Ontdek de nieuwe museum-metrohaltes Colosseo-Fori Imperiali en Porta Metronia in Rome
De Ara Pacis, het vredesaltaar van keizer Augustus in Rome, laat zich van zijn kleurrijkste kant zien. Tijdens L’Ara si rivela krijgt het altaar dankzij videomapping zijn oorspronkelijke kleuren terug, vergezeld van een boeiend verhaal, muziek, sfeervolle geluiden en van lichtcontouren die het kijken vergemakkelijken.

Je bewondert de westelijke zijde, met het verhaal van Aeneas, de oostelijke zijde met de panelen van Tellus en de godin Roma en de twee processies aan de zijkanten.
Het verhaal neemt je mee op een ontdekkingsreis, waarbij de geschiedenis van het altaar tot leven wordt gewekt, vanaf de eerste steen die werd gelegd in de tijd van Augustus tot de ongelooflijke wendingen die gepaard gingen met de herontdekking ervan.
Zo komen de tot nu toe ‘stille’ stemmen van het monument erbij, die van de zestiende-eeuwse verzamelaars, restaurateurs en archeologen die hebben bijgedragen aan het blootleggen van dit grootse monument.

L’Ara si rivela is te zien op vrijdag, zaterdag en zondag, om 21.00, 22.00 en 23.00 uur. De videomapping met audiotour (beschikbaar in het Italiaans, Engels, Frans en Spaans) duurt ongeveer veertig minuten.
Er kunnen per keer maximaal veertig mensen deelnemen. Een kaartje kost € 15,- en kun je via deze link reserveren.
foto’s: Sovrintendenza capitolina ai beni culturali & Museo dell’Ara Pacis
We duiken in de geschiedenis van de Ara Pacis, waarbij we je allereerst voorstellen aan de eerste keizer van Rome.
Het jaar 27 voor Christus staat in de (meeste) geschiedenisboeken vermeld als het begin van de Romeinse keizertijd. Het is het jaar waarin een zekere Gaius Julius Caesar, die eigenlijk Octavius heette, erin slaagde om alle macht in Rome naar zich toe te trekken.
Hoewel hij zelf claimde door zijn daden de republiek (met de senaat en volksvergadering als de belangrijkste bestuursorganen) te hebben hersteld, bracht hij feitelijk voor de tweede keer in de geschiedenis een autocratisch bewind naar Rome.
De naam Gaius Julius Caesar had Octavius bij erfenis gekregen. De grote generaal Julius Caesar, die op 15 maart 44 voor Christus zijn beroemde gewelddadige dood tegemoet liep in de senaatszaal, had zijn neefje Octavius bij gebrek aan mannelijk nageslacht postuum geadopteerd.
Het bleek een goede keuze: niet alleen Caesars familienaam, maar ook zijn politieke erfenis zou bij Octavius in goede handen zijn. Hij nam wraak op de moordenaars van zijn vader, versloeg in 31 voor Christus in een zeeslag de laatste ‘vijanden van de staat’ (Marcus Antonius en Cleopatra) en gaf daarna symbolisch genoeg alle speciale bevoegdheden die hem waren verleend om zijn oorlogen te kunnen voeren terug aan de senaat.
Diezelfde senatoren waren echter zo afhankelijk geworden van deze man, dat ze hem in 27 voor Christus graag het gezag over de belangrijkste Romeinse provincies lieten. Én hem de eretitel ‘Augustus’ gaven – de verhevene. Augustus zou de geschiedenis in gaan als de eerste keizer van Rome.

Zijn positie was echter nieuw, en gedurende bijna zijn hele regeerperiode (meer dan veertig jaar) bleef Augustus zoeken naar manieren om die positie te legitimeren. Alleenheersers werden in Rome immers sinds het ontstaan van de stad (en de vroege koningstijd) alom gewantrouwd.
Niet voor niets liet Augustus alle bestaande instituten en magistraten in leven, van de senaat en volksvergadering tot de jaarlijks gekozen consuls en praetoren. In de loop der tijd verloren ze vaak wel steeds meer betekenis en invloed – in de praktijk lag alle macht voortaan bij de keizer.
De regering van Augustus is in veel opzichten een tijdperk van bloei geweest. De relatieve rust en vrede in het rijk boden ruimte voor de bloei van kunst en cultuur en het is in deze tijd dat schrijvers als Vergilius, Ovidius en Horatius naam maken.
De keizer zelf gebruikte de verschillende kunstvormen graag binnen de zogenaamde ‘propaganda’ die zijn uitzonderlijke positie moest helpen te legitimeren – de subtiele en minder subtiele verheerlijking van hemzelf en zijn familie in beelden, reliëfs en monumentale bouwondernemingen.
Mede daardoor gaf Augustus een enorme stimulans aan de ontwikkeling van de literatuur en van de bouw- en beeldhouwkunst in Rome. Beroemd is de uitspraak van Suetonius dat hij ‘Een stad van baksteen aantrof, en er een van marmer achterliet’.

Helemaal vredig was het in het Romeinse rijk van rond het begin van onze jaartelling eigenlijk nooit. Hoewel Augustus inderdaad terughoudend werd in het ondernemen van nieuwe veroveringsoorlogen, vroegen de vele opstanden en conflicten in de bestaande provincies en langs de rijksgrenzen continu zijn aandacht.
Toen hij na succesvolle campagnes in de provincies Gallië en Spanje terugkeerde naar Rome, dacht hij de meeste onrust voorgoed de kop in te hebben gedrukt. Hoe druk Augustus het nog zou krijgen aan de rijksgrenzen wist hij op dat moment niet, maar hij vond zijn terugkeer uit de westelijke provincies een mooie aanleiding om groots aan te kondigen dat hij de vrede in het rijk nu helemaal had hersteld.
Door continu te benadrukken dat Augustus in eigen persoon vrede had gebracht (na decennialange burgeroorlogen) genoot hij steeds meer populariteit bij rijk en arm. Hoe belangrijk dit thema in zijn officiële communicatie naar de buitenwereld was, werd in het jaar 9 voor Christus duidelijk.
Ter ere van de door Augustus gebrachte vrede werd in dat jaar op 30 januari de Ara Pacis (letterlijk: Altaar van de vrede) ingewijd. Het bouwwerk, dat simpelweg bestaat uit een altaar op een verhoogd plateau met een monumentale, marmeren ommuring, werd een kunstzinnig hoogstandje en een lofzang op de vrede en welvaart die Augustus het Romeinse rijk had gebracht.
Deze boodschap werd verhuld in prachtige symbolische en mythologische reliëfs die alle zijden van het altaar sieren. Aan de huidige westzijde van het altaar vind je het bekendste reliëf van de Ara Pacis: de processie van de keizer en zijn familie.

Augustus schoof zijn naaste familieleden graag naar de voorgrond, omdat hij voornemens was ‘zijn’ Rome op een dag bij erfenis aan een van zijn nakomelingen te schenken. Hij was feitelijk bezig met het stichten van een eerste dynastie, en natuurlijk moest zijn opvolger een (geadopteerde) zoon zijn.
Na 27 voor Christus begon hij dan ook snel met het arrangeren van strategische huwelijken; hij had zelf maar één dochter (Julia) en het was zaak dat zij zo snel mogelijk zonen kreeg. Ook zijn tweede echtgenote, Livia, met wie hij zijn leven lang samen zou blijven maar geen kinderen zou krijgen, bracht kinderen uit een eerder huwelijk mee: Tiberius en Drusus.
Daarnaast was er een prominente rol weggelegd voor Augustus’ vrome zuster, Octavia, de voormalige echtgenote van Marcus Antonius. Al deze familieleden kregen een plekje op het Ara Pacis-reliëf. Augustus zelf laat zich in zijn meest vrome vorm zien: gekleed als pontifex maximus (opperpriester).



Vroomheid was een ander thema dat, naast vrede en voorspoed, veel terugkwam op de Ara Pacis. Naast de processie, die verder doorliep op de andere dichte zijde en bestond uit verschillende hoogwaardigheidsbekleders, kwamen op de noord- en zuidzijde van het altaar vooral mythologische scènes aan bod.
Je ziet bijvoorbeeld Aeneas terug, volgens de mythologie niet alleen de oervader van het Romeinse volk maar ook de stamvader van de Julische familie. Maar je ziet ook allegorische voorstellingen, zoals de personificaties van Tellus (Aarde) en Roma (in de traditionele interpretatie).


De locatie van de Ara Pacis is niet toevallig gekozen. Het bevindt zich op het zogenaamde Campo Marzio. Dit ‘Marsveld’ in een bocht van de Tiber was lange tijd een onbewoonde vlakte net buiten het centrum van de stad, die voornamelijk voor militaire trainingen gebruikt werd.
De vlakte lag bovendien aan de Via Flaminia, de belangrijkste uitvalsweg die vanuit Rome noordwaarts voerde, en waarlangs rijke Romeinen hun praalgraven hadden laten bouwen om voorbijgangers te imponeren.
Vanaf de eerste eeuw voor Christus werden hier, wegens ruimtegebrek op en om het Forum Romanum, steeds meer bouwwerken uit de grond gestampt. Een zichtbare herinnering aan het Romeinse gebruik om langs de Via Flaminia een praalgraf te laten verrijzen, is het Mausoleum van Augustus tegenover de Ara Pacis.
Augustus gaf al decennia voor zijn dood opdracht voor de bouw van dit imposante, ronde grafmonument, waar tegenwoordig nog maar een schim van over is. Hij zou er in de loop van zijn leven al flink wat familieleden in moeten laten bijzetten, onder wie een aantal jongemannen die hij graag als zijn opvolger had aangewezen, maar die hij stuk voor stuk overleefde.

De Ara Pacis raakt in de eeuwen na de oudheid in de vergetelheid. Niemand hoort of ziet meer iets van het monument totdat, in de zestiende eeuw, een zekere kardinaal Giovanni Ricci uit Montepulciano negen blokken marmer koopt.
Dat deze marmerblokken afkomstig waren van het Vredesaltaar van keizer Augustus, waarover men wel degelijk had gelezen bij de Romeinse schrijvers, kon hij op dat moment niet weten. Ricci heeft zelfs nooit van zijn ‘vondst’ geweten: het zou nog eeuwen duren voordat de herkomst van de blokken werd ontdekt.
Pas in 1859 kwamen, bij bouwwerkzaamheden in het Palazzo Peretti in Rome, fundamenten van de Ara Pacis aan het licht. Al snel werden er talloze fragmenten opgegraven, waarvan de meeste direct hun weg vonden naar privéverzamelingen en musea over de hele wereld. Sommige delen werden verkocht aan de Galleria degli Uffizi in Florence, weer andere aan het Louvre in Parijs.
Het zou nog tot 1903 duren voordat alle brokstukken definitief herkend werden als behorend tot de beroemde Ara Pacis, dankzij de Duitse archeoloog Friedrich Von Duhn. Daarna werden ze verenigd.
Nu de brokstukken van de Ara Pacis gevonden waren, vond ook de Italiaanse overheid het tijd voor een officiële opgraving. Toen men ongeveer de helft van het monument had blootgelegd. bleken de omstandigheden van de opgraving toch te complex: men staakte de operatie.
Pas onder het fascistische bewind, in 1937, werd besloten om de opgraving weer te hervatten. Waarom de fascisten zo geïnteresseerd waren in deze opgraving? Tijdens een beroemd geworden toespraak op 21 april 1924 sprak Benito Mussolini op het Capitool over ‘de problemen van Rome’.
Volgens hem moest de grandeur van het antieke Rome weer zichtbaar worden in de straten van Rome: de monumenten uit de oudheid moesten worden ‘bevrijd’.
Mussolini’s Rome was immers de trotse hoofdstad van zijn nieuwe imperium. Met het bevrijden van antieke monumenten bedoelde Mussolini dat ze moesten worden ontdaan van ‘latere toevoegingen’ en zo ‘opnieuw onthuld’ konden worden.
Juist de tijd van Augustus interesseerde Mussolini. Volgens de Duce was Italië onder zijn leiding voor het eerst sinds Augustus weer net zo groots en machtig en Mussolini zag zichzelf min of meer als de opvolger van Romes eerste keizer.
Niet voor niets was een van Mussolini’s belangrijkste ‘bevrijdingsprojecten’ in de stad de creatie van het huidige Piazza Augusto Imperatore. Waar nu het plein ligt, bevond zich ruim honderd jaar geleden een dichtbevolkte woonwijk, waar slechts wat restanten van Augustus’ laatste rustplaats zichtbaar waren.
Mussolini wilde het mausoleum in oude glorie herstellen en veegde hiervoor een complete Romeinse stadswijk van de kaart. Om het nieuwe Piazza Augusto Imperatore compleet te maken, moest ook de Ara Pacis opnieuw worden opgebouwd.
Tussen juni en september 1938 maakte architect Ballio Morpurgo alles gereed om de Ara Pacis opnieuw te laten verrijzen. Er werd een verhoging aangebracht waar het vredesaltaar op moest komen te staan. Een overdekking in de vorm van een portico moest beschutting bieden tegen regen en wind.
Voor de gelegenheid werd de complete tekst van de Res Gestae, de beroemde inscriptie met daarop het publieke testament van keizer Augustus, op een muur aangebracht. De (her)inauguratie van het hele monument werd, om de symboliek mooi af te ronden, gehouden op 23 september.

De rest van het plein werd geconstrueerd rondom het mausoleum van Augustus. De galerijen die aan drie zijden rond het plein werden aangelegd staan nog altijd overeind, en zijn typische voorbeelden van de strenge fascistische architectuur die onder Mussolini in zwang raakte.
Ze werden versierd met reliëfs die dezelfde ideologie ondersteunden. Alle huizen waren voor de aanleg van het plein gesloopt, maar de twee kerken die er stonden mochten blijven en zijn in het ontwerp van het Piazza Augusto Imperatore geïntegreerd.

De monumenten die de glorie van het Rome van Augustus in herinnering moesten brengen, raakten na de Tweede Wereldoorlog ernstig in verval. Piazza Augusto Imperatore werd een verloederde plek waar vooral zwervers, prostituees en verslaafden rondhingen.
Pas toen halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw bleek dat uitlaatgassen en temperatuurstijgingen de staat van de Ara Pacis ernstig in gevaar brachten, begon men zich van overheidswege weer met het plein te bemoeien.
In 1995 besloot de gemeente Rome dat het tijd was om de behuizing van de Ara Pacis, Morpurgo’s portico, te laten vervangen door een fatsoenlijk onderkomen.

Wat uit noodzaak werd geboren, werd een belangrijke en symbolische nieuwe stap in het bouwprogramma van Rome. De opdracht voor het ontwerp van de nieuwe behuizing ging naar Richard Meier, een Amerikaans architect.
Rutelli (de toenmalige burgemeester van Rome) was verantwoordelijk voor het project en wist dat zijn keuze voor deze niet-Italiaanse architect met een voorkeur voor moderne, strakke, transparante constructies een opmerkelijke was.
Sinds Mussolini was er in het centrum van Rome niet één modern gebouw meer verrezen. Nu werd het symbool van de Pax Romana onder handen genomen door een Amerikaan. De kritiek was niet van de lucht.
Toch staat het ‘benzinestation’ – de weinig flatteuze bijnaam van het Richard Meiers Museo dell’Ara Pacis – inmiddels alweer jaren fier overeind, met het testament van keizer Augustus op de muur en zijn vredesaltaar veilig en goed beschut tegen de elementen – met dit jaar dus een extra beetje kleur!

Het Museo dell’Ara Pacis is dagelijks geopend van 9.30 tot 19.30 uur (laatste toegang om 19.00 uur). Op de website van de Ara Pacis vind je alle details voor je bezoek, inclusief informatie over de tijdelijke tentoonstelling in het museum.


