.

Maar eerst even tanken op Coldrerio, een grote parkeerplaats net even van de snelweg af. En niet geheel onbelangrijk: het scheelde weer wat reisgeld, dat onmiddellijk opging aan een bezoek aan het populaire kinderrestaurant met die gele M. Voordeel was wel dat dit restaurant in dezelfde ruimte was ondergebracht als de koffiebar: heerlijk, even een lekkere cappuccino of espresso om weer helemaal mens te worden.

Dan de grens over, Italië in. Hoe vaak heb ik wel niet gedacht net als de paus de grond te kussen als ik net de grens over was… Het voelt voor mij als thuiskomen en dat gevoel wordt sterker en sterker naarmate ik er vaker kom.

Direct na het binnenrijden van Italië geeft dit prachtige land haar eerste visitekaartje af: na de schone berglucht in Zwitserland kom je na een scherpe bocht naar rechts in een vieze grauwe tunnel waar het gelijk vechten is voor een plekje op de rijbaan. Maar gelukkig rijdt het daar meestal goed door.

Je verlaat helaas al snel de prachtige Italiaanse Alpen. Nadat aan de linkerkant even Como is te zien, wordt het landschap al gauw vlakker. Op de A9 richting Milaan is aan weerszijden steeds meer lichte maakindustrie te zien, de trots van Italië.

Vlak voor Milaan de E62 op, de snelweg die uit het noordwesten komt, uit Domodossola. Het invoegen gebeurde vroeger aan de ‘verkeerde kant’: via een fly-over kwam je op de E62/A8 links ingevoegd. Fijn als je daar met tachtig kilometer per uur rijdt, met de caravan achter je auto, en ze razen je aan je rechterkant met enorme snelheid voorbij. Met opperste concentratie voor het verkeer van achter je, van voor je, van links en van rechts zorg je dat je geleidelijk netjes op de rechterbaan komt. Maar dan!

Ja, en dan? Dat dacht ik enkele weken tijdens de voorbereiding van mijn reis naar het Lago d’Iseo. Ik wil zo’n trip graag goed voorbereiden, dingen zien die ik altijd al heb willen zien, het liefst iets nieuws.

Soms schieten je dingen in je hoofd die je niet loslaten. Zoals bepaalde gebouwen. Zoals deze, bij Lainate, als je net op de E62/A8 bent ingevoegd, aan de rechterkant, nog een paar honderd meter en dan komt ‘ie!

Het ‘beeld’ aan de rechterkant op de Area Servizio Villoresi Ovest met de zo kenmerkende drie bogen boven het ronde restaurant van Autogrill. Voor de lezers die het misschien zullen herkennen van hun trip naar Italië, heb ik een foto vanaf de snelweg. De zon is net onder, de lichtjes op de bogen gaan aan. Het wordt een mooi schouwspel van kleuren. Komt het je bekend voor?

Ook ‘s nachts is het een blikvanger van jewelste. In het donker lijkt het wel een pas geland ruimteschip…

Daar moet ik toch eens induiken, dacht ik laatst. Al lezend werd mij duidelijk dat de wegrestaurants in Italië, met vaak bijzonder mooie gebouwen, boven de weg, naast de weg, eigenlijk ook cultureel erfgoed zijn. Er zijn prachtige verhalen mee verbonden, waarvan ik er een aantal graag met jullie deel.

Parkeerplaats Villoresi Ovest lag helaas nooit gunstig in mijn reisschema. Als je gestopt en getankt heb bij de laatste parkeerplaats in Zwitserland, Coldrerio, ga je na een goed half uurtje en nog geen veertig kilometer niet nogmaals stoppen.

Autogrill Villoresi Ovest, dat nu Autogrill 1958 heet, is echter wel een stop waard. Het is een iconische gewaarwording, die duidelijk uit de jaren vijftig of zestig stamt. Ook doet het je een beetje denken aan de art deco-stijl, de Amerikaanse variant welteverstaan.

Maar het zou heden ten dagen ook de mooiste blikvanger in de paddock op een Formule-1 circuit zijn, als hospitality onderkomen van bijvoorbeeld het Ferrari-team.  Beter dan die huidige nietszeggende gebouwen. Je begrijpt het al en waarschijnlijk heb je het al eerder door gehad: ik ben een autogek, excuses voor de autosportterminologie.

Maar het heeft ook een futuristisch uiterlijk. Het zou zomaar een rond ruimteschip geweest kunnen zijn dat daar in 1958 is geland. En omdat er zoveel lekkere espressootjes werden gemaakt, hebben de Italianen er snel drie bogen overheen gezet zodat dit Unindentified Flying Object niet meer kon opstijgen.

Op onderstaande luchtfoto van begin jaren zestig is de driebaansweg goed te zien, net als de grootte van het bouwwerk.

Het interieur is minstens net zo spannend als de buitenkant en zou in een hotel in het topsegment zeker niet misstaan: een chique uitstraling met in het midden een prachtige kroonluchter van jewelste. Daaronder een ronde bar, waar de barista – als ware hij een circusartiest die in de ronde circustent in de spotlights staat – zijn kunsten vertoont. Op onderstaande foto zie je hoe chique dit was:

Ik vind het echt jammer dat juist dit kenmerkende detail in de huidige nieuwbouw verloren is gegaan. Alle drankjes en gerechten worden nu vanuit de buitenste ring geserveerd; in het midden is nu een arena van zitplaatsen ingericht. De originele kroonluchter van 1958 hangt er nog, maar waar is die mooie bar eronder gebleven?

Al speurend op internet ontdek ik meer details over Autogrill 1958. In een van de slechtste tijden voor de wegrestaurants, als gevolg van de covid-pandemie, besluit de directie van Autogrill om het plan voor de de herbouw van Autogrill 1958 Lainate Villoresi Ovest toch door te zetten.

Het budget bedraagt ruim zes miljoen euro. Het doel is duidelijk: vervang het ronde gebouw onder de drie bogen door een nieuw gebouw dat voldoet aan alle normen en eisen op het gebied van energiezuinigheid. De bestaande bebouwing werd, gelukkig met uitzondering van de drie bogen, met de grond gelijk gemaakt. Eind 2020 is het nieuwbouwproject gereed. Het iconische restaurant kan er weer honderd jaar tegen.

Even terug in de tijd, een paar jaar na de Tweede Wereldoorlog. Italië maakt een gigantische ontwikkeling door, onder meer op het gebied van de mobiliteit. Miljoenen Italianen krijgen de kans om met een betaalbaar eigen vervoermiddel het land door te reizen.

Een Vespa of een Fiat op afbetaling (naar het succesvolle concept dat Ford in Amerika uitvoerde) zorgt voor een zeer omvangrijke mobiliteit. Dan zijn er ook wegen nodig. Italië begint met de bouw van driebaanswegen, waarbij de middelste baan door beide rijrichtingen gebruikt wordt om in te halen.

Vooral in het noorden worden er kilometers snelweg aangelegd, zo ook de snelweg tussen Milaan en Turijn, waar ter hoogte van Novara een van de eerste benzinestations wordt gebouwd.

Dan wordt ene meneer Mario Pavesi wakker, de zoon van een koekenbakker uit Novara, een stad ten westen van Milaan. Hij maakt al geruime tijd met groot succes de Pavesini, die je vast wel kent. Deze lekkernij moet er, samen met een lekkere caffè, wel ingaan bij de reislustige Italiaan, denkt Pavesi. In 1952 bouwt hij het eerst punto di rifresco vlak bij het tolstation Novara.

Hiermee vond Mario Pavesi de eerste Autogrill uit. Het was een baanbrekend idee. De voorloper van de moderne Autogrill was een bar met tafels en banken en een veranda aan de buitenkant, bedoeld als etalage voor de koekjes die door zijn familie in de nabijgelegen fabriek werden gemaakt. In slechts een paar jaar tijd werd Pavesi’s idee een bedrijf met miljoenenwaarde, ook dankzij de economische groei van Italië.

Het eerste wegrestaurant is duidelijk geïnspireerd op Amerikaanse invloeden, hetgeen ook blijkt uit het feit dat Mario Pavesi en architect Angelo Bianchetti in de jaren vijftig meerdere keren naar de Verenigde Staten zijn geweest. In een reisverslag heeft Bianchetti het over ‘een brugstationproject in Illinois voor de Standard Motor Oil-keten’.

Bianchetti mag met de eer strijken: hij ontwerpt in 1952 Pavesi Novara en in 1958 Pavesi Villoresi Ovest. Vooral de laatstgenoemde is iconisch; het is een uniek symbool van de economische en industriële heropleving van Italië.

Opvallend is dat bij het eerste wegrestaurant, in Novara, nog de naam Pavesini wordt gebruikt, de naam van het koekje, zoals je op onderstaande ansichtkaart kunt zien. Daarna wordt het pas Pavesi.

Al gauw voldoen deze gebouwen qua capaciteit echter niet meer, er is iets anders nodig: het kolossale brugrestaurant. Daarnaast brengen ook de snelwegen niet genoeg capaciteit. Pavesi Novara 1952 moet tegen de grond vanwege de snelwegverbreding. Pavesi Villoresi Ovest 1958 kan blijven; daar wordt de snelweg richting het oosten verbreed.

Bianchetti komt nu pas echt op stoom en groeit uit tot een veelgevraagd architect, met name voor moderne, minimalistische gebouwen. In 1962 worden twee beauty’s van brugrestaurants gebouwd: eentje bij Novara, ter vervanging van de eerste uit 1952, en eentje bij Osia/Brembo, gelijktijdig met de aanleg van de A4 Milaan-Bergamo-Venetië.

Het zijn twee zusterschepen, ruimteschepen wel te verstaan, geland op twee grote betonnen pilaren met aan weerskanten een trappenhuis om de passagiers in- en uit te laten stappen. Met kleine detailverschillen: de versie Osia/Brembo heeft ronde ramen op de tweede etage. Vandaar dat ik deze Autogrill, als enige en geheel onafhankelijk en objectief jurylid, tot de absolute numero uno heb bestempeld.

De architectuur is mooi symmetrisch, strak en tijdloos. Bellissimo per sempre. Het doet je een beetje denken aan de wijk EUR in Rome. Kijk maar eens naar L’Eclisse, de mooiste film van Michelangelo Antonioni uit 1962, die zich voornamelijk in EUR afspeelt en waarin Monica Vitti en Alain Delon elkaar het leven zuur en zoet maken.

1962 is sowieso het jaar van de mooiste creaties in de Italiaanse industriële vormgeving. Mooier en beter is het nooit meer geworden. Wat had de Heer op dat moment boven Italië uitgestrooid? Carlo Riva bouwt de mooiste boot: zijn Riva Aquarama; Enzo Ferrari bouwt de mooiste auto: zijn 250GTO, disegno di PininFarina.

Pavesi bouwt in dit jaar zijn twee mooiste brugrestaurants, door Bianchetti vormgegeven op een manier die alleen in Italië kan. Ook ondergetekende heeft in zijn paspoort bouwjaar 1962 staan. Disigno di twee lieve mensen uit Rotterdam, maar ergens moet er ook Italiaanse input bij betrokken zijn. Dat voel ik zodra ik de grens over ben.

Vanaf begin jaren zestig tot begin jaren zeventig bouwt Pavesi tientallen wegrestaurants, vaak op basis van gratis concessies van de wegenbeheerder. Het zijn stuk voor stuk prachtige gebouwen. De brugrestaurants worden meestal gelijktijdig met de snelweg die er onderdoor loopt gebouwd, wel zo handig.

Ik deel een kleine greep uit de collectie historische ansichtkaarten van Pavesi, die je bij de restaurants kon kopen om te verzamelen of om te versturen. Veel van deze ansichtkaarten worden voor en door verzamelaars nu op het internet aangeboden.

Hieronder zie je bijvoorbeeld een ansichtkaart van Autogrill Pavesi Giove Ronco Scrivia, uit 1959. Dit jongere tweelingzusje van de vestiging in Lainate ligt ongeveer honderd kilometer ten noorden, van Rome.

De Autogrill Pavesi Varazze heeft een schitterende ligging, met uitzicht over de zee nabij Genua.

Autogrill Pavesi Montepulciano uit 1967 is echt een kolossaal gebouw, hangend in een stalen frame over de weg. Zeer indrukwekkend!

Tot slot Autogrill Pavesi Erbusco Sebino, waar je op de ansichtkaart uit 1962 nog een man in een mooi wit pak ziet: de parkeerwachter die aangeeft hoe en waar je mocht parkeren. In 2021  zijn de kenmerkende rode zonneschermen vervangen door grijze, wellicht om het binnen wat rustiger te houden.

Nadat de massamotorisering een feit was geworden, waren er in 1970 meer dan tweehonderd punti di ristoro, verspreid over het hele snelwegnetwerk – dat zich toen uitstrekte over 3900 kilometer. Complete Italiaanse families gingen er ontbijten, lunchen en/of dineren.

Pavesi bouwde ondertussen gestaag door. Hij beheerde onder meer zestien imposante brugrestaurants en tientallen gewone restaurants en hotels.

Onderstaande schetsen voor ontwerpen zijn helaas nooit verder gekomen dan de tekentafel. Met name de middelste zou ik echter graag nog eens terugzien langs de Italiaanse snelweg…

Lange tijd leek het alsof de azuurblauwe lucht de limiet was voor de reiscatering-industrie. Totdat de oliecrisis zowel Pavesi, die veruit de grootste was, als Motta en Alemagna in woelig vaarwater bracht en deze bedrijven op omvallen stonden.

In 1977 nam het Istituto per la Ricostruzione Industriale (IRI) Pavesi, Motta en Alemagna geleidelijk over en voegde hun cateringunits samen tot een nieuwe entiteit: Autogrill SpA. Na jaren van redelijke groei en stabiliteit werd de boel geprivatiseerd en nam de familie Benetton in 1995 een meerderheidsbelang in Autogrill. In 1997 ging het bedrijf naar de beurs.

De expansie was daarna wederom groot, maar nu internationaal. In heel Europa maar ook in de Verenigde Staten werden bestaande wegrestaurants overgenomen en omgetoverd tot Autogrill-restaurants. Ook in Nederland zijn de AC-restaurants even onder de vlag van Autogrill geweest. De focus werd verbreed naar de algehele reiziger, of deze zich nu per auto, trein of vliegtuig verplaatste.

Overal kwam je Autogrill tegen; het was een wereldbedrijf – met nog altijd Italiaanse allure. Voor veel reizigers was én is het de eerste Italiaanse ervaring van de vakantie: een stevige espresso bij de Autogrill. Hopelijk smaakt deze caffè tijdens komende reis nog net een beetje beter, met dit mooie stukje historie erbij. Buon viaggio!’

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *